‘Als liefde het enige medicijn is’
Suzanne van der Laan

Dit ontroerende boek is geschreven als een tijdsdocument – een verslag van een enorm hectische levensperiode. Alles speelt zich af in 2016 en 2017. Suzanne’s ex-man overlijdt in 2016. Haar huidige man moet naar het ziekenhuis en wordt zwaar depressief. Hun jongste zoon Sylvan, vijf en half, krijgt plotseling loopproblemen en trekkingen in zijn nek. Orthopedisch onderzoek levert niets op. Later dat jaar blijkt Sylvan metachromatische leukodystrofie (MLD) te hebben, een zeldzame ziekte, waaraan hij volgens de artsen binnen enkele jaren zal sterven. Medisch gezien kan er wel worden behandeld, maar de ziekte is niet te genezen. Die jaren blijken in de praktijk maanden.

Het boek laat zien hoe Suzanne en haar naasten omgaan met Sylvan en welke keuzes ze maken bij behandelingen die hen worden voorgelegd.. Ze voelen de opdracht om Sylvan’s leven vreugdevol en zo comfortabel mogelijk te houden. Zonder pijn en ongemakken, zonder iets wat niet nodig is. Ze kiezen voor kwaliteit van leven, uit liefde voor het kind.

 Suzanne blijkt heel duidelijk te moeten communiceren met artsen, ziekenhuizen en instanties, zowel voor haar man als voor hun zoon, Duidelijk opkomen voor hun belangen en duidelijk verwoorden hoe het nu met hen is. De wereld van de zorg blijkt complex in elkaar te zitten en vraagt van haar veel stuurvrouwkunst om er in door te dringen. Er zijn gelukkig ook positieve voorbeelden van goede organisaties, van prettige contacten en heldere uitleg. De aanvraag via de gemeentelijke WMO over de rolstoel gaat goed en snel; aanpassingen in en om het huis verlopen moeizamer. De keuzes op het gebied van onderzoeken en behandelingen worden zichtbaar op het moment dat het ziekenhuis aangeeft dat het te laat is voor een beenmerg-transplantatie. Wat dan nu wel, wat niet?

Eerst leek Sylvan – volgens de artsen – 10 jaar te kunnen worden. In december 2016 wordt duidelijk dat hij meer last krijgt. Zijn moeder beleeft dit als een kantelpunt. Nu is er ineens sprake van een maagsonde en van een jaar levensverwachting. Haar man knapt wat op en zo kunnen ze tenminste samen overleggen welke behandelingen er nog wel en welke er  niet meer aan de orde zijn.

Op 19 april 2017 overlijdt Sylvan. Een dag eerder hebben de ouders de ‘uitvaartjuf’ gesproken. Zij legt uit, dat ze alles wat ze weten over uitvaarten moeten vergeten. Alles mag, alles kan. Zo kiezen de ouders voor heel eigen vormen bij de opbaring en het afscheid, liefdevol afgestemd op wie Sylvan was. Hij wordt opgebaard in een rieten mand op graszoden, in een tunnelkas in hun eigen tuin.

Suzanne van der Laan hoopt door dit verhaal door te geven “dat mensen zich bewust worden, dat de dood soms een schoonheid heeft die het leven niet kan bieden”.

Uitgever Brave New Books
Schrijfster: Suzanne van der Laan
ISBN:9789402178203
februari 2020

 

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2020

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2020

NIEUW OP DE WEBSITE
‘Stervensbeschouwelijke vragen’

Bij het ouder worden maken velen hun testament op, en daarnaast eventueel ook een levenstestament. In een uitvaartcodicil kan men eigen wensen rondom het afscheid vastleggen. Dat zijn min of meer uiterlijke zaken die op weg naar het levenseinde ‘geregeld’ willen worden. Deze documenten vormen een hulp voor de nabestaanden om in de geest van de overledene te kunnen handelen als het zo ver is.
Sterven, mijn eigen sterven, heeft echter ook een ‘binnenkant’ die voorbereid wil worden. Daarvoor is niet altijd ruimte, tijd en de juiste gesprekspartner te vinden. Misschien gaan we zelfs wel het beste met onszelf in gesprek, om ons te bezinnen op het eigen leven en sterven.

Vanuit het bestuur van Wederzijds is het initiatief genomen om voor zulke bezinningsmomenten een reeks vragen aan te reiken. Zo staat er sinds kort een lijst met zulke ‘stervensbeschouwelijke vragen’ op de website. Denkt u daarbij o.a. aan: ‘Wat ligt er in mijn leven wat nog niet klaar is, wat ik nog zou willen afronden of afmaken?’ of ‘Hoe denk ik dat het er ‘aan de andere kant’ uitziet, wie zou ik daar misschien terugzien?’
Deze lijst, die u ook kunt downloaden, bevat naast deze vragen ook beknopte informatie over de documenten met een medisch en/of een juridisch karakter en bevat links die leiden naar informatieve websites over deze aspecten van het levenseinde.
U vindt dit hier op onze website.

Vragen stellen aan jezelf?
Ingrid Deij
Er is moed en innerlijke ruimte nodig om met zulk soort vragen te leven. Terugkijken op het eigen leven kan immers alleen vanuit eerlijkheid ten opzichte van jezelf. Er is, zoals bij iedereen, in de loop van de jaren veel gebeurd dat misschien beter anders had kunnen gaan. Zaken waarover ik nog spijt of verwijt beleef, wat me bedrukt of bezighoudt. Vanuit de gedachte dat het mogelijk is om die ‘losse eindjes’ van het eigen leven alsnog af te hechten, kan ik in beweging komen. Proberen nog contact te zoeken, dingen uit te praten en af te ronden. Zelfs moeilijkheden met mensen die inmiddels zijn overleden kunnen worden afgerond, door bijvoorbeeld een brief aan deze mens te schrijven, waarin stap voor stap wordt opgeschreven waar de schoen wringt en wat ik daarbij innerlijk beleef, waarbij geleidelijk ook positieve kanten gaan oplichten. Daarnaast kan een biografisch gesprek of een zielzorg-gesprek, waarin deze moeilijkheden worden uitgesproken, lucht geven. Er ontstaat dan meer ruimte van binnen. Het gaat om verwerken, misschien ook vergeven, om kunnen loslaten, zodat we verder kunnen.
Zo raken we in staat om de verantwoording voor ons eigen leven op ons te nemen. Zo kunnen we ons leven ‘voltooien’. In vrijheid, op eigen initiatief, autonoom.

THEMA ‘CONTACT NA DE DOOD’

bruggen-tussen-leven-en-dood.jpg‘Bruggen tussen leven en dood –
ontmoetingen met gestorvenen’
Iris Paxino

ISBN 9789060389195

Zoals in de voorjaars-nieuwsbrief al werd aangekondigd, is kortgeleden de Nederlandse vertaling van ‘Brücke zwischen Leben und Tod’ verschenen bij uitgeverij Christofoor.

Enkele citaten uit het voorwoord, geschreven door Thom Kloes:
‘Ik zie het wel als het zover is.’ Dit is een veelgehoorde, nuchter klinkende uitspraak als het gaat over de vraag wat er na de dood is. Begrijpelijk, want zo’n uitspraak kan ons beschermen tegen al te speculatieve voorstellingen over ‘het leven na de dood’, voorstellingen waarin wensdromen tot uitdrukking komen, of angstvisioenen zichtbaar worden die in de loop van de tijd zijn opgebouwd.
Niettemin, voorstellingen over de dood en wat er daarna gebeurt zijn ruim voorhanden. Ze kunnen zeer van elkaar verschillen omdat het gedachtegoed waaruit ze voortkomen sterk contrasteert; het kan uiteenlopen van materialistisch tot spiritueel of van agnostisch tot kerkelijk.
Maar het hebben van theoretische voorstellingen en gedachten over het leven na de dood zal niemands sterven minder pijnlijk maken en stervensangst niet of nauwelijks verlichten, ook niet als die voorstellingen religieus of spiritueel van aard zijn. Onze voorstellingen en gedachten krijgen pas werkelijk betekenis als we ze persoonlijk hebben verworven, vaak met de nodige inspanning. Hoe meer we existentiële uitgangspunten over leven en dood op eigen kracht veroveren en bewust in ons wezen opnemen, hoe groter hun impact op ons dagelijks leven is, op ons vermogen om stervenden bij te staan, en op de wijze waarop we zelf sterven.

Tot dit inzicht kwam Iris Paxino na haar studie, in haar psychologische adviespraktijk. Ze werd zich ervan bewust dat er meer nodig is dan kennis, om de processen die mensen tijdens en na hun sterven doormaken te kunnen begrijpen en te kunnen doorleven. Dat vraagt een intense verbinding met anderen. Hoe ontmoet je mensen, hoe neem je het wezenlijke van anderen in jezelf op? Om daarvan enigszins een vermoeden te krijgen, bleek een scholingsweg nodig te zijn waarin je liefde ontwikkelt als een kracht die je over de grenzen van leven en dood heen kunt laten uitstralen. Iris Paxino beschrijft in dit boek de intensieve scholingsweg die ze ging en steeds weer gaat, de vaardigheden, de ervaringen en inzichten die haar dat bracht en brengt.

Het lezen van Bruggen tussen leven en dood geeft een fascinerende inkijk in de aangrijpende ervaringen van overledenen met wie Iris Paxino zich heeft kunnen verbinden. Maar daarin schuilt niet de eigenlijke betekenis. Die is daar te vinden waar zij beschrijft hoe de kloof tussen het leven voor en na de dood wordt overbrugd. Daar dus waar ervaarbaar is hoezeer leven en dood met elkaar zijn verweven en op elkaar inwerken.
De hieraan gewijde teksten maken helder ‘wat een goede dood vraagt van ons leven’. Anders gezegd: wat we na onze dood doormaken bepalen we in hoge mate hier en nu tijdens ons aardse leven. En we kunnen kiezen: bepalen we dat wetend en bewust of onwetend en onbewust?

Het voorwoord bevat nog meer grote vragen, vragen over de consequenties van wat Iris Paxino door haar ontwikkelde vaardigheden heeft waargenomen bij haar contact met gestorvenen. Teveel om hier te vermelden.
Leest u vooral zelf dit belangrijke boek!

In onderstaand interview met Iris Paxino, door Ralf Lilienthal voor het Duitse maandblad A Tempo, kunt u meer lezen over hoe deze bijzondere vrouw zeer intensief heeft geoefend om tot authentieke waarnemingen te komen.



Iris-Paxino.jpgIris Paxino in gesprek met Ralf Lilienthal
Bruggen tussen hier en ‘de andere kant’

uit: A Tempo Nr 227

Voor wetenschappelijk opgeleide lezers vormt het boek ‘Bruggen tussen leven en dood’ een dubbele uitdaging. Want het gaat, zoals in de ondertitel staat, over ‘Ontmoetingen met gestorvenen’, een gebied dat gewoonlijk is voorbehouden aan het geloof. Maar tegelijk komt dit boek zo traditioneel en zo volledig door eigen waarnemingen onderbouwd over, dat de inhoud ervan niet zonder meer kan worden afgedaan als ‘esoterische fantasieën’. Ralf Lilienthal heeft de auteur van het boek opgezocht in haar Stuttgartse praktijkruimte en voegt ook zijn indrukken en vragen toe. Iris Paxino is psychologe en deed wetenschappelijk onderzoek naar bijna-dood-ervaringen.

Ralf Lilienthal | Beste Mevrouw Paxino, hoe wordt er tegenwoordig omgegaan met het thema ‘sterven’ en ‘dood’?

Iris Paxino | Net als vroeger kijken veel mensen weg, in de greep van hun angst, als ze worden geconfronteerd met deze existentiële thema’s. Maar de ban lijkt gebroken. Met iedere nieuwe generatie komen we een stukje verder weg van het grote taboe van de 20e eeuw. Alleen al de hospice-beweging is een aanwijzing in deze richting. Dat zie ik ook in mijn praktijk. Als ik vraag: ‘Voelt u iets van uw man’, of ‘uw moeder’, of ‘uw kind?’, dan zeggen de mensen: ‘Ja, ik merk dat de gestorvene heel dichtbij is’. Of ook wel: ‘Hij is veel te ver weg’. Bijna altijd kunnen ze met mijn vraag ervaringen verbinden die ze volledig reëel meemaken.

RL | Daar komt bij dat de wortels van uw intensieve uiteenzetting met het thema ‘Dood’ tot ver in uw jeugd teruggaan…

IP | Ik ben in Roemenië opgegroeid. Daar is de dood veel dichterbij dan hier, vooral in de dorpen. Het lichaam wordt thuis opgebaard, gewassen en later in de kist door de straten naar het kerkhof begeleid. Natuurlijk rouwen mensen daar net zo goed als wij, maar het sterven hoort daar bij het leven. Ik had heel gevoelige ouders, die als vanzelfsprekend verbonden waren met de geestelijke wereld, zonder dat ze er dogmatisch over deden. Concreet was het de verrassende dood van mijn grootmoeder, die ik boven alles liefhad, die dit levensmotief voor het eerst aanraakte. Ik kon niet begrijpen dat ik haar niet meer zou zien, niet meer zou kunnen aanraken. Toen ze een tijd lang steeds weer heel herkenbaar in mijn dromen verscheen, begon ik te begrijpen: er zijn dus kennelijk tussenwerelden, bruggen tussen hier en daar. En, als zij als gestorvene mìj kan vinden, moet ik dat toch omgekeerd ook kunnen.
Het thema ‘dood’ laat Iris Paxino niet meer los, ook als haar omgeving ingrijpend verandert. Haar ouders trekken eerst naar Griekenland, later naar Duitsland. Na haar middelbare school studeert ze literatuurwetenschap, pedagogiek en psychologie. Zowel haar doctoraalscriptie als haar proefschrift wijdt de beginnende psychologe aan het thema van de bijna-dood-ervaring. Drie jaar lang bestudeert ze alle bronnen en wetenschappelijke onderzoeken over dit thema en legt uiteindelijk in 300 bladzijden een promotie-onderzoek op tafel, inclusief een onderzoek gebaseerd op zelf-afgenomen interviews. Maar als ze in het ziekenhuis werkt en later in haar eigen advies-praktijk wordt haar potentieel pas echt wakker.

IP | Ik heb toen gemerkt dat het werken met stervende mensen voor mij van meet af aan heel vertrouwd voelde. Het ging er niet om iemands hand vast te houden of om moed in te spreken, maar om te merken dat er in de ziekenkamer ‘aanwezigen’ waren, onzichtbare begeleiders op de weg – wezens die de overgang van de stervende voorbereiden, en andere wezens die hem aan de andere kant van de drempel ontvangen. Ook was na het sterven de patient niet ineens ‘weg’, ik kon zijn wezen nog aanvoelen. Zo werd me duidelijk dat ik een scholingsweg moest aangaan, om zulke processen steeds bewuster te beleven en te kunnen begrijpen.
De doelbewust opgepakte antroposofisch-meditatieve scholing en de (zoals zij dat noemt) ‘heel concrete beschrijvingen van de ontwikkelingsweg van de mens’ maken het Iris Paxino mogelijk om haar eigen aanleg en vaardigheden op dit gebied te verdiepen en uit te breiden.

IP | Sommige belevenissen overkwamen me als een genade. Maar het was ook duidelijk dat ik die ervaringen vanuit mijn wil dichterbij kan brengen. Door meditatie, door jarenlang oefenen, want het denken op zich is niet voldoende. Er zit extreem veel werk en serieuze inzet in – en liefde. Liefde is de sleutel tot alles. Dat heeft te maken met kunnen ontmoeten, met de bereidheid om ernaar te kijken, me te openen. Al het sociale moet verbonden zijn met liefde, wil het goed worden. Dat begint al in het alledaagse en in hoe je mensen ontmoet. Maar het houdt niet op bij de drempel naar de andere kant! Het is de meditatie die de ruimte vormt waarin je ontmoetingen met de geestelijke wereld kunt hebben – met elementenwezens, met engelen en met gestorvenen.
Terwijl Iris Paxino spreekt wordt steeds duidelijk dat ze – op basis van wat ze zelf heeft beleefd – een beeld schetst dat niet alleen het wereldbeeld van de natuurwetenschap maar ook de confessioneel-christelijke voorstellingen van ‘gene zijde’ overstijgt.

IP | Onze christelijke cultuur heeft een heel statisch beeld van het sterven en van wat er daarna komt. Want het gaat er niet om dat we wachten op de verlossing. Ook het over de drempel gaan en al die verschillende ervaringen, die daarna komen, hebben heel veel te maken met onze eigen activiteit. We zijn ervoor en erna verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Maar dit hele stuk blijft donker en onbegrijpelijk zonder de begrippen ‘reïncarnatie’en ‘karma’. Die moet je je uiterst concreet voorstellen. Al sinds mijn kindertijd sprak voor mij het idee van de individuele wedergeboorte en het persoonlijke lot vanzelf. Door de antroposofie kon ik dat nog uitdiepen. Maar het is wel wat anders om erover te lezen, dan het ook echt zelf te beleven. Intussen schijnen deze geestelijke feiten niet meer zo totaal absurd te zijn. Dat is in de laatste jaren erg veranderd. Bij enquêtes blijkt dat zo’n beetje de helft van de Duitse bevolking tegenwoordig in reïncarnatie gelooft.
Wat in de hele maatschappij geldt, een toenemende openheid voor ervaringen ‘vanaf de andere kant’, vindt Iris Paxino ook bevestigd in het werk met haar patiënten, met mensen die zeker niet alleen uit de kleine kring van spiritueel geïnteresseerden komen.

IP | Ik werk nooit als ‘medium’, als ‘helderziende’, als iemand die boodschappen van de andere kant overbrengt. In plaats daarvan doe ik met het grootste deel van mijn patiënten meditatieve oefeningen, en zij komen dan zelf tot het beleven van hun gestorvenen of van hun engel. Daarbij ben ik vaak verrast hoeveel mensen bereid zijn om deze weg mee te gaan. Maar dat lukt ook echt, je hoeft ze alleen maar te begeleiden. Door ervaringen bij het sterven van een mens van wie je houdt, door het pijnlijke gemis ben je losser en sta je meer open voor eenvoudige oefeningen. Wel is het belangrijk om goed geworteld te blijven in de werkelijkheid en om heldere, onvervalste waarnemingen te hebben. Daarom bestaat het begin altijd uit het zich verbinden met de lichte kracht van de eigen beschermengel, die ons steunt en leidt. Dat is een kracht waar je je altijd op kunt richten, die iets moederlijks, omhullends heeft.

RL | Wat zijn de beweegredenen van mensen die met sterfgevallen en met overledenen te maken hebben, om naar u toe te komen?

IP | De gedachte dat er bruggen zijn tussen de werelden is voor veel mensen een bevrijding. De achterliggende reden waarom mensen zulke bruggen zoeken is heel individueel. De een begrijpt niet waarom een mens sterft, speciaal als het gaat om een onschuldig kind. Een ander kan het verlies niet verwerken. Er komen nabestaanden van zelfmoordenaars die gevangen zitten in diepe duisternis bij me, of vrouwen die nog tientallen jaren na een abortus worstelen met de gevolgen van hun beslissing. En steeds weer beleven mensen hoe belastend het is, als gestorven zielen blijven hangen; dat kan zelfs leiden tot lichamelijke ziektes.

RL | Wat betekent dat: ‘blijven hangen’?

IP | Iedereen kan op elke trap van zijn leven in een crisis terechtkomen. Zo’n crisis kun je gebruiken om een ontwikkelingsstap te maken. Maar het kan ook zijn, dat je in elkaar klapt en er niet meer uitkomt. Dat geldt ook nà de dood – want wij dragen allemaal onopgeloste zaken met ons mee over de drempel! Degene die veel met zich mee sleept, iemand die onvoorbereid is of die vol angst zit, kan na de dood lang blijven steken in zijn ontwikkeling. Dat is dan belastend voor de partner, de familie of zijn verdere sociale omgeving. Zulke gestorvenen moeten dan regelrecht worden begeleid op hun weg, door hun blik in een andere richting te leiden.

Hier moet er een einde komen aan het gesprek. Want Iris Paxino zou nog kunnen spreken over verdere ontwikkelings-stappen van gestorvenen in de verschillende bereiken van de geestelijke wereld, maar dat vraagt een langere ‘adem’ dan dit interview. Maar opvallend is: zelfs als ze over heel ‘verre’ sferen spreekt is haar gedachtengang niet nevelig of zweverig, maar getuigt van een indrukwekkende ‘innerlijke logica’. Dat moet je kunnen uithouden. En misschien moeten we dat ook een keer willen proberen uit te houden – het gaat toch om een thema dat ons, met elke dag die ook weer voorbij is, meer aangaat .

WORKSHOPS WEDERZIJDS IN WINTER EN VOORJAAR

Ontwikkelen van inzichten en ervaringen rond het voortbestaan na de dood

Elke opvatting over euthanasie wordt bepaald door opvattingen over de dood. De grote vraag daarbij is of de dood het einde betekent van ons bewustzijn, of dat er iets van ons voortleeft. Om een beeld van een eventueel leven na de dood te vinden, schetst Jaap van de Weg (arts) een weg om daar zoekend, denkend en ervarend dichter bij te komen. Hieraan wordt in deze langere workshop (anderhalve dag) gezamenlijk gewerkt.

Datum:
vrijdag 11 december (20-22 uur) en
zaterdag 12 december (09.30-16.30 uur, inloop vanaf 09.00 uur).
Plaats: gebouw Helicon, Socrateslaan 22A, 3707 GL Zeist.
Kosten: € 52,50. U ontvangt na afloop van de workshop een factuur.
Maximaal 16 deelnemers. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Aanmelding: persoonlijk bij Thom Kloes via info@wederzijds-stervenscultuur.nl


Het loslatingsproces voor en na de dood

In de laatste levensfase kunnen we nog tal van nieuwe ervaringen opdoen, voordat we echt klaar zijn om te sterven. Een ervan is het durven en kunnen loslaten. Maar ook andere ervaringen zijn van wezenlijk belang. Bij euthanasie maak je die essentiële fase niet of heel anders mee. Wat mis je dan?
Na een korte inleiding over het boek ‘Het maakt uit hoe je sterft’ door Joukje Pothoven bespreekt Luc Vandecasteele (arts) welke ervaringen en perspectieven er aan de orde zijn, zowel voor als na het sterven. Na zijn inleiding worden, in gezamenlijk gesprek, persoonlijke vragen en ervaringen uitgewisseld.

Datum: 20 februari 2021
Plaats: Gemeentezaal van de Michaelkerk in Veldhoven, Dorpsstraat122, 5504 HL Veldhoven
Aanmelding via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

Maximaal 15 deelnemers.
Kosten: € 17.50. U ontvangt een factuur voor de kosten na bijwonen van de workshop.


‘Mijn levenslot en ik – wat heb ik ervan gemaakt?

Workshop met Jolien Wilmar, biografisch schrijver bij ‘Het levensverhaal’
www.hetlevensverhaal.com

Wanneer het grootste gedeelte van het leven is geleefd en het einde in zicht komt, groeit vaak de vraag: Heb ik er eigenlijk wel toe gedaan in dit leven? Heb ik ervan gemaakt wat de bedoeling was?

Tijdens deze schrijf-workshop gaan we onderzoeken welke weg we in dit leven hebben afgelegd. Dit doen we aan de hand van concrete schrijfoefeningen. We hebben een hele dag de tijd om de volgende thema’s te onderzoeken:
Wat kreeg ik van huis uit mee? Waarin heb ik mij ontwikkeld?
Welke eigen besluiten heb ik genomen? Wat heb ik geschonken in het leven?
Wat heb ik in beweging gezet, wat heb ik aangericht?
Wat was/is de drijvende kracht in mijn leven? Wat wil ik nog leren, ervaren of doen?
Schrijfervaring is niet nodig.
Er wordt gewerkt in kleine groepen (binnen de coronaregels)
Tussentijds vinden er momenten van uitwisseling plaats.
Er is voldoende tijd voor het delen van het geschrevene.
Daarbij is iedereen vrij om het geschrevene al dan niet in de groep voor te lezen.

Datum: 24 april 2021
Plaats: Gemeentezaal van de Johanneskerk, Badhuisweg 27, 7201 GM Zutphen
Tijd: 10.30 tot 16.30 uur, inloop vanaf 10.00 uur
Maximaal 20 deelnemers
Kosten: € 30 euro, aanmelding via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

U ontvangt een factuur voor de kosten na bijwonen van de workshop.

THEMA ‘STERVEN’

Ineke-Visser_sterven.png‘Tijd voor een ander verhaal’ en ‘Het leven voltooien’

Ineke Visser
door Joukje Pothoven

Onlangs zijn bij het LANDELIJK EXPERTISECENTRUM STERVEN, twee boekjes verschenen, een tweeluik. Ze vormen een pleidooi voor het “gewone” sterven.
Het eerste boekje, Tijd voor een ander verhaal, is geschreven door Ineke Visser, voorzitter van het Landelijk Expertisecentrum. Het wil de weg vrij maken voor een nieuw verhaal over de laatste levensfase in onze samenleving. Een verhaal dat vertelt over het kostbare en wezenlijke van de diepmenselijke ervaring van het sterven. Een verhaal over intimiteit, verbondenheid en heling. Er zijn in het boekje handreikingen te vinden voor verschillende momenten in het intensieve proces van sterven. Daaronder ook praktische handreikingen voor de naasten, hoe ze een dierbare nabij kunnen zijn in de laatste dagen.
Ineke Visser beschrijft hoe symbolische taal, ook wel beeldtaal of taal van de ziel genoemd, een taal is die ook wel door stervenden wordt gebruikt. Die taal nodigt ons uit om een ruimer perspectief in te nemen.
Ze vergelijkt het proces van sterven als de geboorte van een vlinder. Met het voorbeeld van iemand die vanuit medelijden met de vlinder, die met grote moeite uit de cocon kwam kruipen, de cocon open maakte. Toen bleek dat de vleugels nog niet rijp waren om te vliegen.
Zo kan bij het proces van sterven ervaren worden, dat er soms nog bepaalde dingen afgemaakt moeten kunnen worden om het sterven mogelijk te maken.
Sterven, als een uniek persoonlijk proces, speelt zich op verschillende niveaus af. In dit boekje worden de volgende niveaus onderscheiden: het niveau van het fysieke, het emotionele, het mentale, het spirituele en van het ‘Ik en de ander’. De specifieke kwaliteiten van deze niveaus in het stervensproces worden helder beschreven.
Tenslotte is er aandacht voor bijzondere bewustzijnservaringen rondom het levenseinde. Het zijn ervaringen van een subtiele spirituele kwaliteit, ze zijn troostrijk en geruststellend en lijken de stervende voor te bereiden op de dood.
Het tweede boekje, Het leven voltooien, bevat tien persoonlijke verhalen over de waarde van leven met sterven. De verhalen zijn door professionals opgetekend uit de monden van nabestaanden en voorzien van een duiding door een expert of professional. Het zijn indrukwekkende en intieme verhalen van nabestaanden over gestorven geliefden. Ze laten ook meebeleven, hoe deze nabestaanden zelf hebben kunnen omgaan met de laatste levensfase van deze mens.
We kunnen zo een inkijkje krijgen in wat er allemaal kan gebeuren en in wat er nodig is, voordat de stervende werkelijk zo ver is dat het leven losgelaten kan worden. Angst, onrust en pijn horen vaak bij het stervensproces. Ze vormen onderdeel van de verhalen.
De duidingen door experts geven inzicht in de spanningen die kunnen spelen rondom het levenseinde en zetten aan tot verder nadenken over grote thema’s zoals autonomie, vrijheid, regie, verbondenheid, eenzaamheid, nabijheid en overgave.
Beide boekjes zijn het lezen meer dan waard!

THEMA ‘NABIJ-DE DOOD-ERVARINGEN’

Het-geheim-van-Elysion.jpgHet geheim van Elysion

ISBN 9789493175440
boekbespreking door Douwe van Houten

‘Een nabij-de-dood-ervaring is een overweldigende confrontatie met de onbegrensde dimensies van ons bewustzijn’. Zo beschrijft Pim van Lommel, cardioloog, onderzoeker en auteur, deze uitzonderlijke ervaringen. Ervaringen, die niet passen in het huidige materialistische wereldbeeld. Toch hebben ruim 50 miljoen mensen, overal ter wereld, zo’n ervaring doorgemaakt.
Dit boek bevat 45 jaar onderzoek van Nabij-de-Dood-Ervaringen (NDE), vroeger benoemd als ‘Bijna-Dood-Ervaring’ (BDE). ‘NDE’ sluit beter aan bij ‘Near-Death-Experience’, de internationale benaming. De titel van het boek hangt samen met de ‘Elysese velden’ uit de oude Griekse cultuur – het oord van gelukzaligheid.
De belangstelling voor dit fenomeen neemt sinds het eind van de jaren zeventig alleen maar toe. Toch zijn de oudste beschrijvingen ervan, door Plato, al zeker 2400 jaar oud. Omdat reanimatie nu vaker met succes verloopt, maken de laatste veertig jaar steeds meer mensen deze ervaringen door. Ongeveer 600.000 Nederlanders blijken iets in deze richting ervaren te hebben.
In de laatste 45 jaar is er veel onderzoek gedaan naar NDE om een verklaring te vinden. Aanvankelijk kon het worden afgedaan met: ‘dit komt door zuurstoftekort in de hersenen’ of ‘het zijn hallucinaties’. Maar het wordt steeds duidelijker dat de reductionistische materialistische verklaringen hiervoor niet opgaan. Deze ervaringen passen niet binnen de huidige wetenschappelijke uitgangspunten. Ze vragen om een evolutie of revolutie van deze axioma’s.
Als eerste ter wereld deed Pim van Lommel uitvoerig wetenschappelijk onderzoek naar deze ervaringen. Zijn conclusie is, dat het bewustzijn niet ophoudt als de hersenfuncties zijn weggevallen. Zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ bracht wereldwijd een schok teweeg.
In het besproken boek ‘Het geheim van Elysion’ komen vijftig auteurs aan het woord, vanuit allerlei invalshoeken: vele kleurrijke ervaringsberichten, kritische (natuur)wetenschappelijke beschouwingen, theologische commentaren, benaderingen vanuit de mythologie en de kwantummechanica. Auteurs met soms al tientallen jaren onderzoek achter zich, anderen met een al vele jaren gekoesterd geheim. Een zeer internationale groep.
Het is een dik boek – ruim 400 bladzijden – maar ieder hoofdstukje vormt een geheel. De lezer kan zo zijn eigen route door het boek kiezen.
Na dit boek gelezen te hebben, kan niemand meer de opvatting handhaven dat er na de dood niets is. Elk weldenkend mens zal daar tenminste aan gaan twijfelen. Zo ook zal elke rechtgeaarde wetenschapper twijfels gaan bespeuren of zijn wetenschappelijke systematiek wel opgaat voor het fenomeen van de NDE. Voor hulpverleners is dit boek een hulp en eigenlijk ook een noodzaak.
Veel mensen, die deze indringende, levensveranderende ervaring hebben meegemaakt, voelen zich door mensen in hun nabije omgeving en hulpverleners niet begrepen en doen het zwijgen er toe. Voor hen kan dit boek een feest van herkenning zijn.
‘Het geheim van Elysion’ gaat over een nabije wereld, die voor ons gewone bewustzijn meestal verborgen is. Bij een NDE treedt een indringende waarneming van deze wereld op, zo ingrijpend, dat voor de betreffende persoon zijn hele leven verandert. Ook voor de lezer kan dit boek een omwenteling bewerkstelligen van de eigen opvatting over leven en dood – en daarmee van zijn gehele levensinstelling.

THEMA ‘PALLIATIEVE ZORG’

Slotcouplet.jpgSlotcouplet – ervaringen van een longarts
Sander de Hosson

boekbespreking door Joukje Pothoven

‘Geneeskunde is soms genezen, vaak verlichten, altijd troosten’. Deze uitspraak van de zestiende-eeuwse arts Ambroise Paré is de lijfspreuk van Sander de Hosson, longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Hij heeft als longarts veel te maken met ongeneeslijk zieke mensen en schreef daarover jarenlang blogs. Daarin komt hij over als een heel betrokken arts, die oog heeft voor de hele mens, niet alleen voor de zieke longen. Voor hem komt de kwaliteit van leven op de eerste plaats: de behoeften en wensen van de patiënt spelen een doorslaggevende rol bij de keuzes voor behandeling, hij stemt echt af. Het is indrukwekkend om in de verschillende hoofdstukken te lezen met hoeveel kennis, kunde, liefde en aandacht hij als arts mensen in hun laatste levensfase begeleidt. Uit het boek blijkt dat hij ook veel aandacht en eerbied besteedt aan individuele psychosociale en existentiële aspecten van de zorg, om het mensenleven dat hij begeleidt in deze cruciale periode zo zinvol mogelijk te laten verlopen. Hij streeft ernaar om deze aspecten altijd bespreekbaar te maken.

Uit een interview met De Hosson:
Vroeg praten over de laatste levensfase, ook wel advance care planning genoemd, is een heel belangrijk principe. ‘Wees niet bang om vragen te stellen over het ziektetraject of over je angsten of andere psychische klachten. Kijk samen naar de toekomst, zodat je weet wat je kunt verwachten. Er is veel aandacht voor jouw wensen in de laatste levensfase.’
Over sterfte en de laatste levensfase praten is niet makkelijk, er heerst een soort taboe op, merkt De Hosson. Dit taboe wil hij graag doorbreken. Zijn dringend, maar zeer vriendelijk advies is dan ook; praat erover. ‘Als je niet over de laatste fase durft te praten, dan wordt je angst alleen maar erger. Door het gesprek met je longarts of huisarts aan te gaan, weet je wat er mogelijk is en wat je staat te wachten. Dat stelt je gerust.’

De Hosson richtte in 2020 met anderen ‘Carend’ op, centrum voor Palliatieve zorg. Met dit centrum wil Carend het verschil maken voor mensen in de laatste levensfase. Carend (staat voor Care at the End of life) zet zich in voor het vroegtijdig markeren van de palliatieve fase, omdat dat de patiënten en hun naasten de mogelijkheid biedt om in een vroeg stadium met elkaar in gesprek te gaan over de wensen en behoeften in de laatste fase van het leven. Daarbij speelt Advance Care Planning een grote rol voor de betrokken arts.
Carend wil voorop lopen in het gesprek over palliatieve zorg, door lezingen te organiseren voor gewone mensen en door bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek. Ook zijn er doelstellingen voor onderwijs aan aanstaande professionals in de zorg, van verzorgenden tot en met artsen en specialisten.
Palliatieve zorg gaat over waardig leven en over waardig sterven – en dat vraagt specialistische kennis en ervaring van zorgprofessionals. Ieder mens is uniek, ieder levensverhaal is uniek. Juist in de laatste levensfase verdient dat uniek-zijn de volle aandacht.

Dame Cecily Saunders (grondlegger van de hospice-beweging in Engeland) formuleerde dat zo:

‘You matter because you are you, and you matter to the end of your life’

Wilt u meer lezen over en van Sander de Hosson? Leest u dan hier verder.

Of bekijkt u dit filmpje via deze link, met een interview met Sander de Hosson
of leest u deze recente blog van De Hosson op de website van Carend.

THEMA GESPREK OVER HET LEVENSEINDE

ik-wil-met-je-praten.jpgPraten over het levenseinde is belangrijk, dat beseffen we wel. Maar hoe doe je dat dan? We moeten vaak een drempel over om de eerste stap te zetten. Hoe begin je zo’n gesprek? Hoe bereid je je er op voor?
‘Van Betekenis tot het einde’, de organisatie die het praten over het eigen levenseinde wil bevorderen, ontwikkelde hiervoor een paar hulpmiddelen. Een ervan is een filmpje en een checklist over hoe je een brief zou kunnen schrijven over punten die rond het levenseinde voor jou van belang zijn. Zo’n brief helpt om gedachten te ordenen en een gesprek voor te bereiden. In dit filmpje spreekt Marijke Wulp hierover.

Er is ook een checklist gemaakt met onderwerpen die bij een gesprek over de eigen wensen rondom het levenseinde aan de orde kunnen komen. Die vindt u hier.

‘Ik wil met je praten’ is opgericht door een samenwerkingsverband van een aantal grote organisaties, zoals o.a. Agora, de VPTZ, Vilans en Reliëf. Stichting Wederzijds is ‘stakeholder’ van Ikwilmetjepraten.nu en onderschrijft van harte het belang van ‘Praten over je eigen levenseinde’. U kunt zich hier desgewenst inschrijven voor hun nieuwsbrieven.


Wederzijds en de gesprekscafés over leven en sterven

Op onze website kunt u vinden in welke plaatsen momenteel Gesprekscafés over leven en sterven worden georganiseerd. In deze corona-tijden wel tevoren altijd even checken of het betreffende café doorgaat…
Bekijk onze agenda

Palliatieve zorg vanuit de antroposofische geneeskunde

Palliatieve begeleiding behoort tot het meest dankbare en soms meest arbeidsintensieve werk van de huisarts.

De meeste antroposofische artsen in Nederland zijn huisarts en begeleiding van terminale patiënten behoort dus tot ons gewone takenpakket. Het is een groot goed, dat je in Nederland met goede zorg gewoon thuis kunt overlijden.
Het gaat altijd om zorg op maat. Wat heeft dit mens op dit moment in zijn leven nu van mij nodig? De arts-patiëntrelatie verbreedt zich al snel tot een zorgteam met mantelzorgers, wijkverpleging of medewerkers van een hospice.

Madeleen Winkler, antroposofisch huisarts te Gouda
Madeleen Winkler, antroposofisch huisarts te Gouda

Soms is er sprake van ouderdom. Het leven is gewoon op. Soms is er een chronische of ernstige ziekte zoals COPD, hartfalen of Amyotrofische Lateraal Sclerose. Bij kanker is er vaak al een lang traject aan voorafgegaan. Mensen hebben gekozen voor operatie, chemotherapie, bestraling of immunotherapie, maar de tumor en metastasen groeiden gewoon door en voor het palliatieve traject wordt terugverwezen naar de huisarts. Diehards kiezen soms direct voor alleen complementaire benadering en wijzen de chemo etc. af.
Het valt me op, dat na bestralingen en vooral na chemotherapie het proces vaak moeizamer verloopt, mensen minder makkelijk ‘loskomen’ uit het lijf dat meer ‘verhard’ is. We komen vaak niet uit zonder pijnstilling, tot aan morfine toe. Volgens de standaard is het doel iemand zo ‘comfortabel’ mogelijk te houden. Niet geheel beneveld te zijn door de pijn, maar ook niet volledig pijnvrij, alsof er niets aan de hand is. Je lichaam verlaten aan het eind van je leven is ook een proces, waarvan pijn een onderdeel kan zijn. Het is altijd indrukwekkend om te zien hoe iemand naar het einde toeleeft, het vaak steeds vanzelfsprekender wordt en iemand zegt: ‘ik hoef niet meer in dit lijf en in dit leven, het is klaar’. Voor familie en omstanders, die dat zelf niet aan den lijve ondervinden, is dat dikwijls heel moeilijk om aan te zien. Ook zij hebben onze zorg nodig en moeten in het proces meegenomen worden. Gesprekken met ieder apart en samen over: hoe gaat dit verder, wat kun je verwachten, wat is doodgaan en hoe kijk je aan tegen wat daarna komt? Vanuit de antroposofische geneeskunde zien we de mens als een wezen dat altijd een ontwikkelingsproces gaat, ook tijdens een ziekte en zeker in de laatste levensfase. Met eerbied kijken we naar dat proces. Doodgaan wordt ook wel ‘geboren worden in de geest’ genoemd. Ook na bijna-doodervaringen beschrijven mensen het doorgemaakte proces als het indrukwekkendste van wat ze in hun leven hebben meegemaakt!

Euthanasie

In de oudheid zei men zoals Izaak in de Bijbel: ‘Kom bij me en laat me je zegenen, want ik voel dat ik ga sterven’. Die vanzelfsprekende omgang met het eigen sterven zie je tegenwoordig nog maar zelden. Mensen voelen het wel, maar vertalen het – soms – in de vraag naar euthanasie. Die (soms dwingende) vraag komt ook vaak vanuit de familie of omgeving die het lijden van hun dierbare niet aan kan zien. De vraag naar euthanasie komt ook voort uit angst voor heftig lijden, onttakeling en verlies van menswaardigheid, bijvoorbeeld als je dat in de omgeving hebt meegemaakt. Vertrouwen is dan als eerste nodig. Vertrouwen dat je dit proces goed doorkomt. Vertrouwen dat je omgeving je steunt. Vertrouwen dat je arts er voor je is en de vele hulpmiddelen kent en zal inzetten om het geheel dragelijk te houden. Vertrouwen ook dat je je over mag geven en het leven zijn loop zal hebben tot het bij jou passende einde toe. Sommige mensen pakken dat op door hun eigen uitvaart tot in de puntjes voor te bereiden. Ook terugkijken op je leven en eventuele nog niet voltooide dingen afronden, conflicten nog uitpraten, is behulpzaam. Belangrijk is dan het vinden van de juiste balans tussen bezoek om afscheid te nemen, alleen met de intimi te zijn én rust en innerlijke stilte te vinden. De vraag of iemand daarbij behoefte heeft aan een bezoek van een geestelijke hoort daar ook bij.
Voor iemand die de vele literatuur over het leven na de dood kent, maakt het uit hoe iemand de overgang maakt, of het leven helemaal ten einde is of niet. Euthanasie doe ik uit principe niet, omdat ik iemand het indrukwekkendste proces in zijn leven niet wil afnemen. Wel geef ik altijd de belofte, dat we er alles aan zullen doen om het proces gezamenlijk te gaan en dragelijk te houden. Desnoods kan dat in de laatste fase met palliatieve sedatie, waarbij morfine per infuus de pijn vermindert en dormicum iemand desgewenst in slaap kan houden. Daaraan vooraf gaat een passend afscheid van de dierbaren. Wanneer iemand de beslissing heeft genomen: ‘Ik wil nu alleen nog slapen’ laat diegene ‘los’. Met die innerlijke bewustzijnsstap zet vaak het stervensproces in, waardoor het overlijden zelden meer dan een paar dagen later een feit is. Door de belofte dat deze mogelijkheid er is en de dokter je niet in de steek laat kiezen de meeste mensen voor het natuurlijk sterfproces en verdwijnt de euthanasiewens. Een enkeling kiest voor een andere arts, die wel bereid is euthanasie te geven. En dan zie je regelmatig iets heel bijzonders: de zekerheid dat de afspraken gemaakt zijn voor nu of voor later, maakt bij een aantal mensen dat ze daardoor ‘los’ kunnen laten en voordat het tot euthanasie kon komen heel rustig komen te overlijden.

Medicatie en therapieën

Als mens leven we in een lichaam op aarde. Ieder heeft zijn individuele DNA, vingerafdruk en immuunsysteem. Je zou dat de fysieke afdruk van zijn individualiteit, zijn ‘Ik’ kunnen noemen. Bij het sterven laat het Ik los. Dat loslaat-proces kun je als het ware voor doen met bijvoorbeeld dagelijks een subcutane injectie Olibanum comp. Dit is een combinatie van Aurum D30/Olibanum D12/Myrrhe D6, dus myrrhe, wierook en goud in oplopende potenties/verdunningen. Door het middel als injectie toe te dienen komt het snel in de extracellulaire ruimte, wordt in de bloedbaan opgenomen en komt daarmee in het gebied van het Ik, de individualiteit. Hiermee dwing je niet, maar geef je een voorbeeld hoe je los kunt laten.
Terminale patiënten zijn heel gevoelig voor aanraking. Alle uitwendige therapieën kunnen zo ook behulpzaam zijn in het langzaam loslaten: voeten wrijven met koperzalf, lavendel- of rozenolie. Ook een speciale inwrijving van het hart als orgaan van het Ik kan het Ik versterken in het gaan van de passende weg in het loslaten. Zo kan ook Oxaliszalf over de buik, een warme kamille buikwikkel of een duizendblad/millefolium leverwikkel klachten verlichtend zijn. De warmte van de handen, een kruik en zachte warme stoffen kunnen daarbij het gevoel van geborgenheid vergroten.

Doorliggen is heel goed te voorkomen door de kwetsbare huiddelen regelmatig, bijv. 2 x daags of bij elke keer draaien bij wisselligging, in te smeren met Venadoron, ook wel Lotio pruni comp. cum cupro genoemd. De vitaliserende werking van de prunus op de huid wordt gecombineerd met koper, hetgeen doorwarmt en daarmee de doorbloeding bevordert.
Speciaal voor slecht genezende wonden is, destijds voor lepra wonden, Vulnodoronzalf ontwikkeld op basis van een aantal mineralen in een heel bijzonder bereidingsproces, waardoor de vrijwel ‘dode’ huid regenereert en herstel intreedt.
Dat eten en drinken langzamerhand oninteressant worden ligt natuurlijk in het normale proces van naar de dood toegroeien, dus vooral niet opdringen! Licht verteerbare soepen, theeën, vruchtensappen en voedingsmiddelen waar de zieke trek in heeft zijn passend.
Bij kankerprocessen zijn er goede ervaringen met maretak-preparaten. Daarbij blijft de conditie vaak heel lang goed en ondersteun je het houden van de eigen regie. Ook in de terminale fase is het daarom zinvol om de maretakinjecties door te zetten, als ondersteuning van het Ik.
Voor veel lichamelijke ongemakken, zoals obstipatie, misselijkheid en pijn zijn er, afhankelijk van de situatie en de persoon, natuurlijk ook vele antroposofische en homeopathische middelen beschikbaar, zoals chelidonium, balsemieke melissegeest, gentiana, oxalis of aconitum. Bijzonder goede ervaringen zijn er met Naja comp, een mengsel van slangengiffen, zowel per injectie of als druppels, dat verlichting geeft bij pijn en paresthesieën na chemotherapie.
Loslaten is ook een vorm van ‘uitademen’. Door kunstzinnige therapie, door te tekenen, te schilderen, door te kijken naar de schilderende therapeut of naar passende schilderijen wordt het innerlijk in beweging gebracht en het loslaatproces ondersteund. Datzelfde geldt, luisterend, voor muziektherapie.
Palliatieve zorg is een continu proces van waarnemen wat er nu nodig en behulpzaam is, en creatief blijven zoeken naar de beste oplossing. Door in de laatste fase een dagelijkse visite af te leggen en mijn 06 nummer te geven voor overleg en indien noodzakelijk een bezoek ’s nachts of in het weekend, ontstaat het vertrouwen om los te laten en toe te leven naar het ‘over de drempel’ gaan. Steeds weer is het een uitdagende zoektocht, maar ook een dankbaar onderdeel van ons vak!

 

Bronvermelding:

Bovenstaand artikel is verschenen in TIG
TIG – tijdschrift voor integrale geneeskunde | jaargang 34 | nummer 4 | 2019

Stervensbeschouwelijke vragen

Vragen ter voorbereiding op het sterven

Levensbeschouwelijk is er online veel goede informatie te vinden met betrekking tot het maken van een levenstestament, een gewoon testament en een wilsverklaring. Ook kun je zelf een wensen-boekje invullen (vaak aangeboden door een locale uitvaartbegeleider), om je wensen rond de uitvaart vast te leggen. Als je nog geen levenstestament, testament of wilsverklaring hebt opgesteld, of nog geen contact had met een uitvaartbegeleider hierover, doe dat dan vooral. Je vindt meer informatie over het verschil tussen deze vier verschillende documenten verderop, op bladzij 3.
Echter, in die vier documenten zul je vooral vragen zien over medische, juridische en praktische keuzes die je wilt vastleggen. Omdat je er nauwelijks vragen in vindt met betrekking tot de innerlijke, spirituele kant van het sterven, heeft Wederzijds, als aanvulling, onderstaande lijst vragen opgesteld.
Zie die vragen als een handvat voor je eigen innerlijke voorbereiding op het sterven, als inspiratie. Ze kunnen je helpen om een gesprek aan te gaan met jezelf. Het zijn vragen die er toe doen voor jezelf. Ze helpen om in stilte je eigen gedachten rondom het sterven te vormen. Wellicht zullen ook je naasten er iets aan hebben, als je met hen deelt hoe jij je wilt voorbereiden.


‘Stervensbeschouwelijke’ vragen

Wat denk je dat er gebeurt na de dood?

Welke voorstelling maak je je over hoe het er aan de andere kant uitziet?

Denk je dat je wordt opgewacht na de dood? Wie zou(den) er dan op jou wachten?

Maakt het in jouw ogen uit of je bewust of onbewust de overgang naar de dood maakt, al of niet door gebruik van bepaalde medicijnen?

Wat zou voor jou een mooie manier van ‘overgaan’ of sterven zijn?

Is er iets rond het sterven, waar je moeite mee hebt?

Of iets, waar je bang voor bent of waar je juist benieuwd naar bent?

Zijn er belangrijke dingen die je nog wilt of moet doen?

Wat ligt er nog in je leven wat nog niet klaar is, wat je nog zou willen afronden of afmaken?

Is er iemand die je nog wilt vergeven?

Welke belangrijke levenslessen zou je graag willen doorgeven?

Wat zou je nog willen vertellen of opschrijven?

Aan wie zou je nog iets willen vragen?

Kun je je er een voorstelling van maken hoe het uiteindelijke ’loslaten’ eruit ziet?

Weten je dierbaren hoe jij over bovenstaande vragen denkt?

Kunnen zij jouw wensen kenbaar maken als je dat zelf niet meer kan? Wie zal jou dan vertegenwoordigen?

De antwoorden op deze laatste twee vragen kun je in een levenstestament (zie hieronder) vastleggen, als je wilt dat ze rechtsgeldigheid hebben.


De andere documenten

Er zijn vier verschillende documenten rond de laatste levensfase die door veel mensen worden gebruikt. Hieronder vind je een korte uitleg over waarvoor elk van deze documenten bedoeld is.

Testament

In een testament regel je allerlei zaken voor de afwikkeling na het overlijden. Hoe en onder wie je erfenis wordt verdeeld en wie jouw erfenis afwikkelt, dat wordt de executeur genoemd. Het testament treedt in werking na het overlijden.
Meer informatie: https://www.notaris.nl/testament/testament-opstellen

Levenstestament

In een levenstestament leg je vast wie jouw financiële, medische en persoonlijke zaken zal regelen als je dit door ziekte of ouderdom zelf niet meer kunt. En op welke manier die persoon dat zal doen. Het levenstestament treedt in werking op het moment dat je zelf geen beslissingen meer kunt nemen, dus al tijdens je leven . Er kunnen meerdere personen hiervoor gemachtigd worden.
Meer informatie: https://www.notaris.nl/levenstestament/levenstestament-en-volmacht

Wilsverklaringen

In een wilsverklaring geef je aan welke behandelingen je in een bepaalde situatie nog wel of juist niet meer wil ondergaan. Het gaat hier in het algemeen om wensen m.b.t. medische beslissingen, vaak rond het levenseinde. Zo kun je in een wilsverklaring vastleggen of je wel of niet beademd of gesedeerd wilt worden, en of je zou willen dat er euthanasie op jou wordt toegepast, onder welke voorwaarden of omstandigheden. Overleg met je dokter over de formulering van zo’n euthanasie-wilsverklaring. Die werkt alleen als hij correct en helder geformuleerd is.
Daarnaast kun je ook vastleggen onder welke omstandigheden je geen behandeling meer wilt, m.a.w. een behandelverbod. Al deze verklaringen kun je (eventueel samen met je naasten) met je arts vastleggen. Ze kunnen ook deel uitmaken van een officieel levenstestament.
Als je er zeker van wil zijn dat je niet gereanimeerd zult worden, kun je het beste een zogeheten niet-reanimeren-penning dragen. Bij een noodgeval moet onmiddellijk worden gehandeld, er is geen tijd om een dokter te raadplegen of je wel gereanimeerd wilt worden. Zo’n penning dragen geeft hulpverleners duidelijkheid in een hectische situatie.
Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/levenseinde-en-euthanasie/vraag-en-antwoord/wilsverklaring-opstellen
Zie: https://www.patientenfederatie.nl/niet-reanimerenpenning

Wensen-boekje

Bij het vastleggen van je wensen rondom je uitvaart is een wensen-boekje een geschikt hulpmiddel. Veel uitvaartbegeleiders bieden zo’n boekje aan. Ze lopen uiteen van een afvink-lijstje tot inspirerende vragen en ideeën.

Laatste aandachtspunt: het Donor-register

Sinds juli 2020 geldt de nieuwe donor-wet. In deze wet is vastgelegd dat iedereen boven de 18 jaar automatisch in het donor-register wordt geregistreerd. Als je niet reageert op oproepen via de briefkaart die het komende jaar verstuurd wordt, komt automatisch bij je naam ‘Geen bezwaar tegen orgaandonatie’ te staan. Dit betekent dat, als je niets doet, verondersteld wordt dat je akkoord gaat met het doneren van je organen. Als je dat niet wilt, moet je in het donor-register vastleggen dat je geen orgaandonor wilt zijn. Dat kan digitaal.

Zie: https://www.donorregister.nl

 

Tot slot

Bespreek de vragen en antwoorden uit deze documenten ook met je naasten, zodat zij op de hoogte zijn van jouw wensen en die ook makkelijk kunnen terugvinden als dat nodig is.

U kunt het document met ‘Stervensbeschouwelijke’ vragen downloaden als PDF om te printen en te bewaren.

Download de ‘Stervensbeschouwelijke’ vragen

Cursus: Maak je eigen wade – vanaf 23 oktober

Bezig zijn met de dood verrijkt je leven. Atelier Alewijn verzorgt vanaf 23 oktober een cursus om je
eigen lijkwade te ontwerpen. Je hoeft niet in een kist, je kunt gewoon in mooie stoffen afscheid
nemen, op een baar of in een mand. In je eigen wade wordt het afscheid warmer en intiemer. Het lijkt
misschien een gek idee, maar het is erg leuk om hier samen in een kleine groep mee bezig te zijn.
Je staat stil bij je leven, wat voor jou belangrijk is en dat neem je mee in je eigen ontwerp.
Word je hier blij van, kijk dan voor meer informatie op de website: www.atelieralewijn.nl, of neem
telefonisch contact op met Marijke Ott; Tel: 06 444 161 09.

 

Wade of lijkwade

Lijkwades zijn al eeuwenlang gebruikelijk in alle culturen. Voordat de kist zijn intrede deed werd ook
hier de wade gebruikt, denk aan de lijkwade van Turijn. Sinds 1991 mag je in Nederland weer worden
begraven of gecremeerd in een lijkwade, mits deze van natuurlijk materiaal is gemaakt en de
overledene compleet is afgedekt. In plaats van een kist gebruik je een draagbaar of een open mand.

Momenteel groeit de belangstelling voor de dood. Als je een uitvaart meemaakt bedenk je wat je zelf
zou willen. Lijkwades worden bekender en steeds meer mensen kiezen ervoor. Als je je eigen wade
maakt, neem je de verantwoordelijkheid voor je levenseinde. Het ontzorgt je omgeving en het geeft je
zelf rust. In de cursus beginnen we met het maken van een collage over wie je bent. De kleuren,
vormen en symbolen zijn een inspiratiebron en kunnen verwerkt worden in de wade.
Bij je afscheid zul je toegedekt in je eigen prachtige kleed worden weggebracht.

Deze cursus haalt de dood uit de schaduw, het verlicht de zwaarte en het erkent de onvermijdelijkheid
van de dood. Ik help je om je afscheid op jouw manier voor te bereiden en vorm te geven in stof.
Het is heel inspirerend om te doen en het geeft je nieuwe levensenergie.

Wie: Marijke Ott, Atelier Alewijn
Wat: Cursus lijkwade maken
Waar: Afscheidshuis Koningshof, Koningsweg 20, 3762 EC Soest
Wanneer: Vrijdagmiddag 23 okt, 30 okt, 6 nov, 13 nov, 20 nov en 27 nov
Hoe laat: Van 13.00 uur tot 17.00 uur
Hoeveel: Voor 4 tot 6 cursisten
Bijdrage: € 395, exclusief materiaal
Website: https://www.alewijn-lijkwades.nl/cursus-maak-een-lijkwade/
Contact: Telefoon 06 444 161 09
E-mail: info@atelieralewijn.nl

Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2020

Wederzijds in coronatijd

Noodgedwongen hebben we moeten besluiten om alle geplande workshops, lezingen en cursussen voorlopig af te gelasten. Dit geldt helaas ook voor de gesprekscafés over leven en sterven in Driebergen, Emmen, Zeist en Zutphen. Hoewel….op dit punt is over Driebergen iets positiefs te melden, zie verder in deze nieuwsbrief.
Het is nu niet te overzien wat, wanneer en in welke vorm later in het jaar weer iets mogelijk wordt. We houden u op de hoogte van nieuwe initiatieven in het najaar!

Wederzijds opent een telefoongesprekslijn

De corona-uitbraak treft de een harder dan de ander. Voor nogal wat, vooral oudere mensen leidt de uitbraak tot gevoelens van eenzaamheid of isolatie. De normale sociale contacten, ook met de eigen familie, zijn verschrompeld.
Ook kan men iemand verloren hebben of angstig zijn voor besmetting en ziekte. Of zich zorgen maken over de situatie in Nederland en de wereld.

Uit al deze en nog andere gevoelens en gedachten kan de behoefte voortkomen om met iemand te praten, uw hart te luchten, uw gedachten uit te spreken. Of advies te vragen voor de situatie waarin u zit. Wederzijds biedt deze mogelijkheden door middel van een telefoongesprekslijn. Die zijn er meer in Nederland, maar hier heeft u de mogelijkheid iemand te spreken die zowel competent is als een spirituele achtergrond heeft. U kunt kiezen uit verschillende tijden en diverse gesprekspartners.

De gesprekken zijn vanzelfsprekend strikt vertrouwelijk en er wordt niets vastgelegd. Als u wilt kunt anoniem blijven of een gefingeerde naam opgeven. Indien gewenst bestaat de mogelijkheid een of enkele vervolggesprekken af te spreken.

Kijk voor meer informatie, namen en telefoonnummers op onze website:
www.wederzijds-stervenscultuur.nl

Nieuws

Gesprekscafe in Driebergen gaat weer open
Er is verheugend nieuws over het gesprekscafe in Driebergen. We kregen de vraag van het bestuur van de Pauluskerk of we weer wilden starten. Dat gaat gebeuren op 25 juni. We zitten dan ‘op afstand’ en mensen moeten zich van te voren opgeven.
Mail voor inlichtingen naar mij op floraimsw@gmail.com

Flora Ingenhousz


9200000095302837-1-e1588769131571.jpgBoek ‘Brücken zwischen Leben und Tod’ van Iris Paxino vertaald

In september zal bij uitgeverij Christofoor de Nederlandse vertaling verschijnen van het boek ‘Brücken zwischen Leben und Tod’. De auteur is psycholoog, promoveerde op ‘bijna-dood-ervaringen’ en ontwikkelde geleidelijk haar helderziendheid zodanig, dat ze ‘over de grens’ kan waarnemen en ook met gestorvenen kan communiceren. Alles wat zij door deze andere manier van waarnemen leert kennen over het leven na de dood wordt in dit boek indringend beschreven.

Wederzijds heeft een aantal vertalers gestimuleerd om dit belangrijke boek te vertalen. Hun enthousiasme over het boek maakte dat dit binnen korte tijd is gelukt. Een bespreking van dit boek kunt u in onze volgende nieuwsbrief (in september) verwachten. Wellicht lukt het ons om Iris Paxino naar Nederland te halen voor een lezing of workshop.


Nieuwe formulering missie & visie van Wederzijds

Op een plek van onze website waar velen van u niet in eerste instantie zullen terechtkomen, namelijk hier: www.wederzijds-stervenscultuur.nl/over/missie, kunt u missie/visie vinden van waaruit het huidige bestuur haar activiteiten voor Wederzijds wil vormgeven.
Hebt u er vragen of opmerkingen over, laat het ons weten!

Das Corona-Virus und unsere Gesundheitskräfte

Michaela GlöcklerIn april werd Michaela Glöckler (antroposofisch arts) geïnterviewd door een seminarist van het Jugendseminar in Stuttgart over de coronacrisis.
Het interview is in het Duits te volgen op Youtube

Onderstaand een uitwerking door Adriaan Pijl (bestuurslid van Wederzijds) van delen van dit interview, waarin Michaela Glöckler belangrijke aspecten van de corona-crisis toelicht.

Over het aard van het coronavirus (Covid-19)

Dit virus behoort tot een familie van virussen, waarvan de bekendste het Sars-virus is. Als ernstige complicatie kan Covid-19 een longontsteking veroorzaken, gepaard met hoge koorts en ernstige ademhalingsproblemen. Het kan veel angst en paniek bij de patiënt en de mensen om de patiënt heen oproepen.

Over de immuniteit van de patiënt die besmet is geweest met Covid-19, is momenteel nog weinig bekend; een eventuele groepsimmuniteit zal pas intreden als 80% van de mensen immuun zijn.
Het beleid om het virus te bestrijden is sterk gericht op het beschermen van risicogroepen (oudere mensen en mensen met een zwakke afweer).

Naar inzicht van Michaela Glöckler is het isolement waarin deze mensen geplaatst worden problematisch. Het isolement en het verstoken zijn van contact met dierbaren veroorzaakt depressiviteit en verhoogt de kans op sterven. Zij schat in dat deze mensen een vrij klein risico vormen voor de besmetting van mensen, die niet tot de risicogroep behoren.

De longen en de ademhaling

De longen vormen het meest communicatieve en ‘sociale’ orgaan dat wij hebben. Door de longen staan wij in verbinding via de lucht met andere levende wezens en de gehele wereld. De overwegend slechte luchtkwaliteit (vervuiling) versterkt de ziekmakende en zelfs dodelijke werking van het virus. Ook het licht, als fundamentele en gezondmakende substantie, wordt zichtbaar door (schone) lucht.
Het leed van de dieren, hen door mensen aangedaan, ademen wij in.
Daarom springt van het gekwelde dier het virus over naar de mens.

Afweerkrachten versterken

In fysiek opzicht worden de afweerkrachten versterkt of gemobiliseerd door de 1½ meter maatregel; voldoende slaap, gezond en veelzijdig eten, buiten bewegen (lopen, fietsen), euritmie beoefenen. Dit versterkt ook afweerkrachten, indien gemobiliseerd, tegen depressiviteit.
Beslissend is vooral het opbouwen van zielsmatige immuniteit door positieve gevoelens, dankbaarheid, vreugde, humor en liefdevolle aandacht.
Negatieve gevoelens, angst en haat, verzwakken de afweerkrachten.

Michaela Glöckler onderschrijft het belang om staande te blijven in de huidige coronacrisis door je te verbinden met de geestelijke wereld en je engel door meditatie, gebed en het lezen van teksten met een spiritueel gehalte.
Gedachten zijn bruggen naar de wereld van de geest.

Koorts

Michaela Glöckler ziet koorts als fenomeen bij de besmetting door het virus, als een belangrijke afweerkracht, die niet onderdrukt zou moeten worden en zeker niet door chemische middelen zoals bijvoorbeeld nurofen of ibuprofen. Koorts is het enige wapen dat we hebben tegen het virus.

Kansen na de crisis

Het gezamenlijk doormaken van de crisis biedt kansen. De wereld zal veranderen en er dienen zich nieuwe mogelijkheden aan om anders met de economie en de natuur om te gaan.
Ook een bezinning op het feit dat we kinderen via allerlei social media in de online-wereld hebben getrokken, die hun ontwikkeling aantast om een vrij mens te worden met een krachtige moraliteit, een eigen oordeelsvermogen en met het vermogen creatief te denken.
Voor iedereen kan deze crisis de vaardigheden versterken om te staan voor de vrijheidsrechten, vooral in het sociale, en de menselijke waardigheid.

Website vernieuwd

We werken aan onze website. Natuurlijk, dat doen we vaker. Maar deze keer gaat het om een rubriek die op actuele ontwikkelingen ingaat. Deze nieuwe rubriek, met de naam ‘Actueel – visies & vragen’ zal de plek zijn waar wordt geattendeerd op belangwekkende ontwikkelingen, opmerkelijke visies en artikelen.

Deze nieuwe rubriek is ook een plek waar vragen gesteld kunnen worden: door u aan anderen, of door het bestuur aan u als belangstellenden van Wederzijds.
Op dit moment kunt u er een vraag vinden naar persoonlijke ervaringen met ‘natuurlijk sterven’ van Carolien Leusink. Zij wil over dit onderwerp een boek publiceren en hoopt op medewerking van mensen die iets willen delen over het op natuurlijk wijze overlijden van mensen met wie zij verbonden zijn.
Ook kunt u er een artikel vinden van Thom Kloes over ‘Voltooid leven’.

Leven met de corona-crisis – kan dit ons ook iets brengen?

Ingrid Deij

“ […] Het virus heeft ons tenslotte doen herinneren aan wat we zo hartstochtelijk verdrongen hadden: dat we kwetsbare wezens zijn, van de fijnste stof gebouwd. Dat we doodgaan. Dat we sterfelijk zijn. Dat we van de wereld door onze ‘menselijkheid’ en uitzonderlijkheid niet afgescheiden zijn, maar dat de wereld een soort groot web is, waarin we hangen, verbonden met andere wezens via onzichtbare draden van afhankelijkheid en invloed. Dat we – zonder dat het uitmaakt uit welke verre landen we komen, welke taal we spreken of welke kleur onze huid ook heeft – afhankelijk van elkaar zijn en we net zo makkelijk aan een ziekte bezwijken, en net zo bang of net zo sterfelijk zijn.
Het heeft ons doen beseffen dat – hoe zwak en machteloos we ons ook voelen in het aangezicht van deze bedreiging – er om ons heen mensen zijn die nog zwakker zijn en onze hulp hard nodig hebben. Het heeft ons eraan herinnerd hoe kwetsbaar onze bejaarde ouders en grootouders zijn en hoezeer ze onze zorg behoeven. Het virus heeft ons laten zien hoe onze koortsachtige beweeglijkheid de wereld bedreigt. En het heeft die ene vraag opgeworpen die we ons zelden durven te stellen:
waar zijn we eigenlijk naar op zoek? […]”

Citaat uit ‘Niets zal meer hetzelfde zijn’, een artikel van Olga Tokarczuk.
Bron: NRC van 18 april 2020.

Deze vraag van Tokarczuk ‘Waar zijn we eigenlijk naar op zoek’ maakte me wakker voor een dimensie van de coronacrisis die niet zo sterk op de voorgrond staat. We hebben een periode achter ons liggen waarin we ongelooflijk druk waren – maar waarmee eigenlijk? Was het ons werk dat ons volledig in beslag nam? Waren we teveel alleen maar naar buiten gericht? Wat maakte dat we over de hele wereld heen reisden? Wilden we onze eigen wereld even loslaten? Zaten we vast in onze relaties? Zochten we naar bevrijding uit de hectiek van het dagelijks leven? Voelden we ons als een hamster in een ronddraaiend wiel?
Het lijkt wel alsof we op de vlucht waren, een vlucht uit het leven dat we leidden. Op zoek naar ruimte voor ons zelf. Misschien zelfs op zoek naar wie we eigenlijk zijn.

Er zit nog een andere kant aan. We beleven collectief dat de dood weer zichtbaar wordt in de maatschappij. De dood roept angst op, maar maakt me ook duidelijk dat ik kan proberen een verhouding te vinden tot mijn eigen leven en mijn eigen sterven. Ook dat is zoeken naar wie ik eigenlijk ben en hoe ik heb geleefd. Me te bezinnen op de grote keuzes die mijn leven in een bepaalde richting hebben gebracht. Me te bezinnen op alles wat nog niet ‘af’ is, waar nog werk te doen is. Ook daar is nu tijd voor…
Het is op zulke bezinnende momenten alsof er een sluier wordt weggetrokken en ik onder ogen kan zien wie en wat er in mijn leven belangrijk is en was. Wie er allemaal bij me horen, en waardoor we verbonden zijn met elkaar. Wat we hier kwamen doen, samen.
En om daarbij diep van binnen te ervaren dat ik er mag zijn en gedragen word, juist nu.

Olga Tokarczuk is een Poolse schrijver. Zij ontving in 2018 de Nobelprijs voor de Literatuur

Enkele citaten over het omgaan met angst – Hans Stolp

‘Angst regeert en beneemt velen de innerlijke rust om open na te denken. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat angst geen ding is, maar een geestelijke werkelijkheid, een geestelijke kracht. Die geestelijke krachten van de angst vormen een virus waarmee we elkaar besmetten. We versterken dus wederzijds onze angsten. Maar het virus van de angst doet ook nog iets anders: het versterkt ook de werking van het corona-virus.’
‘Het is daarom uiterst belangrijk om ons steeds weer te oefenen in vertrouwen. En om ons innerlijk te richten op de hulp die de geestelijke wereld ons schenkt. De angst zelf hoef je niet te verdringen: laat die er gewoon maar zijn. Maar houd je innerlijk verder niet met die angst bezig, maar richt je met behulp van gebed en meditatie op de kracht van het vertrouwen.’

‘Als wij het coronavirus immers kunnen versterken door onze angst (zoals we hierboven zagen), dan ligt het voor de hand dat wij de werkzaamheid van het virus ook kunnen verzwakken: door gebed, meditatie, het beoefenen van de kracht van het vertrouwen en door inkeer, ofwel inzicht. Door bij het slapengaan de dankbaarheid te beoefenen, ontmoeten we de engelen van het vertrouwen en de dankbaarheid en verzwakken we de werking van het virus.’

Bron: Stichting de Heraut

Boekbespreking

9789060389102-VroegerWordtNuBinnenWordtBuiten-cover.jpg‘Vroeger wordt nu, binnen wordt buiten’
Jan Pieter van der Steen schreef dit boek vanuit zijn ervaring als verpleeghuisarts, maar ook als zoon en mantelzorger van zijn moeder, die gedurende 17 jaar alle fasen van de ziekte dementie doormaakte. Haar biografie vormt in de vier hoofdstukken een van de rode draden van het boek. Als lezer kunnen we meebeleven welke oude trauma’s in die lange jaren geleidelijk naar boven kwamen en hoe ze konden worden verwerkt. Deze persoonlijke ervaring vormt de achtergrond van de intrigerende titel: ‘Vroeger wordt nu, binnen wordt buiten’.

13 interviews

Het boek is geschreven vanuit een onderzoekende houding. Grondstof zijn namelijk ook 13 interviews met representanten van allerlei uiteenlopende maatschappelijke en religieuze stromingen in Nederland. Daaronder zijn ook mensen die bij de Levenseindekliniek en de Coöperatie Laatste Wil betrokken zijn. De interviews, uitgaande van steeds dezelfde 15 vragen, zijn niet in het boek opgenomen. Ze zijn te vinden en te downloaden als PDF op deze website.

Uiteenlopende uitspraken

Al in het eerste hoofdstuk van het boek valt de onderzoekende houding op: het ‘ouder worden’ wordt onderzocht door zelf na te bootsen hoe oude mensen lopen, reageren, vertellen. Van binnenuit, zonder afstand en oordeel, maar ervarend en doorvoelend.

Jan Pieter van der Steen onderzoekt in het boek de zeer uiteenlopende uitspraken uit de interviews vanuit 4 hoofdthema’s: ‘Ouder worden’, ‘Dementie, de onontkoombare reis naar binnen’, ‘Dementie in de laatste fase: ligt hier nog een mens?’ en ‘Dementie en euthanasie, een onmogelijke combinatie?’
Voor mij, als mantelzorger van mijn demente echtgenoot, springen met name de laatste twee hoofdstukken er uit. In het verpleeghuis maak ik mensen mee in alle fasen van dementie, ieder gaat echt op zijn of haar eigen manier door deze ziekte heen. Het is steeds spannend of er nog contact mogelijk blijkt. Er gebeuren kleine wondertjes als dat lukt. Als het niet lukt voelt het vaak katterig. Waar is de persoon die ik ken en liefheb gebleven?

Confronterende vraag

De vraag ‘Ligt hier nog een mens?’ in het 3e hoofdstuk is confronterend, maar ook belangrijk om echt te onderzoeken. Uiteindelijk wordt duidelijk dat het om ‘relatie en verbinding’ draait en wel op drie manieren. Een relatie die bestaat door de herinneringen aan deze mens in ons eigen leven (een horizontale relatie), door de ‘verticale’ relatie – de mens is geschapen naar Gods beeld – en door de verbinding van het leven nu met het volgende leven, zoals Marianne de Nooij aantoont. Daarbij spreekt het verschijnsel dat een dement persoon kort voor het overlijden soms niet meer dement lijkt te zijn (de zogeheten ‘terminale helderheid’) en de familie herkent, soms zelfs nog een heel eigen taal blijkt te kunnen spreken.

Euthanasie?

Het 4e hoofdstuk belicht vanuit allerlei gezichtspunten de actuele vraag: ‘Dementie en euthanasie, een onmogelijke combinatie?’ In dit hoofdstuk worden door de geïnterviewden zeer uiteenlopende vragen opgeworpen, zoals: ‘Wie moet je respecteren – de mens die dit wilsdocument opstelde of de demente mens die nu voor je staat?’. Of ‘Kan ook een dement mens zich nog tijdens de dementie ontwikkelen en tot voortschrijdend inzicht komen?’

Er is het laatste jaar veel te doen geweest toen iemand volgens haar wilsverklaring was geëuthanaseerd, hoewel ze, toen de dokter haar benaderde, afwerende gebaren maakte. Er werd gekozen haar te verdoven opdat ze geëuthanaseerd kon worden. Kortgeleden, op 22 april 2020, heeft de Hoge Raad de artsen ruimte gegeven om mensen met gevorderde dementie te kunnen euthanaseren conform hun eerdere schriftelijke verzoek. Er moet dan wel sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

Dat dit boek er is, zodat we in vrijheid al deze gezichtspunten kunnen doordenken en zo ons eigen standpunt kunnen bepalen, lijkt me van wezenlijk belang. Niet alleen voor mantelzorgers en familieleden, maar ook voor mensen die voor dementerenden zorgen.

Ingrid Deij


In de beknoptheid van 87 pagina’s komt hier een boeiende en doorleefde veelzijdigheid van het fenomeen ‘dementie’ aan de orde.
Zowel de ‘aan den lijve’ ervaren confrontatie met een dementerende moeder, als het natuurlijke verloop binnen ‘ouderdom’ – wat meestal tegelijk ook speelt bij een mens met de ziekte dementie -, als de ethisch-menselijke vraagstukken die deze ziekte oproept, plus de diverse uitvalsbases van waaruit je die vraagstukken kunt belichten, komen aan bod.
Wat mij daarbij ook nu weer raakt is het appèl dat er uit opklinkt: zie niet alleen wat deze ziekte ons kost – en dat is heel veel, voor alle betrokkenen…- maar vooral ook wat het van ons vráágt. Bezinning op wat wèrkelijk belangrijk is in onze hoog-technologische medische wereld, in onze maatschappelijke verhoudingen, in ons mens-zijn en ons mensbeeld.
Samen te vatten wellicht in de vraag ‘voor wie ben jij een mens?’.

Heleen de Weger

Bruggen tussen leven en dood

 

Wat gebeurt er met de ziel van iemand na zijn dood? Kan er contact met de overledene zijn? Hoe weten en beoefenen we dat? Voor de antroposofisch georiënteerde psycholoog Iris Paxino zijn dit geen vragen meer. Zij beschrijft niet alleen, in talrijke bijzonderheden, de sferen waar de ziel na de dood doorheen gaat, maar vertelt ook aangrijpende ‘na-de-dood-ervaringen’ van dierbare overledenen met wie zij contact heeft kunnen leggen.

Nadat zij in haar boek het stervensproces, het ogenblik van de dood en de moeilijkheden op de drempelovergang heeft beschreven, leidt ze ons de periode in, die we direct na de dood doorbrengen in de etherwereld. Zij doet dit door ervaringen van anderen in de etherwereld weer te geven en door levendige beschrijvingen, zoals deze van de ‘terugblik op het eigen leven’: “De totale indruk van het eigen leven die je als toeschouwer en tegelijk als acteur beleeft en waardoor je direct de betekenis van de eigen daden en bedoelingen waarneemt, geeft iedereen die dit meemaakt een verbijsterend diep inzicht. De overledene ziet zich hier geconfronteerd met alle facetten van het leven dat achter hem ligt, waarin niets vergoelijkt of vervalst is. Alle illusie en versluiering, alle maskeringen en onoprechtheid vallen weg, zonder mitsen en maren. Het onderscheiden tussen ‘goed’ en ‘verkeerd’ voltrekt zich niet door een van buitenaf gegeven oordeel, je beleeft en beoordeelt zelf de gebeurtenissen van je leven. Het mooie en het goede wordt beleefd als lichtvolle vreugde, het kwade wordt als een bedrukkende, beschamende of beangstigende last gevoeld.”

De doorgang van de ziel van de etherwereld naar de astrale wereld kan door allerlei factoren belemmerd worden. Van bijzondere kwaliteit is het hoofdstuk ‘Gevangen tussen de werelden’ waarin Iris Paxino deze overgang beschrijft. Zo gaat zij onder meer in op de inname van medicatie die het bewustzijn veranderen, verslavingen, chemotherapie, nabestaanden die de overledene ‘vasthouden’, materialistische en atheïstische overtuigingen, angst voor de dood en zelfmoord. Het hoofdstuk over de ontmoeting met het wezen van Christus sluit hierop aan. Deze ontmoeting biedt ook de bedding voor de doorgang door de astrale wereld en het devachan, waaraan meerdere hoofdstukken zijn gewijd. Het boek sluit af met teksten over het leren waarnemen van overledenen en de scholingsweg die men daartoe kan volgen. Brücken zwischen Leben und Tod is een boek dat eraan kan bijdragen dat de wereld van de overledenen voor meer mensen kenbaar en beleefbaar wordt.

Het voorwoord is geschreven door een bestuurslid van Stichting Wederzijds.

De Nederlandse uitgave is verschenen, klik hier.

 

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2019

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2019

Workshops

Inmiddels zijn twee workshops alweer voorbij. Voor de workshop met Jaap van de Weg op 18 en 19 oktober was zoveel belangstelling, dat deze in het voorjaar nogmaals gehouden zal worden. Ook de derde workshop, op 14 december in Eindhoven, is volgeboekt. We rekenen ook hier op een herhaling, u kunt zich eventueel al aanmelden. Komend jaar zullen er meer workshops worden georganiseerd, om de inhoud van het boek ‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’, verder te kunnen uitdiepen. We houden u op de hoogte!

Onze eerste WORKSHOP in 2020 vindt plaats in Zutphen, op 25 januari, onder de titel

Euthanasie bij mensen met dementie?

Euthanasie bij mensen met dementie is een even actueel als gevoelig onderwerp. Wat is de waarde van een wilsverklaring, welke gevolgen heeft wilsonbekwaamheid, welke zeggenschap heeft de familie? Dat zijn enkele van de vele kwesties die vaak spelen. Daarachter liggen vaak diepere vragen naar de ontwikkeling en de zin en betekenis van dementie.

Jan Pieter van der Steen (specialist ouderengeneeskunde) en Heleen de Weger (o.m. werkzaam in een psychogeriatrisch verpleeghuis) delen in deze workshop hun inzichten en ervaringen.

Zaterdagochtend 25 januari 2020 (09.20-12.30 uur)
Plaats: koetshuis van Dat Bolwerck, Zaadmarkt 112, 7201 DE Zutphen.
Kosten: € 18,50

U kunt zich vanaf nu voor deze workshop opgeven, lees meer…

Intervisie-bijeenkomst ‘Gesprekscafé’s over leven en sterven’

op 16 november 2019, 13.30 tot 16.30 uur
Brugstraat 5, Arnhem

Op zaterdagmiddag 16 november zal in Arnhem weer een intervisie-bijeenkomst plaatshebben voor en door mensen die een gesprekscafé leiden of overwegen om in hun woonplaats een dergelijk café op te starten. Dit is de tweede intervisie-bijeenkomst dit jaar rondom dit thema. Natuurlijk zijn in de eerste plaats degenen uitgenodigd die al een gesprekscafé leiden, in Emmen, Zutphen, Driebergen en Zeist. Maar ook anderen zijn hartelijk welkom! Er kan van alles besproken worden wat met het organiseren en leiden van een gesprekscafé samenhangt. Denk aan vragen als: hoe begin je met zo’n café, hoe kun je mensen bereiken die mogelijk interesse hebben hiervoor, wat is een geschikte plek voor zo’n initiatief , maar ook: hoe betrek ik de aanwezigen bij het gespreksthema, houd ik alleen de rol van gespreksleiding of kan ik ook persoonlijke ervaringen inbrengen? En veel meer… Vorige keer was een belangrijk en inspirerend onderdeel van deze ontmoeting het onderling oefenen van het gesprek, waarbij het verloop goed werd nabesproken.
Mocht u geïnteresseerd zijn om hierbij aanwezig te zijn, meldt u zich dan aan via info@wederzijds-stervenscultuur.nl onder vermelding van ‘Intervisie-bijeenkomst Arnhem’. Deelname is kosteloos.

Thema-avond en lezingen

Rotterdam, 30 oktober, 20.00 tot 21.45 uur
Ruth Cooiman: Natuurlijke zorg rondom de dood

Thema-avond in Rotterdam. [lees meer…] Natuurlijk Gezondheidscentrum Rotterdam
Voorschoterlaan 40 a, 3062 KP Rotterdam
Kosten: 25.- Euro p.p.

Eindhoven, donderdag 31 oktober 2019, 20.00 – 22.00 uur
Marie-Hélène van Tol: Dus ik ga dood?

Sterven betekent niet alleen iets voor de persoon die het aardse leven gaat verlaten. Iedere nabestaande maakt hierbij zijn eigen proces door. [lees meer…] Toegang 6 euro
Vrije school Brabant, Nuenenseweg 15

Tilburg, 12 november, 20.00 tot 22.00 uur
Het maakt uit hoe je sterft, voordracht door Thom Kloes

De voordracht wil bijdragen aan een afgewogen houding tot euthanasie, waarin zowel de ‘aardse’ als de ‘spirituele’ kanten van een zelfgekozen dood een plaats hebben. [lees meer…] Basisschool Tiliander, Lange Nieuwsstraat 189, 5051 DB Tilburg

Harderwijk, 13 en 20 november, 20.00 uur
Tweemaal ‘euthanasie en ethiek’

met Thom Kloes en Rinus van Warven
Alle geïnteresseerden en meedenkers zijn welkom in Centrum de Zin, woensdagavonden 13 en 20 november, Stationslaan 32, 20.00 uur.
De toegang is € 10 per avond, voor beide € 15
[lees meer…]

Gedenkstonden en Herdenkingen rond Allerzielen

Eind oktober en begin november zijn er op tal van plaatsen momenten waarbij gestorvenen worden herdacht. Traditiegetrouw gebeurt dat op Allerzielen, 2 november.
Hierbij een verkort overzicht van de GEDENKSTONDES EN HERDENKINGSMOMENTEN, voor zover die ons momenteel bekend zijn. Ook in uw eigen woonplaats kan zo’n Herdenking of Gedenkstonde plaatsvinden.

Midden-Beemster 31 oktober, 19.00 tot 20.00 uur

Breidablick, Bamestraweg 2
IK NOEM JE NAAM, met ensemble Melopee

Breda, 2 november, 19.30 tot 20.30 uur

Grote zaal Rudolf Steinerschool Minckelerslaan 27
Gedenkstonde voor de gestorvenen – thema ‘Verlichten’

Maastricht-Randwijck, 2 november, 20.00 tot 21.00 uur

Onderbouw Bernard Lievegoed-school, Leuvenlaan 35, 6229 GX
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Alkmaar, 3 november, 11.30 tot 12.30 uur

Lukaskerk, Oude Kanaaldijk 9, 1825 AT
IK NOEM JE NAAM, met ensemble Melopee

Den Haag, 3 november, 20.15 tot 21.30 uur

Elisabeth Vreedehuis, Riouwstraat 1
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Groningen, 3 november, 12.00 tot 13.30 uur

Kerk van de Christengemeenschap, Lauwersstraat 3, 9725 HD
Herdenkingsmoment voor de gestorvenen

Rotterdam, 4 november, 20.00 tot 21.30 uur

Rudolf Steiner College, Tamboerstraat 9, 3034 PT
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Zeist, 4 november, 20.00 tot 21.30 uur

Toneelzaal van de Bovenbouw, Socrateslaan
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Haarlem, 9 november, 16.00 tot 17.30 uur

Prinsenbolwerk 3b
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Hoe is het om als kunstenaar betrokken te zijn bij een Gedenkstonde?

Interview met Chantal Heijdeman, euritmiste, door Ingrid Deij

I. Chantal, jij hebt in het verleden enkele keren als euritmiste meegewerkt aan Gedenkstondes voor de gestorvenen. Er was een heel programma met een spreker, musici, er klonken gedichten van Doorlie Gerdes, er stond een prachtig glaskunstwerk van Peter Vormer op het podium en jullie maakten de bijzondere gebaren en bewegingsvormen van de euritmie. Mij viel de stemming op die tijdens die avond ontstond. Wat ervaar jij zelf als je daar op het podium bezig bent?
Ch.: Eigenlijk is dat elke keer weer anders, het hangt af van de plek waar we dit doen en van de samenloop van mensen die aanwezig zijn. Ik ervaar wel altijd een bijzondere ‘kwaliteit’, er gebeurt iets.

I.: Waarom is het steeds anders, denk je?
Ch.: In een andere plaats zijn andere mensen gestorven, dat maakt echt uit. Maar ook op het fysieke plan is het anders. Soms is een zaal ruim en is er niet veel publiek. Een andere keer staan we op een klein podium en is het heel vol in de zaal. Beide keren is het beleven heel intens. Er is een soort innigheid in het waarnemen en het waargenomen worden. Ik als euritmist ervaar dat als een zacht, warm gebaar.
In de kleinere zaal met het kleine podium konden we toch een ruimte scheppen, een beweging van diepte naar hoogte en weer terug. Euritmie is een middel om de binnenruimte te versterken, om met elkaar ons gevoel op te tillen. En vergeet niet: als wij binnenkomen zijn de gestorvenen er al. Iedereen die aanwezig is, als nabestaande of als gestorvene, heeft een reden om te komen.

I.: Merk je verschil tussen een repetitie, als jullie samen aan het werk zijn, en een voorstelling?
Ch.: Repeteren is repeteren, op elkaar afstemmen, dan ontstaat uiteindelijk een geheel. Maar bij een voorstelling, als je dat zo wilt noemen, bij een Gedenkstonde zelf, gebeurt het, door ons heen. We zijn er helemaal bij ‘aanwezig’, dienend. Het is een moment van aanraken over en weer.

I.: Beleef je dan dat er iets ‘over’ komt?
Ch.: Misschien kan ik het zo zeggen: gedichten bevatten zoveel kleuren – en ik ben daar dan helemaal ‘in’. Er is natuurlijk in het voorwerk al heel veel gebeurd. Alles is al door ons innerlijk heengegaan, ook door ons fysieke instrument heen. Als je het dan samen ‘viert’ bij zo’n Gedenkstonde, wordt het veel intensiever. Dat wat we hebben gekozen, wat we uitvoeren, wordt als een doorgangspoort. Je kunt zelfs met ogen dicht bij zo’n avond zijn, als de indrukken vanuit de euritmie misschien te intens binnenkomen. En dan kun je toch met je hele ziel aanwezig zijn. De afwisseling tussen de stilte, de muziek en de gedichten, dat alles nodigt de ziel uit om innerlijk mee te bewegen. Er borrelt misschien verdriet op, juist bij hen die een dierbare hebben verloren. Dat is goed om te doorleven. Het mag er zijn.

I.: Bij wat je vertelt moet ik denken aan ‘schenken’…
Ch.: Ja, alles wat er klinkt en gebeurt is een soort schenken, zelfs de stiltes die zo intens gevuld raken. Iedereen die erbij is neemt daar iets anders van op. We zijn vaak na afloop verwonderd over de kwaliteiten die we hebben aangevoeld. Dat is bij elke voorstelling weer anders, nieuw. ‘Het’ gebeurt tussen ons allen in.

Peter-vromer-gehele-zuil.jpeg

Een late bloem

Een late bloem
in deze waaiende herfst
zoekt nog de dag.

Wij spinnen stilte
als kinderen
die draden spannen
tussen hun handen,

in het web
grondpatroon van eerbied
liggen onze stemmen
verborgen.

Daarom drink ik
je eenzaamheid,
daarom klim ik
langs touwladders
breekbaar knoopwerk
van het ongewisse,

en als je weggegaan bent
vind ik je.

Gedicht van Doorlie Gerdes staan in ‘Weerwoord’,
Uitgave Christofoor, 2007

Foto: glaskunstwerk Peter Vormer

Publicaties van Wederzijds over euthanasie

Over levensbeëindiging en euthanasie wordt veel gepubliceerd. Vrijwel steeds gaat men daarbij uit van het gangbare mensbeeld: dood is dood, daarna blijft alleen nog de herinnering. Wij vinden het belangrijk dat ook andere kanten belicht worden, temeer omdat deze leiden tot nieuwe gezichtspunten rond het sterven en de vraag hoe je sterft een bijzondere betekenis geeft.

Daarom werkt Wederzijds, samen met diverse auteurs, aan publicaties die ‘de andere kant’ centraal stellen. ‘Maakt het uit hoe je sterft? De andere kant van euthanasie’ is de eerste publicatie.Tien auteurs, waaronder Jaap van de Weg, Hans Stolp, Marianne de Nooij en Madeleen Winkler, hebben hieraan meegewerkt. Het is een uitgave in de reeks ‘Gezichtspunten’ van het Centrum Sociale Gezondheidszorg.

 

 

 

 

In 2019 heeft onze penningmeester een sterk uitgebreide publicatie over euthanasie samengesteld. 15 mensen met veel theoretische en praktische ervaring rond euthanasie geven hierin hun visie.

Uitgeverij Christofoor heeft dit boek, dat bijzonder goed is ontvangen, uitgebracht onder de titel ‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’. Verkrijgbaar bij elke boekhandel, op de website van Christofoor en bij bol.com.

 

Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2019

Beste belangstellenden van stichting Wederzijds,

Bij uitgeverij Christofoor is deze week verschenen het boek ‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’. Het bevat artikelen van 15 auteurs, onder wie huisartsen, een psychiater, specialisten ouderen-geneeskunde, een biografisch consulent, een SCEN-arts, een professor in de zorg-ethiek, een geestelijke in de Christengemeenschap, twee predikanten en ook een persoonlijk dagboek dat getuigt van de worsteling van een huisarts met euthanasie.
Het boek is samengesteld en geredigeerd door Thom Kloes, bestuurslid van stichting Wederzijds.

‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’.

IMG_20190415_0001.jpg Euthanasie staat sterk in de belangstelling. Geen wonder, want euthanasie roept veel morele, ethische en juridische kwesties op. Euthanasie plaatst hulpverleners, in het bijzonder artsen, voor dilemma’s en confronteert veel mensen met existentiële levensvragen. Daarbij spelen kwesties op de achtergrond die eigenlijk door iedereen in onze tijd beantwoord moeten worden: wat is leven, wat is sterven, wat betekent de dood? Heeft lijden zin of is het zinloos? Is sterven een vallen in het absolute niets of een doorgang naar een andere vorm van bewustzijn?
De 15 auteurs in dit boek hebben zich door hun werk sterk met euthanasie verbonden, beschouwend, maar vooral ook praktisch. Daaruit putten zij elk hun visie op euthanasie. Visies komen voort uit ervaringen, maar ook uit vragen die de auteurs zichzelf stellen. Vragen als: Wat betekent het moreel en menselijk als je aan een arts vraagt ‘wil je me doodmaken, want mijn leven heeft geen zin meer?’ Wat betekent het als je die vraag stelt en wat betekent het als je die vraag krijgt? En daarnaast: aan welke inspanningsverplichting geeft een arts dan voorrang: ‘het leven behouden’ of ‘het lijden verlichten’? Vaak, maar niet altijd, is euthanasie erop gericht (verwacht) lijden te voorkomen. Blijkbaar is de veronderstelling dat lijden zinloos is. Maar weet je dat zeker? Zijn er aannemelijke ervaringen en gezichtspunten die een heel ander licht werpen op de betekenis van het lijden, of op bijvoorbeeld dementie?
Euthanasie kan een begrijpelijke keuze zijn als je uitgaat van de veronderstelling ‘dood is dood’. Maar ook hier de vraag: weet je dat zeker? Als er ‘iets van ons’ na de dood voortbestaat, welke invloed heeft ‘hoe je sterft’ dan daarop? Is er een manier om op die vragen antwoorden te vinden. Dat de discussies oplaaien komt vooral omdat steeds meer mensen zelf willen beslissen over de eigen dood, over het wanneer en het hoe daarvan. Zij ervaren dat als hun recht. Dit kan botsen met het oordeel van de arts, die moet uitgaan van de zes zorgvuldigheidseisen van de wet. Dat betekent onder meer dat sprake moet zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt. En dat de arts en de patiënt ervan overtuigd moeten zijn dat er geen redelijke andere oplossing is dan euthanasie.
Steeds vaker wordt het standpunt van de arts niet zonder meer gedeeld. Mogelijk vindt de arts het lijden niet uitzichtloos en ondraaglijk. En wellicht zijn er redelijke andere oplossingen. Maar de ‘autonome mens’, de mondige patiënt, wil dat zelf bepalen. Niet het medisch oordeel, maar mijn eigen oordeel moet de doorslag geven bij de beslissing over leven of dood. Wordt dat de maatschappelijke norm?
Na afloop van de conferentie van stichting Wederzijds in de Geertekerk in Utrecht, oktober 2018, kregen de deelnemers een brochure mee over euthanasie. Het nieuwe boek stelt het thema euthanasie opnieuw aan de orde, veelzijdiger en misschien ook dringender. Er zal nog tijdens de huidige kabinetsperiode een maatschappelijke discussie gevoerd gaan worden over levensbeëindiging bij zogeheten ‘voltooid leven’. Er is werk aan de winkel. Stichting Wederzijds wil immers mensen wakker maken voor de menswaardige en spirituele kanten van het sterven.

‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’ (ISBN 9060388690) is een uitgave van Christofoor en verkrijgbaar bij de boekhandel. Prijs: € 18,50

Opmerkelijke uitspraken uit het boek:

‘Euthanasie zal de gemoederen zeker blijvend bezig houden en dat is ook goed. Allerlei zaken komen rond euthanasie samen, zoals autonomie, kwaliteit van leven en menswaardig sterven. Maar ook: wat is genezen, wat houdt hulpverlening in, wat is de zin van het leven en van ziekte? En welke maatschappij willen we?


‘De zelfgekozen dood aan het einde van het leven verwordt tot een heilig moeten. Ons bekruipt de zorg dat het bijna een economische vraag wordt: hoeveel geld hebben wij als samenleving nog over voor goede zorg aan het einde van een mensenleven, wanneer euthanasie ook mogelijk is? Gaan ouderen en zieken zich niet zozeer een last voelen voor hun mantelzorgers en de samenleving dat ze als vanzelf naar de uitgang worden geduwd? Het wordt tijd voor een maatschappelijk debat over wat de waarde van het leven kan zijn, ook als het leven niet meevalt. Hoe warmte, liefde en betrokkenheid een plek moeten krijgen in het debat. Mensen lijken fysieke en mentale pijn veel beter te kunnen dragen wanneer ze door liefde worden omringd.’


‘Heeft men als mens het vertrouwen dat het leven niet eindigt bij de dood, maar dat de mens na het leven nog voortleeft, dan is dat een voortleven zonder een fysiek lichaam, zonder de fysieke geneugten. De ouderdom en de dementie is bij uitstek een periode waarin het onthechten
aan het aardse bestaan centraal staat. Nergens worden zo lang en zo intensief de voeten geveegd als in het verpleeghuis voordat de mens met dementie de overstap naar de geestelijke wereld kan maken.’


‘Maar wat ik mis
is de diepere kant: wat betekent het in ons leven in de breedste zin als je als arts iemand dood maakt, wat betekent het voor de persoon als die eerder sterft? Wat betekent dat voor het leven na de dood?’


‘Of lijden ondraaglijk is, zegt iets
over het lijden, maar meer nog over degene die dat lijden meemaakt. Het is een mens die zijn lijden moet dragen. Hoe groter de draagkracht,
hoe groter het vermogen te lijden. Hoe ontwikkel je een dergelijke draagkracht gedurende je leven?
We weten allemaal dat voor velen van ons de laatste fase van het leven niet alleen maar gemakkelijk zal zijn. De kans op ziekte en lijden is redelijk groot.
Hoe bereid je je voor?
Door te leren om te gaan met pijn, met tegenslag, en dat te zien als kansen die je hebt om draagkracht te ontwikkelen.’


‘Je kunt het gevoel krijgen dat de wettelijke mogelijkheid tot euthanasie een ‘lek’ heeft geslagen in de stervenshulp’


‘Wanneer sterft een mens goed en wanneer niet? Is het goed sterven als dit plotseling optreedt, doelbewust veroorzaakt door krachtige dodelijke medicijnen? Zou euthanasie niet eerder moeten betekenen dat iemand goed sterft met zo weinig mogelijk medisch ingrijpen dat het natuurlijke proces verstoort? En als het kan met zo weinig mogelijk verdoofd bewustzijn?
Kan er ook schade optreden door wat de medische wereld doet en laat? Bij de geboorte kan de baby fysiek beschadigd worden – dit proberen we medisch te voorkomen. Kan bij het sterven ook schade optreden? Geen schade aan het lichaam maar aan de onzichtbare helft van ons wezen, eventueel veroorzaakt door medisch ingrijpen?Door de vragen zo te stellen maak ik duidelijk dat ik uitga van een voortbestaan van onze ‘onzichtbare helft’ na de dood. In het licht hiervan kan het belang hebben hoe je sterft.’


‘Elke periode van het leven heeft een eigen opdracht. Voor de laatste maanden, weken, dagen van het leven is dat waarschijnlijk vooral het steeds verder loskomen van het ego.
In de allerlaatste fase is voor de meeste mensen
dit onthechten meestal enkel mogelijk door
hun leven geheel over te geven aan de naasten:
de verzorging van het lichaam, dat de zieke niet
meer zelf kan verzorgen. Bij dit alles is het van het grootste belang het ego niet te verwisselen met het diepere zelf. Dat zelf wordt niet overgegeven aan de naasten. Echter dat je het lichaam overgeeft aan de naasten is de laatste opdracht juist van dit diepere zelf. En voor veel mensen een enorme opgave. Als je deze laatste opgave niet vervult gaat er een essentieel deel van het leven voorbij.


‘Dat verbinding een cruciale rol speelt in ons leven zie ik steeds duidelijker. Verbinding met de mensen om ons heen, verbinding voelen in de dingen die we doen, verbinding houden ondanks boosheid, verbinding verzorgen in relaties, verbinding missen na verlies of verbinding terugvinden na verlies en verbinding ervaren met het eigen lot.’

Nieuws vanuit het bestuur

Flora IngenHousz versterkt sinds kort het bestuur van Wederzijds – en stelt zich voor:
Sinds de zomer van 2018 woon ik weer in Nederland, na 38 jaar in de V.S., waar ik in mijn psychotherapie-praktijk in toenemende mate werkte met vragen rond leven met ziekte en sterven. In deze tijd van het individu mag/moet elk van ons daarbij moeilijke vragen stellen: wat is nog echt belangrijk als je ziek bent? Wat denk/geloof ik dat er na de dood is? Hoe sta ik tegenover westerse medicijnen? Hoe sta ik tegenover medicatie en maatregelen die het intreden van de dood versnellen? Zijn er omstandigheden waarin euthanasie oplevert wat dit Griekse woord betekent: een goede dood?
Naast mijn psychotherapie-praktijk werkte ik ook een paar jaar als vrijwlillger in een hospice. Het lag voor de hand om me, terug in Nederland, uiteen te blijven zetten met het thema van de dood in ons leven. Daarbij speelt het gedachtegoed van christologie en antroposofie een groeiende rol in mijn leven en denken. Ik ben actief in de Christengemeenschap in Driebergen en maak deel uit van het Driebergse initiatief dat eind april is gestart met een maandelijks gesprekscafe over leven en sterven.
Spannend om nu juist in Nederland, en in het kader van Wederzijds, mee te denken over dit thema, ook omdat Nederland in het buitenland veelal als voorbeeld genoemd wordt wat betreft ons euthanasie beleid. Het is dus echt belangrijk wat we hier doen! Voorlopig heb ik meer vragen dan antwoorden; ik hoop dat mijn vragen een bijdrage zullen zijn voor het werk van Wederzijds.

Plannen voor later dit jaar

Momenteel bereidt het bestuur meerdere workshops voor, waarbij thema’s uit het nieuw verschenen boek ‘Het maakt uit hoe je sterft’ door enkele auteurs verder worden uitgewerkt. Sommige workshops hebben een oefenkarakter, bij andere is er na de inleiding gezamenlijk gesprek rond het thema.
Een eerste workshop is gepland op zaterdagmiddag 21 september (13.30 inloop – 17.00 uur), in Arnhem, met als thema: “Praten over pijn”. Inleiding door Ingrid Deij, waarna onderling wordt geoefend. Maximaal 20 deelnemers.
De tweede workshop wordt verzorgd door Jaap van de Weg op vrijdagavond 18 en zaterdag 19 oktober in Zeist. Jaap van de Weg zal met maximaal 15 deelnemers oefenen aan het ontwikkelen van inzichten en ervaringen rond het voortbestaan na de dood.
Een derde workshop vindt in november plaats in Den Haag. Nader bericht over datum, spreker en thema vindt u vanaf juni op de agenda van de website.
Deelname op volgorde van aanmelding, hebt u interesse, meld u dan alvast aan als geïnteresseerde via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

Nadere informatie rond deze workshops (precieze titel, locatie, tijdsduur en kosten) staat binnenkort op de agenda van onze website, en in de najaars-nieuwsbrief die u begin september toegestuurd krijgt.


Een startende onderneming in de uitvaartbranche wil samen met Stichting Wederzijds en andere ondernemers uit het werkveld d.m.v. intervisie en onderzoek samenwerken om de visie op het vak met een antroposofische achtergrond verder te ontwikkelen. Thema’s die ter sprake kunnen komen zijn het waken bij de overledene, opbaren met graszoden of BioSac200, thanatopraxie en andere ontwikkelingen in de markt. Wij zijn daarom op zoek naar uitvaartbegeleiders die hieraan mee zouden willen werken. Meldt u zich dan aan via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

Hoe gaat het intussen
met de GESPREKSCAFES OVER LEVEN EN STERVEN?

In Emmen, Zutphen en Zeist komen maandelijks mensen bij elkaar om met elkaar te praten over allerlei kanten van ‘leven en sterven’. De samenstelling van de groep is wisselend, sommige mensen komen een enkele keer binnenlopen, anderen proberen er zo vaak mogelijk bij te zijn – en alles er tussenin. We merken dat gesprek hierover iets is wat ons diep kan raken en met elkaar kan verbinden, ook al kijkt iedereen op zijn of haar eigen manier naar leven en sterven. We leren van elkaar, krijgen nieuwe inzichten, delen intieme ervaringen, stellen soms confronterende vragen en krijgen verrassende antwoorden.

Op 25 april is een VIERDE GESPREKSCAFE van start gaan, en wel in Driebergen. Nelle Amons, Flora IngenHousz, Marina de Lau en Johan Vaatstra zijn de oprichters. Het café vindt plaats in de gemeentezaal van de Pauluskerk, Rijsenburgselaan 2a, 3972 EJ Driebergen, van 14.45 tot 16.45.
Iedereen is van harte welkom, los van leeftijd en gezindte!

 

VOOR INFO OVER DE GESPREKSCAFES
IN DRIEBERGEN, EMMEN, ZUTPHEN EN ZEIST:
https://www.wederzijds-stervenscultuur.nl/agenda/

 

schilderij_JR_christengemeenschap-e1555665753699.jpg

Intervisie-bijeenkomst in Zutphen op 16 maart 2019

Niet alleen de mensen die al een gesprekscafé verzorgen, maar ook mensen die van plan zijn om zo’n café op te richten in hun woonplaats, waren uitgenodigd om in ontmoetingscentrum Enkidoe in Zutphen met elkaar ervaringen en vragen uit te wisselen. Het Zutphense gesprekscafé vindt daar ook plaats – het is een fijne ruimte daarvoor. Al vragend en vertellend over onze ervaringen kwam al gauw naar voren dat elk café een eigen ‘couleur locale’ heeft. Dat ligt natuurlijk aan degenen die het gesprek leiden, maar ook wel aan wie er naar toe komen en misschien zelfs wel aan zoiets als de Drentse nuchterheid tegenover de meer aftastende Zeistenaren? Hoe dan ook, uiteindelijk werd het nog spannend, toen we onderling in gesprek gingen en er dingen werden gedeeld uit ons eigen leven. Af en toe even ‘dwarskijken’ met elkaar hoe het gesprek verliep en of er misschien iemand uit de boot was gevallen gaf ons allemaal een stimulans om met onze initiatieven verder te gaan.
Als bestuur hopen we van harte dat er in meer plaatsen gesprekscafés zullen gaan ontstaan. Hebt u interesse, meld u dan via info@wederzijds-stervenscultuur.nl aan voor meer informatie!
Goethe zei al: ‘Wat is verkwikkender dan licht? Het gesprek!’

Boekenrubriek

vergezichten.jpgIn herdruk verscheen ‘Opengaande vergezichten’ van Margarete van den Brink (ed. Nearchus, ISBN 9789492326225).
Over het boek: Als mensen met wie we nauw verbonden zijn gaan sterven, kan hun weg naar de dood ons belangrijke inzichten geven. Aan hen ervaren wij dat in ons geestelijke krachten leven die de gebrekkig wordende lichamelijkheid overstijgen en innerlijke wijsheid en liefde creëren. Naast ontroerende levensverhalen worden ook praktische inzichten gegeven die zowel in de professionele als in de persoonlijke levenssfeer gebruikt kunnen worden bij het begeleiden van mensen die gaan sterven.
Dit boek sluit direct aan bij het veelgelezen boek dat Margarete van den Brink eerder samen met Hans Stolp schreef: Omgaan met gestorvenen. Leven voorbij de dood (Uitgeverij Ankh-Hermes).

1 2 3 4 8