Het leven beschermen

Geneeskundige ethiek en hulp bij zelfdoding
Peter Selg en Sergej Prokofieff

Dit oorspronkelijk Duits-talige boekje kwam tot stand n.a.v. de discussie in Zwitserland rond hulp bij zelfdoding.
Wie zich, ook in Nederland, bezighoudt met deze thematiek, ziet de maatschappelijke acceptatie toenemen om het mensenleven kunstmatig te (laten) beëindigen, om mensen het lijden te besparen.

De arts en psychiater Peter Selg beschrijft het uitgangspunt van de antroposofische geneeskunde: de inzet voor het leven en de levenskrachten van de individuele mens in zijn levensloop. Behandeling is altijd gericht op genezing. Een antroposofisch arts kan medicijnen inzetten die positief werken op de levenskrachten en tegelijk het lijden verzachten, met behoud van het bewustzijn. Bewustzijn is van groot belang bij het sterven, ook voor het leven nà de dood. Een aspect dat in de maatschappelijke discussie meer aandacht verdient.

Sergej Prokofieff bespreekt de artsen-eed van Hippokrates in het kader van door de arts te verlenen euthanasie. Ook de achtergronden en gevolgen van zelfdoding komen helder vanuit zijn antroposofische visie naar voren. Zelfdoding lijkt een vrije daad, euthanasie een vrije keuze, maar is dat zo?

De Nederlandse vertaling is van Hylke Brandts Buys.
Uitgave van Nearchus, ISBN 978-94-92326-28-7

Drempel – over leven met sterven
Thom Kloes

Voor me ligt ‘Drempel’ 2018 / 2019. Een speciale uitgave van het Landelijk Expertisecentrum Sterven, zo lees ik op de voorkant van het glossy blad dat 106 bladzijden telt.

In het voorwoord meldt Ineke Koedam, bestuursvoorzitter van het expertisecentrum en hoofdredacteur van het blad: ‘In Drempel nemen wij u mee in de betekenisvolle ervaringen, voor, tijdens en na het sterven.’ En: ‘Wanneer wij het weten uit te houden in het niet-weten, zullen we ons kunnen openen voor het nieuwe. Het nieuwe dat zich in het verborgene van deze overgang schuilhoudt en waar ieders verlangen naar uit gaat, dwars door de angst heen.’

Op grond van deze beeldende beschrijvingen verwacht ik tweeërlei. Ten eerste, een open benadering van het sterven en de dood, zonder dogmatische standpunten. En ten tweede, nieuwe, geruststellende perspectieven op sterven en dood.

‘Drempel’ stelt in beide verwachtingen niet teleur. De vele persoonlijke beschrijvingen van ervaringen met het sterven en de dood, ademen een open sfeer die recht doet aan het adagium ‘leven met sterven’, iets dat in al zijn vanzelfsprekendheid toch nog bijzonder is en in wezen een kunstzinnige aanpak vraagt.

Naast de persoonlijke ervaringen biedt het blad een achttal lezenswaardige artikelen met meer objectieve informatie. Zoals:

  • wat gebeurt er als iemand sterft;
  • wat zijn de signalen waardoor we weten dat ‘het moment’ nadert;
  • vier aspecten van het zelfgekozen levenseinde;
  • hoe rituelen het sterven kunnen verlichten;
  • spirituele tradities binnen verschillende culturen.

Onder deze categorie valt ook het artikel van Pim van Lommel over levenseinde-ervaringen en bijna-doodervaringen, onder de titel ‘Sterven is net zo normaal als geboren worden’.

Veelzijdig en informatief is Drempel zeker. De veelzijdigheid wordt bevestigd door de ruime spreiding die we zien bij de sponsors (er staan geen advertenties in het blad): van de Iona Stichting, via onder meer een kloosterorde, een uitvaartonderneming, tot het UMC in Amsterdam.

Het is gelukkig zeer aan de tijd om het sterven en de dood te normaliseren en te humaniseren. Drempel draagt daar ondubbelzinnig aan bij.

Drempel is te bestellen via www.drempelmagazine.nl
Prijs: €8,95.

 

Bijzondere momenten

Toke Bezuijen

Dit boekje gaat over de ‘uitwendige therapie’ zoals die is ontwikkeld door antroposofische verpleegkundigen speciaal voor de stervensfase. Uitwendige therapie is complementaire zorg, die zich richt op verbetering van de kwaliteit van leven in de laatste fase. Bij de verschillende behandelingen wordt gebruik gemaakt van natuurlijke ingrediënten – middelen als kruiden en oliën die verzachten en heilzaam werken. Liefdevolle aanraking en verzorging met deze middelen zorgt voor troostende warmte en meer innerlijke harmonie. Het gevoel van geborgenheid dat ontstaat helpt bij het loslaten.

Het boekje (44 pagina’s) vormt een praktische handreiking voor de directe naasten, mensen die in een hospice werken en thuiszorg-medewerkers.

Inspirerend zijn bijzondere momenten uit de praktijk beschreven.

Uitgave: Reith | Hendriks & partners

ISBN 978 908 154 9301

Kinderen en rouw

Geplaatst in: advies, kinderen en sterven | 0
Inhoud:
  • Wat kunnen we verwachten
  • Met welke vragen worstelen kinderen
  • Doodsbesef
  • Reacties
  • Hoe geven we ondersteuning
  • De cirkel van verdriet en rouw
  • Wat zijn rouwtaken
  • Hoe kunnen we helpen

 

“Als je de rol hebt om kinderen voor te bereiden op het leven, hoort het leren omgaan met verlies en verdriet tot je opdracht.”

Manu Keirse

“Je kunt niet tegengaan dat de vogels van Verdriet komen overvliegen, maar je kunt wel voorkomen dat ze nesten maken in je haar….”

Chinees gezegde

 

Dit artikel is door Christiane Voit (naastenbegeleider Hospice Heuvelrug, Zeist) samengesteld in 2007 aan de hand van:
Riet Fiddelaers-Jaspers; De meest gestelde vragen over kinderen en de dood.
Riet Fiddelaers-Jaspers; Mijn troostende ik. Kwetsbaarheid en kracht van rouwende jongeren.
Manu Keirse; Kinderen helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener.
Riet Fiddelaers-Jaspers; Jong verlies. Rouwende kinderen serieus nemen.
Annet Weijers; Het leven duurt een leven lang

In 2018 heeft Meta Henkes (kinder-rouwtherapeut) het artikel geactualiseerd.

 

Wat kan er gebeuren met een kind rondom een overlijden van een dierbare?
  • Het komt alleen te staan: alle aandacht gaat naar volwassene(n), kind toont niet altijd verdriet, daardoor wordt het aanwezige verdriet niet (h)erkend.

  • Het wordt onnodig beschermd: niet de hele, harde waarheid wordt verteld, kind voelt aan dat iets niet klopt.

  • Het heeft weinig kans meer om kind te zijn, verschil met leeftijdgenootjes (tijdelijk).

  • Het toont angst voor relaties: wie zorgt voor mij? ga jij ook dood?

  • Het probeert controle uit te oefenen/te houden: bazig worden, niet alleen willen blijven.

  • Het gedraagt zich lastig: om op te komen voor wat het nodig heeft; dit gedrag geeft onbegrip in omgeving.

  • Of het wordt juist heel rustig en lief, om ouder(s) of andere betrokkenen te ontlasten.

  • Het mist het tegenwicht dat ouder vormde.

  • Het wil misschien zelf ook dood: uit depressie, maar ook omdat het de overledene zo heel erg mist.

  • Het gaat het onderwerp steeds uit de weg, sluit zich af.


Met welke vragen kunnen kinderen worstelen
  • Is het mijn schuld (magisch denken: je kan iemand “dood denken”)?

  • Is het besmettelijk (kan ik het ook krijgen, kan jij het krijgen)?

  • Wie gaat er voor mij zorgen (wie brengt me naar school, wie gaat met me voetballen)?

  • Ga jij ook dood – ga ik ook dood?

  • Wat is dood?

  • Waarom gaat iemand dood?

  • Waar ga je heen?

Zie Riet Fiddelaers-Jaspers: ‘De meest gestelde vragen over kinderen en de dood’


Doodsbesef bij kinderen
  • Jonger dan een jaar: nog geen doodsbegrip, behoefte aan stabiele relatie, kunnen snel nieuwe hechting aangaan.

  • 1 – 5 jaar: dood wordt gezien als tijdelijk: zo, nou kan papa wel weer komen / veel kusjes geven dan wordt ze wel weer levend (magisch denken/ sprookjes).

  • 5/6 – 9 jaar: meer begrip: beginnend besef dat dood onomkeerbaar is / willen dode onderzoeken / komen nuchter over maar zijn kwetsbaar.

  • 9 – 12 jaar: zien in dat de dood definitief is / merken dat dood niet te vermijden is – angsten, fobieën.

  • Ouder dan 12 jaar: denken na over zin van het leven, op zoek naar eigen identiteit: uitgestelde rouw.


Reacties van rouwende kinderen kunnen zijn
  • Verdringing: net doen of het niet waar is

  • Uitgestelde rouw: onbewust neemt een kind zijn ouders in bescherming, omdat ze toch al zoveel verdriet hebben. Daarmee zet het de eigen emoties aan de kant.

  • Wisselend gedrag: doordat ze niet lang achter elkaar kunnen rouwen, wisselen ze verdriet en normaal gedrag af. Het ene moment lijkt het alsof ze alles vergeten zijn, het andere moment zijn ze intens verdrietig. Kinderen staan nog zo veel meer in het ogenblik zelf (in het NU), ze handelen en reageren zoals ze zich op dat moment voelen.

  • Rol-overname: door de rol van de overledene over te nemen, kunnen ze ook troost bieden. De omgeving ‘helpt’ daar vaak bij door te zeggen “Zal je goed voor je moeder zorgen? Jij bent nu de man in huis”. Kinderen nemen dit heel letterlijk.

  • Regressie: terug naar een eerdere levensfase, toen alles nog veilig was. Kinderen gaan bijv. weer bedplassen, duimzuigen, willen weer aangekleed worden.

  • Aangepast gedrag: kinderen passen zich in hun gedrag aan aan wat ze denken dat van ze wordt verwacht, aan de buitenkant laten ze niets merken van hun verdriet.

  • Niet anders willen zijn: kinderen kunnen zich gedragen alsof er niets is gebeurd omdat ze niet anders willen zijn dan andere kinderen.

  • Terugtrekken in zichzelf

  • Explosieve emoties: de emoties bij kinderen komen veel heftiger naar buiten dan bij volwassenen. Ook kan een kind deze heftige emoties opsluiten in zijn eigen lichaam. Een kind is dan bang om ze te uiten.

  • Contact met de overledene: veel kinderen ervaren nog contact met de overledene. Ze praten vaak met hem/haar.

  • Concentratiestoornissen: in gedachten zijn ze met zoveel andere dingen bezig

  • Psychosomatische klachten: buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid.

  • Boosheid: op van alles.

Hoe kunnen we helpen
  • Openheid: wees direct en eerlijk, geen halve waarheden zoals b.v. mama slaapt, God heeft je oma tot zich genomen.

  • Betrokkenheid: geef het kind invloed en laat het dingen doen, die het aankan. Creëer betrokkenheid bijvoorbeeld door een nat washandje te pakken, een slokje water te geven, bloemen te verzorgen, een tekening te laten maken, een verhaal voor te lezen, te helpen bij de laatste zorg.

  • Ruimte voor emoties: geef ruimte en veiligheid voor het uiten van gevoelens.

  • Ruimte voor reacties: accepteer dat het kind ongewoon gedrag kan tonen: agressie / overmatig huilen om “niks” etc.

  • Stimuleer, maar dwing nooit: Probeer ze te betrekken maar dwing ze nooit om dingen te doen die ze absoluut niet willen.

  • Blijvende verbondenheid: herinneringsboeken, verdrietdoos knutselen / tekenen / stille hoek / rituelen / fotoboek / praten over herinneringen


De cirkel van verdriet en rouw

De cirkel begint op het punt van contact maken. Het is de basis van het leven: als pasgeborene maak je lichamelijk contact. Uit het contact ontstaat hechting die het gevoel van veiligheid en geborgenheid geeft. Eens zul je die hechting moeten loslaten, ooit zal er pijn zijn van het verlies. Het dreigend verlies of het daadwerkelijk verbreken van de banden komt tot uitdrukking door een veelvoud aan emoties, (angst, huilen, woede-uitbarstingen) of reacties (vastklampen, apathie, isoleren, opluchting).


Rouwen is heling: om de wonden, die het verlies geslagen heeft, te kunnen genezen. Rouwen is het voelen van alle emoties die bij verlies kunnen opkomen? Het is nodig om het evenwicht en jezelf weer te hervinden. Stilstaan bij het afscheid, zich bewust worden van de gevoelens die het oproept en vorm geven aan het afscheid is van belang.

Rouwtaken
Om een verlies in het leven te kunnen integreren, zijn er bepaalde, herkenbare stappen te zetten, de ‘rouwtaken’:

1. Leren omgaan met verdriet en rouw

Verliezen hoort bij het leven, hechten en loslaten. Er is geen manier om verlies uit de weg te gaan.

Elk kind lijdt al ‘kleine‘ verliezen b.v. van een onmisbare knuffel die ergens blijft liggen. Mag het kind dan verdrietig zijn? Of wordt het snel met een vervanging getroost? Wordt het kind erbij betrokken als een huisdier overlijdt? Mag het samen afscheid nemen, samen rouwen? Leren omgaan met verliezen hoort bij de opvoeding b.v. hoe kan een jong iemand leren dat hechten ook tranen met zich mee brengt wanneer mama niet laat merken dat ze verdrietig is wanneer Oma, haar moeder, overlijdt, ook al is Oma 85?

2. Erkennen van het verlies

Het laten doordringen dat die ander echt dood is.
Afscheid kunnen nemen is hierbij belangrijk.
Behoefte aan informatie / veiligheid / bescherming / betrokkenheid / vertrouwen in voortbestaan.
Kinderen hebben het nodig om te zien wat er is gebeurd. Telkens weer begrafenisje spelen, doktertje, ziekenhuis, botsautootjes.

3. Herkennen van het verdriet

Omgaan met een wirwar aan gevoelens.
Het doorleven / voelen van de pijn.
Let op vermijdingsmechanismen: rouw brengt veelal onprettige gevoelens met zich mee. Afweermechanismen zijn niet altijd fout. Een gesloten schelp moet niet op ruwe wijze worden geopend.
Afleiding en confrontatie in evenwicht.
Geef duidelijke informatie en geef antwoord op alle (repeterende) vragen. Het kind heeft behoefte aan delen / herinneringen / informatie / veiligheid.
Het kind komt telkens met dezelfde vragen, dezelfde verhalen.

4. Verkennen – verder leven met het gemis

De overledene een plek geven binnen het gezin
voorbeelden:
Vroeger was papa de held die jou beschermde, hoe is dat nu?
Voor mama las je het moederdagversje op, hoe gaat dat nu?
Het heeft behoefte aan (zelf)vertrouwen / informatie / openheid / veiligheid.

5. Verbinden – het weefsel van het leven opnieuw weven

Nieuwe relaties aangaan en de overledene emotioneel een plek geven.
Het verdriet krijgt een plek.
Het leven gaat door ook zonder de overledene b.v. wanneer een jongere zijn diploma heeft behaald, blijf de overledene zijn naam noemen: “wat zou je vader nu trots op je zijn”. Ook al heeft moeder een nieuwe relatie en kan de jongere met hem ‘vaderdingen’ doen, de overledene is en blijft zijn vader. Deze plek mag hem niet worden ontnomen.
Het kind heeft behoefte aan rituelen / veiligheid / (zelf)vertouwen.


Kinderen en uitvaart

 

Betrokkenheid van kinderen is heel belangrijk. Zij kunnen kaarsen aansteken of uitblazen, bloemen, strooien, tekeningen maken, een dansje doen of muziek maken. De fantasie van kinderen is nog altijd gruwelijker dan de werkelijkheid. Kinderen zijn heel onbevangen en als zij erbij begeleid worden, houden zij er zeker geen trauma, maar een waardevolle herinnering aan dit afscheid over.

Yvonne van Leeuwen (uitvaartbegeleider bij kinderen)

Hoe kunnen wij de kinderen ondersteunen
  • Luister met je hart! vanuit echte belangstelling!

  • Creëer een veilige omgeving: kinderen hebben veiligheid nodig om te rouwen.

  • Geef eerlijke en ware informatie.

  • Geef direct antwoord op vragen.

  • Geef feiten zo concreet mogelijk weer.

  • Check of de boodschap is begrepen.

  • Wees je ervan bewust: kinderen ervaren intuïtief de gevoelens van hun ouders.

  • Houd een open communicatie met elkaar.

  • Creëer betrokkenheid, een knipoog, een schouderklopje.

  • Geef het kind gelegenheid om afscheid te kunnen nemen.

  • Betrek het kind bij de uitvaart, evt. met extra begeleiding.

  • Besef ook dat het kind er af en toe “even niet” aan wil denken.

  • Geef ruimte voor uitingen zoals boosheid, spijt, jaloezie, machteloosheid.

  • Stel open vragen.

  • Durf kwetsbaar te zijn.

  • Reik kinderen de hand in het kunnen uiten van gevoelens. Vraag niet “hoe voel je je?” maar benoem de gevoelens die je waarneemt “ik merk dat je verdrietig bent, klopt dat?”

  • Af en toe bij de jongeren op visite komen: geen adviezen, gewoon echte belangstelling.

  • Een lief gebaar: een kaartje b.v. op bijzondere dagen (feestdagen, verjaardag, sterfdag).

  • Samen iets leuks gaan doen. Breng nu al ter sprake “wat is dood” door een dood vogeltje, dode blaadjes, dode vis te begraven etc.
  • Lees boeken met het kind (zie boekenlijst).

  • Het kind weet misschien meer dan wij denken.

  • Chatten op internet is zeker een goed instrument.


Wat kunnen wij beter niet zeggen/doen
  • “Jij bent nu de volwassene in huis” als een ouder is overleden.

  • “Ik weet precies hoe jij je voelt!”

  • “Tijd heelt alle wonden” Het is niet de tijd die geneest, maar wat men doet met de tijd.

  • “Wanneer ga je nu weer eens naar school?”

  • Zeggen dat de jongere overdrijft.

  • Boos worden als een jongere aangeeft dat hij/zij geen zin heeft om te praten.

  • Ongevraagd advies geven “als ik jou was …”, “als je nu…”, “zou je niet…”.

  • Zelf een ontmoeting volpraten met b.v. eigen ervaringen.

  • Oplossingen zoeken in plaats van luisteren.

  • Vertellen dat het verdriet ooit helemaal over is “het gaat wel over”, “het hoort bij het leven”, “opa was al oud, hij heeft een goed leven gehad”, “je moeder is nu beter af, nu hoeft ze geen pijn meer te lijden”.

 

Rouw bestaat bij jongeren, net als bij volwassenen, niet uit een afgeronde opeenvolging van fasen met een eindpunt. Rouw is niet tijdgebonden. Het is een levenslang ontwikkelende zoektocht naar de dood, het leven – en zijn betekenis.

Manu Keirse


Aanbevolen boeken:
Boekenlijst voor kleuters tot 6 jaar

Lieve oma pluis – Dick Bruna
Oma pluis is dood en ook opa heeft verdriet. Oma wordt begraven en Nijntje gaat af en toe haar graf mooi maken.

Derk Das blijft altijd bij ons – Susan Varley
Derk Das is een vriend van alle dieren. De dood van Derk Das is voor alle dieren een schok. Maar het helpt, als velen over hun problemen praten en kunnen lachen om der herinneringen.

Kikker en het vogeltje – Max Velthuis
Kikker vindt een vogeltje aan de kant van de weg. Samen met andere dieren gaan ze de vogel begraven. Daarna spelen ze samen verder.

Een opa om nooit te vergeten – Bette Westera
Het is de dag van de uitvaart van de opa van Joost. Er gebeurt van alles dat Joost nog nooit meegemaakt heeft. Veel vragen ”is het donker in de kist?” “doet dood gaan pijn?”, herinneringen en tranen. De zakdoek van opa helpt.

Dat is heel wat voor een kat, vindt je niet? – J. Viorst
Als de poes gestorven is heeft zijn baasje veel verdriet. Door tien dingen te verzinnen, waarom hij zijn poes zo lief vond, verwerkt hij zijn verdriet.

Ik mis je – Paul Verrept
Prentenboek over wat is missen? Wat is troost bij verdriet.

Dag papa in de hemel – I. van Dongen
Prentenboek voer het verdriet van een kind na het overlijden van haar vader. Herkenbare gevoelens zoals boosheid en verdriet wisselen elkaar af met de dagelijkse dingen.

De drie vogels – M. van den Berg
Prentenboek over de ziekte en sterven van een moedervogel.

Het grote knutselboek voor de allerkleinsten – B. Kalk
Een boek met veel knutseltips, waarbij ze hun rouw kunnen verwerken.

 

Boekenlijst voor kinderen van 6 tot 9 jaar

Wacht op mij – S. Boonen
Een verhaal over de dood van opa en het contact daarna met oma.

Mama komt toch altijd terug – E. Lieshout
Papa zegt dat mama nooit meer terugkomt nu ze dood is, maar Lis gelooft hem niet, want mama kwam altijd terug.

Dag Siem, dag Tom – A. Post
Twee kinderen maken mee hoe hun vader aan kanker sterft.

Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk – I. van Essen
Verhalen van kinderen van wie een vader of moeder is doodgegaan.

Waar ben je nu, zie jij me nog? – R. Fiddelaers-Jaspers
Een verzameling gedichten en verhalen over afscheid voor kinderen in alle leeftijden. Ook inspiratiebron om zelf iets te schrijven.

Handenarbeid met kinderen van 6-9 jaar – I. Hoekstra
Een boek vol knutselideeën die helpen bij het rouwen.

“De Wolf en de oude geit” – Truus Breukers & Carolien Westermann
Over vriendschap en afscheid nemen

“Bloesems in de winter” – Cok van der Lee & Vera Backker
Een verhaal dat er meer is tussen hemel en aarde.Wij zijn deel van een groter geheel en kunnen steun en troost ervaren vanuit het universum.

“De Kleine Engel” – Elleke van Kraalingen & Saskia Kuipers
Hoe kan de Kleine Engel de kinderen helpen? Dan krijgt hij een plan….

“Een gesprekje met God” – Neale Donald Walsch
De kleine ziel en de Zon.Een kinderparabel.

“Een tweede gesprekje met God” – Neale Donald Walsch
De kleine ziel en de aarde.Een kinderparabel.

“Sterrenkind” – Patrik Somers
Aan de hand van hun eigen ervaringen praten kinderen met de juf over wat er met een mens gebeurt als hij sterft.

“Als je dood bent, word je dan nooit meer beter?” – Piet en Joeri Breebaart
Vader en zoon maakten samen het verhaal van konijntje Fred en zijn broertje Joep, die plotseling doodgaat.

“Dood is niet gewoon” – Martine Delfos
Therapeutisch kinderboek, voor alle kinderen die hun moeder/vader verloren.

 

Boekenlijst voor kinderen van 9 tot 12 jaar

Gwinnie – K. van Assen
Gwinnie en haar vader hebben veel te verwerken nadat haar moeder is overleden.

En opeens is alles anders – Y. van Emmerik
De 10-jarige Marieke schrijft brieven aan haar overleden moeder en leert zo haar verdriet een plek te geven.

Soms hoef je niks te zeggen – I. de Jong
Kinderen tussen 8 en 13 jaar schrijven over hun ervaringen met verdriet en troost.

Wie ben ik zonder jou – R. FiddelaersJaspers
Een boek voor rouwende jongeren

Alles is voor altijd anders – O. Reef
In haar dagboek schrijft Nina, na de dood van haar moeder, over de moeilijke dingen waarover ze met niemand durft te praten.

Mijn herinneringsboek – Claire vanden Abbeele
Een werkboek opgezet als hulpmiddel bij het omgaan met een ziekteproces of bij verwerken van het overljden van een geliefd persoon.

“Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk” – Ineke van Essen
Uitspraken van kinderen die meemaakten hoe hun leven verder ging na de dood van hun vader of moeder.

“Musje” – Arno Bohlmeijer
Het meisje van de zon.

 

Informatieve boeken voor kinderen

Als jij er niet meer bent – R. Fiddelaers-Jaspers
Wanneer je vader of moeder doodziek is.

Ik weet niet wat ik weten moet – R. Fiddelaers-Jaspers
Jouw vragen over doodgaan, begraven en cremeren.

De meest gestelde vragen over kinderen en de dood – R. Fiddelaers-Jaspers
Kunnen kinderen rouwen?

Dood zijn hoe lang duurt dat? – W. Storms
Jouw vragen over sterven en rouwen. Kan je weer van het leven houden?

Als vlinders spreken konden – Y. Emmerik
Een klassieker.

“Doodgewoon” – Bette Westra & Sylvia Weve
Verzameling troostrijke gedichten voor jong en oud.

 

Literatuur over rouw bij jongeren voor de opvoeder

Verhalen en sprookjes op de grens van leven en dood – B. Voorhoeve
Verhalen om uit voor te lezen maar ook om zelf te lezen

Nu jij er niet meer bent – Claire vanden Abbeele
Rouwen met kinderen en tieners.

Kun je de dood ook groeten – R. Fiddelaers-Jaspers
101 gedichten over afscheid.

Mijn troostende ik – R. Fiddelaers-Jaspers
De kwetsbaarheid en kracht van rouwende jongeren.

Helpen bij verlies en verdriet – M. Keirse
Een gids voor het gezin en de hulpverlener.

“Kinderen helpen bij verlies” – Manu Keirse
Een boek voor al wie van kinderen houdt.

 

Een wond waar niet naar wordt omgekeken, die niet wordt ontsmet en verzorgd, die niet zorgvuldig wordt verbonden, zal niet genezen maar erger worden.

Manu Keirse


Verwijzingen

Landelijk Steunpunt Verlies
Beschikt over een landelijk adressenbestand van hulpverleners en uitgebreide informatie en literatuurlijsten op leeftijd en soort verlies.

Tel. advieslijn: 030-2761500
ma,di, do en vrijdag 9.00-13.00
www.steunbijverlies.nl

Stichting ‘Achter de Regenboog’
Biedt kinderen en jongeren hulp en activiteiten aan om op een gezonde manier met het verlies te leren leven. Ze houden kinder- en gezinsweekenden.

Tel. advieslijn: 0900-2334141
alle werkdagen 9.00-11.00
www.achterderegenboog.nl

KWF Kankerbestrijding
Hier kunnen kinderen gratis een ‘rugzak’ aanvragen met video, woordenboek en andere informatie.

Kanker Infolijn: 0800 – 022 66 22
www.kwf.nl

Kindertelefoon
Dit nummer kunnen kinderen gratis bellen.

Tel: 0800 0432
www.kindertelefoon.nl

“Alle sterren van de hemel” – Daisy Luiten, creatief therapeute
Zij heeft het spel “alle sterren van de hemel” bedacht. Om de communicatie onderling te stimuleren; binnen een gezin, lotgenotengroep of in het onderwijs.

www.allesterrenvandehemel.nl

 

Links

www.kankerspoken.nl

www.kindenrouw.nl

www.achterderegenboog.nl

www.in-de-wolken.nl

www.remembermewhenimgone.org (Remember me when i’m gone wil ouders bemoedigen om iets na te laten voor hun kinderen)

www.herinnerdingen.nl kinderen kunnen foto’s met een ingesproken verhaal als herinneringsmonument plaatsen en chatten

www.overmijnlijk.nl met chatmogelijkheden specifiek voor jongeren

Heleen de Weger
Vlinder op mijn hand – etappes uit het rouwproces van een moeder

“Wij krijgen de tijd om te leren om niet te sterven met de dood.”

In dit bijzondere boekje worden we deelgenoot van het proces dat Heleen de Weger als moeder doormaakte, na de diagnose van de ontwrichtende ziekte van haar zoon. Als uitlaatklep heeft ze haar ervaringen voor zichzelf opgeschreven om “haar hoofd boven water te kunnen houden”. Die impressies heeft ze na zijn overlijden opgepakt en aangevuld.

Heleen beschrijft het hele proces vanuit haar innerlijk beleven. Heel helder kijkt ze naar zichzelf en naar haar eigen worsteling om te doen wat nodig is. En ze beschrijft het met warmte en liefde.

Het blijft onverdraaglijk voor haar om te zien hoe haar zoon zich, door zijn ziekte, steeds verder terugtrekt uit zijn lichaam. De ziekte blijkt ongeneeslijk en progressief. Na die diagnose sterft de moeder in haar de eerste dood en beseft dat ze deze situatie alleen kan overleven, als ze de mens in zichzelf laat opstaan. Zo kan ze haar zoon helpen te leven.

De bijzondere eigenheid van haar zoon kan ze zien en respecteren. Ze beschrijft hem als een zonnig mens, altijd stralend en positief, met een bijzondere opmerkingsgave. Hij kan genieten van kleine dingen. Samen beleven ze de situaties waarin ze door het achteruitgaan van lichaamsfuncties terecht komen en samen zien ze kans er toch op een positieve manier mee om te gaan.

Zo heeft ze haar ervaringen, in woorden gevangen, als boek de wereld in laten gaan, om ze te delen met mensen die ook zo’n buitengewone weg te gaan hebben.

Een indrukwekkend, warm en liefdevol boek.

Uitg. Free Musketeers, 2012,  ISBN 97890484-2362-0

Stervenswijding

 

Geboorte en dood horen samen. Het zijn twee keerzijden van hetzelfde gegeven: ons lichaam wordt ons geschonken bij het begin van ons leven, dus staan we het ook af aan het eind ervan. Dit is niet makkelijk. Wij zijn zo vergroeid met onze lichamelijkheid dat we niet anders kunnen dan ons ermee identificeren. Het opgeven van onze lichamelijkheid is voor ons een opgeven van onszelf. Sterven is verliezen: geen mens wint het van de dood. Deze nederlaag blijft onverdraaglijk zo lang wij niet inzien dat sterven meer is dan doodgaan alleen.

Want sterven doen wij niet pas aan het eind van ons leven. We doen het in kleine stukjes ook lang daarvoor. ‘Soma sema’, schreef Plato: ‘het lichaam is een graf’. Dit werpt een heel ander licht op de dingen. Bij de geboorte sterft een deel van ons. Het wordt in de lichamelijkheid gebannen. In de dood wordt dit deel opnieuw bevrijd en herboren.
Onze geest staat op. Verrijkt verlaten wij de wereld: ‘Want voor mij is leven Christus en sterven winst’ (Filippenzen 1, 21). Het sacrament van de stervenswijding sluit in die zin niets af. Het is geen eindpunt, maar integendeel de sacrale opening van het subtiele geboorteproces dat elk sterven is. Door de zalving met gewijde olie begint een leven dat voert van bestaan tot bestaan.
De nabijheid van de dood brengt het vermoeden van een hoger leven. Het sterfbed biedt een nieuw ontwaken.
De tijd wordt ruimte en wij zien onszelf.

Mathijs van Alstein, geestelijke in de Christengemeenschap, gemeente Zeist

Verbinding

Het was één dag voordat mijn vader stierf. Ik zat bij uitzondering even alleen bij hem, toen hij verzuchtte dat het zo moeilijk was.  ”Wàt is er zo moeilijk pap”, vroeg ik?  Zijn antwoord: de verbinding,.. de verbinding… ik wist niet dat ik die zelf moest makentenminste zo lijkt het heb steeds gedacht dat er hulp zou zijnof is dat ook zo?

Het zijn de laatste zinnen die hij uitgesproken heeft. Ik heb zijn hand genomen en gezegd dat die hulp er zéker was!

Toch contact

De eerste vrouw bij wie ik aan het sterfbed zat, lag in coma in het ziekenhuis. Gewoon praten met haar was niet meer mogelijk. Alle leuke herinneringen aan haar heb ik in mijn gedachten opgeroepen en weer beleefd. Geen idee of ik zo met haar “communiceerde”. Dat bleek pas toen ik weg wilde gaan. Met enorme kracht hield zij mijn arm vast.

Ik ben nog een tijd gebleven. De volgende dag is zij gestorven.

Gezichtspunten rondom thanatopraxie

Ingrid Deij

Geplaatst in: advies, keuzes rondom het sterven | 0

Thanatopraxie (1), een tijdelijke vorm van balseming die ±10 dagen werkzaam is, wordt in het buitenland veel toegepast. In de Verenigde Staten gebeurt het vrijwel standaard bij iedereen die overlijdt, in Engeland wordt ± 75% van de overledenen op deze manier tijdelijk geconserveerd, in Frankrijk ± 45%. Sinds de thanatopraxie ook in Nederland bij de wet is toegestaan (per 1 januari 2010), neemt het aantal gevallen waarin van deze behandeling gebruik wordt gemaakt, toe. In 2010 is dit al 1200 maal toegepast. Te verwachten is dat men meer en meer voor deze behandeling zal kiezen. Daarom lijkt het van belang om gezichtspunten te vinden, zodat men bewust zelf al dan niet voor deze behandeling kan kiezen, of als nabestaande deze behandeling bij een overledene in eigen kring laat toepassen. Het doel van dit artikel is om bewustzijn te wekken voor de keuze die we hierin hebben.

Thanatopraxie heeft vooral uiterlijke ‘cosmetische’ redenen. Men ervaart het ontbindingsproces als onaangenaam, en men ziet de overledene het liefst zoals hij of zij er bij leven uitzag. Begrijpelijk en invoelbaar, het is fijn om een ‘intacte’ herinnering aan de overledene te bewaren. De vraag is echter of ook het belang van de ziel van de overledene ermee wordt gediend. Wat maakt de overledene door in de eerste dagen na het sterven? Heeft hij of zij ons dan misschien nodig? Hoe kunnen we hem of haar als nabestaanden in die dagen bijstaan en begeleiden?

Wat zien we in de drie dagen na het overlijden?

Aan het moment van het sterven gaat vaak een doodsstrijd vooraf. Dat is in het begin ook aan het gelaat af te lezen. Wanneer je in de loop van de eerste drie dagen na het overlijden regelmatig bij de overledene waakt, kun je opmerken dat de uitdrukking van het gelaat geleidelijk verandert. Het lijkt zich te ontspannen. De overledene lijkt jonger te worden, iets van zijn wezen wordt zichtbaar. Onder omstandigheden, waarin niet mechanisch wordt gekoeld en geen thanatopraxie wordt ingezet, zien we na die drie dagen aan het gelaat, vooral bij de ogen, dat dit proces zich afrondt.
Wonderlijk is dat in die drie dagen nog baardgroei lijkt plaats te vinden, ook de nagels groeien nog een beetje. Daaraan kun je aflezen dat de levensprocessen langzamer sterven dan het fysieke lichaam zelf. Dood is dus niet op alle gebieden dood. De levenskrachten ‘verwelken’ geleidelijk. Daardoor komt ook iets vrij: de herinneringen, het ‘levenstableau’.

Wat maakt de overledene in de drie dagen door?

Mensen die een bijna‐dood‐ervaring hebben meegemaakt vertellen soms, wanneer ze weer bij bewustzijn zijn gekomen, dat zij hun hele leven in beelden voor hun ogen voorbij zagen komen. Dat kan zelfs in een heel korte tijd gebeuren, bijvoorbeeld tijdens een val in de bergen, die maar enkele seconden duurt. Dit gebeurt, omdat tijdens zo’n val het etherlichaam voor korte tijd wordt losgemaakt van de organen (longen, nieren, lever en hart), waarin de levensherinneringen worden opgeslagen (2). Het gevolg hiervan is dat bewuste en onbewuste herinneringen aan het hele leven, in omgekeerde volgorde, aan het geestelijke oog voorbijtrekken, in feitelijke, maar ook in morele zin. Een mens die zo’n bijna‐dood‐ervaring heeft beleefd, beseft wat er in zijn leven tot dan toe is gebeurd. Vaak verandert hij daardoor en slaat nieuwe wegen in.
Dit beleven van het levenspanorama overkomt ook ons, wanneer we net overleden zijn: een begin van het verwerkingsproces van ons gehele leven, waarmee het leven na de dood begint. Na ongeveer 3 à 3,5 dag is het proces van loslaten zover gevorderd dat tot crematie of begrafenis kan worden overgegaan.

De ontbindingsprocessen van het lichaam, die ontstaan door de verwelking van het etherlichaam, zijn noodzakelijk voor dit proces van vrijkomen van herinneringsbeelden. Dit is een geleidelijk en subtiel gebeuren, waarbij niet moet worden gestoord of ingegrepen. Ook mechanische koeling van het lichaam, waardoor de ontbindingsprocessen worden tegengegaan, kan dit proces beïnvloeden. Men zou dan langer moeten waken, omdat het proces van loslaten langer duurt.

Waken bij de overledene

Er zijn veel redenen aan te geven om bij de overledene te waken. Een belangrijk gezichtspunt is, dat als iemand sterft zijn of haar astraallichaam en ik het etherlichaam niet meer kunnen doordringen. De nog aanwezige levensprocessen van de stofwisseling, waarin astraallichaam en ik tijdens het leven werkzaam zijn, gaan hun eigen gang. Dan kunnen negatieve wezens in deze processen binnenkomen. Wanneer er gewaakt wordt vormt de aanwezigheid van een ander ik, een wakker menselijk bewustzijn, een waakzaamheid die de overledene hiertegen beschermt. Respectvolle aanwezigheid en rust zijn van wezenlijk belang in deze dagen.

Wat verandert er door thanatopraxie?

Wanneer we nu kijken naar wat er gebeurt bij thanatopraxie, valt op dat vrij kort na het overlijden behoorlijk wordt ingegrepen in de genoemde processen:

  • Het lichaam wordt bij de behandeling ontdaan van bloed en lymfevocht. Bij het middenrif wordt een opening in het lichaam gemaakt. Via deze opening wordt de conserverende vloeistof ingebracht, zowel in de longen als ook in en rondom de buikorganen en het hart. Dit gaat overigens niet zachtzinnig toe, volgens een begrafenisondernemer die mij hierover aansprak. Ook in de bloedvaten wordt deze conserverende vloeistof ingespoten. Een risico is, wanneer de thanatopraxeur niet veel ervaring heeft, dat het lichaam een groenige of blauwige verkleuring gaat vertonen, omdat het conserverende middel reageert op nog aanwezige medicijnen in het lichaam.
  • Uiterlijk gezien wordt de overledene als een wassen beeld. Er verandert niets aan het gelaat.
  • Merkwaardig is dat zelfs de lichaamstemperatuur verandert. Normaal is een lijk koeler dan de omgeving, maar wanneer thanatopraxie is toegepast, is dat niet zo. (Zie hiervoor ook het artikel ’Koeling op een natuurlijk manier’ van Marijcke van Hasselt)
  • Het natuurlijke loslaten van het fysieke lichaam door het etherlichaam kan zich niet voltrekken.
Gevolgen voor de nabestaanden en de gestorvene zelf

Men kan de veranderingen, die zich met name in het gezicht van de gestorvene gedurende de eerste drie dagen na het sterven nog tonen, niet waarnemen. Iets dat je als heel wezenlijk kunt ervaren, gaat verloren. De levenskrachten van de gestorvene kunnen niet vrijkomen, omdat de organen worden beschadigd en stilgelegd en omdat het bloed wordt verwijderd. Kan dan het beleven van het levenspanorama bij dit verstoorde loslaten voor de gestorvene nog optreden? Het is niet waarschijnlijk, dat na het uitwerken van de thanatopraxie alsnog een panoramabeleven plaatsvindt.
Ontneem je op deze manier de gestorvene in de eerste fase na de dood dan niet een wezenlijke belevenis vóór hij aan de verdere reis door de geestelijke wereld begint?

Conclusie

Zonder helderziende te zijn en precies te weten wat er spiritueel gezien werkelijk bij thanatopraxie gebeurt, lijkt het toch beter om van thanatopraxie af te zien. Dan is er in ieder geval ruimte om in alle rust aan het leven na de dood te beginnen.

 

Ingrid Deij
met dank aan: Christiane Voit, Willem Voorneveld en Joop van Dam

 


1) voor meer algemene (maar vaak versluierende) informatie, zie o.a.: www.thanatopraxie.nl en nl.wikipedia.org/wiki/Thanatopraxie
2) hierover meer in ‘Orgaantransplantatie en –donatie  – een spirituele visie’ door M. Chavannes, uitg. Pentagon 2012, ISBN 9789490455361

Rudolf Steiner over gestorvenen voorlezen

Geplaatst in: advies, contact met gestorvenen | 0

Rudolf Steiner bracht vaak ter sprake hoe nabestaanden de band met hun overledenen kunnen verzorgen en levend houden. Met name in de periode 1914 – 1918 zaten er in zijn publiek veel mensen die familieleden hadden verloren aan de onvoorstelbare oorlogsomstandigheden. In die bewogen periode sprak hij aan het begin en slot van voordrachten steeds een spreuk voor gestorvenen uit (zie pagina 6, eerste spreuk), om hen te troosten en te betrekken bij wat hij wilde overbrengen.
Daarnaast benadrukte hij dat gestorvenen ons gedachten en impulsen kunnen geven. Gestorvenen kunnen overzien wat het beste zou kunnen worden nagestreefd. We kunnen hen ook betrekken bij de vragen waar we mee leven. De momenten van inslapen en wakker worden zijn daar bij uitstek voor geschikt.

Wanneer ter sprake komt wat men zou kunnen doen voor dierbare gestorvenen geeft Steiner op uiteenlopende wijze mogelijkheden aan, waarbij bijna altijd het ‘voorlezen’ aan de orde komt. Daarbij spreekt hij soms over letterlijk voorlezen, maar op andere momenten over het innerlijk stap voor stap opbouwen van een gedachte-inhoud, zonder die hardop uit te spreken of hardop voor te lezen. Dan gaat het niet om abstract denken, maar zoveel mogelijk gevoelsgedragen en vanuit de wil denken.

Natuurlijk komen ook allerlei vragen over de weg die de gestorvene gaat aan de orde, zoals of het uitmaakt of je jong of oud sterft, of je al dan niet verbonden bent geweest met de antroposofie.

Onderstaand vindt u een aantal vertaalde passages uit voordrachten waarin dit thema voorkomt. De cursieve kopjes tussen haakjes zijn toegevoegd om de passages enigszins te ordenen – ze stammen van de vertaler.

Wanneer u zich intensiever zou willen verdiepen in contact met gestorvenen, is het boekje “Met de doden leven” van Arie Boogert (uitgegeven door Christofoor) aan te bevelen. Veel uitvoeriger dan hier mogelijk is komen allerlei aspecten van dit thema op een warme en eigentijdse manier aan de orde.

Er zijn in Nederland een aantal groepen mensen, die met enige regelmaat samen voor gestorvenen voorlezen. Die regelmaat is goed voor gestorvenen, maar ook een hulp voor onszelf. Voorlezen op een vast, zelf gekozen tijdstip, is gemakkelijker vol te houden, dan als je voorleest als je er voor “in de stemming” bent, hebben we gemerkt.

Onderaan dit artikel vindt u enkele spreuken voor gestorvenen, afkomstig uit het boekje van Rudolf Steiner “Door de poort van de dood – teksten en meditaties” (ISBN 9060383486). In dit boekje vindt u gedeelten van voordrachten en een groot aantal spreuken voor gestorvenen.
Het is een soort handboekje om contact met gestorvenen te kunnen leggen.

Franz Ackermann, voortrekker van onze zusterorganisatie in Zwitserland, de zogeheten ‘Arbeitsgemeinschaft Sterbekultur”, heeft ook passages over dit onderwerp verzameld in een (Duitstalig) pdf-bestand.
U kunt dat hier downloaden: www.sterbekultur.ch/studienblaetter.htm
Meer over deze organisatie vindt u op haar website: www.sterbekultur.ch
Uit GA 179 ‘Historische noodzaak en vrijheid’
10 december 1917, Dornach1

 

Hoe werken gestorvenen met ons samen

De mens houdt niet op aktief te zijn binnen de menselijke gemeenschap, als hij door de poort van de dood is gegaan. Hij blijft aktief, maar wel op een andere manier dan hij hier in het fysieke lichaam moet zijn. Maar veel van alles, waarvan een mens de illusie heeft dat hij het zelf doet, omdat het uit zijn gevoelens en wilsimpulsen voortvloeit, vloeit in waarheid voort uit de handelingen van de gestorvenen, op het moment dat wij zelf de bijbehorende handelingen verrichten.
Het zal in de toekomstige ontwikkeling van de mensen belangrijk zijn, om te weten dat de mens, als het gaat om zijn leven binnen een menselijke gemeenschap, ook in gemeenschap met de gestorvenen handelt. Alleen moet natuurlijk een dergelijk bewustzijn, dat in wezen samenhangt met het gevoels- en wilsleven, ook door het voelen en willen begrepen worden. Abstrakte, droge voorstellingen zullen dat nooit kunnen bevatten, maar voorstellingen die voortkomen uit de geest-wetenschap, die zullen dat kunnen bevatten. Mensen zullen zich daarbij overigens over veel dingen heel andere begrippen moeten vormen.

(Voorlezen vanuit een doorlicht gevoelsleven)
U weet allemaal, dat iemand die stevig verankerd is in het bevatten van geest-wetenschappelijke impulsen, kan proberen om in verbinding te blijven met degenen die door de poort van de dood zijn gegaan. De gedachten van de geest-wetenschap, de ideeën die we ons vormen over de processen in de geestelijke werelden, zijn zowel voor ons mensen op aarde als voor degenen die gestorven zijn toegankelijk en te begrijpen. Daaruit komt voort het zogeheten voorlezen voor gestorvenen. Als we juist van binnen in gedachten geest-wetenschappelijke gedachten voorlezen aan de gestorvenen, dan is dat werkelijk gemeenschapsleven met de gestorvenen. Want de geest-wetenschap spreekt een taal die voor levenden en gestorvenen gemeenschappelijk is. Maar het gaat er daarbij wel om, om steeds meer en meer juist met het gevoelsleven, met een doorlicht gevoelsleven, deze dingen te benaderen.
Denkt u maar eens aan wat ik gisteren heb gezegd. De mens leeft tussen geboorte en dood in een omgeving, die in wezen doortrokken is van voelend leven. Dat is voor de gestorvene het laagste rijk. Voor ons levenden is het minerale rijk het laagste zintuiglijke rijk om ons heen, maar om de gestorvene heen is een rijk waarin hij verdriet of vreugde bewerkstelligt bij alles wat hij aanraakt. Net zoals wij een steen of een blad aanraken, zo veroorzaakt een gestorvene gevoelens. Hij kan niets doen zonder dat hij gevoelens van vreugde, van verdriet, van spanning of ontspanning opwekt.
Op het moment dat wij door het voorlezen met gestorvenen in verbinding komen, treedt voor de gestorvenen de gemeenschap op, waar we zojuist over spraken, in dit bijzondere geval van het voorlezen. Daardoor treedt de gestorvene in verbinding met de ziel die hem hier voorleest, met de ziel die op een of andere manier karmisch met hem verbonden is. En zoals de gestorvene in zijn laagste rijk, dat we met het dierenrijk in verbinding moeten brengen, in zo’n verhouding staat dat alles wat hij doet vreugde of verdriet veroorzaakt, zo staat hij zo in verbinding met alles wat samenhang met mensenzielen oproept – mensenzielen op aarde of mensenzielen die al gestorven zijn en tussen dood en nieuwe geboorte leven – dat hij door datgene, wat in andere zielen gebeurt, een opgetild of een verlamd levensgevoel krijgt.

 

Wat betekent het voor de gestorvene

Stelt u zich dat eens helder voor. Als u hier een levend mens voorleest, dan weet u dat hij u begrijpt zoals een mens kan begrijpen. Maar de gestorvene lééft er in, de gestorvene leeft in in ieder woord dat u hem voorleest, de gestorvene dringt door in datgene wat door u zelf heengaat in uw gemoed. De gestorvene leeft met u, hij leeft intensiever met u dan hij ooit in het leven tussen geboorte en dood heeft kunnen leven. Zo komt u tot een verhoogd begrip van de gemeenschap met gestorvenen. Deze gemeenschap met gestorvenen is, wanneer we die zoeken, eigenlijk heel innig en door het schouwende bewustzijn wordt dit samenzijn met gestorvenen nog intensiever.
(Omgang met gestorvenen verloopt anders dan omgang met mensen hier op aarde)
Als de mens werkelijk bewust het rijk betreedt dat wij samen met de gestorvenen bewonen, dan is de omgang met de gestorvene alsvolgt: Als u bijvoorbeeld de gestorvene voorleest of ook voorspreekt, dan hoort u als een geestelijke echo dat wat u zelf voorleest. Men moet zich zulke begrippen eigen maken, als men zich een werkelijke voorstelling van de concrete geestelijke wereld wil leren maken. Dingen zijn in de geestelijke wereld anders dan hier. Hier hoort u zichzelf spreken, of u weet dat u denkt, als u spreekt of denkt. Als u tot gestorvenen spreekt, of denkend een verbinding met hen legt, dan klinkt u vanuit de gestorvene tegemoet wat u tot hem spreekt of wat u denkend en voorstellend tot hem richt – als de verbinding bewust in het schouwen is.
En verder hebt u een gevoel van innig verbonden zijn met hem, als u hem iets meedeelt. En als hij u antwoordt op deze mededeling, hebt u aanvankelijk het vage bewustzijn dat de gestorvene spreekt. U hebt het onbestemde bewustzijn: de gestorvene heeft gesproken en dan moet u uit uw eigen ziel tevoorschijn halen wat hij heeft gezegd. Daaruit begrijpt u, hoe noodzakelijk het is voor een werkelijke geestelijke omgang met elkaar, om van de ander te horen wat men zelf denkt en zich voorstelt en anderzijds uit u zelf te horen wat de ander zegt. Dit is een soort omkering van de hele verhouding van het ene wezen tot het andere wezen. Maar deze omkering heeft plaats als men werkelijk in de geest-wereld binnentreedt.

Uit GA 140: Spiritueel onderzoek over het leven tussen dood en nieuwe geboorte
27 april 1913, Düsseldorf

 

Met wie kun je contact hebben in de eerste tijd na het sterven

De eerste tijd nadat we gestorven zijn kunnen we eigenlijk alleen goede betrekkingen hebben met degenen die hier op aarde zijn achtergebleven of met degenen die zijn gestorvenen in de tijd die dichtbij ons eigen doodsmoment ligt. De meest nabije banden tussen mensen werken dan over de dood heen. Wat dat betreft kan er juist door degenen die hier achtergebleven zijn, de levenden, veel gedaan worden. Want de achterblijvende kan, omdat hij verbonden is met de gestorvene, aan deze gestorvene zijn eigen inzichten in de geestelijke wereld vertellen.

 

Contact vanuit het voorlezen en vanuit wat je zelf met de gestorvene deelt

Dat kan vooral door het voorlezen voor de gestorvenen. We kunnen de gestorvene de grootste dienst bewijzen, als we gaan zitten met vòòr onze ziel het innerlijke beeld van de gestorvene en hem dan zachtjes een geest-wetenschappelijk boek voorlezen, hem onderwijzen. Men kan hem ook zijn eigen gedachten, die men in zich heeft opgenomen, toesturen, daarbij steeds het beeld van de gestorvene echt levend voor ogen houdend. Hiermee moeten we niet zuinig zijn; we overbruggen zo de afgrond die ons van de gestorvene scheidt. Niet alleen in de extreemste gevallen, maar in ieder geval kunnen we iets goeds doen voor de gestorvenen. Dat is een troostrijk gevoel, het kan de smart lenigen over het sterven van iemand die je lief is.

 

Over de vraag of je kinderen die bij de geboorte of kort daarna zijn gestorven ook kunt voorlezen

Een kind ben je alleen op aarde. Vaak blijkt bij helderziend onderzoek dat een mens die als klein kind is gestorven, een individu is dat minder kind is dan iemand die als tachtigjarige is gestorven. Je kunt daarom niet dezelfde maatstaven aanleggen.
Ik heb al wel eens uitgelegd hoe het schilderij met de titel ‘De school van Athene’ begrepen kan worden. In de afgelopen tijd leerde ik het wezen kennen van iemand die jong gestorven is. Hij kon in ons contact mijn aandacht richten op wat er in de gedachten van Rafael (de schilder van dat schilderij) nog leeft van dit schilderij. Dit mensenwezen wees mij erop dat bij de groep linksvoor op het schilderij iets overgeschilderd is. Wat daar overgeschilderd is, is de plek waar iets opgeschreven staat. Daar staat nu een zin van Pythagoras. Oorspronkelijk stond daar een stuk uit het evangelie! – U ziet dus, dat zo’n ‘kind’ een heel ontwikkeld mensenwezen kan zijn, dat iemand de toegang geeft tot zaken die je maar moeilijk kunt vinden.
Dus ik wil maar zeggen: je kunt het voorlezen ook toepassen voor jong gestorven kinderen.

Bergen, 10 oktober 1913

 

Hoe lees je voor – een andere aanwijzing

Ik probeerde niets anders uiteen te zetten dan iets wat zich kan ontwikkelen als een goed resultaat van geest-wetenschappelijk streven. Ik bedoel het zogeheten voorlezen voor gestorvenen. Men kan namelijk inderdaad de vòòr ons gestorven mensenzielen een enorme dienst bewijzen door hen over spirituele dingen voor te lezen. Dat is in onze antroposofische beweging gebleken. Dat kun je zo doen, dat je je gedachten richt tot de gestorvene en probeert – om het gemakkelijker te maken – hem voor de geest te halen zoals je je hem herinnert: staand of zittend voor je. Dat kun je met meerderen tegelijk doen. Je leest dan niet hardop voor, maar volgt aandachtig de gedachten, terwijl je steeds van binnen het beeld van de gestorvene voor je vasthoudt. Dat is ‘gestorvenen voorlezen’. Je hoeft geen boek te hebben, maar je moet niet abstrakt denken. Iedere gedachte helemaal doordenken – zo lees je gestorvenen voor. Je kunt het zelfs zover brengen, hoewel dat moeilijker is, dat je, als je op een of ander gebied een gemeenschappelijke gedachte met de gestorvene hebt gehad en een persoonlijke verhouding tot hem had, je ook iemand die verder van je af staat kunt voorlezen. Dat gebeurt doordat hij door de warme gedachten die je tot hem richt, geleidelijkaan opmerkt dat je je tot hem richt.
Zo kan het zelfs nuttig worden als je degenen die verder van je afstaan voorleest. Mij is gevraagd op welk moment je dat het beste kunt doen. Het is onafhankelijk van het uur waarop je dat doet. Maar je moet de gedachten werkelijk doordenken. Oppervlakkigheid is niet genoeg. Je moet woord voor woord de inhoud doorlopen, alsof je het van binnen opzegt. Dan lezen de gestorvenen mee. Het klopt ook niet dat zo voorlezen alleen nuttig is voor mensen die zich tijdens hun leven met de geestwetenschap hebben verbonden – dat hoeft helemaal niet het geval te zijn.
[hierna volgen voorbeelden van mensen die in hun leven de antroposofie afgewezen hadden en die na hun dood des te meer een verlangen naar antroposofie hadden.]

 

Waarom zou je voorlezen?

Je vormt je een verkeerde voorstelling van het leven tussen dood en een nieuwe geboorte als je de vraag zou stellen: Waarom zou je eigenlijk gestorvenen voorlezen? Weten die dan niet uit eigen aanschouwing wat de mens hier op aarde kan voorlezen – weten ze dat niet veel beter dan wij? Zoiets vraagt alleeen iemand die niet in staat is om te beoordelen wat je juist in de geestelijke wereld kunt ervaren. Weet u, je kunt ook in de fysieke wereld zijn, zonder dat je weet hebt van de fysieke wereld. Als je niet in staat bent het een of ander te beoordelen, kun je de kennis van de fysieke wereld niet ervaren. De dieren leven ook met ons samen in de fysieke wereld en weten toch niet over die wereld wat wij als mensen ervan weten. Dat een gestorvene in de geestelijke wereld leeft wil nog niet zeggen dat hij van deze geestelijke wereld iets weet, hoewel hij die kan zien. Alleen op aarde kan geest-wetenschappelijke kennis worden verworven, je kunt die kennis niet opdoen in de geestelijke wereld. Daarom moet, als iets door een geestelijk wezen geweten moet worden, dat door een wezen te weten gekomen worden dat zelf op aarde is. Dat is een belangrijk geheim van de geestelijke werelden, dat je daar kunt zijn, ze kunt aanschouwen, maar dat je datgene wat nodig is als weten over de geestelijke werelden alleen op aarde verworven kan worden.
Uit: GA 150: ‘De wereld van de geest en haar werkingen in de fysieke wereld’
Weimar, 13 april 1913, ’s ochtends
‘Zintuiglijk beleven en beleven van de wereld van de gestorvenen’

 

Wat nemen slapende mensen mee voor de gestorvenen

Het andere wat je kunt bedenken is, dat wij, als we ’s nachts in de slaap de bovenzintuigelijke wereld binnengaan, in hetzelfde rijk zijn, waar ook de gestorvenen zijn. Alleen weten we daar bij het wakker worden niets meer van. Hoe gaan de meeste mensen slapen? Je kunt zeggen dat ze weinig spiritueels meenemen als ze de drempel tot de slaap hebben overschreden. Degenen die door het genieten van spiritualiën de nodige bedzwaarte hebben bereikt, brengen niet veel spiritueels mee in de geestelijke wereld. Maar er zijn daarbij veel nuances. Je hoort zo vaak: wat heeft het voor zin om geest-wetenschap op te nemen en dan nog niet eens in de geestelijke wereld te kunnen binnenkijken? – Ja, als iemand zich daar maar genoeg mee bezighoudt, dan neemt hij ook iets mee in de slaap. Denkt u eens aan een slapende stad, aan slapende mensen, dan zijn de zielen buiten het lichaam.
Wat de slapende zielen betekenen voor de geestelijke wereld is nog wat anders dan dat wat ze betekenen voor de fysieke wereld. Voor de gestorvenen is het vergelijkbaar. Wat wij de gestorvenen geven en wat zij in hun bewustzijn opnemen, dat is wat ze voor hun leven nodig hebben. Als wij voor hen spirituele gedachten meenemen, dan hebben ze voeding, als we dat niet doen hebben ze honger. Daarom kun je zeggen dat wij door het verzorgen van spirituele gedachten geestelijk voedsel voor de gestorvenen verschaffen. We kunnen hen laten verhongeren als we ze geen spirituele gedachten brengen. – Als de velden verkommeren kunnen ze geen voedsel opbrengen om mensen te voeden en de mensen kunnen verhongeren. Gestorvenen kunnen dan wel niet verhongeren, maar ze lijden eronder als op aarde het geestelijk leven verkommert.

De levende wisselwerking tussen levenden en gestorvenen (10.10.1913)

Hoe weet je of de gestorvene het echt kan horen?

Zonder helderziende blik kun je dat moeilijk te weten komen, hoewel je geleidelijk aan, als je je met aandacht voor gestorvenen bezig houdt, verrast kan worden door het gevoel: de gestorvene luistert. Je zult dat alleen niet merken, als je niet oplet en zo niet de eigenaardige warmte opmerkt die zich vaak bij het voorlezen voordoet. Je kunt daar echt een gevoel voor krijgen.
Als dat niet lukt, beste vrienden, dan kun je zeggen dat ook in dit geval een regel gebruikt kan worden, waarmee we vaak moeten werken. Dat is de regel: Ja, als we gestorvenen voorlezen, doen we dat onder alle omstandigheden ten bate van de gestorvene, als hij ons hoort! En al hij ons niet hoort, dan vervullen we in elk geval onze plicht en komen misschien zover dat hij ons toch hoort; en anders heeft het toch zin, want we vervullen ons met gedachten en ideeën die zeker voeding zijn voor de gestorvene op de manier die ik al eerder besprak. Er gaat dus onder alle omstandigheden niets verloren.
Maar in de praktijk is gebleken, dat van de kant van de gestorvenen het vernemen van wat voorgelezen wordt heel vaak voorkomt, en dat er een grote dienst bewezen kan worden aan degenen die we voorlezen wat tegenwoordig aan geestelijke wijsheid eigen gemaakt kan worden.

Zo mogen we hopen, dat de scheidingsmuur tussen levenden en gestorvenen steeds minder en minder wordt, doordat de geest-wetenschap zich in de wereld verbreidt.

 


 

Geesten van uw zielen, werkende wachters,
neem de liefde op uw vleugels,
die wij biddend willen zenden
aan d’u toevertrouwde sferenmensen.
Moge, met uw macht vereend,
onze bede helpend stralen
voor de zielen die zij innig zoekt.

 


 

Onze liefde volge jou,
jij ziel, die nu leeft in de geest,
die haar aardeleven overziet
en zichzelf daardoor als geest herkent.
En wat jou in het zieleland
denkend als jouw zelf verschijnt,
neme onze liefde op, opdat wij onszelf in jou voelen,
jij in onze ziel kunt vinden
wat daarin leeft met jou,
trouw aan jou.

 


Voel hoe wij in liefde opzien
naar de hoogten die jou nu
oproepen tot ander scheppen.
Reik ons vrienden die jij hier liet,
nu jouw kracht uit geestgebieden.

Hoor de vraag uit onze harten,
in vertrouwen jou gezonden:
wij behoeven voor ons aardse werk
steun en kracht uit geesteslanden
die gestorven vrienden schenken.

Hoop die ons gelukkig maakt
bij het verlies dat ons diep treft:
Laat ons hopen dat jij ver-nabij
onverminderd in ons leven schijnt
als een ziele-ster in het geestdomein.

1 2