kiem tot nieuw leven

Geplaatst in: gedichten, inspiratie | 0

Alles wat er leeft in het al, leeft alleen doordat het in zichzelf de kiem tot nieuw leven schept.

En de ziel geeft zich alleen over aan het ouder worden en de dood

om onsterfelijk te rijpen voor steeds nieuwe levens.

 

 

Rudolf Steiner, Berlijn 1912

Mieke Fielmich, beeld bij de 11e weekspreuk van Rudolf Steiner

Stervenswijding

 

Geboorte en dood horen samen. Het zijn twee keerzijden van hetzelfde gegeven: ons lichaam wordt ons geschonken bij het begin van ons leven, dus staan we het ook af aan het eind ervan. Dit is niet makkelijk. Wij zijn zo vergroeid met onze lichamelijkheid dat we niet anders kunnen dan ons ermee identificeren. Het opgeven van onze lichamelijkheid is voor ons een opgeven van onszelf. Sterven is verliezen: geen mens wint het van de dood. Deze nederlaag blijft onverdraaglijk zo lang wij niet inzien dat sterven meer is dan doodgaan alleen.

Want sterven doen wij niet pas aan het eind van ons leven. We doen het in kleine stukjes ook lang daarvoor. ‘Soma sema’, schreef Plato: ‘het lichaam is een graf’. Dit werpt een heel ander licht op de dingen. Bij de geboorte sterft een deel van ons. Het wordt in de lichamelijkheid gebannen. In de dood wordt dit deel opnieuw bevrijd en herboren.
Onze geest staat op. Verrijkt verlaten wij de wereld: ‘Want voor mij is leven Christus en sterven winst’ (Filippenzen 1, 21). Het sacrament van de stervenswijding sluit in die zin niets af. Het is geen eindpunt, maar integendeel de sacrale opening van het subtiele geboorteproces dat elk sterven is. Door de zalving met gewijde olie begint een leven dat voert van bestaan tot bestaan.
De nabijheid van de dood brengt het vermoeden van een hoger leven. Het sterfbed biedt een nieuw ontwaken.
De tijd wordt ruimte en wij zien onszelf.

Mathijs van Alstein, geestelijke in de Christengemeenschap, gemeente Zeist

Rondom het sterven

Myriam Driesens

Geplaatst in: boeken, inspiratie | 0

In de serie “Sacramenten in de Christengemeenschap” is het derde deel van de reeks over de Sacramenten en andere cultische handelingen in de Christengemeenschap uitgekomen, gericht op de tijd rond het fysieke heengaan op aarde.
 Myriam Driesens beschrijft uitvoerig en gedetailleerd de cultische handelingen rondom het sterven, de stervensbegeleiding, waken, het leven met de gestorvene(n) en actuele vragen rondom het levenseinde. Het is gericht op mensen die nog niet veel weten over de achtergronden van de Christengemeenschap , maar ook op mensen die daarmee vertrouwder zijn.
Als eerste geeft het boekje een helder beeld van het vierledig mensbeeld, zoals in de Antroposofie door Rudolf Steiner is beschreven. Vervolgens volgen beschrijvingen over de sacramenten die rond het overlijden aan de orde kunnen zijn: het sacrament van het gesprek (biechtsacrament), de ziekencommunie en de stervingswijding.

De eerste dagen na het sterven komen aan bod, met daarbij heel praktische gezichtspunten. Ook de keuze tussen begraven of cremeren en het omgaan met de as. Verder volgen het eerste en tweede deel van de uitvaartdienst, zoals in de Christengemeenschap gepraktiseerd en de Mensenwijdingsdienst voor de gestorvene.
Bijzondere aandacht geeft het boekje aan het sterven van een kind en de daarbij gepraktiseerde ritualen van de Christengemeenschap, aan gezichtspunten over palliatieve sedatie en euthanasie en aan orgaantransplantatie. Tevens worden de afspraken met de Antroposofische Vereniging beschreven en de mogelijke rol van de Christen- gemeenschap bij het sterven van een lid van deze vereniging.

De teksten van het boekje zijn helder en zeer leesbaar, warm en objectief. Het geeft beschrijvingen van concrete situaties. Het bevat tevens enkele prachtige gedichten en spreuken.

 

Uitgever Cichorei
ISBN 9789491748516
oktober 2016

 

twee kanten van de dood

Geplaatst in: gedichten, inspiratie | 0

De dood is verschrikkelijk,

tenminste, hij kan de mens schrik aanjagen

zolang hij in zijn lichaam is.

 

Maar als de mens

door de poort van de dood

is heengegaan en terugkijkt naar de dood,

dan is de dood de mooiste ervaring

die er maar mogelijk is in de menselijke kosmos.

 

Want dit terugkijken

naar het betreden van de geestelijke wereld

door de dood heen

is het wonderbaarlijkste, het mooiste,

meest grootse, heerlijkste,

waarnaar de overledene maar kan terugkijken

in de tijd tussen dood en nieuwe geboorte.

 

Geen mens op aarde

kan zich zijn geboorte herinneren,

maar de dood staat altijd direct voor de ziel

die door de poort van de dood is gegaan,

vanaf het moment waarop het bewustzijn opduikt.

 

Het moment van de dood is steeds voorhanden,

als het mooiste,

dat de ziel opwekt binnen de geestelijke wereld.

 

Rudolf Steiner, uit GA 157

Schilderij van Mieke Fielmich
bij de tweede weekspreuk van Rudolf Steiner

Gezichtspunten rondom thanatopraxie

Ingrid Deij

Geplaatst in: advies, keuzes rondom het sterven | 0

Thanatopraxie (1), een tijdelijke vorm van balseming die ±10 dagen werkzaam is, wordt in het buitenland veel toegepast. In de Verenigde Staten gebeurt het vrijwel standaard bij iedereen die overlijdt, in Engeland wordt ± 75% van de overledenen op deze manier tijdelijk geconserveerd, in Frankrijk ± 45%. Sinds de thanatopraxie ook in Nederland bij de wet is toegestaan (per 1 januari 2010), neemt het aantal gevallen waarin van deze behandeling gebruik wordt gemaakt, toe. In 2010 is dit al 1200 maal toegepast. Te verwachten is dat men meer en meer voor deze behandeling zal kiezen. Daarom lijkt het van belang om gezichtspunten te vinden, zodat men bewust zelf al dan niet voor deze behandeling kan kiezen, of als nabestaande deze behandeling bij een overledene in eigen kring laat toepassen. Het doel van dit artikel is om bewustzijn te wekken voor de keuze die we hierin hebben.

Thanatopraxie heeft vooral uiterlijke ‘cosmetische’ redenen. Men ervaart het ontbindingsproces als onaangenaam, en men ziet de overledene het liefst zoals hij of zij er bij leven uitzag. Begrijpelijk en invoelbaar, het is fijn om een ‘intacte’ herinnering aan de overledene te bewaren. De vraag is echter of ook het belang van de ziel van de overledene ermee wordt gediend. Wat maakt de overledene door in de eerste dagen na het sterven? Heeft hij of zij ons dan misschien nodig? Hoe kunnen we hem of haar als nabestaanden in die dagen bijstaan en begeleiden?

Wat zien we in de drie dagen na het overlijden?

Aan het moment van het sterven gaat vaak een doodsstrijd vooraf. Dat is in het begin ook aan het gelaat af te lezen. Wanneer je in de loop van de eerste drie dagen na het overlijden regelmatig bij de overledene waakt, kun je opmerken dat de uitdrukking van het gelaat geleidelijk verandert. Het lijkt zich te ontspannen. De overledene lijkt jonger te worden, iets van zijn wezen wordt zichtbaar. Onder omstandigheden, waarin niet mechanisch wordt gekoeld en geen thanatopraxie wordt ingezet, zien we na die drie dagen aan het gelaat, vooral bij de ogen, dat dit proces zich afrondt.
Wonderlijk is dat in die drie dagen nog baardgroei lijkt plaats te vinden, ook de nagels groeien nog een beetje. Daaraan kun je aflezen dat de levensprocessen langzamer sterven dan het fysieke lichaam zelf. Dood is dus niet op alle gebieden dood. De levenskrachten ‘verwelken’ geleidelijk. Daardoor komt ook iets vrij: de herinneringen, het ‘levenstableau’.

Wat maakt de overledene in de drie dagen door?

Mensen die een bijna‐dood‐ervaring hebben meegemaakt vertellen soms, wanneer ze weer bij bewustzijn zijn gekomen, dat zij hun hele leven in beelden voor hun ogen voorbij zagen komen. Dat kan zelfs in een heel korte tijd gebeuren, bijvoorbeeld tijdens een val in de bergen, die maar enkele seconden duurt. Dit gebeurt, omdat tijdens zo’n val het etherlichaam voor korte tijd wordt losgemaakt van de organen (longen, nieren, lever en hart), waarin de levensherinneringen worden opgeslagen (2). Het gevolg hiervan is dat bewuste en onbewuste herinneringen aan het hele leven, in omgekeerde volgorde, aan het geestelijke oog voorbijtrekken, in feitelijke, maar ook in morele zin. Een mens die zo’n bijna‐dood‐ervaring heeft beleefd, beseft wat er in zijn leven tot dan toe is gebeurd. Vaak verandert hij daardoor en slaat nieuwe wegen in.
Dit beleven van het levenspanorama overkomt ook ons, wanneer we net overleden zijn: een begin van het verwerkingsproces van ons gehele leven, waarmee het leven na de dood begint. Na ongeveer 3 à 3,5 dag is het proces van loslaten zover gevorderd dat tot crematie of begrafenis kan worden overgegaan.

De ontbindingsprocessen van het lichaam, die ontstaan door de verwelking van het etherlichaam, zijn noodzakelijk voor dit proces van vrijkomen van herinneringsbeelden. Dit is een geleidelijk en subtiel gebeuren, waarbij niet moet worden gestoord of ingegrepen. Ook mechanische koeling van het lichaam, waardoor de ontbindingsprocessen worden tegengegaan, kan dit proces beïnvloeden. Men zou dan langer moeten waken, omdat het proces van loslaten langer duurt.

Waken bij de overledene

Er zijn veel redenen aan te geven om bij de overledene te waken. Een belangrijk gezichtspunt is, dat als iemand sterft zijn of haar astraallichaam en ik het etherlichaam niet meer kunnen doordringen. De nog aanwezige levensprocessen van de stofwisseling, waarin astraallichaam en ik tijdens het leven werkzaam zijn, gaan hun eigen gang. Dan kunnen negatieve wezens in deze processen binnenkomen. Wanneer er gewaakt wordt vormt de aanwezigheid van een ander ik, een wakker menselijk bewustzijn, een waakzaamheid die de overledene hiertegen beschermt. Respectvolle aanwezigheid en rust zijn van wezenlijk belang in deze dagen.

Wat verandert er door thanatopraxie?

Wanneer we nu kijken naar wat er gebeurt bij thanatopraxie, valt op dat vrij kort na het overlijden behoorlijk wordt ingegrepen in de genoemde processen:

  • Het lichaam wordt bij de behandeling ontdaan van bloed en lymfevocht. Bij het middenrif wordt een opening in het lichaam gemaakt. Via deze opening wordt de conserverende vloeistof ingebracht, zowel in de longen als ook in en rondom de buikorganen en het hart. Dit gaat overigens niet zachtzinnig toe, volgens een begrafenisondernemer die mij hierover aansprak. Ook in de bloedvaten wordt deze conserverende vloeistof ingespoten. Een risico is, wanneer de thanatopraxeur niet veel ervaring heeft, dat het lichaam een groenige of blauwige verkleuring gaat vertonen, omdat het conserverende middel reageert op nog aanwezige medicijnen in het lichaam.
  • Uiterlijk gezien wordt de overledene als een wassen beeld. Er verandert niets aan het gelaat.
  • Merkwaardig is dat zelfs de lichaamstemperatuur verandert. Normaal is een lijk koeler dan de omgeving, maar wanneer thanatopraxie is toegepast, is dat niet zo. (Zie hiervoor ook het artikel ’Koeling op een natuurlijk manier’ van Marijcke van Hasselt)
  • Het natuurlijke loslaten van het fysieke lichaam door het etherlichaam kan zich niet voltrekken.
Gevolgen voor de nabestaanden en de gestorvene zelf

Men kan de veranderingen, die zich met name in het gezicht van de gestorvene gedurende de eerste drie dagen na het sterven nog tonen, niet waarnemen. Iets dat je als heel wezenlijk kunt ervaren, gaat verloren. De levenskrachten van de gestorvene kunnen niet vrijkomen, omdat de organen worden beschadigd en stilgelegd en omdat het bloed wordt verwijderd. Kan dan het beleven van het levenspanorama bij dit verstoorde loslaten voor de gestorvene nog optreden? Het is niet waarschijnlijk, dat na het uitwerken van de thanatopraxie alsnog een panoramabeleven plaatsvindt.
Ontneem je op deze manier de gestorvene in de eerste fase na de dood dan niet een wezenlijke belevenis vóór hij aan de verdere reis door de geestelijke wereld begint?

Conclusie

Zonder helderziende te zijn en precies te weten wat er spiritueel gezien werkelijk bij thanatopraxie gebeurt, lijkt het toch beter om van thanatopraxie af te zien. Dan is er in ieder geval ruimte om in alle rust aan het leven na de dood te beginnen.

 

Ingrid Deij
met dank aan: Christiane Voit, Willem Voorneveld en Joop van Dam

 


1) voor meer algemene (maar vaak versluierende) informatie, zie o.a.: www.thanatopraxie.nl en nl.wikipedia.org/wiki/Thanatopraxie
2) hierover meer in ‘Orgaantransplantatie en –donatie  – een spirituele visie’ door M. Chavannes, uitg. Pentagon 2012, ISBN 9789490455361

Rudolf Steiner over gestorvenen voorlezen

Geplaatst in: advies, contact met gestorvenen | 0

Rudolf Steiner bracht vaak ter sprake hoe nabestaanden de band met hun overledenen kunnen verzorgen en levend houden. Met name in de periode 1914 – 1918 zaten er in zijn publiek veel mensen die familieleden hadden verloren aan de onvoorstelbare oorlogsomstandigheden. In die bewogen periode sprak hij aan het begin en slot van voordrachten steeds een spreuk voor gestorvenen uit (zie pagina 6, eerste spreuk), om hen te troosten en te betrekken bij wat hij wilde overbrengen.
Daarnaast benadrukte hij dat gestorvenen ons gedachten en impulsen kunnen geven. Gestorvenen kunnen overzien wat het beste zou kunnen worden nagestreefd. We kunnen hen ook betrekken bij de vragen waar we mee leven. De momenten van inslapen en wakker worden zijn daar bij uitstek voor geschikt.

Wanneer ter sprake komt wat men zou kunnen doen voor dierbare gestorvenen geeft Steiner op uiteenlopende wijze mogelijkheden aan, waarbij bijna altijd het ‘voorlezen’ aan de orde komt. Daarbij spreekt hij soms over letterlijk voorlezen, maar op andere momenten over het innerlijk stap voor stap opbouwen van een gedachte-inhoud, zonder die hardop uit te spreken of hardop voor te lezen. Dan gaat het niet om abstract denken, maar zoveel mogelijk gevoelsgedragen en vanuit de wil denken.

Natuurlijk komen ook allerlei vragen over de weg die de gestorvene gaat aan de orde, zoals of het uitmaakt of je jong of oud sterft, of je al dan niet verbonden bent geweest met de antroposofie.

Onderstaand vindt u een aantal vertaalde passages uit voordrachten waarin dit thema voorkomt. De cursieve kopjes tussen haakjes zijn toegevoegd om de passages enigszins te ordenen – ze stammen van de vertaler.

Wanneer u zich intensiever zou willen verdiepen in contact met gestorvenen, is het boekje “Met de doden leven” van Arie Boogert (uitgegeven door Christofoor) aan te bevelen. Veel uitvoeriger dan hier mogelijk is komen allerlei aspecten van dit thema op een warme en eigentijdse manier aan de orde.

Er zijn in Nederland een aantal groepen mensen, die met enige regelmaat samen voor gestorvenen voorlezen. Die regelmaat is goed voor gestorvenen, maar ook een hulp voor onszelf. Voorlezen op een vast, zelf gekozen tijdstip, is gemakkelijker vol te houden, dan als je voorleest als je er voor “in de stemming” bent, hebben we gemerkt.

Onderaan dit artikel vindt u enkele spreuken voor gestorvenen, afkomstig uit het boekje van Rudolf Steiner “Door de poort van de dood – teksten en meditaties” (ISBN 9060383486). In dit boekje vindt u gedeelten van voordrachten en een groot aantal spreuken voor gestorvenen.
Het is een soort handboekje om contact met gestorvenen te kunnen leggen.

Franz Ackermann, voortrekker van onze zusterorganisatie in Zwitserland, de zogeheten ‘Arbeitsgemeinschaft Sterbekultur”, heeft ook passages over dit onderwerp verzameld in een (Duitstalig) pdf-bestand.
U kunt dat hier downloaden: www.sterbekultur.ch/studienblaetter.htm
Meer over deze organisatie vindt u op haar website: www.sterbekultur.ch
Uit GA 179 ‘Historische noodzaak en vrijheid’
10 december 1917, Dornach1

 

Hoe werken gestorvenen met ons samen

De mens houdt niet op aktief te zijn binnen de menselijke gemeenschap, als hij door de poort van de dood is gegaan. Hij blijft aktief, maar wel op een andere manier dan hij hier in het fysieke lichaam moet zijn. Maar veel van alles, waarvan een mens de illusie heeft dat hij het zelf doet, omdat het uit zijn gevoelens en wilsimpulsen voortvloeit, vloeit in waarheid voort uit de handelingen van de gestorvenen, op het moment dat wij zelf de bijbehorende handelingen verrichten.
Het zal in de toekomstige ontwikkeling van de mensen belangrijk zijn, om te weten dat de mens, als het gaat om zijn leven binnen een menselijke gemeenschap, ook in gemeenschap met de gestorvenen handelt. Alleen moet natuurlijk een dergelijk bewustzijn, dat in wezen samenhangt met het gevoels- en wilsleven, ook door het voelen en willen begrepen worden. Abstrakte, droge voorstellingen zullen dat nooit kunnen bevatten, maar voorstellingen die voortkomen uit de geest-wetenschap, die zullen dat kunnen bevatten. Mensen zullen zich daarbij overigens over veel dingen heel andere begrippen moeten vormen.

(Voorlezen vanuit een doorlicht gevoelsleven)
U weet allemaal, dat iemand die stevig verankerd is in het bevatten van geest-wetenschappelijke impulsen, kan proberen om in verbinding te blijven met degenen die door de poort van de dood zijn gegaan. De gedachten van de geest-wetenschap, de ideeën die we ons vormen over de processen in de geestelijke werelden, zijn zowel voor ons mensen op aarde als voor degenen die gestorven zijn toegankelijk en te begrijpen. Daaruit komt voort het zogeheten voorlezen voor gestorvenen. Als we juist van binnen in gedachten geest-wetenschappelijke gedachten voorlezen aan de gestorvenen, dan is dat werkelijk gemeenschapsleven met de gestorvenen. Want de geest-wetenschap spreekt een taal die voor levenden en gestorvenen gemeenschappelijk is. Maar het gaat er daarbij wel om, om steeds meer en meer juist met het gevoelsleven, met een doorlicht gevoelsleven, deze dingen te benaderen.
Denkt u maar eens aan wat ik gisteren heb gezegd. De mens leeft tussen geboorte en dood in een omgeving, die in wezen doortrokken is van voelend leven. Dat is voor de gestorvene het laagste rijk. Voor ons levenden is het minerale rijk het laagste zintuiglijke rijk om ons heen, maar om de gestorvene heen is een rijk waarin hij verdriet of vreugde bewerkstelligt bij alles wat hij aanraakt. Net zoals wij een steen of een blad aanraken, zo veroorzaakt een gestorvene gevoelens. Hij kan niets doen zonder dat hij gevoelens van vreugde, van verdriet, van spanning of ontspanning opwekt.
Op het moment dat wij door het voorlezen met gestorvenen in verbinding komen, treedt voor de gestorvenen de gemeenschap op, waar we zojuist over spraken, in dit bijzondere geval van het voorlezen. Daardoor treedt de gestorvene in verbinding met de ziel die hem hier voorleest, met de ziel die op een of andere manier karmisch met hem verbonden is. En zoals de gestorvene in zijn laagste rijk, dat we met het dierenrijk in verbinding moeten brengen, in zo’n verhouding staat dat alles wat hij doet vreugde of verdriet veroorzaakt, zo staat hij zo in verbinding met alles wat samenhang met mensenzielen oproept – mensenzielen op aarde of mensenzielen die al gestorven zijn en tussen dood en nieuwe geboorte leven – dat hij door datgene, wat in andere zielen gebeurt, een opgetild of een verlamd levensgevoel krijgt.

 

Wat betekent het voor de gestorvene

Stelt u zich dat eens helder voor. Als u hier een levend mens voorleest, dan weet u dat hij u begrijpt zoals een mens kan begrijpen. Maar de gestorvene lééft er in, de gestorvene leeft in in ieder woord dat u hem voorleest, de gestorvene dringt door in datgene wat door u zelf heengaat in uw gemoed. De gestorvene leeft met u, hij leeft intensiever met u dan hij ooit in het leven tussen geboorte en dood heeft kunnen leven. Zo komt u tot een verhoogd begrip van de gemeenschap met gestorvenen. Deze gemeenschap met gestorvenen is, wanneer we die zoeken, eigenlijk heel innig en door het schouwende bewustzijn wordt dit samenzijn met gestorvenen nog intensiever.
(Omgang met gestorvenen verloopt anders dan omgang met mensen hier op aarde)
Als de mens werkelijk bewust het rijk betreedt dat wij samen met de gestorvenen bewonen, dan is de omgang met de gestorvene alsvolgt: Als u bijvoorbeeld de gestorvene voorleest of ook voorspreekt, dan hoort u als een geestelijke echo dat wat u zelf voorleest. Men moet zich zulke begrippen eigen maken, als men zich een werkelijke voorstelling van de concrete geestelijke wereld wil leren maken. Dingen zijn in de geestelijke wereld anders dan hier. Hier hoort u zichzelf spreken, of u weet dat u denkt, als u spreekt of denkt. Als u tot gestorvenen spreekt, of denkend een verbinding met hen legt, dan klinkt u vanuit de gestorvene tegemoet wat u tot hem spreekt of wat u denkend en voorstellend tot hem richt – als de verbinding bewust in het schouwen is.
En verder hebt u een gevoel van innig verbonden zijn met hem, als u hem iets meedeelt. En als hij u antwoordt op deze mededeling, hebt u aanvankelijk het vage bewustzijn dat de gestorvene spreekt. U hebt het onbestemde bewustzijn: de gestorvene heeft gesproken en dan moet u uit uw eigen ziel tevoorschijn halen wat hij heeft gezegd. Daaruit begrijpt u, hoe noodzakelijk het is voor een werkelijke geestelijke omgang met elkaar, om van de ander te horen wat men zelf denkt en zich voorstelt en anderzijds uit u zelf te horen wat de ander zegt. Dit is een soort omkering van de hele verhouding van het ene wezen tot het andere wezen. Maar deze omkering heeft plaats als men werkelijk in de geest-wereld binnentreedt.

Uit GA 140: Spiritueel onderzoek over het leven tussen dood en nieuwe geboorte
27 april 1913, Düsseldorf

 

Met wie kun je contact hebben in de eerste tijd na het sterven

De eerste tijd nadat we gestorven zijn kunnen we eigenlijk alleen goede betrekkingen hebben met degenen die hier op aarde zijn achtergebleven of met degenen die zijn gestorvenen in de tijd die dichtbij ons eigen doodsmoment ligt. De meest nabije banden tussen mensen werken dan over de dood heen. Wat dat betreft kan er juist door degenen die hier achtergebleven zijn, de levenden, veel gedaan worden. Want de achterblijvende kan, omdat hij verbonden is met de gestorvene, aan deze gestorvene zijn eigen inzichten in de geestelijke wereld vertellen.

 

Contact vanuit het voorlezen en vanuit wat je zelf met de gestorvene deelt

Dat kan vooral door het voorlezen voor de gestorvenen. We kunnen de gestorvene de grootste dienst bewijzen, als we gaan zitten met vòòr onze ziel het innerlijke beeld van de gestorvene en hem dan zachtjes een geest-wetenschappelijk boek voorlezen, hem onderwijzen. Men kan hem ook zijn eigen gedachten, die men in zich heeft opgenomen, toesturen, daarbij steeds het beeld van de gestorvene echt levend voor ogen houdend. Hiermee moeten we niet zuinig zijn; we overbruggen zo de afgrond die ons van de gestorvene scheidt. Niet alleen in de extreemste gevallen, maar in ieder geval kunnen we iets goeds doen voor de gestorvenen. Dat is een troostrijk gevoel, het kan de smart lenigen over het sterven van iemand die je lief is.

 

Over de vraag of je kinderen die bij de geboorte of kort daarna zijn gestorven ook kunt voorlezen

Een kind ben je alleen op aarde. Vaak blijkt bij helderziend onderzoek dat een mens die als klein kind is gestorven, een individu is dat minder kind is dan iemand die als tachtigjarige is gestorven. Je kunt daarom niet dezelfde maatstaven aanleggen.
Ik heb al wel eens uitgelegd hoe het schilderij met de titel ‘De school van Athene’ begrepen kan worden. In de afgelopen tijd leerde ik het wezen kennen van iemand die jong gestorven is. Hij kon in ons contact mijn aandacht richten op wat er in de gedachten van Rafael (de schilder van dat schilderij) nog leeft van dit schilderij. Dit mensenwezen wees mij erop dat bij de groep linksvoor op het schilderij iets overgeschilderd is. Wat daar overgeschilderd is, is de plek waar iets opgeschreven staat. Daar staat nu een zin van Pythagoras. Oorspronkelijk stond daar een stuk uit het evangelie! – U ziet dus, dat zo’n ‘kind’ een heel ontwikkeld mensenwezen kan zijn, dat iemand de toegang geeft tot zaken die je maar moeilijk kunt vinden.
Dus ik wil maar zeggen: je kunt het voorlezen ook toepassen voor jong gestorven kinderen.

Bergen, 10 oktober 1913

 

Hoe lees je voor – een andere aanwijzing

Ik probeerde niets anders uiteen te zetten dan iets wat zich kan ontwikkelen als een goed resultaat van geest-wetenschappelijk streven. Ik bedoel het zogeheten voorlezen voor gestorvenen. Men kan namelijk inderdaad de vòòr ons gestorven mensenzielen een enorme dienst bewijzen door hen over spirituele dingen voor te lezen. Dat is in onze antroposofische beweging gebleken. Dat kun je zo doen, dat je je gedachten richt tot de gestorvene en probeert – om het gemakkelijker te maken – hem voor de geest te halen zoals je je hem herinnert: staand of zittend voor je. Dat kun je met meerderen tegelijk doen. Je leest dan niet hardop voor, maar volgt aandachtig de gedachten, terwijl je steeds van binnen het beeld van de gestorvene voor je vasthoudt. Dat is ‘gestorvenen voorlezen’. Je hoeft geen boek te hebben, maar je moet niet abstrakt denken. Iedere gedachte helemaal doordenken – zo lees je gestorvenen voor. Je kunt het zelfs zover brengen, hoewel dat moeilijker is, dat je, als je op een of ander gebied een gemeenschappelijke gedachte met de gestorvene hebt gehad en een persoonlijke verhouding tot hem had, je ook iemand die verder van je af staat kunt voorlezen. Dat gebeurt doordat hij door de warme gedachten die je tot hem richt, geleidelijkaan opmerkt dat je je tot hem richt.
Zo kan het zelfs nuttig worden als je degenen die verder van je afstaan voorleest. Mij is gevraagd op welk moment je dat het beste kunt doen. Het is onafhankelijk van het uur waarop je dat doet. Maar je moet de gedachten werkelijk doordenken. Oppervlakkigheid is niet genoeg. Je moet woord voor woord de inhoud doorlopen, alsof je het van binnen opzegt. Dan lezen de gestorvenen mee. Het klopt ook niet dat zo voorlezen alleen nuttig is voor mensen die zich tijdens hun leven met de geestwetenschap hebben verbonden – dat hoeft helemaal niet het geval te zijn.
[hierna volgen voorbeelden van mensen die in hun leven de antroposofie afgewezen hadden en die na hun dood des te meer een verlangen naar antroposofie hadden.]

 

Waarom zou je voorlezen?

Je vormt je een verkeerde voorstelling van het leven tussen dood en een nieuwe geboorte als je de vraag zou stellen: Waarom zou je eigenlijk gestorvenen voorlezen? Weten die dan niet uit eigen aanschouwing wat de mens hier op aarde kan voorlezen – weten ze dat niet veel beter dan wij? Zoiets vraagt alleeen iemand die niet in staat is om te beoordelen wat je juist in de geestelijke wereld kunt ervaren. Weet u, je kunt ook in de fysieke wereld zijn, zonder dat je weet hebt van de fysieke wereld. Als je niet in staat bent het een of ander te beoordelen, kun je de kennis van de fysieke wereld niet ervaren. De dieren leven ook met ons samen in de fysieke wereld en weten toch niet over die wereld wat wij als mensen ervan weten. Dat een gestorvene in de geestelijke wereld leeft wil nog niet zeggen dat hij van deze geestelijke wereld iets weet, hoewel hij die kan zien. Alleen op aarde kan geest-wetenschappelijke kennis worden verworven, je kunt die kennis niet opdoen in de geestelijke wereld. Daarom moet, als iets door een geestelijk wezen geweten moet worden, dat door een wezen te weten gekomen worden dat zelf op aarde is. Dat is een belangrijk geheim van de geestelijke werelden, dat je daar kunt zijn, ze kunt aanschouwen, maar dat je datgene wat nodig is als weten over de geestelijke werelden alleen op aarde verworven kan worden.
Uit: GA 150: ‘De wereld van de geest en haar werkingen in de fysieke wereld’
Weimar, 13 april 1913, ’s ochtends
‘Zintuiglijk beleven en beleven van de wereld van de gestorvenen’

 

Wat nemen slapende mensen mee voor de gestorvenen

Het andere wat je kunt bedenken is, dat wij, als we ’s nachts in de slaap de bovenzintuigelijke wereld binnengaan, in hetzelfde rijk zijn, waar ook de gestorvenen zijn. Alleen weten we daar bij het wakker worden niets meer van. Hoe gaan de meeste mensen slapen? Je kunt zeggen dat ze weinig spiritueels meenemen als ze de drempel tot de slaap hebben overschreden. Degenen die door het genieten van spiritualiën de nodige bedzwaarte hebben bereikt, brengen niet veel spiritueels mee in de geestelijke wereld. Maar er zijn daarbij veel nuances. Je hoort zo vaak: wat heeft het voor zin om geest-wetenschap op te nemen en dan nog niet eens in de geestelijke wereld te kunnen binnenkijken? – Ja, als iemand zich daar maar genoeg mee bezighoudt, dan neemt hij ook iets mee in de slaap. Denkt u eens aan een slapende stad, aan slapende mensen, dan zijn de zielen buiten het lichaam.
Wat de slapende zielen betekenen voor de geestelijke wereld is nog wat anders dan dat wat ze betekenen voor de fysieke wereld. Voor de gestorvenen is het vergelijkbaar. Wat wij de gestorvenen geven en wat zij in hun bewustzijn opnemen, dat is wat ze voor hun leven nodig hebben. Als wij voor hen spirituele gedachten meenemen, dan hebben ze voeding, als we dat niet doen hebben ze honger. Daarom kun je zeggen dat wij door het verzorgen van spirituele gedachten geestelijk voedsel voor de gestorvenen verschaffen. We kunnen hen laten verhongeren als we ze geen spirituele gedachten brengen. – Als de velden verkommeren kunnen ze geen voedsel opbrengen om mensen te voeden en de mensen kunnen verhongeren. Gestorvenen kunnen dan wel niet verhongeren, maar ze lijden eronder als op aarde het geestelijk leven verkommert.

De levende wisselwerking tussen levenden en gestorvenen (10.10.1913)

Hoe weet je of de gestorvene het echt kan horen?

Zonder helderziende blik kun je dat moeilijk te weten komen, hoewel je geleidelijk aan, als je je met aandacht voor gestorvenen bezig houdt, verrast kan worden door het gevoel: de gestorvene luistert. Je zult dat alleen niet merken, als je niet oplet en zo niet de eigenaardige warmte opmerkt die zich vaak bij het voorlezen voordoet. Je kunt daar echt een gevoel voor krijgen.
Als dat niet lukt, beste vrienden, dan kun je zeggen dat ook in dit geval een regel gebruikt kan worden, waarmee we vaak moeten werken. Dat is de regel: Ja, als we gestorvenen voorlezen, doen we dat onder alle omstandigheden ten bate van de gestorvene, als hij ons hoort! En al hij ons niet hoort, dan vervullen we in elk geval onze plicht en komen misschien zover dat hij ons toch hoort; en anders heeft het toch zin, want we vervullen ons met gedachten en ideeën die zeker voeding zijn voor de gestorvene op de manier die ik al eerder besprak. Er gaat dus onder alle omstandigheden niets verloren.
Maar in de praktijk is gebleken, dat van de kant van de gestorvenen het vernemen van wat voorgelezen wordt heel vaak voorkomt, en dat er een grote dienst bewezen kan worden aan degenen die we voorlezen wat tegenwoordig aan geestelijke wijsheid eigen gemaakt kan worden.

Zo mogen we hopen, dat de scheidingsmuur tussen levenden en gestorvenen steeds minder en minder wordt, doordat de geest-wetenschap zich in de wereld verbreidt.

 


 

Geesten van uw zielen, werkende wachters,
neem de liefde op uw vleugels,
die wij biddend willen zenden
aan d’u toevertrouwde sferenmensen.
Moge, met uw macht vereend,
onze bede helpend stralen
voor de zielen die zij innig zoekt.

 


 

Onze liefde volge jou,
jij ziel, die nu leeft in de geest,
die haar aardeleven overziet
en zichzelf daardoor als geest herkent.
En wat jou in het zieleland
denkend als jouw zelf verschijnt,
neme onze liefde op, opdat wij onszelf in jou voelen,
jij in onze ziel kunt vinden
wat daarin leeft met jou,
trouw aan jou.

 


Voel hoe wij in liefde opzien
naar de hoogten die jou nu
oproepen tot ander scheppen.
Reik ons vrienden die jij hier liet,
nu jouw kracht uit geestgebieden.

Hoor de vraag uit onze harten,
in vertrouwen jou gezonden:
wij behoeven voor ons aardse werk
steun en kracht uit geesteslanden
die gestorven vrienden schenken.

Hoop die ons gelukkig maakt
bij het verlies dat ons diep treft:
Laat ons hopen dat jij ver-nabij
onverminderd in ons leven schijnt
als een ziele-ster in het geestdomein.

sterven en dood als metamorfose

Geplaatst in: inspiratie | 0

”Het schouwspel van de natuur is altijd weer nieuw,
omdat zij voortdurend nieuwe toeschouwers schept.
Leven is haar mooiste uitvinding.
En de dood is haar kunstgreep om steeds weer opnieuw leven te hebben.”

Met deze woorden stelde Goethe in 1780 voor om de dood niet als eindpunt te zien, maar als een proces van omvorming naar een hoger niveau. Die gedachte sluit aan bij wat veel mensen ook vandaag de dag ervaren bij ingrijpende gebeurtenissen in hun leven, zoals teleurstellingen, tegenslagen, relaties die stuklopen, het verlies van geliefden, ziekte, ontslag. Op zulke momenten lijkt het alsof we niet verder kunnen, alsof we innerlijk voor een afgrond staan. Al het oude, al het vertrouwde valt weg. Niets houdt ons nog op de been, een deel van ons sterft af.

Tegelijkertijd beseffen we dat er ook een andere kant is. Diep van binnen kunnen we zo’n gebeurtenis als een kans beleven, vanuit een innerlijk weten: als ik hier doorhéén ga, kan er nieuwe ruimte komen.
Zo is het ook bij onze dood: als wij sterven komt er ruimte voor nieuw leven.

Sterven is verbonden met opstanding. Sterven markeert het begin van het leven na de dood, op weg naar een nieuwe geboorte.

1 2 3 4 5 6