Opengaande vergezichten

Margarete van den Brink

Als mensen met wie we nauw verbonden zijn sterven, kan hun weg naar de dood ons belangrijke inzichten geven. Aan hen ervaren wij dat in ons geestelijke krachten leven die de gebrekkig wordende lichamelijkheid overstijgen en innerlijke wijsheid en liefde creëren. De blik en het bewustzijn verruimen zich naar een andere werkelijkheid die na de dood verder opengaat. Aan de hand van waargebeurde levenssituaties en kennis vanuit de geestes-wetenschap, laat de auteur zien hoe een dergelijk proces zich voltrekt en hoe anderen daarbij behulpzaam kunnen zijn. Naast mooie en ontroerende levensverhalen worden ook praktische inzichten gegeven die zowel in de professionele als in de persoonlijke levens-sfeer gebruikt kunnen worden bij het begeleiden van mensen die gaan sterven.
Dit boek sluit direct aan bij het veelgelezen boek dat Margarete van den Brink eerder samen met Hans Stolp schreef: Omgaan met gestorvenen. Leven voorbij de dood (Uitgeverij Ankh-Hermes).

Opengaande vergezichten is in herdruk uitgegeven bij uitgeverij Nearchus
ISBN 9789492326225 

Het leven beschermen

Geneeskundige ethiek en hulp bij zelfdoding
Peter Selg en Sergej Prokofieff

”Het leven beschermen’ is tot stand gekomen n.a.v. de ontwikkelingen in Zwitserland rond ‘hulp bij zelfdoding’
Wie zich bezighoudt met deze thematiek, ziet de maatschappelijke acceptatie, ook in Nederland, toenemen om mensenlevens kunstmatig te (laten) beëindigen. Allerlei motieven, gedachten en veronderstellingen kunnen daarbij een rol spelen.

De arts en psychiater Peter Selg beschrijft het uitgangspunt van de antroposofische geneeskunde: de inzet voor het leven en de levenskrachten van de individuele mens in zijn levensloop. Behandeling is altijd gericht op genezing. Een antroposofisch arts kan medicijnen inzetten die positief werken op de levenskrachten en tegelijk het lijden verzachten, met behoud van het bewustzijn. Bewustzijn is van groot belang bij het sterven, ook voor het leven nà de dood. Een aspect dat in de maatschappelijke discussie meer aandacht verdient.

Sergej Prokofieff bespreekt de artsen-eed van Hippokrates in het kader van door de arts te verlenen euthanasie. Ook de achtergronden en gevolgen van zelfdoding komen helder vanuit zijn antroposofische visie naar voren. Zelfdoding lijkt een vrije daad, euthanasie een vrije keuze, maar is dat zo?

De Nederlandse vertaling is van Hylke Brandts Buys.
Uitgave van Nearchus, ISBN 978-94-92326-28-7 U kunt het boekje zo bestellen: klik hier.

Drempel – over leven met sterven
Thom Kloes

Voor me ligt ‘Drempel’ 2018 / 2019. Een speciale uitgave van het Landelijk Expertisecentrum Sterven, zo lees ik op de voorkant van het glossy blad dat 106 bladzijden telt.

In het voorwoord meldt Ineke Koedam, bestuursvoorzitter van het expertisecentrum en hoofdredacteur van het blad: ‘In Drempel nemen wij u mee in de betekenisvolle ervaringen, voor, tijdens en na het sterven.’ En: ‘Wanneer wij het weten uit te houden in het niet-weten, zullen we ons kunnen openen voor het nieuwe. Het nieuwe dat zich in het verborgene van deze overgang schuilhoudt en waar ieders verlangen naar uit gaat, dwars door de angst heen.’

Op grond van deze beeldende beschrijvingen verwacht ik tweeërlei. Ten eerste, een open benadering van het sterven en de dood, zonder dogmatische standpunten. En ten tweede, nieuwe, geruststellende perspectieven op sterven en dood.

‘Drempel’ stelt in beide verwachtingen niet teleur. De vele persoonlijke beschrijvingen van ervaringen met het sterven en de dood, ademen een open sfeer die recht doet aan het adagium ‘leven met sterven’, iets dat in al zijn vanzelfsprekendheid toch nog bijzonder is en in wezen een kunstzinnige aanpak vraagt.

Naast de persoonlijke ervaringen biedt het blad een achttal lezenswaardige artikelen met meer objectieve informatie. Zoals:

  • wat gebeurt er als iemand sterft;
  • wat zijn de signalen waardoor we weten dat ‘het moment’ nadert;
  • vier aspecten van het zelfgekozen levenseinde;
  • hoe rituelen het sterven kunnen verlichten;
  • spirituele tradities binnen verschillende culturen.

Onder deze categorie valt ook het artikel van Pim van Lommel over levenseinde-ervaringen en bijna-doodervaringen, onder de titel ‘Sterven is net zo normaal als geboren worden’.

Veelzijdig en informatief is Drempel zeker. De veelzijdigheid wordt bevestigd door de ruime spreiding die we zien bij de sponsors (er staan geen advertenties in het blad): van de Iona Stichting, via onder meer een kloosterorde, een uitvaartonderneming, tot het UMC in Amsterdam.

Het is gelukkig zeer aan de tijd om het sterven en de dood te normaliseren en te humaniseren. Drempel draagt daar ondubbelzinnig aan bij.

Drempel is te bestellen via www.drempelmagazine.nl
Prijs: €8,95.

 

Bijzondere momenten

Toke Bezuijen

Dit boekje gaat over de ‘uitwendige therapie’ zoals die is ontwikkeld door antroposofische verpleegkundigen speciaal voor de stervensfase. Uitwendige therapie is complementaire zorg, die zich richt op verbetering van de kwaliteit van leven in de laatste fase. Bij de verschillende behandelingen wordt gebruik gemaakt van natuurlijke ingrediënten – middelen als kruiden en oliën die verzachten en heilzaam werken. Liefdevolle aanraking en verzorging met deze middelen zorgt voor troostende warmte en meer innerlijke harmonie. Het gevoel van geborgenheid dat ontstaat helpt bij het loslaten.

Het boekje (44 pagina’s) vormt een praktische handreiking voor de directe naasten, mensen die in een hospice werken en thuiszorg-medewerkers.

Inspirerend zijn bijzondere momenten uit de praktijk beschreven.

Uitgave: Reith | Hendriks & partners

ISBN 978 908 154 9301

Kinderen en rouw

Geplaatst in: advies, kinderen en sterven | 0
Inhoud:
  • Wat kunnen we verwachten
  • Met welke vragen worstelen kinderen
  • Doodsbesef
  • Reacties
  • Hoe geven we ondersteuning
  • De cirkel van verdriet en rouw
  • Wat zijn rouwtaken
  • Hoe kunnen we helpen

 

“Als je de rol hebt om kinderen voor te bereiden op het leven, hoort het leren omgaan met verlies en verdriet tot je opdracht.”

Manu Keirse

“Je kunt niet tegengaan dat de vogels van Verdriet komen overvliegen, maar je kunt wel voorkomen dat ze nesten maken in je haar….”

Chinees gezegde

 

Dit artikel is door Christiane Voit (naastenbegeleider Hospice Heuvelrug, Zeist) samengesteld in 2007 aan de hand van:
Riet Fiddelaers-Jaspers; De meest gestelde vragen over kinderen en de dood.
Riet Fiddelaers-Jaspers; Mijn troostende ik. Kwetsbaarheid en kracht van rouwende jongeren.
Manu Keirse; Kinderen helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener.
Riet Fiddelaers-Jaspers; Jong verlies. Rouwende kinderen serieus nemen.
Annet Weijers; Het leven duurt een leven lang

In 2018 heeft Meta Henkes (kinder-rouwtherapeut) het artikel geactualiseerd.

 

Wat kan er gebeuren met een kind rondom een overlijden van een dierbare?
  • Het komt alleen te staan: alle aandacht gaat naar volwassene(n), kind toont niet altijd verdriet, daardoor wordt het aanwezige verdriet niet (h)erkend.

  • Het wordt onnodig beschermd: niet de hele, harde waarheid wordt verteld, kind voelt aan dat iets niet klopt.

  • Het heeft weinig kans meer om kind te zijn, verschil met leeftijdgenootjes (tijdelijk).

  • Het toont angst voor relaties: wie zorgt voor mij? ga jij ook dood?

  • Het probeert controle uit te oefenen/te houden: bazig worden, niet alleen willen blijven.

  • Het gedraagt zich lastig: om op te komen voor wat het nodig heeft; dit gedrag geeft onbegrip in omgeving.

  • Of het wordt juist heel rustig en lief, om ouder(s) of andere betrokkenen te ontlasten.

  • Het mist het tegenwicht dat ouder vormde.

  • Het wil misschien zelf ook dood: uit depressie, maar ook omdat het de overledene zo heel erg mist.

  • Het gaat het onderwerp steeds uit de weg, sluit zich af.


Met welke vragen kunnen kinderen worstelen
  • Is het mijn schuld (magisch denken: je kan iemand “dood denken”)?

  • Is het besmettelijk (kan ik het ook krijgen, kan jij het krijgen)?

  • Wie gaat er voor mij zorgen (wie brengt me naar school, wie gaat met me voetballen)?

  • Ga jij ook dood – ga ik ook dood?

  • Wat is dood?

  • Waarom gaat iemand dood?

  • Waar ga je heen?

Zie Riet Fiddelaers-Jaspers: ‘De meest gestelde vragen over kinderen en de dood’


Doodsbesef bij kinderen
  • Jonger dan een jaar: nog geen doodsbegrip, behoefte aan stabiele relatie, kunnen snel nieuwe hechting aangaan.

  • 1 – 5 jaar: dood wordt gezien als tijdelijk: zo, nou kan papa wel weer komen / veel kusjes geven dan wordt ze wel weer levend (magisch denken/ sprookjes).

  • 5/6 – 9 jaar: meer begrip: beginnend besef dat dood onomkeerbaar is / willen dode onderzoeken / komen nuchter over maar zijn kwetsbaar.

  • 9 – 12 jaar: zien in dat de dood definitief is / merken dat dood niet te vermijden is – angsten, fobieën.

  • Ouder dan 12 jaar: denken na over zin van het leven, op zoek naar eigen identiteit: uitgestelde rouw.


Reacties van rouwende kinderen kunnen zijn
  • Verdringing: net doen of het niet waar is

  • Uitgestelde rouw: onbewust neemt een kind zijn ouders in bescherming, omdat ze toch al zoveel verdriet hebben. Daarmee zet het de eigen emoties aan de kant.

  • Wisselend gedrag: doordat ze niet lang achter elkaar kunnen rouwen, wisselen ze verdriet en normaal gedrag af. Het ene moment lijkt het alsof ze alles vergeten zijn, het andere moment zijn ze intens verdrietig. Kinderen staan nog zo veel meer in het ogenblik zelf (in het NU), ze handelen en reageren zoals ze zich op dat moment voelen.

  • Rol-overname: door de rol van de overledene over te nemen, kunnen ze ook troost bieden. De omgeving ‘helpt’ daar vaak bij door te zeggen “Zal je goed voor je moeder zorgen? Jij bent nu de man in huis”. Kinderen nemen dit heel letterlijk.

  • Regressie: terug naar een eerdere levensfase, toen alles nog veilig was. Kinderen gaan bijv. weer bedplassen, duimzuigen, willen weer aangekleed worden.

  • Aangepast gedrag: kinderen passen zich in hun gedrag aan aan wat ze denken dat van ze wordt verwacht, aan de buitenkant laten ze niets merken van hun verdriet.

  • Niet anders willen zijn: kinderen kunnen zich gedragen alsof er niets is gebeurd omdat ze niet anders willen zijn dan andere kinderen.

  • Terugtrekken in zichzelf

  • Explosieve emoties: de emoties bij kinderen komen veel heftiger naar buiten dan bij volwassenen. Ook kan een kind deze heftige emoties opsluiten in zijn eigen lichaam. Een kind is dan bang om ze te uiten.

  • Contact met de overledene: veel kinderen ervaren nog contact met de overledene. Ze praten vaak met hem/haar.

  • Concentratiestoornissen: in gedachten zijn ze met zoveel andere dingen bezig

  • Psychosomatische klachten: buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid.

  • Boosheid: op van alles.

Hoe kunnen we helpen
  • Openheid: wees direct en eerlijk, geen halve waarheden zoals b.v. mama slaapt, God heeft je oma tot zich genomen.

  • Betrokkenheid: geef het kind invloed en laat het dingen doen, die het aankan. Creëer betrokkenheid bijvoorbeeld door een nat washandje te pakken, een slokje water te geven, bloemen te verzorgen, een tekening te laten maken, een verhaal voor te lezen, te helpen bij de laatste zorg.

  • Ruimte voor emoties: geef ruimte en veiligheid voor het uiten van gevoelens.

  • Ruimte voor reacties: accepteer dat het kind ongewoon gedrag kan tonen: agressie / overmatig huilen om “niks” etc.

  • Stimuleer, maar dwing nooit: Probeer ze te betrekken maar dwing ze nooit om dingen te doen die ze absoluut niet willen.

  • Blijvende verbondenheid: herinneringsboeken, verdrietdoos knutselen / tekenen / stille hoek / rituelen / fotoboek / praten over herinneringen


De cirkel van verdriet en rouw

De cirkel begint op het punt van contact maken. Het is de basis van het leven: als pasgeborene maak je lichamelijk contact. Uit het contact ontstaat hechting die het gevoel van veiligheid en geborgenheid geeft. Eens zul je die hechting moeten loslaten, ooit zal er pijn zijn van het verlies. Het dreigend verlies of het daadwerkelijk verbreken van de banden komt tot uitdrukking door een veelvoud aan emoties, (angst, huilen, woede-uitbarstingen) of reacties (vastklampen, apathie, isoleren, opluchting).


Rouwen is heling: om de wonden, die het verlies geslagen heeft, te kunnen genezen. Rouwen is het voelen van alle emoties die bij verlies kunnen opkomen? Het is nodig om het evenwicht en jezelf weer te hervinden. Stilstaan bij het afscheid, zich bewust worden van de gevoelens die het oproept en vorm geven aan het afscheid is van belang.

Rouwtaken
Om een verlies in het leven te kunnen integreren, zijn er bepaalde, herkenbare stappen te zetten, de ‘rouwtaken’:

1. Leren omgaan met verdriet en rouw

Verliezen hoort bij het leven, hechten en loslaten. Er is geen manier om verlies uit de weg te gaan.

Elk kind lijdt al ‘kleine‘ verliezen b.v. van een onmisbare knuffel die ergens blijft liggen. Mag het kind dan verdrietig zijn? Of wordt het snel met een vervanging getroost? Wordt het kind erbij betrokken als een huisdier overlijdt? Mag het samen afscheid nemen, samen rouwen? Leren omgaan met verliezen hoort bij de opvoeding b.v. hoe kan een jong iemand leren dat hechten ook tranen met zich mee brengt wanneer mama niet laat merken dat ze verdrietig is wanneer Oma, haar moeder, overlijdt, ook al is Oma 85?

2. Erkennen van het verlies

Het laten doordringen dat die ander echt dood is.
Afscheid kunnen nemen is hierbij belangrijk.
Behoefte aan informatie / veiligheid / bescherming / betrokkenheid / vertrouwen in voortbestaan.
Kinderen hebben het nodig om te zien wat er is gebeurd. Telkens weer begrafenisje spelen, doktertje, ziekenhuis, botsautootjes.

3. Herkennen van het verdriet

Omgaan met een wirwar aan gevoelens.
Het doorleven / voelen van de pijn.
Let op vermijdingsmechanismen: rouw brengt veelal onprettige gevoelens met zich mee. Afweermechanismen zijn niet altijd fout. Een gesloten schelp moet niet op ruwe wijze worden geopend.
Afleiding en confrontatie in evenwicht.
Geef duidelijke informatie en geef antwoord op alle (repeterende) vragen. Het kind heeft behoefte aan delen / herinneringen / informatie / veiligheid.
Het kind komt telkens met dezelfde vragen, dezelfde verhalen.

4. Verkennen – verder leven met het gemis

De overledene een plek geven binnen het gezin
voorbeelden:
Vroeger was papa de held die jou beschermde, hoe is dat nu?
Voor mama las je het moederdagversje op, hoe gaat dat nu?
Het heeft behoefte aan (zelf)vertrouwen / informatie / openheid / veiligheid.

5. Verbinden – het weefsel van het leven opnieuw weven

Nieuwe relaties aangaan en de overledene emotioneel een plek geven.
Het verdriet krijgt een plek.
Het leven gaat door ook zonder de overledene b.v. wanneer een jongere zijn diploma heeft behaald, blijf de overledene zijn naam noemen: “wat zou je vader nu trots op je zijn”. Ook al heeft moeder een nieuwe relatie en kan de jongere met hem ‘vaderdingen’ doen, de overledene is en blijft zijn vader. Deze plek mag hem niet worden ontnomen.
Het kind heeft behoefte aan rituelen / veiligheid / (zelf)vertouwen.


Kinderen en uitvaart

 

Betrokkenheid van kinderen is heel belangrijk. Zij kunnen kaarsen aansteken of uitblazen, bloemen, strooien, tekeningen maken, een dansje doen of muziek maken. De fantasie van kinderen is nog altijd gruwelijker dan de werkelijkheid. Kinderen zijn heel onbevangen en als zij erbij begeleid worden, houden zij er zeker geen trauma, maar een waardevolle herinnering aan dit afscheid over.

Yvonne van Leeuwen (uitvaartbegeleider bij kinderen)

Hoe kunnen wij de kinderen ondersteunen
  • Luister met je hart! vanuit echte belangstelling!

  • Creëer een veilige omgeving: kinderen hebben veiligheid nodig om te rouwen.

  • Geef eerlijke en ware informatie.

  • Geef direct antwoord op vragen.

  • Geef feiten zo concreet mogelijk weer.

  • Check of de boodschap is begrepen.

  • Wees je ervan bewust: kinderen ervaren intuïtief de gevoelens van hun ouders.

  • Houd een open communicatie met elkaar.

  • Creëer betrokkenheid, een knipoog, een schouderklopje.

  • Geef het kind gelegenheid om afscheid te kunnen nemen.

  • Betrek het kind bij de uitvaart, evt. met extra begeleiding.

  • Besef ook dat het kind er af en toe “even niet” aan wil denken.

  • Geef ruimte voor uitingen zoals boosheid, spijt, jaloezie, machteloosheid.

  • Stel open vragen.

  • Durf kwetsbaar te zijn.

  • Reik kinderen de hand in het kunnen uiten van gevoelens. Vraag niet “hoe voel je je?” maar benoem de gevoelens die je waarneemt “ik merk dat je verdrietig bent, klopt dat?”

  • Af en toe bij de jongeren op visite komen: geen adviezen, gewoon echte belangstelling.

  • Een lief gebaar: een kaartje b.v. op bijzondere dagen (feestdagen, verjaardag, sterfdag).

  • Samen iets leuks gaan doen. Breng nu al ter sprake “wat is dood” door een dood vogeltje, dode blaadjes, dode vis te begraven etc.
  • Lees boeken met het kind (zie boekenlijst).

  • Het kind weet misschien meer dan wij denken.

  • Chatten op internet is zeker een goed instrument.


Wat kunnen wij beter niet zeggen/doen
  • “Jij bent nu de volwassene in huis” als een ouder is overleden.

  • “Ik weet precies hoe jij je voelt!”

  • “Tijd heelt alle wonden” Het is niet de tijd die geneest, maar wat men doet met de tijd.

  • “Wanneer ga je nu weer eens naar school?”

  • Zeggen dat de jongere overdrijft.

  • Boos worden als een jongere aangeeft dat hij/zij geen zin heeft om te praten.

  • Ongevraagd advies geven “als ik jou was …”, “als je nu…”, “zou je niet…”.

  • Zelf een ontmoeting volpraten met b.v. eigen ervaringen.

  • Oplossingen zoeken in plaats van luisteren.

  • Vertellen dat het verdriet ooit helemaal over is “het gaat wel over”, “het hoort bij het leven”, “opa was al oud, hij heeft een goed leven gehad”, “je moeder is nu beter af, nu hoeft ze geen pijn meer te lijden”.

 

Rouw bestaat bij jongeren, net als bij volwassenen, niet uit een afgeronde opeenvolging van fasen met een eindpunt. Rouw is niet tijdgebonden. Het is een levenslang ontwikkelende zoektocht naar de dood, het leven – en zijn betekenis.

Manu Keirse


Aanbevolen boeken:
Boekenlijst voor kleuters tot 6 jaar

Lieve oma pluis – Dick Bruna
Oma pluis is dood en ook opa heeft verdriet. Oma wordt begraven en Nijntje gaat af en toe haar graf mooi maken.

Derk Das blijft altijd bij ons – Susan Varley
Derk Das is een vriend van alle dieren. De dood van Derk Das is voor alle dieren een schok. Maar het helpt, als velen over hun problemen praten en kunnen lachen om der herinneringen.

Kikker en het vogeltje – Max Velthuis
Kikker vindt een vogeltje aan de kant van de weg. Samen met andere dieren gaan ze de vogel begraven. Daarna spelen ze samen verder.

Een opa om nooit te vergeten – Bette Westera
Het is de dag van de uitvaart van de opa van Joost. Er gebeurt van alles dat Joost nog nooit meegemaakt heeft. Veel vragen ”is het donker in de kist?” “doet dood gaan pijn?”, herinneringen en tranen. De zakdoek van opa helpt.

Dat is heel wat voor een kat, vindt je niet? – J. Viorst
Als de poes gestorven is heeft zijn baasje veel verdriet. Door tien dingen te verzinnen, waarom hij zijn poes zo lief vond, verwerkt hij zijn verdriet.

Ik mis je – Paul Verrept
Prentenboek over wat is missen? Wat is troost bij verdriet.

Dag papa in de hemel – I. van Dongen
Prentenboek voer het verdriet van een kind na het overlijden van haar vader. Herkenbare gevoelens zoals boosheid en verdriet wisselen elkaar af met de dagelijkse dingen.

De drie vogels – M. van den Berg
Prentenboek over de ziekte en sterven van een moedervogel.

Het grote knutselboek voor de allerkleinsten – B. Kalk
Een boek met veel knutseltips, waarbij ze hun rouw kunnen verwerken.

 

Boekenlijst voor kinderen van 6 tot 9 jaar

Wacht op mij – S. Boonen
Een verhaal over de dood van opa en het contact daarna met oma.

Mama komt toch altijd terug – E. Lieshout
Papa zegt dat mama nooit meer terugkomt nu ze dood is, maar Lis gelooft hem niet, want mama kwam altijd terug.

Dag Siem, dag Tom – A. Post
Twee kinderen maken mee hoe hun vader aan kanker sterft.

Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk – I. van Essen
Verhalen van kinderen van wie een vader of moeder is doodgegaan.

Waar ben je nu, zie jij me nog? – R. Fiddelaers-Jaspers
Een verzameling gedichten en verhalen over afscheid voor kinderen in alle leeftijden. Ook inspiratiebron om zelf iets te schrijven.

Handenarbeid met kinderen van 6-9 jaar – I. Hoekstra
Een boek vol knutselideeën die helpen bij het rouwen.

“De Wolf en de oude geit” – Truus Breukers & Carolien Westermann
Over vriendschap en afscheid nemen

“Bloesems in de winter” – Cok van der Lee & Vera Backker
Een verhaal dat er meer is tussen hemel en aarde.Wij zijn deel van een groter geheel en kunnen steun en troost ervaren vanuit het universum.

“De Kleine Engel” – Elleke van Kraalingen & Saskia Kuipers
Hoe kan de Kleine Engel de kinderen helpen? Dan krijgt hij een plan….

“Een gesprekje met God” – Neale Donald Walsch
De kleine ziel en de Zon.Een kinderparabel.

“Een tweede gesprekje met God” – Neale Donald Walsch
De kleine ziel en de aarde.Een kinderparabel.

“Sterrenkind” – Patrik Somers
Aan de hand van hun eigen ervaringen praten kinderen met de juf over wat er met een mens gebeurt als hij sterft.

“Als je dood bent, word je dan nooit meer beter?” – Piet en Joeri Breebaart
Vader en zoon maakten samen het verhaal van konijntje Fred en zijn broertje Joep, die plotseling doodgaat.

“Dood is niet gewoon” – Martine Delfos
Therapeutisch kinderboek, voor alle kinderen die hun moeder/vader verloren.

 

Boekenlijst voor kinderen van 9 tot 12 jaar

Gwinnie – K. van Assen
Gwinnie en haar vader hebben veel te verwerken nadat haar moeder is overleden.

En opeens is alles anders – Y. van Emmerik
De 10-jarige Marieke schrijft brieven aan haar overleden moeder en leert zo haar verdriet een plek te geven.

Soms hoef je niks te zeggen – I. de Jong
Kinderen tussen 8 en 13 jaar schrijven over hun ervaringen met verdriet en troost.

Wie ben ik zonder jou – R. FiddelaersJaspers
Een boek voor rouwende jongeren

Alles is voor altijd anders – O. Reef
In haar dagboek schrijft Nina, na de dood van haar moeder, over de moeilijke dingen waarover ze met niemand durft te praten.

Mijn herinneringsboek – Claire vanden Abbeele
Een werkboek opgezet als hulpmiddel bij het omgaan met een ziekteproces of bij verwerken van het overljden van een geliefd persoon.

“Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk” – Ineke van Essen
Uitspraken van kinderen die meemaakten hoe hun leven verder ging na de dood van hun vader of moeder.

“Musje” – Arno Bohlmeijer
Het meisje van de zon.

 

Informatieve boeken voor kinderen

Als jij er niet meer bent – R. Fiddelaers-Jaspers
Wanneer je vader of moeder doodziek is.

Ik weet niet wat ik weten moet – R. Fiddelaers-Jaspers
Jouw vragen over doodgaan, begraven en cremeren.

De meest gestelde vragen over kinderen en de dood – R. Fiddelaers-Jaspers
Kunnen kinderen rouwen?

Dood zijn hoe lang duurt dat? – W. Storms
Jouw vragen over sterven en rouwen. Kan je weer van het leven houden?

Als vlinders spreken konden – Y. Emmerik
Een klassieker.

“Doodgewoon” – Bette Westra & Sylvia Weve
Verzameling troostrijke gedichten voor jong en oud.

 

Literatuur over rouw bij jongeren voor de opvoeder

Verhalen en sprookjes op de grens van leven en dood – B. Voorhoeve
Verhalen om uit voor te lezen maar ook om zelf te lezen

Nu jij er niet meer bent – Claire vanden Abbeele
Rouwen met kinderen en tieners.

Kun je de dood ook groeten – R. Fiddelaers-Jaspers
101 gedichten over afscheid.

Mijn troostende ik – R. Fiddelaers-Jaspers
De kwetsbaarheid en kracht van rouwende jongeren.

Helpen bij verlies en verdriet – M. Keirse
Een gids voor het gezin en de hulpverlener.

“Kinderen helpen bij verlies” – Manu Keirse
Een boek voor al wie van kinderen houdt.

 

Een wond waar niet naar wordt omgekeken, die niet wordt ontsmet en verzorgd, die niet zorgvuldig wordt verbonden, zal niet genezen maar erger worden.

Manu Keirse


Verwijzingen

Landelijk Steunpunt Verlies
Beschikt over een landelijk adressenbestand van hulpverleners en uitgebreide informatie en literatuurlijsten op leeftijd en soort verlies.

Tel. advieslijn: 030-2761500
ma,di, do en vrijdag 9.00-13.00
www.steunbijverlies.nl

Stichting ‘Achter de Regenboog’
Biedt kinderen en jongeren hulp en activiteiten aan om op een gezonde manier met het verlies te leren leven. Ze houden kinder- en gezinsweekenden.

Tel. advieslijn: 0900-2334141
alle werkdagen 9.00-11.00
www.achterderegenboog.nl

KWF Kankerbestrijding
Hier kunnen kinderen gratis een ‘rugzak’ aanvragen met video, woordenboek en andere informatie.

Kanker Infolijn: 0800 – 022 66 22
www.kwf.nl

Kindertelefoon
Dit nummer kunnen kinderen gratis bellen.

Tel: 0800 0432
www.kindertelefoon.nl

“Alle sterren van de hemel” – Daisy Luiten, creatief therapeute
Zij heeft het spel “alle sterren van de hemel” bedacht. Om de communicatie onderling te stimuleren; binnen een gezin, lotgenotengroep of in het onderwijs.

www.allesterrenvandehemel.nl

 

Links

www.kankerspoken.nl

www.kindenrouw.nl

www.achterderegenboog.nl

www.in-de-wolken.nl

www.remembermewhenimgone.org (Remember me when i’m gone wil ouders bemoedigen om iets na te laten voor hun kinderen)

www.herinnerdingen.nl kinderen kunnen foto’s met een ingesproken verhaal als herinneringsmonument plaatsen en chatten

www.overmijnlijk.nl met chatmogelijkheden specifiek voor jongeren

Heleen de Weger
Vlinder op mijn hand – etappes uit het rouwproces van een moeder

“Wij krijgen de tijd om te leren om niet te sterven met de dood.”

In dit bijzondere boekje worden we deelgenoot van het proces dat Heleen de Weger als moeder doormaakte, na de diagnose van de ontwrichtende ziekte van haar zoon. Als uitlaatklep heeft ze haar ervaringen voor zichzelf opgeschreven om “haar hoofd boven water te kunnen houden”. Die impressies heeft ze na zijn overlijden opgepakt en aangevuld.

Heleen beschrijft het hele proces vanuit haar innerlijk beleven. Heel helder kijkt ze naar zichzelf en naar haar eigen worsteling om te doen wat nodig is. En ze beschrijft het met warmte en liefde.

Het blijft onverdraaglijk voor haar om te zien hoe haar zoon zich, door zijn ziekte, steeds verder terugtrekt uit zijn lichaam. De ziekte blijkt ongeneeslijk en progressief. Na die diagnose sterft de moeder in haar de eerste dood en beseft dat ze deze situatie alleen kan overleven, als ze de mens in zichzelf laat opstaan. Zo kan ze haar zoon helpen te leven.

De bijzondere eigenheid van haar zoon kan ze zien en respecteren. Ze beschrijft hem als een zonnig mens, altijd stralend en positief, met een bijzondere opmerkingsgave. Hij kan genieten van kleine dingen. Samen beleven ze de situaties waarin ze door het achteruitgaan van lichaamsfuncties terecht komen en samen zien ze kans er toch op een positieve manier mee om te gaan.

Zo heeft ze haar ervaringen, in woorden gevangen, als boek de wereld in laten gaan, om ze te delen met mensen die ook zo’n buitengewone weg te gaan hebben.

Een indrukwekkend, warm en liefdevol boek.

Uitg. Free Musketeers, 2012,  ISBN 97890484-2362-0

Stervenswijding

 

Geboorte en dood horen samen. Het zijn twee keerzijden van hetzelfde gegeven: ons lichaam wordt ons geschonken bij het begin van ons leven, dus staan we het ook af aan het eind ervan. Dit is niet makkelijk. Wij zijn zo vergroeid met onze lichamelijkheid dat we niet anders kunnen dan ons ermee identificeren. Het opgeven van onze lichamelijkheid is voor ons een opgeven van onszelf. Sterven is verliezen: geen mens wint het van de dood. Deze nederlaag blijft onverdraaglijk zo lang wij niet inzien dat sterven meer is dan doodgaan alleen.

Want sterven doen wij niet pas aan het eind van ons leven. We doen het in kleine stukjes ook lang daarvoor. ‘Soma sema’, schreef Plato: ‘het lichaam is een graf’. Dit werpt een heel ander licht op de dingen. Bij de geboorte sterft een deel van ons. Het wordt in de lichamelijkheid gebannen. In de dood wordt dit deel opnieuw bevrijd en herboren.
Onze geest staat op. Verrijkt verlaten wij de wereld: ‘Want voor mij is leven Christus en sterven winst’ (Filippenzen 1, 21). Het sacrament van de stervenswijding sluit in die zin niets af. Het is geen eindpunt, maar integendeel de sacrale opening van het subtiele geboorteproces dat elk sterven is. Door de zalving met gewijde olie begint een leven dat voert van bestaan tot bestaan.
De nabijheid van de dood brengt het vermoeden van een hoger leven. Het sterfbed biedt een nieuw ontwaken.
De tijd wordt ruimte en wij zien onszelf.

Mathijs van Alstein, geestelijke in de Christengemeenschap, gemeente Zeist

Verbinding

Het was één dag voordat mijn vader stierf. Ik zat bij uitzondering even alleen bij hem, toen hij verzuchtte dat het zo moeilijk was.  ”Wàt is er zo moeilijk pap”, vroeg ik?  Zijn antwoord: de verbinding,.. de verbinding… ik wist niet dat ik die zelf moest makentenminste zo lijkt het heb steeds gedacht dat er hulp zou zijnof is dat ook zo?

Het zijn de laatste zinnen die hij uitgesproken heeft. Ik heb zijn hand genomen en gezegd dat die hulp er zéker was!

Toch contact

De eerste vrouw bij wie ik aan het sterfbed zat, lag in coma in het ziekenhuis. Gewoon praten met haar was niet meer mogelijk. Alle leuke herinneringen aan haar heb ik in mijn gedachten opgeroepen en weer beleefd. Geen idee of ik zo met haar “communiceerde”. Dat bleek pas toen ik weg wilde gaan. Met enorme kracht hield zij mijn arm vast.

Ik ben nog een tijd gebleven. De volgende dag is zij gestorven.

Gezichtspunten rondom thanatopraxie

Ingrid Deij

Geplaatst in: advies, keuzes rondom het sterven | 0

Thanatopraxie (1), een tijdelijke vorm van balseming die ±10 dagen werkzaam is, wordt in het buitenland veel toegepast. In de Verenigde Staten gebeurt het vrijwel standaard bij iedereen die overlijdt, in Engeland wordt ± 75% van de overledenen op deze manier tijdelijk geconserveerd, in Frankrijk ± 45%. Sinds de thanatopraxie ook in Nederland bij de wet is toegestaan (per 1 januari 2010), neemt het aantal gevallen waarin van deze behandeling gebruik wordt gemaakt, toe. In 2010 is dit al 1200 maal toegepast. Te verwachten is dat men meer en meer voor deze behandeling zal kiezen. Daarom lijkt het van belang om gezichtspunten te vinden, zodat men bewust zelf al dan niet voor deze behandeling kan kiezen, of als nabestaande deze behandeling bij een overledene in eigen kring laat toepassen. Het doel van dit artikel is om bewustzijn te wekken voor de keuze die we hierin hebben.

Thanatopraxie heeft vooral uiterlijke ‘cosmetische’ redenen. Men ervaart het ontbindingsproces als onaangenaam, en men ziet de overledene het liefst zoals hij of zij er bij leven uitzag. Begrijpelijk en invoelbaar, het is fijn om een ‘intacte’ herinnering aan de overledene te bewaren. De vraag is echter of ook het belang van de ziel van de overledene ermee wordt gediend. Wat maakt de overledene door in de eerste dagen na het sterven? Heeft hij of zij ons dan misschien nodig? Hoe kunnen we hem of haar als nabestaanden in die dagen bijstaan en begeleiden?

Wat zien we in de drie dagen na het overlijden?

Aan het moment van het sterven gaat vaak een doodsstrijd vooraf. Dat is in het begin ook aan het gelaat af te lezen. Wanneer je in de loop van de eerste drie dagen na het overlijden regelmatig bij de overledene waakt, kun je opmerken dat de uitdrukking van het gelaat geleidelijk verandert. Het lijkt zich te ontspannen. De overledene lijkt jonger te worden, iets van zijn wezen wordt zichtbaar. Onder omstandigheden, waarin niet mechanisch wordt gekoeld en geen thanatopraxie wordt ingezet, zien we na die drie dagen aan het gelaat, vooral bij de ogen, dat dit proces zich afrondt.
Wonderlijk is dat in die drie dagen nog baardgroei lijkt plaats te vinden, ook de nagels groeien nog een beetje. Daaraan kun je aflezen dat de levensprocessen langzamer sterven dan het fysieke lichaam zelf. Dood is dus niet op alle gebieden dood. De levenskrachten ‘verwelken’ geleidelijk. Daardoor komt ook iets vrij: de herinneringen, het ‘levenstableau’.

Wat maakt de overledene in de drie dagen door?

Mensen die een bijna‐dood‐ervaring hebben meegemaakt vertellen soms, wanneer ze weer bij bewustzijn zijn gekomen, dat zij hun hele leven in beelden voor hun ogen voorbij zagen komen. Dat kan zelfs in een heel korte tijd gebeuren, bijvoorbeeld tijdens een val in de bergen, die maar enkele seconden duurt. Dit gebeurt, omdat tijdens zo’n val het etherlichaam voor korte tijd wordt losgemaakt van de organen (longen, nieren, lever en hart), waarin de levensherinneringen worden opgeslagen (2). Het gevolg hiervan is dat bewuste en onbewuste herinneringen aan het hele leven, in omgekeerde volgorde, aan het geestelijke oog voorbijtrekken, in feitelijke, maar ook in morele zin. Een mens die zo’n bijna‐dood‐ervaring heeft beleefd, beseft wat er in zijn leven tot dan toe is gebeurd. Vaak verandert hij daardoor en slaat nieuwe wegen in.
Dit beleven van het levenspanorama overkomt ook ons, wanneer we net overleden zijn: een begin van het verwerkingsproces van ons gehele leven, waarmee het leven na de dood begint. Na ongeveer 3 à 3,5 dag is het proces van loslaten zover gevorderd dat tot crematie of begrafenis kan worden overgegaan.

De ontbindingsprocessen van het lichaam, die ontstaan door de verwelking van het etherlichaam, zijn noodzakelijk voor dit proces van vrijkomen van herinneringsbeelden. Dit is een geleidelijk en subtiel gebeuren, waarbij niet moet worden gestoord of ingegrepen. Ook mechanische koeling van het lichaam, waardoor de ontbindingsprocessen worden tegengegaan, kan dit proces beïnvloeden. Men zou dan langer moeten waken, omdat het proces van loslaten langer duurt.

Waken bij de overledene

Er zijn veel redenen aan te geven om bij de overledene te waken. Een belangrijk gezichtspunt is, dat als iemand sterft zijn of haar astraallichaam en ik het etherlichaam niet meer kunnen doordringen. De nog aanwezige levensprocessen van de stofwisseling, waarin astraallichaam en ik tijdens het leven werkzaam zijn, gaan hun eigen gang. Dan kunnen negatieve wezens in deze processen binnenkomen. Wanneer er gewaakt wordt vormt de aanwezigheid van een ander ik, een wakker menselijk bewustzijn, een waakzaamheid die de overledene hiertegen beschermt. Respectvolle aanwezigheid en rust zijn van wezenlijk belang in deze dagen.

Wat verandert er door thanatopraxie?

Wanneer we nu kijken naar wat er gebeurt bij thanatopraxie, valt op dat vrij kort na het overlijden behoorlijk wordt ingegrepen in de genoemde processen:

  • Het lichaam wordt bij de behandeling ontdaan van bloed en lymfevocht. Bij het middenrif wordt een opening in het lichaam gemaakt. Via deze opening wordt de conserverende vloeistof ingebracht, zowel in de longen als ook in en rondom de buikorganen en het hart. Dit gaat overigens niet zachtzinnig toe, volgens een begrafenisondernemer die mij hierover aansprak. Ook in de bloedvaten wordt deze conserverende vloeistof ingespoten. Een risico is, wanneer de thanatopraxeur niet veel ervaring heeft, dat het lichaam een groenige of blauwige verkleuring gaat vertonen, omdat het conserverende middel reageert op nog aanwezige medicijnen in het lichaam.
  • Uiterlijk gezien wordt de overledene als een wassen beeld. Er verandert niets aan het gelaat.
  • Merkwaardig is dat zelfs de lichaamstemperatuur verandert. Normaal is een lijk koeler dan de omgeving, maar wanneer thanatopraxie is toegepast, is dat niet zo. (Zie hiervoor ook het artikel ’Koeling op een natuurlijk manier’ van Marijcke van Hasselt)
  • Het natuurlijke loslaten van het fysieke lichaam door het etherlichaam kan zich niet voltrekken.
Gevolgen voor de nabestaanden en de gestorvene zelf

Men kan de veranderingen, die zich met name in het gezicht van de gestorvene gedurende de eerste drie dagen na het sterven nog tonen, niet waarnemen. Iets dat je als heel wezenlijk kunt ervaren, gaat verloren. De levenskrachten van de gestorvene kunnen niet vrijkomen, omdat de organen worden beschadigd en stilgelegd en omdat het bloed wordt verwijderd. Kan dan het beleven van het levenspanorama bij dit verstoorde loslaten voor de gestorvene nog optreden? Het is niet waarschijnlijk, dat na het uitwerken van de thanatopraxie alsnog een panoramabeleven plaatsvindt.
Ontneem je op deze manier de gestorvene in de eerste fase na de dood dan niet een wezenlijke belevenis vóór hij aan de verdere reis door de geestelijke wereld begint?

Conclusie

Zonder helderziende te zijn en precies te weten wat er spiritueel gezien werkelijk bij thanatopraxie gebeurt, lijkt het toch beter om van thanatopraxie af te zien. Dan is er in ieder geval ruimte om in alle rust aan het leven na de dood te beginnen.

 

Ingrid Deij
met dank aan: Christiane Voit, Willem Voorneveld en Joop van Dam

 


1) voor meer algemene (maar vaak versluierende) informatie, zie o.a.: www.thanatopraxie.nl en nl.wikipedia.org/wiki/Thanatopraxie
2) hierover meer in ‘Orgaantransplantatie en –donatie  – een spirituele visie’ door M. Chavannes, uitg. Pentagon 2012, ISBN 9789490455361

1 2 3