De opbaring en het waken

De tijd van opbaring is van groot belang voor de verzorgende omgang met de gestorvene. De overledene is zich doorgaans niet direct op het moment van overlijden bewust van het totaal radicale transformerende karakter van het sterven. Er zijn tegenwoordig talrijke getuigenissen beschikbaar van bijna-dood-ervaringen. Deze bewijzen dat het bewustzijn van de gestorvene weliswaar veranderd is, maar toch nog relatief verwant is aan ons normale dagbewustzijn. De hogere wezensdelen van de mens zijn uit het fysieke lichaam losgemaakt, maar het ziele-wezen is nog met de levenskrachten verbonden. Daardoor verliest de gestorvene aanvankelijk zijn bewustzijn niet. Dat gebeurt, net als in diepe slaap, pas als het ziele-wezen gescheiden is van de levenskrachten. De werkzaamheid van de ziel kan in deze toestand, vrij van het fysieke lichaam, beelden scheppen in het levenskrachten-lichaam, waardoor bewustzijn ontstaat. Wat dan verschijnt is het ‘levenstableau’, het aanschouwen van alles wat je hebt beleefd. Dat staat als het ware in beelden om je heen, alles gelijktijdig. Men kan dit etherische ‘beeldenlichaam’ in een opbaringsruimte voelend beleven als een zachte wolk-achtige omhulling. Het is op een ervaarbare, maar moeilijk te omschrijven wijze nog wel verbonden met het gestorven fysieke lichaam, en het wordt gestoord door elke beweging van het fysieke lichaam, met name door transport. Daarom is het goed dat na het sterven zo snel mogelijk de noodzakelijke bewegingen (voorbereidingen voor de opbaring) plaatsvinden. Daarna moet het lichaam drie dagen lang volledig met rust gelaten worden.

Rudolf Steiner geeft bij enkele gelegenheden aanwijzingen voor de opbaring. De kaarsen moeten liefst zó worden geplaatst dat er geen schaduw valt op het gezicht van de overledene.
Het zachte licht van de kaarsen vormt een omhullende ruimte. Mooi is een passend bloemstuk. Zonnebloemen zijn hiervoor niet geschikt. Men kan ook de bloemen op en om de overledene heen laten verwelken (men laat ze dan liggen). Bloemen hebben zuivere levenskrachten (etherlichamen), die bij hun verwelken weldadig harmoniëren met het verwelkingsproces van de levenskrachten (het etherlichaam) van de gestorvene.

Het waken

Uit ‘Altijd scheiding, altijd weer begroeten’, Boogert, ed. Christofoor 1991

Nabestaanden nemen in de dagen na het overlijden de zorg voor het lichaam over van degene die zojuist is overleden. We laten het lichaam niet zo maar achter, meteen. Maar wat is eigenlijk de zin van de dodenwake?
De drie dagen tot de begrafenis zijn begonnen in de rust en de stilte waarin deze mens binnenstierf. Die rust en stilte blijven om het lichaam heen. De gestorvene zelf heeft deze dagen nodig om in zijn nieuwe bestemming tot zichzelf te kunnen komen. De gestorvene gaat helemaal op in de beelden van zijn geleefde leven, in zijn biografie die nu onverhuld voor hem staat. Wie in deze dagen regelmatig bij de gestorvene kan zijn, neemt waar hoe de gelaatsuitdrukking verandert, hoe de linker- en de rechterzijde van het gelaat beginnen te verschillen. Het gelaat weerspiegelt iets van de ervaringen van de ziel, we nemen eraan waar hoelang de gestorvene opgaat in het herinneringstableau. En na drie tot vier dagen kunnen we de duidelijke gewaarwording hebben: nu is deze eerste fase voorbij.

Wat we doen door bij de gestorvene te waken kunnen we misschien wel het beste begrijpen als we denken aan de toestand van iemand die zwaar ziek is. Wij laten de zieke rustig slapen als hij slaapt, we storen hem niet, spreken hem niet voortdurend aan. We laten zo’n proces op zijn beloop, afgezien van de noodzakelijke handreikingen. Zo is het ook bij het lichaam van de gestorvene. We spreken in deze dagen nog geen gebeden of meditaties die tot de gestorvene persoonlijk gericht zijn. De gestorvene gaat immers helemaal op in de terugblik op zijn leven. Hier past het Onze Vader, en het evangelie dat de achtergrond en ook de dragende grond is van elke menselijke biografie. Hiervoor zijn in het bijzonder de hoofdstukken 14 tot en met 17 uit het Johannes-evangelie geschikt. Maar we kunnen ook een geheel evangelie beginnen te lezen en aan degene die na ons komt waken, vragen hiermee verder te gaan. Bij het waken horen ook de nodige handreikingen: vervangen van de kaarsen, schikken van de bloemen, verzorgen van de graszoden.

Als we waken voegen we bewustzijn toe aan het lichaam dat achterbleef. Wij laten in ons bewustzijn, terwille van de gestorvene, de grote, fundamentele gebeurtenissen uit het leven van Christus aanwezig zijn, als een achtergrond voor de terugblik die de gestorvene nu doorleeft. Zo kunnen we het waken omschrijven als het ter beschikking stellen van een ‘plaatsvervangend bewustzijn’.

Wanneer waken we dan?

Als er velen om de gestorvene heen staan, eventueel zelfs dag en nacht. Als we een keuze moeten maken, waken we wanneer de gestorvene niet in het bewustzijn van anderen leeft, dus ’s nachts. En dan vooral in de donkere uren en gedurende de tijden van overgang: rond middernacht en zonsopgang; en midden in de nacht wanneer het levensproces van de aarde zelf overgaat van de in- naar de uitademing. In het bijzonder voor mensen die er geen ervaring mee hebben, is het goed om niet alleen te zijn, maar samen met iemand anders te waken bij het lichaam, zeker in het holst van de nacht.

Praktisch

Er zullen meer mensen zijn die willen waken, een keer naast de baar willen zitten en aan de gestorvene denken. Laat iemand uit deze kring een lijst bijhouden van mensen die willen waken. Iemand kan ook de taak op zich nemen om de mensen te ontvangen die op de aangegeven tijd overdag langskomen. Degene die het dichtst bij de gestorvene staan hebben in deze dagen genoeg aan hun hoofd. Zij doen er goed aan zoveel mogelijk praktische regelingen uit handen te geven. Dan vinden ze zelf de rust en de de tijd om regelmatig bij de gestorvene te zijn

Willem Zeijlmans van Emmichoven over waken:

Vaak komt de vraag op, wat men moet doen in de eerste dagen en nachten na het sterven, in de tijd dus voor de crematie of begrafenis.
 Dat men gedurende die drie of vier nachten bij de dode waakt is in onze kringen vrij algemeen gebruik geworden. Meestal zijn er behalve de naaste familieleden ook goede vrienden, die graag die heilige plicht voor enkele uren op zich nemen.
Wie een dode in die dagen aandachtig gadeslaat ziet duidelijk hoe het levenskrachten-lichaam, dat op het ogenblik van het sterven het fysieke lichaam loslaat, zich langzaam en in verschillende fasen terugtrekt. Pas na drie dagen of drie en een halve dag is die terugtrekking geheel voltooid, zodat het gestorven lichaam dan gereed is om in de elementen van de aarde te worden opgenomen, d.w.z. van de aarde zelf, en water, lucht en vuur.
 Het is goed om bij de gestorvene brandende kaarsen te zetten. Echte waskaarsen verdienen de voorkeur. De kaarsen moeten zo staan, dat hun licht geen schaduwen werpt op het gezicht en het lichaam. Het “rijk van de schaduw” heeft nu eenmaal een grote aantrekkingskracht voor bepaalde demonen.

Men houdt een dergelijke dodenwacht, behalve uit innerlijke behoefte, ook om de dode niet alleen te laten in deze fase waarin het lichaam begint te ontbinden. Of de gestorvene deze begeleiding nodig heeft of niet, is iets wat wij niet kunnen beoordelen.

In de sfeer van het aardse leven weten wij al weinig van elkaar: in de geestelijke sfeer nog minder. Wie verschillende malen bij de doden heeft gewaakt weet, dat de objectieve ervaringen die men daarbij kan opdoen zéér verrassend kunnen zijn.

De innerlijke stemming, die men daarbij heeft is uit de aard der zaak een meditatieve. Wát men gedurende die tijd leest, mediteert en overdenkt is niet in het algemeen te zeggen. Het eigen hart en onze verhouding tot de gestorvene moeten ons daarbij leiden. Sommigen zullen iets willen lezen uit de evangeliën, het hogepriesterlijk gebed (Joh.17) of iets anders.

Anderen zullen een voordracht van Rudolf Steiner willen lezen, die met deze overgang verband houdt.
 Wat men ook leest: belangrijk is in de eerste plaats de sfeer van rust en wijding. De gestorvene aanschouwt in die dagen zijn met klank doorstroomde levenstableau in de levenskrachten, die de ziel kosmisch uitbreiden. Degenen die bij de gestorvenen waken, hebben dáármee niets te maken. Hun taak is alleen te helpen een sfeer te scheppen, waarin zich dit proces in vrede kan voltrekken.

Uit ‘Handelingen rond het sterven’, Debus / Kaçer, ed. Kamerling 2003

Opbaren met graszoden
Marijcke van Hasselt

In het algemeen is voor nabestaanden de koeling een onderdeel van de uitvaartzorg waar men nog weinig van af weet. Door die onwetendheid is er snel angst voor verval en geurtjes. Men zal dan afgaan op de adviezen van de uitvaartverzorger. Deze zal meestal voor mechanische koeling kiezen, omdat dit ’t meest garant staat voor goede conservering tot de begrafenis of crematie. Maar is dit aspect het enige wat van belang is voor onze keuze?

Wanneer we uitgaan van wat er in de dagen na het sterven plaatsvindt, kan een andere keuze wenselijk zijn. Het sterven is namelijk niet een gebeuren van één moment, het is een proces. Een proces van het loslaten van de niet-fysieke wezensdelen die tot aan het overlijden met het fysieke lichaam verbonden zijn. Dit proces duurt ongeveer drie dagen. In die periode maakt het levenslichaam, dat onmisbaar was voor het levende fysieke lichaam, zich geleidelijk daarvan los waardoor het fysieke lichaam in verval raakt.
Het loskomen van het levenslichaam gaat gepaard met twee voor de overledene belangrijke gebeurtenissen:

  • hij ziet voor het eerst van buitenaf het eigen lichaam (dat ben ik!)
  • hij ziet de beelden van zijn voorbije leven in één groots panorama verschijnen; want door het loskomen van het levenslichaam komen de herinneringen vrij.

Beide beelden zijn voor de overledene van groot belang voor het verwerken van het voorbije leven tijdens zijn reis in de geestelijke wereld. Steeds kijkt hij daarnaar terug. Daarom is het wenselijk ervoor te zorgen dat dit proces ongestoord plaatsvindt in de hierbij behorende natuurlijke tijdsduur.

Bij mechanische koeling ligt het accent op het snel verlagen van de lichaamstemperatuur. Dit heeft als keerzijde dat door deze snelle koeling het proces van het van-elkaar-losraken van het fysieke lichaam en het levenslichaam vertraagd wordt. Soms is het zichtbaar als een verstarring op het gelaat van de overledene door de te grote koude. Ook kan door de trillingen en de geluiden van het af- en aanslaan van de motor onrust in de opbaarruimte ontstaan, soms ook een koude tocht, beide veroorzaakt door het binnenhalen van onnatuurlijke elementen in een natuurlijk proces. Ook kan het lijken of de overledene door de te grote koude verstard raakt.

Om dit te voorkomen is in Zwitserland een alternatieve methode ontwikkeld, waarmee ook in ons land al jarenlang positieve ervaringen zijn opgedaan. De koelte wordt verzorgd door graszoden, die vochtig gehouden worden met verstoven water, waarin rozemarijn en kwarts opgelost zijn. Dit blijkt in een opbaarruimte te zorgen voor een aangename koele atmosfeer. Wanneer je eerder gewaakt hebt in situaties waarin sprake is van mechanische koeling, is deze methode een weldadige ervaring. Het is of de hele ruimte meehelpt om een heilzame omhulling te scheppen voor de overledene. Evenals tijdens het genoemde proces van loslaten zijn ook hier niet-materieel- waarneembare levenskrachten werkzaam. En die blijken in de meeste gevallen te voldoen.

Deze methode is eenvoudig toe te passen.

Praktische aanwijzingen

De voorbereidingen:

  • Kies een koele ruimte. Het is raadzaam de overledene zo min mogelijk te verplaatsen. Gebruik met betrekking tot de kist en de (be)kleding liever geen kunststof. Houd ramen gesloten.
  • Leg tevoren op de plaats waar het bed staat of de baar komt te staan op de vloer een stuk plastic (evt. vuilniszakken) ter grootte van het bed/de baar.
  • Leg dikke graszoden op 2 á 3 grote dienbladen, bakplaten of fornuisdeksels en plaats die op het plastic. Deze plaggen kun je gewoon uitsteken. Het gras kan na afloop weer op zijn plaats worden teruggelegd.
  • Doe in een plantensproeier met 2 liter inhoud: (regen)water, 20 druppels Weleda kwarts D8 (of het B.D. kwartspoeder, zie slot)en een dopje Weleda Rozemarijn-badmelk. Rozemarijn stimuleert de verdamping, kwarts (bergkristal, silicium) ondersteunt de werking door zijn vormkracht en door zijn lichtdragend en -doorlatend vermogen. Het bijtijds in huis halen van Rozemarijn-badmelk en kwarts is aan te bevelen.
  • Plaats in de opbaarruimte twee bakjes met (regen)water waarin tevoren een paar druppels Weleda Rozemarijn-badmelk zijn gedaan. Als het erg warm is eventueel ook een emmer koud water, dat men 2 x per etmaal ververst.
  • In de 3 dagen:
 Besproei in deze dagen de graszoden 2 x per dag royaal met de kwarts /rozemarijnoplossing. Liefst ’s morgens vroeg bij zonsopgang en midden in de middag. De sproeifles eerst even schudden.

N.B. Opbaren met graszoden bij langduriger opbaring.

Met deze methode kan in de meeste gevallen de hele tijd tot aan de crematie of begrafenis worden overbrugd, uit ervaring vrijwel altijd de eerste drie à vier dagen. Tot voor kort had de begrafenis/ crematie meestal redelijk snel na deze drie-dagen-tijd plaats. Maar in de laatste jaren is de tendens ontstaan (door de mogelijkheid van mechanische koeling) om de tijd tussen het sterven en begraven/cremeren op te rekken. Als zo’n langere tijd onontkoombaar is, is het goed te beseffen dat het overleden lichaam van nature afkoelt en niet meer de temperatuur van de omgeving aanneemt. Ook moeten we ons realiseren dat geur bij het proces van het sterven hoort. We kunnen in het laatste geval gebruik maken van goede natuurlijke geurmiddelen.

Er is dus geen reden om het koelen met graszoden a priori af te wijzen, zeker niet voor de eerste drie à vier dagen. Van dag tot dag kan men controleren hoe de situatie is, en bij een duidelijk vermoeden dat andere maatregelen genomen moeten worden daarvoor zorgen. Zo nodig kan men – na overleg – wel tevoren de mechanische koeling al aanbrengen, en deze pas inschakelen als het nodig is, of na de derde dag.
In geval van een reeds door ziekte, medicijngebruik of ongeval snel ingezet verval van levenskrachten of andere extreme omstandigheden kan vanaf het begin de keuze voor mechanische koeling na het sterven wenselijk zijn. In deze situaties kunnen we dankbaar gebruik maken van de verworvenheden van de moderne techniek.

Steeds geldt echter dat een wakker bewustzijn, duidelijkheid over de gewilde keuze en vertrouwen in deze periode kunnen bijdragen tot het welslagen van wat wordt gewenst.

In plaats van Weleda kwarts D8 kan men ook voor kwarts kiezen dat in de biodynamische landbouw wordt gebruikt voor bereiding van het koehoorn- kiezel-preparaat. Eén portie is goed voor 10 liter. Dit kan men (liefst in lauw) regenwater oplossen door een uur lang om en om links- en rechtsom te roeren met een houten lepel in een emmer, zodat een draaikolk ontstaat. Kwartspoeder moet in een glazen potje op een lichte plek bewaard worden en af en toe even geschud worden.

Verdere informatie is te verkrijgen bij de Vereniging voor Biologisch- Dynamische Landbouw en Voeding, tel. 0321 315937.

Marijcke van Hasselt, Apeldoorn.

 

Met de doden leven

Arie Boogert

In de laatste decennia lijkt er een kentering te zijn gekomen in het bewustzijn rondom het sterven. In de zeventiger jaren kwamen de eerste berichten over bijna-dood-ervaringen. Elisabeth Kübler Ross is er als eerste in geslaagd om aandacht voor stervenden wereldwijd op de publieke agenda te zetten. In de opkomst van de hospice-beweging, ook in Nederland, kunnen we zien dat een grote groep mensen, vrijwilligers en professionals, zich geroepen voelt om stervenden liefdevol bij te staan. De dood is niet langer ‘taboe’, wordt niet meer verzwegen. – Tegelijk zijn er velen, voor wie de wereld van de gestorvenen dichterbij is gekomen. Ons bewustzijn lijkt opener, wijder te zijn geworden. Zo kan het gebeuren dat een gestorvene zich spontaan bij je meldt. Het kan het begin zijn van een subtiele vorm van contact. Wat zou je kunnen doen als je vanuit jezelf met een dierbaar mens in contact wil blijven na het overlijden? Kun je dat zomaar doen?

Arie Boogert geeft in ‘Met de doden leven’ handvatten om je liefdevolle aandacht ook aan gestorvenen te kunnen geven. Hij vat hierin samen wat al in het begin van de 20e eeuw door Rudolf Steiner, verspreid over vele voordrachten, is gezegd over het hoe en waarom van het verzorgen van het contact. Het is ook een ‘warm’ boek, gebaseerd op levenslange eigen ervaringen in het contact met overledenen.

Voor gestorvenen maken wij levenden vanzelfsprekend deel uit van hun wereld. Wíj kunnen, door innerlijk werk, ervoor zorgen dat deze wereld binnen ons bereik komt, voor ons toegankelijk wordt. We moeten afwachten of zij met ons in contact willen komen. De weg begint met het voorbereiden van je innerlijke ruimte. Dat doe je door je af te zonderen van alle uiterlijke zaken. Het enige wat je dan zal afleiden is wat zich zoal in jezelf afspeelt: gedachten die hun eigen weg gaan, voorstellingen die zich opdringen, gevoelens. Je moet een situatie scheppen waarbij je je innerlijk staande kunt houden, een situatie van ontvangende aandacht. Een en al opmerkzaamheid, waarneming. In die ruimte kunnen geestelijke wezens binnenkomen.

Door het hele boek heen vind je sprekende voorbeelden van ervaringen vanuit dat verwijde bewustzijn, waarin de andere wereld zich meldt. Die schakering aan voorbeelden verbreedt onze verwachtingen rondom dit nog onbekende gebied. Het helpt bij het opbouwen van een innerlijk kader om jezelf te steunen op je weg.

In het hart van het boek staan een aantal spreuken van Rudolf Steiner, die als ‘vervoermiddel’ voor je aandacht kunnen dienen.
 Je kunt een gestorvene ook vragen stellen. De momenten van inslapen en wakker worden zijn daarvoor het geëigende moment. Langzaam leer je je meer openen voor je intuïties – we hebben wel degelijk grenservaringen, maar herkennen ze niet altijd.

Zo kunnen we geleidelijk een soort waarnemings-orgaan voor hen ontwikkelen, we raken betrokken bij wat de ander doormaakt. De band die we daarmee scheppen zal niet meer breken, al kan de verbinding wisselen in intensiteit. Die band tussen levenden en gestorvenen is elastisch en vrij.

 

Uitgever Christofoor
ISBN 9789060386422
juli 2009