menu

Om sterven heen 

Archief  

Eerder verschenen teksten:

Maart 2018

Alles voor elkaar

Hij was ver in de tachtig en droeg een ouderwets zwart pak. Hij had iets bedrijvigs, was altijd bezig. Op zijn kamer stond een oud schoolbankje met daarop een computer. Trots liet hij me zien hoe hij de stamboom van zijn vrouw had uitgezocht, heel ver terug, tot in de 7e eeuw. Met een knipoog: “Misschien is er hier of daar wel een zwakke plek in hoor, maar het was voor mijn vrouw mooi om te weten dat ze heel belangrijke voorouders had.” Ik kreeg het geheel mee, op een reeks aan elkaar geplakte papieren afgedrukt, om het eens te bestuderen.

De volgende keer vertelde hij over een nichtje, van wie de ouders zwakbegaafd waren. Ze wilde zo graag de verpleging in, maar hoe dan? Hij had een medische encyclopedie gekocht en die met haar door gestudeerd. Nu was ze al een heel eind op streek met haar studie. Hij stimuleerde haar waar hij kon.

Er was ook een Oeigoerse vrouw die op bezoek kwam. Die had hij voor de supermarkt leren kennen, waar ze de straatkrant verkocht. Ze sprak geen woord Nederlands, dus had hij een woordenboek Oeigoers-Engels gekocht. Als hij boodschappen ging doen nam hij dat mee, en zo konden ze met elkaar ‘praten'. Hij leerde haar een paar woorden Nederlands en vond een adres waar ze kon komen werken in de huishouding.

Zo had hij allerlei mensen om zich heen die van hem hielden, voor wie hij veel betekende. Over zichzelf en zijn ziekte vertelde hij weinig. Hij wist dat hij bij ons was om dood te gaan. Hij nam het als een feit.

Sterven ging als vanzelf. Ineens was hij er niet meer. Hij was klaar met zijn taak.


Februari 2018

Een kijkje vooraf

In haar waardige en stralende aanwezigheid had ze iets koninklijks. Onder elkaar noemden we haar ‘de prinses', met haar spierwitte haar en porseleinblauwe ogen. Ze droeg meestal een hemelsblauw bedjasje dat die ogen nog accentueerde.

Mij vertelde ze, dat ze zich zorgen maakte om haar dochters, die overigens al lang volwassen waren. Zou het wel goed blijven gaan met hen als zij er niet meer zou zijn?

Dagen later raakte ze in coma. Stil zat ik een poosje bij haar - de familie woonde ver weg.

Tot mijn verrassing trof ik haar een paar dagen later weer stralend aan, rechtop in bed. “Ja, ik ben er weer. Weet je, nu ben ik helemaal niet bang meer. Ik heb het al gezien, het is daar zo mooi! En ik ben er nu zeker van dat mijn dochters zichzelf straks ook zonder mij zullen kunnen redden”.


Januari 2018

De laatste jaren van haar leven waren niet altijd gemakkelijk, ook voor ons niet. Vooral het laatste jaar zat ze vaak op de rand van haar bed met het hoofd naar beneden gebogen. Als de wijkverpleegster of één van ons kwam vond ze het fijn als je naast haar ging zitten met de arm om haar heen. Ze kon veel liefde geven, maar ook ontvangen.

Vorige week zat ik naast haar en zei: “Ma, er zitten veel vogels in de tuin”. Ze was dol op vogels, bomen en bloeiende bloemen. Ze zei: “Die vogels komen zeker afscheid nemen van mij”.

In de ochtend na haar overlijden zaten wij op de bank en heeft onze dochter dit gedichtje geschreven.

Het huis is omhuld door mist.
De vogels zijn verdwenen.
Je bent met ze meegegaan,
toen ze gisteren aan je raam verschenen.

Een groot bescheiden hart,
vol liefde, zorg en plicht.
Bevrijd, ruis je nu door de bomen
en dans je lachend op het licht.