Leven na de dood
als weg naar een nieuwe geboorte

Margarete van den Brink

In dit kleine boekje heeft Margarete van den Brink de lezing uitgewerkt, die zij enige tijd geleden hield bij de conferentie ‘Licht op het levenseinde’. Beknopt en helder maakt zij duidelijk wat er gebeurt als je sterft en hoe het daarna verder gaat. We beleven een terugblik op ons leven, verwerken wat er gebeurd is, komen steeds verder weg te staan van het aardse leven. We krijgen op deze tocht een liefdevol geleide van een geestelijk lichtwezen. Het is een weg van loslaten, van leren en van inzichten en intenties opdoen voor een volgend leven. Dit boekje kan een gevoel van vertrouwen geven, dat het aardse leven en het leven daarna met elkaar in een groot verband staan. Dat maakt wellicht dat we ons bewuster en gerichter op ons eigen sterven kunnen voorbereiden.

 

Uitgever Nearchus
2014

 

Leef!

Laura Maaskant

Geplaatst in: boeken, inspiratie | 0

Laura Maaskant beschrijft in haar boek ‘Leef!’ (2014), hoe ze omgaat met haar ziekteproces. Op haar 15de jaar wordt er een tumor bij haar ontdekt en ze moet vele chemokuren ondergaan. Uiteindelijk wordt ze ‘schoon’ verklaard, maar in 2013 komt de tumor terug. Nu besluit ze geen behandelingen meer te ondergaan. Ze is kortgeleden 22 jaar geworden.
Wat opvalt is de heldere en waardige manier van omgang met de te verwachten fatale afloop. Haar verdriet en haar wil tot leven vinden telkens hun basis in haar keuze om er met heel haar bewustzijn dicht bij te blijven. Een verhaal waar menigeen door geïnspireerd kan raken. Door het lezen van haar boek leeft u een stukje met haar mee. Van haar boek is een theater-productie gemaakt.

 

Uitgever Ten Have
ISBN 9789025903923
mei 2014

 

Samen verder na verlies van een kind

Beate Matznetter

Geplaatst in: boeken, inspiratie | 0

Het sterven van een kind is een diep ingrijpende gebeurtenis. Alles verandert ineens totaal. De pijn van het verlies wordt door ouders heel verschillend verwerkt. Vaak is het moeilijk om elkaar te blijven bereiken, ieder rouwt immers op zijn of haar eigen wijze. Beate Matznetter (psychologe) maakte het verlies van een kind zelf mee, ze ervoer wat helpend was voor haar eigen rouw en verwerking (en die van haar man) en wat juist nìet. Ze interviewde 8 echtparen over hun ervaringen bij het overlijden van hun kind. Dit boek is waardevol omdat het laat zien wat rouwende ouders en hun eventuele andere kinderen nodig hebben. Het biedt houvast aan echtparen die dit meemaakten, aan hun naasten en aan hulpverleners, die zoeken naar wegen om de pijn te helpen dragen.

 

Uitgever Ten Have
ISBN 9789003725
april 2014

 

Opbaren met graszoden
Marijcke van Hasselt

In het algemeen is voor nabestaanden de koeling een onderdeel van de uitvaartzorg waar men nog weinig van af weet. Door die onwetendheid is er snel angst voor verval en geurtjes. Men zal dan afgaan op de adviezen van de uitvaartverzorger. Deze zal meestal voor mechanische koeling kiezen, omdat dit ’t meest garant staat voor goede conservering tot de begrafenis of crematie. Maar is dit aspect het enige wat van belang is voor onze keuze?

Wanneer we uitgaan van wat er in de dagen na het sterven plaatsvindt, kan een andere keuze wenselijk zijn. Het sterven is namelijk niet een gebeuren van één moment, het is een proces. Een proces van het loslaten van de niet-fysieke wezensdelen die tot aan het overlijden met het fysieke lichaam verbonden zijn. Dit proces duurt ongeveer drie dagen. In die periode maakt het levenslichaam, dat onmisbaar was voor het levende fysieke lichaam, zich geleidelijk daarvan los waardoor het fysieke lichaam in verval raakt.
Het loskomen van het levenslichaam gaat gepaard met twee voor de overledene belangrijke gebeurtenissen:

  • hij ziet voor het eerst van buitenaf het eigen lichaam (dat ben ik!)
  • hij ziet de beelden van zijn voorbije leven in één groots panorama verschijnen; want door het loskomen van het levenslichaam komen de herinneringen vrij.

Beide beelden zijn voor de overledene van groot belang voor het verwerken van het voorbije leven tijdens zijn reis in de geestelijke wereld. Steeds kijkt hij daarnaar terug. Daarom is het wenselijk ervoor te zorgen dat dit proces ongestoord plaatsvindt in de hierbij behorende natuurlijke tijdsduur.

Bij mechanische koeling ligt het accent op het snel verlagen van de lichaamstemperatuur. Dit heeft als keerzijde dat door deze snelle koeling het proces van het van-elkaar-losraken van het fysieke lichaam en het levenslichaam vertraagd wordt. Soms is het zichtbaar als een verstarring op het gelaat van de overledene door de te grote koude. Ook kan door de trillingen en de geluiden van het af- en aanslaan van de motor onrust in de opbaarruimte ontstaan, soms ook een koude tocht, beide veroorzaakt door het binnenhalen van onnatuurlijke elementen in een natuurlijk proces. Ook kan het lijken of de overledene door de te grote koude verstard raakt.

Om dit te voorkomen is in Zwitserland een alternatieve methode ontwikkeld, waarmee ook in ons land al jarenlang positieve ervaringen zijn opgedaan. De koelte wordt verzorgd door graszoden, die vochtig gehouden worden met verstoven water, waarin rozemarijn en kwarts opgelost zijn. Dit blijkt in een opbaarruimte te zorgen voor een aangename koele atmosfeer. Wanneer je eerder gewaakt hebt in situaties waarin sprake is van mechanische koeling, is deze methode een weldadige ervaring. Het is of de hele ruimte meehelpt om een heilzame omhulling te scheppen voor de overledene. Evenals tijdens het genoemde proces van loslaten zijn ook hier niet-materieel- waarneembare levenskrachten werkzaam. En die blijken in de meeste gevallen te voldoen.

Deze methode is eenvoudig toe te passen.

Praktische aanwijzingen

De voorbereidingen:

  • Kies een koele ruimte. Het is raadzaam de overledene zo min mogelijk te verplaatsen. Gebruik met betrekking tot de kist en de (be)kleding liever geen kunststof. Houd ramen gesloten.
  • Leg tevoren op de plaats waar het bed staat of de baar komt te staan op de vloer een stuk plastic (evt. vuilniszakken) ter grootte van het bed/de baar.
  • Leg dikke graszoden op 2 á 3 grote dienbladen, bakplaten of fornuisdeksels en plaats die op het plastic. Deze plaggen kun je gewoon uitsteken. Het gras kan na afloop weer op zijn plaats worden teruggelegd.
  • Doe in een plantensproeier met 2 liter inhoud: (regen)water, 20 druppels Weleda kwarts D8 (of het B.D. kwartspoeder, zie slot)en een dopje Weleda Rozemarijn-badmelk. Rozemarijn stimuleert de verdamping, kwarts (bergkristal, silicium) ondersteunt de werking door zijn vormkracht en door zijn lichtdragend en -doorlatend vermogen. Het bijtijds in huis halen van Rozemarijn-badmelk en kwarts is aan te bevelen.
  • Plaats in de opbaarruimte twee bakjes met (regen)water waarin tevoren een paar druppels Weleda Rozemarijn-badmelk zijn gedaan. Als het erg warm is eventueel ook een emmer koud water, dat men 2 x per etmaal ververst.
  • In de 3 dagen:
 Besproei in deze dagen de graszoden 2 x per dag royaal met de kwarts /rozemarijnoplossing. Liefst ’s morgens vroeg bij zonsopgang en midden in de middag. De sproeifles eerst even schudden.

N.B. Opbaren met graszoden bij langduriger opbaring.

Met deze methode kan in de meeste gevallen de hele tijd tot aan de crematie of begrafenis worden overbrugd, uit ervaring vrijwel altijd de eerste drie à vier dagen. Tot voor kort had de begrafenis/ crematie meestal redelijk snel na deze drie-dagen-tijd plaats. Maar in de laatste jaren is de tendens ontstaan (door de mogelijkheid van mechanische koeling) om de tijd tussen het sterven en begraven/cremeren op te rekken. Als zo’n langere tijd onontkoombaar is, is het goed te beseffen dat het overleden lichaam van nature afkoelt en niet meer de temperatuur van de omgeving aanneemt. Ook moeten we ons realiseren dat geur bij het proces van het sterven hoort. We kunnen in het laatste geval gebruik maken van goede natuurlijke geurmiddelen.

Er is dus geen reden om het koelen met graszoden a priori af te wijzen, zeker niet voor de eerste drie à vier dagen. Van dag tot dag kan men controleren hoe de situatie is, en bij een duidelijk vermoeden dat andere maatregelen genomen moeten worden daarvoor zorgen. Zo nodig kan men – na overleg – wel tevoren de mechanische koeling al aanbrengen, en deze pas inschakelen als het nodig is, of na de derde dag.
In geval van een reeds door ziekte, medicijngebruik of ongeval snel ingezet verval van levenskrachten of andere extreme omstandigheden kan vanaf het begin de keuze voor mechanische koeling na het sterven wenselijk zijn. In deze situaties kunnen we dankbaar gebruik maken van de verworvenheden van de moderne techniek.

Steeds geldt echter dat een wakker bewustzijn, duidelijkheid over de gewilde keuze en vertrouwen in deze periode kunnen bijdragen tot het welslagen van wat wordt gewenst.

In plaats van Weleda kwarts D8 kan men ook voor kwarts kiezen dat in de biodynamische landbouw wordt gebruikt voor bereiding van het koehoorn- kiezel-preparaat. Eén portie is goed voor 10 liter. Dit kan men (liefst in lauw) regenwater oplossen door een uur lang om en om links- en rechtsom te roeren met een houten lepel in een emmer, zodat een draaikolk ontstaat. Kwartspoeder moet in een glazen potje op een lichte plek bewaard worden en af en toe even geschud worden.

Verdere informatie is te verkrijgen bij de Vereniging voor Biologisch- Dynamische Landbouw en Voeding, tel. 0321 315937.

Marijcke van Hasselt, Apeldoorn.

 

betekenis

Geplaatst in: gedichten, inspiratie | 0

In het licht van de dood komt de vraag op naar de betekenis van elk afzonderlijk leven. Als buitenstaander hebben wij zelden het gevoel dat iemand voltooid is als hij sterft. Elk leven laat zich begrijpen als een geheel individuele voltooiing, maar ook als een deel van de verwerkelijking van de gehele mensheid.

 

Uit: “Leven met het hart van een ander” – Elisabeth Wellendorf

Na dit leven

Eben Alexander

Geplaatst in: boeken, inspiratie | 0

Een bijzondere schikking van het lot: een neuro-wetenschapper die door een intensieve bijna-dood-ervaring heen gaat. Eben Alexander gaf al vijftien jaar les in de neurochirurgie toen hij een bijna-doodervaring kreeg na een zeldzame vorm van hersenvlies-ontsteking. Zeven dagen lang was hij hersendood, tot hij onverwacht uit zijn diepe coma ontwaakte. Wat hij zich kan herinneren uit die tijd staat voor altijd in zijn geheugen gegrift: hij is ervan overtuigd geraakt dat er leven is na de dood. De ervaring heeft hem èn zijn wereldbeeld diepgaand veranderd. Wanneer je op youtube zoekt op zijn naam, kun je filmpjes vinden met interviews – opvallend zijn de rust en de liefde die van hem uitgaan. Het voorwoord bij de Nederlandse vertaling werd geschreven door Pim van Lommel, de Nederlandse cardioloog die baanbrekend onderzoek deed naar bijna-dood-ervaringen.

 

Uitgever A.W. Bruna Uitgevers
ISBN 9789400501904
maart 2013

 

Wat gebeurt er als je dood gaat?

Hans Stolp

Geplaatst in: boeken, inspiratie | 0

‘Als je sterft, begin je aan een nieuwe levensweg, die je zal omvormen tot een stralend lichtwezen’ – zo luidt het opschrift op de achterkant van dit boek. Hans Stolp beschrijft in opeenvolgende hoofdstukken door welke sferen en engelrijken in de geestelijke wereld we na onze dood heengaan en later ook weer teruggaan, totdat we weer op aarde incarneren. Hij baseert zich daarbij op wat Rudolf Steiner, verspreid over vele voordrachten, hierover heeft gezegd, maar geeft dit weer in eigen bewoordingen. Daarbij legt hij ook zijn eigen accenten. Het gaat om een veelomvattende inhoud die vrij compact is weergegeven – echt een boek om steeds weer een stukje van op te nemen, tot de beelden je vertrouwd zijn geworden.

Uitgever Ankh-hermes
ISBN 9789020208764
maart 2013

 

De 40-dagen-tijd
ritmische geheimen rond het sterven

Marijcke van Hasselt

“Je moet er maar eens op letten, op de 40e dag na het sterven gebeurt er iets.” Dat vertelde iemand eens aan een goede vriend. En deze ontdekte dat dit waar was, ook uit verhalen van anderen, die hij het vroeg of vertelde. Kijk zelf maar eens.

De 40e dag na een sterven is ook in ons land een dag waarop wordt stilgestaan bij een overledene. Hoewel bescheiden in omvang kunnen we toch spreken van een traditie. We ontmoeten het als gebruik in de r.k-kerk, maar ook bij privé georganiseerde bijeenkomsten en in sommige hospices en waakgroepen. Het is een traditie, ondanks dat men over het algemeen niets weet over achtergrond, reden of bron.

Al sinds mensenheugenis heeft het getal 40 kennelijk een eigen specifieke betekenis met betrekking tot een tijdsaanduiding. Veertig dagen is de duur van o.a. de zondvloed, het verblijf van Mozes op de berg Horeb, het verblijf in de woestijn, de vastentijd voor Pasen, de tijd tussen Pasen en Hemelvaart, de bruidstijd, de wittebroodsweken, de kraamtijd, de officiële rouwperiode, de quarantaine. Het eerste lachje van een kind kan je ontdekken op de 40 dag na de geboorte. Veertig dagen is de kritische grens voor een hongerstaker. In de medische wereld wordt 40 dagen of 6 weken algemeen ervaren als een periode nodig voor genezing. Veertig weken duurt een zwangerschap, in veertig jaar voerde Mozes het Joodse volk terug uit Egypte. “Het leven begint bij 40.” Waarom 40?

Alle ritmisch terugkerende gebeurtenissen zijn aardse afspiegelingen van een kosmische werkelijkheid. Dit is gemakkelijker herkenbaar als het ritme met het getal 4 (maanfases),7 (planeten) of 12 (dierenriem) te maken heeft. Maar voor de achtergrond van het ritme van 40 is die oorsprong onduidelijker, alsof het zijn geheim niet zomaar wil prijsgeven. Hier lijkt het kosmische spiegelbeeld alleen in omgekeerde richting te vinden, namelijk vanuit wat t.a.v. deze tijdsspanne op aarde beleefd en herkend wordt. Als we ons daarin verdiepen, zien we dat die periode van 40 (dagen, weken, maanden, jaren) eigenlijk steeds te maken heeft met een periode van eerst een ingrijpende gebeurtenis, vervolgens een tijd van rijping en tenslotte een metamorfose, een overgang naar een nieuwe fase en de vreugde die daarbij hoort.
Heel verrassend kwam bij mijn zoektocht naar het geheim achter het ritme van 40 opeens het kosmisch oerbeeld van het graalsgebaar op: de zon, de zonnegeest, indalende in een maanvormige schaal, een samengaan van het ritme van de 12 stappen van de zon in een jaar langs de dierenriem en het maanritme (28 dagen van volle maan naar volle maan), zoals vanuit de aarde kan worden beleefd. Het is een weergave van de door de opstandingskracht van de zon (de zonnegeest) opnieuw gewekte, omhoog gestuwde maankrachten. Dit symbool is niet aan een bepaalde cultuur of godsdienst gebonden. Men komt het in velerlei culturen tegen.

In de christelijke esoterische literatuur blijkt dit beeld verbonden met een bijzondere, diepe betekenis. Veertig is een incarnatiegetal, iets wil op aarde komen. Het is alsof na een periode van duisternis opeens het licht doorbreekt, dat zich door inwerking van een hogere kracht van binnenuit kon ontwikkelen. In deze hogere impulserende kracht kan de blijvende verbinding van Christus met de aarde herkend worden, de gebeurtenis die wij vieren met Hemelvaart, 40 dagen na Pasen. Dit fundamenteel ingrijpende gebeuren lijkt deze unieke omvormingspotentie in relatie tot getal 40 te hebben vernieuwd en versterkt. Wellicht dat daardoor de werking in onze tijd veel algemener ervaren kan worden.
Vaak vertellen mensen over een opvallende gebeurtenis op de 40e dag, al dan niet in de natuur. In de R.K. kerk wordt een mis opgedragen. In de Oosters-orthodoxe landen wordt de 40e dag gevierd met een maaltijd. In Bulgarije, omdat op die dag de ziel het huis verlaat. In Rusland, omdat de ziel, na 40 dagen rondgedoold te hebben op aarde, de hemelpoort binnen kan vliegen. In Georgië, omdat de ziel dan opgenomen wordt in het paradijs. Ook in de Joodse, Boeddhistische en Islamitische cultuur en bij sommige Zuid-Afrikaanse stammen, staat men stil bij de 40e dag na het sterven. In de periode na het sterven kan de 40-dagentijd dus ervaren worden als bij uitstek vol betekenis.

Wat hier ervaren wordt komt overeen met wat Rudolf Steiner beschrijft als de weg van de ziel na het sterven. Hij geeft aan dat, nadat de overledene in de eerste 3 1/2 dag omringd is geweest door zijn levenspanorama, hij zich in de eerste tijd daarna veelal nog niet kan oriënteren, omdat hij door het licht verblind wordt. Maar vervolgens wordt verteld hoe deze – gesterkt vanuit de geest – dan na die periode zijn nieuwe omgeving opeens bewuster waar kan nemen en zijn weg in de zielenwereld kan vervolgen.

Als we gaan ontdekken wat er in de 40 dagen na het sterven plaatsvindt, kunnen we met des te meer eerbied kijken naar het proces waarin de gestorvene zich dan bevindt en ook vermoeden dat dit soms een zware weg is. We kunnen in deze periode van 40 dagen proberen deze mensenziel te ondersteunen door alleen of in een groep aan de gestorvene te denken, te bidden, hem te bemoedigen en/of een tekst voor te lezen waarin dit proces een rol speelt om zo de ziel te helpen de kracht te ontvangen, die hem vanuit de kosmos en de natuur tegemoet komt.

Het open gaan staan voor dit ritme van 40, daarmee te gaan leven, is een heel verrijkende ervaring. Hetgeen zelf beleefd werd, wordt bevestigd. In de waakgroep Aurora (Apeldoorn, 2000 – 2010) werd – na de waakperiode van de eerste 3 1⁄2 dag na het sterven- elke avond tot de 40e dag op een afgesproken moment door de wakers een spreuk gelezen voor die gestorvene. Op of nabij die 40e dag werd dit in een bijeenkomst afgesloten, werd stilgestaan bij deze overledene en de waakvraag geëvalueerd. Ook heb ik meegemaakt dat vrienden van een overledene op de 40e dag na het overlijden bijeenkwamen en iedereen nog iets vertelde. Juist doordat het omgaan met deze periode van 40 dagen in ons land niet tot een vaste vorm of traditie is gestold, zijn wij vrij hier zelf vanuit eigen inzicht vorm aan te geven.

Als de geest
De aardse omhulling verlaten heeft,
Doorloopt hij na de terugblik, geestesrijken.
Als in een droom tastend,
Schemerende verten.
Hij vindt geen rust in het al
Zonder steun van het lichaam.
Langzaam slechts
Ontworstelt zich bewustzijn.
Nog aardgebonden is de ziel,
Kan zich niet ontdoen van aardse zwaarte.
Smartelijk
Moet zij de loutering voltrekken
En haar zinnen richten op
Zij smelt weg
Tot op het laatst de edele kern rest
Bevrijd van aardse slakken
Het lichtend ik-kristal …..

eerste deel van een spreuk van Gerhard Reisch uit:
Gerhard Reisch, A Book of The Dead, waarin ook de spreuken van Het Dodenboek in Nederlandse vertaling (Bruckfelden, 2005).

De laatste levensfase
en het begin van de nieuwe
– in gesprek met Frank Storm

Het sterven zelf is wat anders dan het leven na de dood, hoewel het er wel mee te maken heeft. Het sterven is onderdeel van een proces: je hebt een leven vóór het sterven en een leven na het sterven en hoewel er een afbreking lijkt te zijn, is er toch een doorgaande beweging.
Het is belangrijk je op het sterven voor te bereiden. Praktische zaken als uitvaart en nalatenschap, maar ook wat Elisabeth Kübler-Ross de ‘unfinished business’ noemde moeten tijdig overdacht en geregeld worden. Op geestelijk/religieus gebied zijn er vanuit de Christengemeenschap de persoonlijk-priesterlijke begeleiding en daarmee verbonden de laatste communie, het biechtgesprek en de stervenswijding. Ook worden speciale diensten bij de begrafenis of crematie gehouden. Het is goed van te voren er over na te denken hoe dit alles een plek krijgt. Hoe kun je het afscheid laten verlopen zoals jij wilt? Na het sterven is je “ik” er immers niet meer en je hebt geen vat meer op de aardse werkelijkheid.

Wat gaat er door mensen heen die zich realiseren dat ze gaan sterven?

Het valt ook mij op dat veel mensen geen angst voor het sterven zelf hebben, maar wel moeite met de weg er naartoe: de aftakeling en het lijden, hoewel het laatste vaak verzacht kan worden. Er kan ook wanhoop en boosheid zijn; mensen kunnen de omgeving heel negatief tegemoet treden. Zelfs degene die iemand liefdevol verzorgt, kan dan onheus bejegend worden. Het is troostrijk om te weten dat je je dat niet persoonlijk hoeft aan te trekken, dat het iets algemeens is. Het is de schaduwkant, het dubbelgangerwezen van die persoonlijkheid dat dan naar boven komt en zich losmaakt – negatief, scherp, intellectueel. In het sterven kan dit zich ongecontroleerd uiten. Oudere mensen kunnen nu eenmaal soms ongegeneerd hun negatieve kant laten zien.
De laatste periode voor het sterven kan ook een periode van rust zijn. Mensen kunnen vol berusting accepteren wat zij in het laatste deel van hun levensweg te verwerken krijgen. Deze mensen worden niet bitter en stralen en zekere soevereiniteit uit. Dan krijg je soms een glimp te zien van wie iemand werkelijk is; dan treedt het hogere ‘ik’ naar voren.
Mensen die in de Christengemeenschap komen, met wie ik tijdens mijn werk als priester te maken had, kunnen meestal open over deze verschillende kanten van het bestaan spreken.
Het is een mij inspirerende gedacht dat het sterven, gezien vanuit het leven na de dood, een stralende gebeurtenis is. Dat het binnentreden in de geestelijke wereld gehuld is in een bijzonder licht en dat je met grote belangstelling terugblikt op wat er gebeurde toen je stierf.

Als priester ben je dienaar van Christus. Bij het voltrekken van de rituelen en gebeden verdicht zich de aanwezigheid van Christus en je probeert je bewustzijn daar op te richten. Het normale contact van mens tot mens wordt verrijkt met het hogere dat dan wil komen, de sterfsituatie wordt doorlaatbaar. Doorlaatbaar worden kan betekenen dat de stervende geestelijke ervaringen heeft, die natuurlijk al eerder los van de priester konden optreden. Vaak is dat een ontmoeting met de al eerder gestorvenen. Als priester verzorg je de stromende verbinding met de goddelijke wereld van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die altijd al in het leven aanwezig waren.
In een sacrament kan de geest zich dus verdichten en kan de liefde van Christus werkzaam worden.
Met het willen ontvangen van de stervenswijding is de acceptatie van het gaan sterven verbonden.
Je wordt je bewust: het sterven is nu mijn levensfase. Ik weet dat mijn weg verder gaat, bevrijd van veel lasten die er voordien waren. Ik kan mijn levenslot in de handen van Christus leggen.
Een vrouw die een levensgevaarlijke operatie moest ondergaan, had voor de zekerheid de stervenswijding gekregen. Tijdens de operatie had zij ervaren dat er een mantel van koesterende warmte om haar heen was. Ze vertelde hierover toen ze was bijgekomen uit de narcose. Dit beeld is me altijd bijgebleven. De helende olie, die met de drie kruisjes een resonantie in zich draagt van het mysterie van Golgotha, en die in drie kruisjes op het voorhoofd wordt aangebracht, geeft een warmteomhulling waarin je je geborgen voelt. Het is een soort licht, een liefdekracht: een zegen.
De kiem die je geworden bent aan het einde van je leven wordt wanneer je de geestelijke wereld binnentreedt door de warmtemantel van de olie omhuld. Het spreekt me enorm aan dat iets wat tijdens ons leven in ons groeide een kiem voor de toekomst na het sterven is. De olie is niet alleen maar een mantel van warmte; hij kan de wezensdelen bij wijze van spreken ‘smeren’, zodat je wat gemakkelijker uit dit leven glijdt. Maar hij kan ook genezen, zodat je nog iets langer op aarde kunt blijven, omdat er nog iets voor je te doen is.
Het is een grandioos moment, maar ook een groot geschenk dat je als priester de stervenswijding mag geven. Je mag iets heel bijzonders in het leven van een ander mens meemaken. Je mag ervaren dat mensen ook ‘ja’ kunnen zeggen tegen het feit dat ze gaan sterven. Het is heel belangrijk dat ze er vrede mee hebben dat ze door de poort van de dood gaan. Het ontvangen van de stervenswijding kan alleen gebaseerd zijn op het feit dat je er ‘ja’ tegen zegt. Er is dan een met geestvervulde berusting, doortrokken van licht en warmte – iets heel bijzonders in de aura van de stervenswijding. Het is de moeite waard om het sterven te wijden. In het leven is de stervenswijding een kostbare gebeurtenis met heel grote dimensies.

Zo kom je uit het voorgeboortelijke leven en de rijkdommen van de kosmos naar het wonder van het aardeleven. Je vouwt jezelf samen en metamorfoseert in de aardse persoonlijkheid na de geboorte. Je leeft en streeft en sterft tenslotte. Je hebt je biografie doorleefd en gebouwd.
Na de dood wordt de geestkosmos weer zichtbaar voor je en wellicht neem je geschenken mee naar die goddelijke wereld die alles mogelijk maakt: nu, in het verleden en in de toekomst.

Frank Storm is priester in de Christengemeenschap

Met de doden leven

Arie Boogert

In de laatste decennia lijkt er een kentering te zijn gekomen in het bewustzijn rondom het sterven. In de zeventiger jaren kwamen de eerste berichten over bijna-dood-ervaringen. Elisabeth Kübler Ross is er als eerste in geslaagd om aandacht voor stervenden wereldwijd op de publieke agenda te zetten. In de opkomst van de hospice-beweging, ook in Nederland, kunnen we zien dat een grote groep mensen, vrijwilligers en professionals, zich geroepen voelt om stervenden liefdevol bij te staan. De dood is niet langer ‘taboe’, wordt niet meer verzwegen. – Tegelijk zijn er velen, voor wie de wereld van de gestorvenen dichterbij is gekomen. Ons bewustzijn lijkt opener, wijder te zijn geworden. Zo kan het gebeuren dat een gestorvene zich spontaan bij je meldt. Het kan het begin zijn van een subtiele vorm van contact. Wat zou je kunnen doen als je vanuit jezelf met een dierbaar mens in contact wil blijven na het overlijden? Kun je dat zomaar doen?

Arie Boogert geeft in ‘Met de doden leven’ handvatten om je liefdevolle aandacht ook aan gestorvenen te kunnen geven. Hij vat hierin samen wat al in het begin van de 20e eeuw door Rudolf Steiner, verspreid over vele voordrachten, is gezegd over het hoe en waarom van het verzorgen van het contact. Het is ook een ‘warm’ boek, gebaseerd op levenslange eigen ervaringen in het contact met overledenen.

Voor gestorvenen maken wij levenden vanzelfsprekend deel uit van hun wereld. Wíj kunnen, door innerlijk werk, ervoor zorgen dat deze wereld binnen ons bereik komt, voor ons toegankelijk wordt. We moeten afwachten of zij met ons in contact willen komen. De weg begint met het voorbereiden van je innerlijke ruimte. Dat doe je door je af te zonderen van alle uiterlijke zaken. Het enige wat je dan zal afleiden is wat zich zoal in jezelf afspeelt: gedachten die hun eigen weg gaan, voorstellingen die zich opdringen, gevoelens. Je moet een situatie scheppen waarbij je je innerlijk staande kunt houden, een situatie van ontvangende aandacht. Een en al opmerkzaamheid, waarneming. In die ruimte kunnen geestelijke wezens binnenkomen.

Door het hele boek heen vind je sprekende voorbeelden van ervaringen vanuit dat verwijde bewustzijn, waarin de andere wereld zich meldt. Die schakering aan voorbeelden verbreedt onze verwachtingen rondom dit nog onbekende gebied. Het helpt bij het opbouwen van een innerlijk kader om jezelf te steunen op je weg.

In het hart van het boek staan een aantal spreuken van Rudolf Steiner, die als ‘vervoermiddel’ voor je aandacht kunnen dienen.
 Je kunt een gestorvene ook vragen stellen. De momenten van inslapen en wakker worden zijn daarvoor het geëigende moment. Langzaam leer je je meer openen voor je intuïties – we hebben wel degelijk grenservaringen, maar herkennen ze niet altijd.

Zo kunnen we geleidelijk een soort waarnemings-orgaan voor hen ontwikkelen, we raken betrokken bij wat de ander doormaakt. De band die we daarmee scheppen zal niet meer breken, al kan de verbinding wisselen in intensiteit. Die band tussen levenden en gestorvenen is elastisch en vrij.

 

Uitgever Christofoor
ISBN 9789060386422
juli 2009

 

1 3 4 5 6 7