Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2021

Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2021

Workshops van Wederzijds en de maatregelen rond corona

Helaas moest het bestuur van Wederzijds twee workshops in april uitstellen tot een later datum. Die workshops met Jaap van de Weg en met Jolien Wilmar houdt u dus nog van ons tegoed.
Maar het lijkt er op dat de volgende workshops, in Eindhoven en in Zutphen, wel kunnen doorgaan! Er kan maar een beperkt aantal mensen bij deze workshops meedoen en de ruimte wordt passend ingericht, met de stoelen op voldoende afstand. Na afloop van de workshop ontvangt u een factuur voor de kosten, omdat het doorgaan van deze workshops niet helemaal zeker is. U betaalt dus pas na de workshop.

WORKSHOPS VAN WEDERZIJDS

Workshop met Luc Vandecasteele in Veldhoven (bij Eindhoven)

In de laatste levensfase doen we nieuwe ervaringen op, voordat we echt klaar zijn om te sterven. Een van die ervaringen is het durven en kunnen loslaten. Bij euthanasie maak je die essentiële fase niet mee. Wat mis je dan?
Luc Vandecasteele (arts) bespreekt welke vormen van loslaten er aan de orde zijn, zowel voor als na het sterven. Na de inleiding worden, in gezamenlijk gesprek, persoonlijke vragen en ervaringen uitgewisseld.

Datum: zaterdag 8 mei 2021 (14.30 – 16.00 uur, inloop vanaf 13.30 uur, uitloop tot 16.30 uur)
Plaats: Gemeentezaal van de Michaelkerk in Veldhoven
Dorpsstraat122, 5504 HL Veldhoven

Kosten: € 17,50. U ontvangt na afloop een factuur.
Maximaal 15 deelnemers. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Aanmelding: via info@wederzijds-stervenscultuur.nl


Ontwikkelen van inzichten en ervaringen rond het voortbestaan na de dood
Workshop met Jaap van de Weg in Zutphen


Elke opvatting over euthanasie hangt samen met onze opvattingen over de dood. De grote vraag daarbij is of de dood het einde betekent van ons bewustzijn, of dat er iets van ons voortleeft.
Om een beeld van een eventueel leven na de dood te vinden, schetst Jaap van de Weg (arts) een weg om daar zoekend, denkend en ervarend dichter bij te komen. Hieraan wordt in deze langere workshop (anderhalve dag) gezamenlijk gewerkt.
Gezien het intiem ervarende karakter van deze workshop kunnen maximaal 15 mensen deelnemen.

Datum: vrijdagavond 18 juni 2021 (20-22 uur) en zaterdag 19 juni (09.30-16.30 uur, inloop vanaf 09.00 uur).
Plaats: Badhuisweg 27, 7201GM Zutphen
Kosten: € 52.50. U ontvangt na afloop een factuur.
Maximaal 15 deelnemers. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar
Aanmelding: via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

OPROEP om mee te werken aan een onderzoek vanuit Wederzijds
naar ervaringen met bewust stoppen met eten en drinken

De Onderzoeksgroep van stichting Wederzijds komt graag in contact met mensen die van nabij hebben meegemaakt dat een dierbare overleed door bewust te stoppen met eten en drinken of met mensen die zelf met dit proces van bewust stoppen met eten en drinken gestart zijn, maar tijdens het proces weer op hun besluit terugkwamen.
We zouden blij zijn als we u een vragenlijst mogen toesturen over het verloop van het proces en over uw ervaringen en gevoelens in die dagen en (eventueel) na het overlijden.
Onze Onderzoeksgroep bestaat uit een aantal antroposofische artsen, een palliatief verpleegkundige, een apotheker, een geestelijke van de Christengemeenschap en enkele bestuursleden.
Als u ons uw mailadres doorgeeft via info@wederzijds-stervenscultuur.nl zullen we u de betreffende vragenlijst toesturen.

VACATURE: Wederzijds zoekt een nieuwe penningmeester!

Omdat onze zeer gewaardeerde penningmeester Thom Kloes zich elders aan een belangrijke taak wijdt, is er een vacature ontstaan voor een nieuw bestuurslid als penningmeester.
Mocht u zich voor deze taak binnen het bestuur willen inzetten, dan graag een mail aan info@wederzijds-stervenscultuur.nl. We zullen u met vreugde begroeten, zodat Thom Kloes deze taak kan loslaten. Ons bestuur komt maandelijks bijeen. Het beheer van onze financiën vraagt niet veel tijd, wel is het belangrijk om mee te denken over de toekomstplannen van het bestuur. We komen maandelijks bij elkaar om alles voor te bereiden en onze reacties op actuele zaken met elkaar af te stemmen.

Nieuwe bestuursleden stellen zich voor


Marc Obbens


Marc ObbensTot mijn verrassing belde Ingrid Deij mij eind 2020 met de vraag om deel te gaan uitmaken van het bestuur van Wederzijds. Wij kennen elkaar uit de tijd dat ik actief was in de uitvaartbegeleiding. Dat werkveld bracht een ongelofelijke rijkdom aan ontmoetingen in mijn leven. Hoe vaak stond ik met naasten aan een sterfbed, in het plotselinge besef dat de gestorvene de zorg voor het aardse lichaam had losgelaten. Bij ons als achterblijvers ontstond meestentijds als vanzelf een gevoel van verantwoordelijkheid. Daarbij kwam diepe verwondering over de ondoorgrondelijke ommekeer die zich had voltrokken. Voelbaar was een stille oer-drang om deze mens te willen volgen naar waarheen hij was gegaan. Dit intense met elkaar ‘willen volgen’ leek te wijzen op een nieuwe ruimte, die achter of in dit niet-weten ligt. Een ruimte van overgave die ik beleef als intiem en tegelijk groots en verbindend. Standpunten en meningen blijken hierin niet behulpzaam. In deze onbevangenheid kan er mijns inziens sprake zijn van waarachtig ont-moeten. In de verwachtingsvolle hoop dat in deze ruimte ook de overledene ontmoet kan worden.
Ik ben gaan zien dat het leren leven mét de dood voor mijzelf en vele anderen enorm zuiverend en verbindend is. Aan dit thema hoop ik bij Wederzijds mijn steentje te kunnen bijdragen.


Alexandra Buijsman


Alexandra BuijsmanSinds enkele maanden ben ik lid van het bestuur van Stichting Wederzijds. Vijf jaar geleden werd ik ook al eens gevraagd, maar toen had ik er geen ruimte voor. Nu ben ik ingestapt, omdat ik het werk van de stichting van groot belang acht en het thema in mijn leven actueel is, daar mijn ouders tachtigers zijn. Graag werk ik mee om op allerlei manieren meer bekendheid te geven aan het leven na de dood, hoe je je daarop zelf kunt voorbereiden en hoe je het contact met de geestelijke wereld kunt verzorgen. Zeker in deze tijd waarin de angst voor ziekte en dood hoogtij viert is het van groot belang te werken aan een meer bewuste stervenscultuur.
Sinds mijn 10e jaar heb ik leren kennen wat de dood betekent, wat hij met de achterblijvers doet. Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar wat er komt na het aardse leven. Dat er iets komt, wist ik vanaf jongs af aan. In de antroposofie heb ik diepe esoterische ervaringskennis gevonden waarmee ik leef. Dat een geliefde oude dame van 93 in mijn armen stierf toen ik 27 jaar was, bracht een diepe liefdeservaring en heeft mij een groot vertrouwen gegeven in het leven na dit leven.
Graag zet ik mij in voor het belangrijke thema’s van de stichting, zoals:
– Meer bewustzijn wekken over het bestaan van de geestelijke wereld , de sferen waar gestorvenen doorheen gaan en hoe je gestorvenen kunt bijstaan.
– Hoe we ons kunnen voorbereiden op onze eigen dood.
– Palliatieve zorg, stervensbegeleiding, onderzoek naar alternatieven voor morfine en euthanasie.
– Verzorgen van het contact met gestorvenen.

Wat zou ik over mijn uitvaart willen vastleggen?

– drie avonden in Zeist

Nu er nieuwe bestuursleden zijn toegetreden, komen er nieuwe vragen en initiatieven. Zo bespreken we in het bestuur het ‘Sociaal Uitvaart-codicil’ van de hand van Marc Obbens. Daarna groeide bij Alexandra Buijsman de wens om deze mogelijkheid om de eigen wensen rond de uitvaart vast te leggen niet alleen te lezen, maar het proces ook zelf aan te gaan, met wie dat wil.
Daarom organiseren we drie bijeenkomsten voor belangstellenden die met elkaar willen zoeken naar antwoorden op de vraag: 

Hoe bereid ik mij voor op mijn eigen sterven?

Tijdens deze avonden is er ruimte om samen inhoudelijk op eigen vragen in te gaan. Maar ook de praktische kant kan aan de orde komen. Immanuel Baan is hiervoor aanwezig om vanuit zijn werk als uitvaartbegeleider handvaten aan te reiken en vragen te beantwoorden.

Plaats: Boekerij de Phoenix, 1e Hogeweg 10 D te Zeist.
Datum en tijd: donderdagavond 3, 10 en 17 juni, van 19 tot 21 uur.
Kosten: € 7,50 per avond.
Aanmelden: info@wederzijds-stervenscultuur.nl

BRUGGEN TUSSEN LEVEN EN DOOD – ontmoetingen met gestorvenen

Auteur: Iris Paxino | Uitgeverij Christofoor | 2020 | 236 pagina’s | Prijs: € 22,95

Boekbespreking door Alexandra Buijsman

Wat gebeurt er met de ziel wanneer iemand overlijdt?
Hoe kun je de verbondenheid met iemand na het sterven vorm geven?
Hoe kun je dolende zielen ondersteunen in hun weg door de geestelijke wereld?

BRUGGEN TUSSEN LEVEN EN DOODDeze vragen onderzoekt Iris Paxino in haar laatste boek. Nadat zij als kind in haar dromen haar geliefde overleden grootmoeder ontmoet, realiseert ze zich dat als de overledene haar kan vinden, het andersom ook mogelijk moet zijn. Zo gaat ze op zoek naar bruggen tussen leven en dood.
In dit boek vertelt zij op inspirerende wijze over haar ervaringen met overledenen en hun nabestaanden die ze opdeed in haar werk als psychologisch begeleider. 
Steeds meer mensen hebben tegenwoordig ervaringen met dierbare overledenen, ongeboren kinderen, engelen en met Christus; dat zijn geen uitzonderingen meer. En steeds vaker zullen geestelijke ervaringen tot het repertoire van ons huidige bewustzijn gaan horen.

Na de drempelovergang

In diverse hoofdstukken beschrijft het boek de dood door de tijd heen, het stervensproces, het moment van de dood, de moeilijkheden die je bij het overgaan van de drempel en erna kunt tegenkomen, het verblijf in de etherwereld, de ontmoeting met het Christuswezen en de reis door de verschillende geestelijke sferen daarna.

Sterven

Een troostrijke gedachte is dat het stervensmoment geen moment van eenzaamheid is. Het aardse licht dooft, maar het geestelijke licht gaat branden. Engelwezens zijn aanwezig, overleden dierbaren wachten de overledene op, er is sprake van een bevrijding en wijder worden van zijn wezen. Deze drempelovergang heeft net als de geboorte een individuele signatuur.
We sterven eigenlijk drie keer. Eerst fysiek, dan onze levenskrachten en tenslotte ook astraal. Alleen onze geest kan binnentreden in de eigenlijke geest-wereld. Op de drempel van de etherische wereld naar de astrale wereld ontmoet iedere mensenziel het wezen van Christus, wordt door hem gezien en begrepen en ontvangt zijn liefde. Sommigen voelen zich meteen bevrijd, ervaren deze ontmoeting als een opwekkingsbelevenis, anderen hebben nog steun nodig.

Verlossingswerk

Dit gegeven raakte mij: niet iedere gestorvene herkent direct zijn engel en zwerft soms lange tijd gedesoriënteerd rond in de tussenwerelden. Zij hebben extra hulp nodig. Iris Paxino ziet het als haar opgave om via haar ‘verlossingswerk’ deze gestorvenen te helpen om zich bewust te worden van waar zij nu zijn en dat er een engel voor hen is, die ze mogen volgen. Deze inzichten helpen hen zich los te maken en hun reis te vervolgen.
Ze legt uit hoe je in contact kunt komen met overledenen in de verschillende sferen. Hoe je kunt letten op kleine subtiliteiten in het dagelijks leven. Contact met een overledene vraagt van ons om verstilling en concentratie. Het vraagt veel oefening om innerlijke geestelijke waarnemingen te onderscheiden van eigen wensgedachten.

Een boek vol waardevolle kennis en inspiratie om je serieus met dit thema bezig te houden, ook als voorbereiding op je eigen dood. Want het maakt uit hoe je sterft.

Top 10 van misverstanden rond het sterfbed

Bron: https://palliatievezorg.nl/levenseinde/misverstanden/

Auteur: Rob Bruntink

Het levenseinde is voor velen een moeilijk te bespreken onderwerp. Er zijn veel misverstanden op dat gebied. Dat maakt het praten erover niet makkelijker.

1: “De kanker is uitgezaaid. Ze kunnen niets meer voor me doen”

In het ziekenhuis kan worden geconstateerd dat curatieve behandelingen – die gericht zijn op genezing – niet meer aan de orde zijn voor iemand met kanker, bij voorbeeld omdat de tumor te hard groeit of omdat er sprake is van uitzaaiingen. Rondom deze constatering wordt vaak door de arts gesteld ‘dat we niets meer voor u kunnen doen.’ Patiënten krijgen te horen dat zij ‘uitbehandeld’ zijn. Echter: er wordt gedoeld op curatieve behandelingen. In het traject dat op de constatering volgt – en dit traject kan weken, maanden, jaren duren – zijn nog volop behandelingen beschikbaar. Dat zijn palliatieve behandelingen, gericht op verlichting van klachten. Ook bij palliatieve behandelingen kan het om chemotherapie of radiotherapie gaan. ‘Niets doen’ is pas aan de orde als de dood is ingetreden.

2: “Als je vecht en positief blijft, kun je kanker verslaan en ga je niet dood.”

Stichting-Alpe-dHuZesBij een groot deel van de Nederlanders bestaat het idee dat een positieve houding ten opzichte van je ziekte de overlevingskansen vergroot. Dat betreft met name de ziekte kanker. Natuurlijk is het zo dat stress het functioneren van het immuunsysteem beïnvloedt. Maar daarmee is niet gezegd dat ‘zorgen maken’ invloed heeft op de ontwikkeling van kankercellen. Hoe deze zich ontwikkelen, is een kwestie van geluk (goedaardig) of pech (kwaadaardig). Over het ‘vechten’ tegen kanker bestaan overigens soortgelijke gedachten. Zie de populariteit van de slogan ‘Opgeven is geen optie’, waarmee Stichting Alpe d’HuZes furore maakt. Wie overlijdt, is dus een loser, lijkt de moraal van het verhaal te zijn. Kanker is echter geen normatieve ziekte. Kanker oordeelt niet. Het doet maar wat, zonder aanziens des persoons, en zonder verschil te maken tussen mensen die ‘strijden’, die ‘berusten’ of die een andere vorm van coping hebben.

3: “Uiteindelijk moet je je aankomende dood accepteren, anders is het niet goed.”

In de theorie over verliesverwerking speelt de visie van de Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross nog steeds een grote rol. Hoewel ze de visie in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw in enkele boeken weergaf, zijn ze inmiddels compleet achterhaald. Dat is niet alleen door haarzelf geconstateerd (in recentere boeken, waarin ze schreef hoezeer ze betreurt dat ze verkeerd begrepen is), maar ook door moderne rouwdeskundigen in binnen- en buitenland. Toch bestaat er bij de meerderheid van de Nederlanders (waaronder, helaas, ook zorgverleners) nog steeds het idee dat men bepaalde rouwfasen in een vaste volgorde moet doorlopen, zodra er sprake is van een fatale diagnose en/of prognose: eerst dringt het niet tot je door en word je boos, dan ga je onderhandelen over je lot en volgt er een depressie, maar uiteindelijk accepteer je het gegeven. De gangbare gedachte over rouw is dat een geleden verlies eerder om integratie of verzoening vraagt, dan om acceptatie. Of dat rouw een langdurend proces is van ‘de pijn opzoeken’ en ‘de pijn vermijden’.

4: “Iedereen wil thuis sterven. Thuis is het beste.”

Uit diverse onderzoeken blijkt dat een overgrote meerderheid van de Nederlanders het liefst thuis wil sterven. Bij een groot deel van de mensen wordt deze wens geen realiteit; slechts 30 procent overlijdt in thuis. Als het sterven in verpleeg- en verzorgingshuizen wordt meegerekend (veel bewoners zien dat als ‘thuis’), overlijdt 65 procent thuis. Hoewel dit als een gemis voor een belangrijk deel van de Nederlanders wordt gezien (35%), ligt de praktijk anders. Thuis sterven is lang niet voor iedereen ideaal. Soms is het huis te klein, soms voelt men zich thuis niet veilig, soms is het voor de toekomstige nabestaanden niet prettig de stervende in huis te hebben.

5: “Ik wil een goede dood (of: ‘Ik wil waardig sterven’), dus ik wil euthanasie.”

Letterlijk betekent ‘euthanasie’ de goede dood (van ‘eu’ en ‘thanatos’, Grieks voor ‘goede’ en ‘dood’). Als het in de media over ‘de goede dood’ gaat, gaat het in 100% van de situaties over euthanasie. Aangezien euthanasie in slechts 4% van de sterfbedden aan de orde is, lijkt 96% van de sterfbedden geen goede dood te kunnen zijn. Dat is natuurlijk kolder. Het misverstand zegt veel over de publicatiekracht van euthanasiastenvereniging NVVE en de mate waarin de media zich door haar laten beïnvloeden. Hetzelfde geldt voor het begrip ‘waardig sterven’ dat door de NVVE zo ongeveer is gemonopoliseerd. Waardig sterven zónder euthanasie is gelukkig zeer goed mogelijk. Anders zou ieder hospice en iedere oncologische afdeling van een ziekenhuis een hel zijn.

6: “Ik kan kiezen voor palliatieve sedatie.”

Palliatieve sedatie is bedoeld om het bewustzijn tot een dusdanig niveau te verlagen dat de patiënt de ernstige klachten die hij heeft niet meer ervaart. In de praktijk is de sedatie dikwijls nodig totdat de patiënt sterft. De behandeling wordt bij zo’n 18% van de sterfbedden uitgevoerd, met name na klachten over pijn, benauwdheid, angst of een optelsom van dergelijke problemen. De beslissing om tot palliatieve sedatie over te gaan is aan de behandelend arts. Er kan dus niet door een patiënt voor gekozen worden. Uiteraard kunnen patiënten wel het initiatief nemen om over deze behandeling te praten. De arts ‘mag’ echter, volgens de richtlijn die artsen hierover hebben opgesteld, pas tot palliatieve sedatie overgaan als het sterven zeer nabij is (1 à 2 weken) en er sprake is van refractaire symptomen. Dit zijn symptomen die niet anders meer te verlichten zijn dan door het bewustzijn te verlagen. De arts staat als het ware met de rug tegen de muur.

7: “Ik heb een euthanasieverklaring, dus ik heb recht op euthanasie.”

Het grootste misverstand inzake euthanasie leidt regelmatig tot grote conflicten tussen patiënten en naasten enerzijds, en artsen (en hun beroepsorganisaties) anderzijds. De NVVE heeft in de eerste decennia na de introductie van de euthanasieverklaring misschien iets te weinig benadrukt dat het invullen van de verklaring geen garantie biedt op euthanasie. Er bestáát immers geen recht op euthanasie. Een euthanasievraag is een verzoek aan de arts, niets meer en niets minder. Uiteraard heeft een (actuele) euthanasieverklaring wel waarde: het kan de wens ondersteunen in een gesprek tussen arts en patiënt over euthanasie. Ook is het van waarde in relatie tot de mogelijke strafvervolging van de arts, na de uitvoering van een euthanasie.

8: “Als de arts eenmaal met morfine begint, dan ben je zo dood.”

Morfine wordt in de laatste levensfase regelmatig gebruikt ter bestrijding van pijn en benauwdheid, met name als andere middelen (bij pijn bij voorbeeld paracetamol en diclofenac) niet voldoende werken. Over morfine bestaan veel vooroordelen: het zou verslavend zijn, je hebt er telkens meer van nodig, het is de enige pijnbestrijder in de laatste levensfase en je gaat er eerder dood aan. Allemaal niet waar. Je gaat er hooguit eerder dood aan als de arts de dosis veel te snel ophoogt. Dat kan voor een ademdepressie zorgen, en daar kun je aan dood gaan.

9: “Sterven door te stoppen met eten en drinken is een vreselijke dood.”

Als alternatief voor euthanasie of hulp bij zelfdoding, wordt regelmatig het onderwerp ‘stoppen met eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen’ genoemd. Het is de ultieme optie voor de persoon die de regie in eigen hand wil houden. Uit de kring van euthanasie-voorstanders valt te horen dat dit geen redelijk alternatief is, omdat het per definitie tot een vreselijk naar sterfbed zou zorgen. Het zou gepaard gaan met pijn, onrust en vele andere klachten. Valt reuze mee. Sterker nog: met een goede voorbereiding en goede medische/verpleegkundige begeleiding leidt het meestal tot een rustig sterfbed. Voorwaarde is wel dat de persoon die ervoor kiest ouder dan 60 jaar én ziek is.

10: “Pijn lijden is niet meer nodig tegenwoordig. Ze kunnen zóveel.”

Er wordt nogal eens gesteld dat pijn lijden niet meer nodig is, omdat dokters er tegenwoordig zoveel tegen kunnen doen. Inderdaad heeft de kennis over pijnbehandeling een hoge vlucht genomen: het is in enkele decennia tijd van stiefkind van de geneeskunde tot hart van de palliatieve geneeskunde gegaan. Dit betekent echter niet dat pijn op het sterfbed niet meer voorkomt. De garantie dat iedere patiënt 100% pijnvrij richting einde kan gaan zal geen enkele arts durven geven. Dat geldt voor de fysieke pijn, maar zeker voor spirituele, existentiële pijn. Soms is daar niets tegen te doen.

ONLANGS VERSCHENEN

TUSSENLAND

Jannie Oskam | Illustraties Dieske van Beemst | EAN 9789493127128 |
Uitgeverij De Graaff | 2021 | Prijs: € 20,-

Stichting-Alpe-dHuZes
Wie niet meer kan genezen, komt terecht in Tussenland: een overgangsgebied tussen leven en dood waarin je de weg niet kent en waarvan je de taal niet spreekt.
Daarom is er behoefte aan wegwijzers. Met ontwapenende openhartigheid – en de nodige zelfspot – beschrijft Jannie Oskam wat haar overkwam toen bij haar in 2019 uitgezaaide borstkanker werd geconstateerd. Het prikkelde haar nieuwsgierigheid en ze ging op onderzoek uit.

Haar ervaringen verweeft ze met de verhalen van zes ‘medereizigers’, zes zorgprofessionals en diverse experts. Zo ontstaat een rijkgeschakeerd beeld van het leven met een aangezegde dood en van de waarde van palliatieve zorg.

Veel mensen denken dat deze zorg alleen bedoeld is voor de laatste weken van het leven. Niets is minder waar. Een verblijf in Tussenland kan jaren duren, wat nieuwe vragen en dilemma’s met zich meebrengt. Ook professionals hebben vaak geen goed beeld van de palliatieve zorg. Of ze durven er niet over te praten. Het gevolg is dat veel mensen na de diagnose ‘ongeneeslijk ziek’ verstoken blijven van goede zorg.
Dit is een waardevol boek voor iedereen die te maken heeft met palliatieve zorg: van patiënten, naasten en zorgverleners tot managers, bestuurders, beleidsmakers en financiers. Door haar kennis van zaken en haar even beeldende als heldere schrijfstijl is Jannie Oskam als geen ander in staat om dit lastige onderwerp op toegankelijke wijze te ontsluiten.

Jannie Oskam (1954) studeerde sociale wetenschappen en heeft dertig jaar werkervaring in de zorg. In 2015 verloor ze door borstkanker haar baan als organisatieadviseur. Sindsdien is ze actief als mee- en tegendenker. In 2015 verscheen haar eerste boek: ‘Zo gaan we het doen! Samen beslissen bij borstkanker’. Zij treedt op als spreker en gastdocent en brengt het perspectief van patiënten gevraagd en ongevraagd onder de aandacht.

Oproep om ervaringen te delen
over bewust stoppen met eten en drinken

De Onderzoeksgroep van stichting Wederzijds komt graag in contact met mensen die van nabij hebben meegemaakt dat een dierbare overleed door bewust te stoppen met eten en drinken.
Daarnaast ook met mensen die zelf met dit proces van ‘bewust stoppen met eten en drinken’ begonnen zijn, maar tijdens het proces weer gestopt zijn.

We zouden blij zijn als we u een vragenlijst mogen toesturen over het verloop van het proces en over uw ervaringen en gevoelens in die dagen en (eventueel) na het overlijden.

U krijgt de betreffende vragenlijst toegestuurd als u uw mailadres aan ons doorgeeft.
Dat kan via wederzijds-stervenscultuur.nl
We zullen uiteraard vertrouwelijk met uw gegevens omgaan.

De Onderzoeksgroep van Wederzijds bestaat uit een aantal antroposofische artsen, een apotheker, een geestelijke van de Christengemeenschap en enkele bestuursleden.

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2020

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2020

NIEUW OP DE WEBSITE
‘Stervensbeschouwelijke vragen’

Bij het ouder worden maken velen hun testament op, en daarnaast eventueel ook een levenstestament. In een uitvaartcodicil kan men eigen wensen rondom het afscheid vastleggen. Dat zijn min of meer uiterlijke zaken die op weg naar het levenseinde ‘geregeld’ willen worden. Deze documenten vormen een hulp voor de nabestaanden om in de geest van de overledene te kunnen handelen als het zo ver is.
Sterven, mijn eigen sterven, heeft echter ook een ‘binnenkant’ die voorbereid wil worden. Daarvoor is niet altijd ruimte, tijd en de juiste gesprekspartner te vinden. Misschien gaan we zelfs wel het beste met onszelf in gesprek, om ons te bezinnen op het eigen leven en sterven.

Vanuit het bestuur van Wederzijds is het initiatief genomen om voor zulke bezinningsmomenten een reeks vragen aan te reiken. Zo staat er sinds kort een lijst met zulke ‘stervensbeschouwelijke vragen’ op de website. Denkt u daarbij o.a. aan: ‘Wat ligt er in mijn leven wat nog niet klaar is, wat ik nog zou willen afronden of afmaken?’ of ‘Hoe denk ik dat het er ‘aan de andere kant’ uitziet, wie zou ik daar misschien terugzien?’
Deze lijst, die u ook kunt downloaden, bevat naast deze vragen ook beknopte informatie over de documenten met een medisch en/of een juridisch karakter en bevat links die leiden naar informatieve websites over deze aspecten van het levenseinde.
U vindt dit hier op onze website.

Vragen stellen aan jezelf?
Ingrid Deij
Er is moed en innerlijke ruimte nodig om met zulk soort vragen te leven. Terugkijken op het eigen leven kan immers alleen vanuit eerlijkheid ten opzichte van jezelf. Er is, zoals bij iedereen, in de loop van de jaren veel gebeurd dat misschien beter anders had kunnen gaan. Zaken waarover ik nog spijt of verwijt beleef, wat me bedrukt of bezighoudt. Vanuit de gedachte dat het mogelijk is om die ‘losse eindjes’ van het eigen leven alsnog af te hechten, kan ik in beweging komen. Proberen nog contact te zoeken, dingen uit te praten en af te ronden. Zelfs moeilijkheden met mensen die inmiddels zijn overleden kunnen worden afgerond, door bijvoorbeeld een brief aan deze mens te schrijven, waarin stap voor stap wordt opgeschreven waar de schoen wringt en wat ik daarbij innerlijk beleef, waarbij geleidelijk ook positieve kanten gaan oplichten. Daarnaast kan een biografisch gesprek of een zielzorg-gesprek, waarin deze moeilijkheden worden uitgesproken, lucht geven. Er ontstaat dan meer ruimte van binnen. Het gaat om verwerken, misschien ook vergeven, om kunnen loslaten, zodat we verder kunnen.
Zo raken we in staat om de verantwoording voor ons eigen leven op ons te nemen. Zo kunnen we ons leven ‘voltooien’. In vrijheid, op eigen initiatief, autonoom.

THEMA ‘CONTACT NA DE DOOD’

bruggen-tussen-leven-en-dood.jpg‘Bruggen tussen leven en dood –
ontmoetingen met gestorvenen’
Iris Paxino

ISBN 9789060389195

Zoals in de voorjaars-nieuwsbrief al werd aangekondigd, is kortgeleden de Nederlandse vertaling van ‘Brücke zwischen Leben und Tod’ verschenen bij uitgeverij Christofoor.

Enkele citaten uit het voorwoord, geschreven door Thom Kloes:
‘Ik zie het wel als het zover is.’ Dit is een veelgehoorde, nuchter klinkende uitspraak als het gaat over de vraag wat er na de dood is. Begrijpelijk, want zo’n uitspraak kan ons beschermen tegen al te speculatieve voorstellingen over ‘het leven na de dood’, voorstellingen waarin wensdromen tot uitdrukking komen, of angstvisioenen zichtbaar worden die in de loop van de tijd zijn opgebouwd.
Niettemin, voorstellingen over de dood en wat er daarna gebeurt zijn ruim voorhanden. Ze kunnen zeer van elkaar verschillen omdat het gedachtegoed waaruit ze voortkomen sterk contrasteert; het kan uiteenlopen van materialistisch tot spiritueel of van agnostisch tot kerkelijk.
Maar het hebben van theoretische voorstellingen en gedachten over het leven na de dood zal niemands sterven minder pijnlijk maken en stervensangst niet of nauwelijks verlichten, ook niet als die voorstellingen religieus of spiritueel van aard zijn. Onze voorstellingen en gedachten krijgen pas werkelijk betekenis als we ze persoonlijk hebben verworven, vaak met de nodige inspanning. Hoe meer we existentiële uitgangspunten over leven en dood op eigen kracht veroveren en bewust in ons wezen opnemen, hoe groter hun impact op ons dagelijks leven is, op ons vermogen om stervenden bij te staan, en op de wijze waarop we zelf sterven.

Tot dit inzicht kwam Iris Paxino na haar studie, in haar psychologische adviespraktijk. Ze werd zich ervan bewust dat er meer nodig is dan kennis, om de processen die mensen tijdens en na hun sterven doormaken te kunnen begrijpen en te kunnen doorleven. Dat vraagt een intense verbinding met anderen. Hoe ontmoet je mensen, hoe neem je het wezenlijke van anderen in jezelf op? Om daarvan enigszins een vermoeden te krijgen, bleek een scholingsweg nodig te zijn waarin je liefde ontwikkelt als een kracht die je over de grenzen van leven en dood heen kunt laten uitstralen. Iris Paxino beschrijft in dit boek de intensieve scholingsweg die ze ging en steeds weer gaat, de vaardigheden, de ervaringen en inzichten die haar dat bracht en brengt.

Het lezen van Bruggen tussen leven en dood geeft een fascinerende inkijk in de aangrijpende ervaringen van overledenen met wie Iris Paxino zich heeft kunnen verbinden. Maar daarin schuilt niet de eigenlijke betekenis. Die is daar te vinden waar zij beschrijft hoe de kloof tussen het leven voor en na de dood wordt overbrugd. Daar dus waar ervaarbaar is hoezeer leven en dood met elkaar zijn verweven en op elkaar inwerken.
De hieraan gewijde teksten maken helder ‘wat een goede dood vraagt van ons leven’. Anders gezegd: wat we na onze dood doormaken bepalen we in hoge mate hier en nu tijdens ons aardse leven. En we kunnen kiezen: bepalen we dat wetend en bewust of onwetend en onbewust?

Het voorwoord bevat nog meer grote vragen, vragen over de consequenties van wat Iris Paxino door haar ontwikkelde vaardigheden heeft waargenomen bij haar contact met gestorvenen. Teveel om hier te vermelden.
Leest u vooral zelf dit belangrijke boek!

In onderstaand interview met Iris Paxino, door Ralf Lilienthal voor het Duitse maandblad A Tempo, kunt u meer lezen over hoe deze bijzondere vrouw zeer intensief heeft geoefend om tot authentieke waarnemingen te komen.



Iris-Paxino.jpgIris Paxino in gesprek met Ralf Lilienthal
Bruggen tussen hier en ‘de andere kant’

uit: A Tempo Nr 227

Voor wetenschappelijk opgeleide lezers vormt het boek ‘Bruggen tussen leven en dood’ een dubbele uitdaging. Want het gaat, zoals in de ondertitel staat, over ‘Ontmoetingen met gestorvenen’, een gebied dat gewoonlijk is voorbehouden aan het geloof. Maar tegelijk komt dit boek zo traditioneel en zo volledig door eigen waarnemingen onderbouwd over, dat de inhoud ervan niet zonder meer kan worden afgedaan als ‘esoterische fantasieën’. Ralf Lilienthal heeft de auteur van het boek opgezocht in haar Stuttgartse praktijkruimte en voegt ook zijn indrukken en vragen toe. Iris Paxino is psychologe en deed wetenschappelijk onderzoek naar bijna-dood-ervaringen.

Ralf Lilienthal | Beste Mevrouw Paxino, hoe wordt er tegenwoordig omgegaan met het thema ‘sterven’ en ‘dood’?

Iris Paxino | Net als vroeger kijken veel mensen weg, in de greep van hun angst, als ze worden geconfronteerd met deze existentiële thema’s. Maar de ban lijkt gebroken. Met iedere nieuwe generatie komen we een stukje verder weg van het grote taboe van de 20e eeuw. Alleen al de hospice-beweging is een aanwijzing in deze richting. Dat zie ik ook in mijn praktijk. Als ik vraag: ‘Voelt u iets van uw man’, of ‘uw moeder’, of ‘uw kind?’, dan zeggen de mensen: ‘Ja, ik merk dat de gestorvene heel dichtbij is’. Of ook wel: ‘Hij is veel te ver weg’. Bijna altijd kunnen ze met mijn vraag ervaringen verbinden die ze volledig reëel meemaken.

RL | Daar komt bij dat de wortels van uw intensieve uiteenzetting met het thema ‘Dood’ tot ver in uw jeugd teruggaan…

IP | Ik ben in Roemenië opgegroeid. Daar is de dood veel dichterbij dan hier, vooral in de dorpen. Het lichaam wordt thuis opgebaard, gewassen en later in de kist door de straten naar het kerkhof begeleid. Natuurlijk rouwen mensen daar net zo goed als wij, maar het sterven hoort daar bij het leven. Ik had heel gevoelige ouders, die als vanzelfsprekend verbonden waren met de geestelijke wereld, zonder dat ze er dogmatisch over deden. Concreet was het de verrassende dood van mijn grootmoeder, die ik boven alles liefhad, die dit levensmotief voor het eerst aanraakte. Ik kon niet begrijpen dat ik haar niet meer zou zien, niet meer zou kunnen aanraken. Toen ze een tijd lang steeds weer heel herkenbaar in mijn dromen verscheen, begon ik te begrijpen: er zijn dus kennelijk tussenwerelden, bruggen tussen hier en daar. En, als zij als gestorvene mìj kan vinden, moet ik dat toch omgekeerd ook kunnen.
Het thema ‘dood’ laat Iris Paxino niet meer los, ook als haar omgeving ingrijpend verandert. Haar ouders trekken eerst naar Griekenland, later naar Duitsland. Na haar middelbare school studeert ze literatuurwetenschap, pedagogiek en psychologie. Zowel haar doctoraalscriptie als haar proefschrift wijdt de beginnende psychologe aan het thema van de bijna-dood-ervaring. Drie jaar lang bestudeert ze alle bronnen en wetenschappelijke onderzoeken over dit thema en legt uiteindelijk in 300 bladzijden een promotie-onderzoek op tafel, inclusief een onderzoek gebaseerd op zelf-afgenomen interviews. Maar als ze in het ziekenhuis werkt en later in haar eigen advies-praktijk wordt haar potentieel pas echt wakker.

IP | Ik heb toen gemerkt dat het werken met stervende mensen voor mij van meet af aan heel vertrouwd voelde. Het ging er niet om iemands hand vast te houden of om moed in te spreken, maar om te merken dat er in de ziekenkamer ‘aanwezigen’ waren, onzichtbare begeleiders op de weg – wezens die de overgang van de stervende voorbereiden, en andere wezens die hem aan de andere kant van de drempel ontvangen. Ook was na het sterven de patient niet ineens ‘weg’, ik kon zijn wezen nog aanvoelen. Zo werd me duidelijk dat ik een scholingsweg moest aangaan, om zulke processen steeds bewuster te beleven en te kunnen begrijpen.
De doelbewust opgepakte antroposofisch-meditatieve scholing en de (zoals zij dat noemt) ‘heel concrete beschrijvingen van de ontwikkelingsweg van de mens’ maken het Iris Paxino mogelijk om haar eigen aanleg en vaardigheden op dit gebied te verdiepen en uit te breiden.

IP | Sommige belevenissen overkwamen me als een genade. Maar het was ook duidelijk dat ik die ervaringen vanuit mijn wil dichterbij kan brengen. Door meditatie, door jarenlang oefenen, want het denken op zich is niet voldoende. Er zit extreem veel werk en serieuze inzet in – en liefde. Liefde is de sleutel tot alles. Dat heeft te maken met kunnen ontmoeten, met de bereidheid om ernaar te kijken, me te openen. Al het sociale moet verbonden zijn met liefde, wil het goed worden. Dat begint al in het alledaagse en in hoe je mensen ontmoet. Maar het houdt niet op bij de drempel naar de andere kant! Het is de meditatie die de ruimte vormt waarin je ontmoetingen met de geestelijke wereld kunt hebben – met elementenwezens, met engelen en met gestorvenen.
Terwijl Iris Paxino spreekt wordt steeds duidelijk dat ze – op basis van wat ze zelf heeft beleefd – een beeld schetst dat niet alleen het wereldbeeld van de natuurwetenschap maar ook de confessioneel-christelijke voorstellingen van ‘gene zijde’ overstijgt.

IP | Onze christelijke cultuur heeft een heel statisch beeld van het sterven en van wat er daarna komt. Want het gaat er niet om dat we wachten op de verlossing. Ook het over de drempel gaan en al die verschillende ervaringen, die daarna komen, hebben heel veel te maken met onze eigen activiteit. We zijn ervoor en erna verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Maar dit hele stuk blijft donker en onbegrijpelijk zonder de begrippen ‘reïncarnatie’en ‘karma’. Die moet je je uiterst concreet voorstellen. Al sinds mijn kindertijd sprak voor mij het idee van de individuele wedergeboorte en het persoonlijke lot vanzelf. Door de antroposofie kon ik dat nog uitdiepen. Maar het is wel wat anders om erover te lezen, dan het ook echt zelf te beleven. Intussen schijnen deze geestelijke feiten niet meer zo totaal absurd te zijn. Dat is in de laatste jaren erg veranderd. Bij enquêtes blijkt dat zo’n beetje de helft van de Duitse bevolking tegenwoordig in reïncarnatie gelooft.
Wat in de hele maatschappij geldt, een toenemende openheid voor ervaringen ‘vanaf de andere kant’, vindt Iris Paxino ook bevestigd in het werk met haar patiënten, met mensen die zeker niet alleen uit de kleine kring van spiritueel geïnteresseerden komen.

IP | Ik werk nooit als ‘medium’, als ‘helderziende’, als iemand die boodschappen van de andere kant overbrengt. In plaats daarvan doe ik met het grootste deel van mijn patiënten meditatieve oefeningen, en zij komen dan zelf tot het beleven van hun gestorvenen of van hun engel. Daarbij ben ik vaak verrast hoeveel mensen bereid zijn om deze weg mee te gaan. Maar dat lukt ook echt, je hoeft ze alleen maar te begeleiden. Door ervaringen bij het sterven van een mens van wie je houdt, door het pijnlijke gemis ben je losser en sta je meer open voor eenvoudige oefeningen. Wel is het belangrijk om goed geworteld te blijven in de werkelijkheid en om heldere, onvervalste waarnemingen te hebben. Daarom bestaat het begin altijd uit het zich verbinden met de lichte kracht van de eigen beschermengel, die ons steunt en leidt. Dat is een kracht waar je je altijd op kunt richten, die iets moederlijks, omhullends heeft.

RL | Wat zijn de beweegredenen van mensen die met sterfgevallen en met overledenen te maken hebben, om naar u toe te komen?

IP | De gedachte dat er bruggen zijn tussen de werelden is voor veel mensen een bevrijding. De achterliggende reden waarom mensen zulke bruggen zoeken is heel individueel. De een begrijpt niet waarom een mens sterft, speciaal als het gaat om een onschuldig kind. Een ander kan het verlies niet verwerken. Er komen nabestaanden van zelfmoordenaars die gevangen zitten in diepe duisternis bij me, of vrouwen die nog tientallen jaren na een abortus worstelen met de gevolgen van hun beslissing. En steeds weer beleven mensen hoe belastend het is, als gestorven zielen blijven hangen; dat kan zelfs leiden tot lichamelijke ziektes.

RL | Wat betekent dat: ‘blijven hangen’?

IP | Iedereen kan op elke trap van zijn leven in een crisis terechtkomen. Zo’n crisis kun je gebruiken om een ontwikkelingsstap te maken. Maar het kan ook zijn, dat je in elkaar klapt en er niet meer uitkomt. Dat geldt ook nà de dood – want wij dragen allemaal onopgeloste zaken met ons mee over de drempel! Degene die veel met zich mee sleept, iemand die onvoorbereid is of die vol angst zit, kan na de dood lang blijven steken in zijn ontwikkeling. Dat is dan belastend voor de partner, de familie of zijn verdere sociale omgeving. Zulke gestorvenen moeten dan regelrecht worden begeleid op hun weg, door hun blik in een andere richting te leiden.

Hier moet er een einde komen aan het gesprek. Want Iris Paxino zou nog kunnen spreken over verdere ontwikkelings-stappen van gestorvenen in de verschillende bereiken van de geestelijke wereld, maar dat vraagt een langere ‘adem’ dan dit interview. Maar opvallend is: zelfs als ze over heel ‘verre’ sferen spreekt is haar gedachtengang niet nevelig of zweverig, maar getuigt van een indrukwekkende ‘innerlijke logica’. Dat moet je kunnen uithouden. En misschien moeten we dat ook een keer willen proberen uit te houden – het gaat toch om een thema dat ons, met elke dag die ook weer voorbij is, meer aangaat .

WORKSHOPS WEDERZIJDS IN WINTER EN VOORJAAR

Ontwikkelen van inzichten en ervaringen rond het voortbestaan na de dood

Elke opvatting over euthanasie wordt bepaald door opvattingen over de dood. De grote vraag daarbij is of de dood het einde betekent van ons bewustzijn, of dat er iets van ons voortleeft. Om een beeld van een eventueel leven na de dood te vinden, schetst Jaap van de Weg (arts) een weg om daar zoekend, denkend en ervarend dichter bij te komen. Hieraan wordt in deze langere workshop (anderhalve dag) gezamenlijk gewerkt.

Datum:
vrijdag 11 december (20-22 uur) en
zaterdag 12 december (09.30-16.30 uur, inloop vanaf 09.00 uur).
Plaats: gebouw Helicon, Socrateslaan 22A, 3707 GL Zeist.
Kosten: € 52,50. U ontvangt na afloop van de workshop een factuur.
Maximaal 16 deelnemers. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Aanmelding: persoonlijk bij Thom Kloes via info@wederzijds-stervenscultuur.nl


Het loslatingsproces voor en na de dood

In de laatste levensfase kunnen we nog tal van nieuwe ervaringen opdoen, voordat we echt klaar zijn om te sterven. Een ervan is het durven en kunnen loslaten. Maar ook andere ervaringen zijn van wezenlijk belang. Bij euthanasie maak je die essentiële fase niet of heel anders mee. Wat mis je dan?
Na een korte inleiding over het boek ‘Het maakt uit hoe je sterft’ door Joukje Pothoven bespreekt Luc Vandecasteele (arts) welke ervaringen en perspectieven er aan de orde zijn, zowel voor als na het sterven. Na zijn inleiding worden, in gezamenlijk gesprek, persoonlijke vragen en ervaringen uitgewisseld.

Datum: 20 februari 2021
Plaats: Gemeentezaal van de Michaelkerk in Veldhoven, Dorpsstraat122, 5504 HL Veldhoven
Aanmelding via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

Maximaal 15 deelnemers.
Kosten: € 17.50. U ontvangt een factuur voor de kosten na bijwonen van de workshop.


‘Mijn levenslot en ik – wat heb ik ervan gemaakt?

Workshop met Jolien Wilmar, biografisch schrijver bij ‘Het levensverhaal’
www.hetlevensverhaal.com

Wanneer het grootste gedeelte van het leven is geleefd en het einde in zicht komt, groeit vaak de vraag: Heb ik er eigenlijk wel toe gedaan in dit leven? Heb ik ervan gemaakt wat de bedoeling was?

Tijdens deze schrijf-workshop gaan we onderzoeken welke weg we in dit leven hebben afgelegd. Dit doen we aan de hand van concrete schrijfoefeningen. We hebben een hele dag de tijd om de volgende thema’s te onderzoeken:
Wat kreeg ik van huis uit mee? Waarin heb ik mij ontwikkeld?
Welke eigen besluiten heb ik genomen? Wat heb ik geschonken in het leven?
Wat heb ik in beweging gezet, wat heb ik aangericht?
Wat was/is de drijvende kracht in mijn leven? Wat wil ik nog leren, ervaren of doen?
Schrijfervaring is niet nodig.
Er wordt gewerkt in kleine groepen (binnen de coronaregels)
Tussentijds vinden er momenten van uitwisseling plaats.
Er is voldoende tijd voor het delen van het geschrevene.
Daarbij is iedereen vrij om het geschrevene al dan niet in de groep voor te lezen.

Datum: 24 april 2021
Plaats: Gemeentezaal van de Johanneskerk, Badhuisweg 27, 7201 GM Zutphen
Tijd: 10.30 tot 16.30 uur, inloop vanaf 10.00 uur
Maximaal 20 deelnemers
Kosten: € 30 euro, aanmelding via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

U ontvangt een factuur voor de kosten na bijwonen van de workshop.

THEMA ‘STERVEN’

Ineke-Visser_sterven.png‘Tijd voor een ander verhaal’ en ‘Het leven voltooien’

Ineke Visser
door Joukje Pothoven

Onlangs zijn bij het LANDELIJK EXPERTISECENTRUM STERVEN, twee boekjes verschenen, een tweeluik. Ze vormen een pleidooi voor het “gewone” sterven.
Het eerste boekje, Tijd voor een ander verhaal, is geschreven door Ineke Visser, voorzitter van het Landelijk Expertisecentrum. Het wil de weg vrij maken voor een nieuw verhaal over de laatste levensfase in onze samenleving. Een verhaal dat vertelt over het kostbare en wezenlijke van de diepmenselijke ervaring van het sterven. Een verhaal over intimiteit, verbondenheid en heling. Er zijn in het boekje handreikingen te vinden voor verschillende momenten in het intensieve proces van sterven. Daaronder ook praktische handreikingen voor de naasten, hoe ze een dierbare nabij kunnen zijn in de laatste dagen.
Ineke Visser beschrijft hoe symbolische taal, ook wel beeldtaal of taal van de ziel genoemd, een taal is die ook wel door stervenden wordt gebruikt. Die taal nodigt ons uit om een ruimer perspectief in te nemen.
Ze vergelijkt het proces van sterven als de geboorte van een vlinder. Met het voorbeeld van iemand die vanuit medelijden met de vlinder, die met grote moeite uit de cocon kwam kruipen, de cocon open maakte. Toen bleek dat de vleugels nog niet rijp waren om te vliegen.
Zo kan bij het proces van sterven ervaren worden, dat er soms nog bepaalde dingen afgemaakt moeten kunnen worden om het sterven mogelijk te maken.
Sterven, als een uniek persoonlijk proces, speelt zich op verschillende niveaus af. In dit boekje worden de volgende niveaus onderscheiden: het niveau van het fysieke, het emotionele, het mentale, het spirituele en van het ‘Ik en de ander’. De specifieke kwaliteiten van deze niveaus in het stervensproces worden helder beschreven.
Tenslotte is er aandacht voor bijzondere bewustzijnservaringen rondom het levenseinde. Het zijn ervaringen van een subtiele spirituele kwaliteit, ze zijn troostrijk en geruststellend en lijken de stervende voor te bereiden op de dood.
Het tweede boekje, Het leven voltooien, bevat tien persoonlijke verhalen over de waarde van leven met sterven. De verhalen zijn door professionals opgetekend uit de monden van nabestaanden en voorzien van een duiding door een expert of professional. Het zijn indrukwekkende en intieme verhalen van nabestaanden over gestorven geliefden. Ze laten ook meebeleven, hoe deze nabestaanden zelf hebben kunnen omgaan met de laatste levensfase van deze mens.
We kunnen zo een inkijkje krijgen in wat er allemaal kan gebeuren en in wat er nodig is, voordat de stervende werkelijk zo ver is dat het leven losgelaten kan worden. Angst, onrust en pijn horen vaak bij het stervensproces. Ze vormen onderdeel van de verhalen.
De duidingen door experts geven inzicht in de spanningen die kunnen spelen rondom het levenseinde en zetten aan tot verder nadenken over grote thema’s zoals autonomie, vrijheid, regie, verbondenheid, eenzaamheid, nabijheid en overgave.
Beide boekjes zijn het lezen meer dan waard!

THEMA ‘NABIJ-DE DOOD-ERVARINGEN’

Het-geheim-van-Elysion.jpgHet geheim van Elysion

ISBN 9789493175440
boekbespreking door Douwe van Houten

‘Een nabij-de-dood-ervaring is een overweldigende confrontatie met de onbegrensde dimensies van ons bewustzijn’. Zo beschrijft Pim van Lommel, cardioloog, onderzoeker en auteur, deze uitzonderlijke ervaringen. Ervaringen, die niet passen in het huidige materialistische wereldbeeld. Toch hebben ruim 50 miljoen mensen, overal ter wereld, zo’n ervaring doorgemaakt.
Dit boek bevat 45 jaar onderzoek van Nabij-de-Dood-Ervaringen (NDE), vroeger benoemd als ‘Bijna-Dood-Ervaring’ (BDE). ‘NDE’ sluit beter aan bij ‘Near-Death-Experience’, de internationale benaming. De titel van het boek hangt samen met de ‘Elysese velden’ uit de oude Griekse cultuur – het oord van gelukzaligheid.
De belangstelling voor dit fenomeen neemt sinds het eind van de jaren zeventig alleen maar toe. Toch zijn de oudste beschrijvingen ervan, door Plato, al zeker 2400 jaar oud. Omdat reanimatie nu vaker met succes verloopt, maken de laatste veertig jaar steeds meer mensen deze ervaringen door. Ongeveer 600.000 Nederlanders blijken iets in deze richting ervaren te hebben.
In de laatste 45 jaar is er veel onderzoek gedaan naar NDE om een verklaring te vinden. Aanvankelijk kon het worden afgedaan met: ‘dit komt door zuurstoftekort in de hersenen’ of ‘het zijn hallucinaties’. Maar het wordt steeds duidelijker dat de reductionistische materialistische verklaringen hiervoor niet opgaan. Deze ervaringen passen niet binnen de huidige wetenschappelijke uitgangspunten. Ze vragen om een evolutie of revolutie van deze axioma’s.
Als eerste ter wereld deed Pim van Lommel uitvoerig wetenschappelijk onderzoek naar deze ervaringen. Zijn conclusie is, dat het bewustzijn niet ophoudt als de hersenfuncties zijn weggevallen. Zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ bracht wereldwijd een schok teweeg.
In het besproken boek ‘Het geheim van Elysion’ komen vijftig auteurs aan het woord, vanuit allerlei invalshoeken: vele kleurrijke ervaringsberichten, kritische (natuur)wetenschappelijke beschouwingen, theologische commentaren, benaderingen vanuit de mythologie en de kwantummechanica. Auteurs met soms al tientallen jaren onderzoek achter zich, anderen met een al vele jaren gekoesterd geheim. Een zeer internationale groep.
Het is een dik boek – ruim 400 bladzijden – maar ieder hoofdstukje vormt een geheel. De lezer kan zo zijn eigen route door het boek kiezen.
Na dit boek gelezen te hebben, kan niemand meer de opvatting handhaven dat er na de dood niets is. Elk weldenkend mens zal daar tenminste aan gaan twijfelen. Zo ook zal elke rechtgeaarde wetenschapper twijfels gaan bespeuren of zijn wetenschappelijke systematiek wel opgaat voor het fenomeen van de NDE. Voor hulpverleners is dit boek een hulp en eigenlijk ook een noodzaak.
Veel mensen, die deze indringende, levensveranderende ervaring hebben meegemaakt, voelen zich door mensen in hun nabije omgeving en hulpverleners niet begrepen en doen het zwijgen er toe. Voor hen kan dit boek een feest van herkenning zijn.
‘Het geheim van Elysion’ gaat over een nabije wereld, die voor ons gewone bewustzijn meestal verborgen is. Bij een NDE treedt een indringende waarneming van deze wereld op, zo ingrijpend, dat voor de betreffende persoon zijn hele leven verandert. Ook voor de lezer kan dit boek een omwenteling bewerkstelligen van de eigen opvatting over leven en dood – en daarmee van zijn gehele levensinstelling.

THEMA ‘PALLIATIEVE ZORG’

Slotcouplet.jpgSlotcouplet – ervaringen van een longarts
Sander de Hosson

boekbespreking door Joukje Pothoven

‘Geneeskunde is soms genezen, vaak verlichten, altijd troosten’. Deze uitspraak van de zestiende-eeuwse arts Ambroise Paré is de lijfspreuk van Sander de Hosson, longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Hij heeft als longarts veel te maken met ongeneeslijk zieke mensen en schreef daarover jarenlang blogs. Daarin komt hij over als een heel betrokken arts, die oog heeft voor de hele mens, niet alleen voor de zieke longen. Voor hem komt de kwaliteit van leven op de eerste plaats: de behoeften en wensen van de patiënt spelen een doorslaggevende rol bij de keuzes voor behandeling, hij stemt echt af. Het is indrukwekkend om in de verschillende hoofdstukken te lezen met hoeveel kennis, kunde, liefde en aandacht hij als arts mensen in hun laatste levensfase begeleidt. Uit het boek blijkt dat hij ook veel aandacht en eerbied besteedt aan individuele psychosociale en existentiële aspecten van de zorg, om het mensenleven dat hij begeleidt in deze cruciale periode zo zinvol mogelijk te laten verlopen. Hij streeft ernaar om deze aspecten altijd bespreekbaar te maken.

Uit een interview met De Hosson:
Vroeg praten over de laatste levensfase, ook wel advance care planning genoemd, is een heel belangrijk principe. ‘Wees niet bang om vragen te stellen over het ziektetraject of over je angsten of andere psychische klachten. Kijk samen naar de toekomst, zodat je weet wat je kunt verwachten. Er is veel aandacht voor jouw wensen in de laatste levensfase.’
Over sterfte en de laatste levensfase praten is niet makkelijk, er heerst een soort taboe op, merkt De Hosson. Dit taboe wil hij graag doorbreken. Zijn dringend, maar zeer vriendelijk advies is dan ook; praat erover. ‘Als je niet over de laatste fase durft te praten, dan wordt je angst alleen maar erger. Door het gesprek met je longarts of huisarts aan te gaan, weet je wat er mogelijk is en wat je staat te wachten. Dat stelt je gerust.’

De Hosson richtte in 2020 met anderen ‘Carend’ op, centrum voor Palliatieve zorg. Met dit centrum wil Carend het verschil maken voor mensen in de laatste levensfase. Carend (staat voor Care at the End of life) zet zich in voor het vroegtijdig markeren van de palliatieve fase, omdat dat de patiënten en hun naasten de mogelijkheid biedt om in een vroeg stadium met elkaar in gesprek te gaan over de wensen en behoeften in de laatste fase van het leven. Daarbij speelt Advance Care Planning een grote rol voor de betrokken arts.
Carend wil voorop lopen in het gesprek over palliatieve zorg, door lezingen te organiseren voor gewone mensen en door bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek. Ook zijn er doelstellingen voor onderwijs aan aanstaande professionals in de zorg, van verzorgenden tot en met artsen en specialisten.
Palliatieve zorg gaat over waardig leven en over waardig sterven – en dat vraagt specialistische kennis en ervaring van zorgprofessionals. Ieder mens is uniek, ieder levensverhaal is uniek. Juist in de laatste levensfase verdient dat uniek-zijn de volle aandacht.

Dame Cecily Saunders (grondlegger van de hospice-beweging in Engeland) formuleerde dat zo:

‘You matter because you are you, and you matter to the end of your life’

Wilt u meer lezen over en van Sander de Hosson? Leest u dan hier verder.

Of bekijkt u dit filmpje via deze link, met een interview met Sander de Hosson
of leest u deze recente blog van De Hosson op de website van Carend.

THEMA GESPREK OVER HET LEVENSEINDE

ik-wil-met-je-praten.jpgPraten over het levenseinde is belangrijk, dat beseffen we wel. Maar hoe doe je dat dan? We moeten vaak een drempel over om de eerste stap te zetten. Hoe begin je zo’n gesprek? Hoe bereid je je er op voor?
‘Van Betekenis tot het einde’, de organisatie die het praten over het eigen levenseinde wil bevorderen, ontwikkelde hiervoor een paar hulpmiddelen. Een ervan is een filmpje en een checklist over hoe je een brief zou kunnen schrijven over punten die rond het levenseinde voor jou van belang zijn. Zo’n brief helpt om gedachten te ordenen en een gesprek voor te bereiden. In dit filmpje spreekt Marijke Wulp hierover.

Er is ook een checklist gemaakt met onderwerpen die bij een gesprek over de eigen wensen rondom het levenseinde aan de orde kunnen komen. Die vindt u hier.

‘Ik wil met je praten’ is opgericht door een samenwerkingsverband van een aantal grote organisaties, zoals o.a. Agora, de VPTZ, Vilans en Reliëf. Stichting Wederzijds is ‘stakeholder’ van Ikwilmetjepraten.nu en onderschrijft van harte het belang van ‘Praten over je eigen levenseinde’. U kunt zich hier desgewenst inschrijven voor hun nieuwsbrieven.


Wederzijds en de gesprekscafés over leven en sterven

Op onze website kunt u vinden in welke plaatsen momenteel Gesprekscafés over leven en sterven worden georganiseerd. In deze corona-tijden wel tevoren altijd even checken of het betreffende café doorgaat…
Bekijk onze agenda

Palliatieve zorg vanuit de antroposofische geneeskunde

Palliatieve begeleiding behoort tot het meest dankbare en soms meest arbeidsintensieve werk van de huisarts.

De meeste antroposofische artsen in Nederland zijn huisarts en begeleiding van terminale patiënten behoort dus tot ons gewone takenpakket. Het is een groot goed, dat je in Nederland met goede zorg gewoon thuis kunt overlijden.
Het gaat altijd om zorg op maat. Wat heeft dit mens op dit moment in zijn leven nu van mij nodig? De arts-patiëntrelatie verbreedt zich al snel tot een zorgteam met mantelzorgers, wijkverpleging of medewerkers van een hospice.

Madeleen Winkler, antroposofisch huisarts te Gouda
Madeleen Winkler, antroposofisch huisarts te Gouda

Soms is er sprake van ouderdom. Het leven is gewoon op. Soms is er een chronische of ernstige ziekte zoals COPD, hartfalen of Amyotrofische Lateraal Sclerose. Bij kanker is er vaak al een lang traject aan voorafgegaan. Mensen hebben gekozen voor operatie, chemotherapie, bestraling of immunotherapie, maar de tumor en metastasen groeiden gewoon door en voor het palliatieve traject wordt terugverwezen naar de huisarts. Diehards kiezen soms direct voor alleen complementaire benadering en wijzen de chemo etc. af.
Het valt me op, dat na bestralingen en vooral na chemotherapie het proces vaak moeizamer verloopt, mensen minder makkelijk ‘loskomen’ uit het lijf dat meer ‘verhard’ is. We komen vaak niet uit zonder pijnstilling, tot aan morfine toe. Volgens de standaard is het doel iemand zo ‘comfortabel’ mogelijk te houden. Niet geheel beneveld te zijn door de pijn, maar ook niet volledig pijnvrij, alsof er niets aan de hand is. Je lichaam verlaten aan het eind van je leven is ook een proces, waarvan pijn een onderdeel kan zijn. Het is altijd indrukwekkend om te zien hoe iemand naar het einde toeleeft, het vaak steeds vanzelfsprekender wordt en iemand zegt: ‘ik hoef niet meer in dit lijf en in dit leven, het is klaar’. Voor familie en omstanders, die dat zelf niet aan den lijve ondervinden, is dat dikwijls heel moeilijk om aan te zien. Ook zij hebben onze zorg nodig en moeten in het proces meegenomen worden. Gesprekken met ieder apart en samen over: hoe gaat dit verder, wat kun je verwachten, wat is doodgaan en hoe kijk je aan tegen wat daarna komt? Vanuit de antroposofische geneeskunde zien we de mens als een wezen dat altijd een ontwikkelingsproces gaat, ook tijdens een ziekte en zeker in de laatste levensfase. Met eerbied kijken we naar dat proces. Doodgaan wordt ook wel ‘geboren worden in de geest’ genoemd. Ook na bijna-doodervaringen beschrijven mensen het doorgemaakte proces als het indrukwekkendste van wat ze in hun leven hebben meegemaakt!

Euthanasie

In de oudheid zei men zoals Izaak in de Bijbel: ‘Kom bij me en laat me je zegenen, want ik voel dat ik ga sterven’. Die vanzelfsprekende omgang met het eigen sterven zie je tegenwoordig nog maar zelden. Mensen voelen het wel, maar vertalen het – soms – in de vraag naar euthanasie. Die (soms dwingende) vraag komt ook vaak vanuit de familie of omgeving die het lijden van hun dierbare niet aan kan zien. De vraag naar euthanasie komt ook voort uit angst voor heftig lijden, onttakeling en verlies van menswaardigheid, bijvoorbeeld als je dat in de omgeving hebt meegemaakt. Vertrouwen is dan als eerste nodig. Vertrouwen dat je dit proces goed doorkomt. Vertrouwen dat je omgeving je steunt. Vertrouwen dat je arts er voor je is en de vele hulpmiddelen kent en zal inzetten om het geheel dragelijk te houden. Vertrouwen ook dat je je over mag geven en het leven zijn loop zal hebben tot het bij jou passende einde toe. Sommige mensen pakken dat op door hun eigen uitvaart tot in de puntjes voor te bereiden. Ook terugkijken op je leven en eventuele nog niet voltooide dingen afronden, conflicten nog uitpraten, is behulpzaam. Belangrijk is dan het vinden van de juiste balans tussen bezoek om afscheid te nemen, alleen met de intimi te zijn én rust en innerlijke stilte te vinden. De vraag of iemand daarbij behoefte heeft aan een bezoek van een geestelijke hoort daar ook bij.
Voor iemand die de vele literatuur over het leven na de dood kent, maakt het uit hoe iemand de overgang maakt, of het leven helemaal ten einde is of niet. Euthanasie doe ik uit principe niet, omdat ik iemand het indrukwekkendste proces in zijn leven niet wil afnemen. Wel geef ik altijd de belofte, dat we er alles aan zullen doen om het proces gezamenlijk te gaan en dragelijk te houden. Desnoods kan dat in de laatste fase met palliatieve sedatie, waarbij morfine per infuus de pijn vermindert en dormicum iemand desgewenst in slaap kan houden. Daaraan vooraf gaat een passend afscheid van de dierbaren. Wanneer iemand de beslissing heeft genomen: ‘Ik wil nu alleen nog slapen’ laat diegene ‘los’. Met die innerlijke bewustzijnsstap zet vaak het stervensproces in, waardoor het overlijden zelden meer dan een paar dagen later een feit is. Door de belofte dat deze mogelijkheid er is en de dokter je niet in de steek laat kiezen de meeste mensen voor het natuurlijk sterfproces en verdwijnt de euthanasiewens. Een enkeling kiest voor een andere arts, die wel bereid is euthanasie te geven. En dan zie je regelmatig iets heel bijzonders: de zekerheid dat de afspraken gemaakt zijn voor nu of voor later, maakt bij een aantal mensen dat ze daardoor ‘los’ kunnen laten en voordat het tot euthanasie kon komen heel rustig komen te overlijden.

Medicatie en therapieën

Als mens leven we in een lichaam op aarde. Ieder heeft zijn individuele DNA, vingerafdruk en immuunsysteem. Je zou dat de fysieke afdruk van zijn individualiteit, zijn ‘Ik’ kunnen noemen. Bij het sterven laat het Ik los. Dat loslaat-proces kun je als het ware voor doen met bijvoorbeeld dagelijks een subcutane injectie Olibanum comp. Dit is een combinatie van Aurum D30/Olibanum D12/Myrrhe D6, dus myrrhe, wierook en goud in oplopende potenties/verdunningen. Door het middel als injectie toe te dienen komt het snel in de extracellulaire ruimte, wordt in de bloedbaan opgenomen en komt daarmee in het gebied van het Ik, de individualiteit. Hiermee dwing je niet, maar geef je een voorbeeld hoe je los kunt laten.
Terminale patiënten zijn heel gevoelig voor aanraking. Alle uitwendige therapieën kunnen zo ook behulpzaam zijn in het langzaam loslaten: voeten wrijven met koperzalf, lavendel- of rozenolie. Ook een speciale inwrijving van het hart als orgaan van het Ik kan het Ik versterken in het gaan van de passende weg in het loslaten. Zo kan ook Oxaliszalf over de buik, een warme kamille buikwikkel of een duizendblad/millefolium leverwikkel klachten verlichtend zijn. De warmte van de handen, een kruik en zachte warme stoffen kunnen daarbij het gevoel van geborgenheid vergroten.

Doorliggen is heel goed te voorkomen door de kwetsbare huiddelen regelmatig, bijv. 2 x daags of bij elke keer draaien bij wisselligging, in te smeren met Venadoron, ook wel Lotio pruni comp. cum cupro genoemd. De vitaliserende werking van de prunus op de huid wordt gecombineerd met koper, hetgeen doorwarmt en daarmee de doorbloeding bevordert.
Speciaal voor slecht genezende wonden is, destijds voor lepra wonden, Vulnodoronzalf ontwikkeld op basis van een aantal mineralen in een heel bijzonder bereidingsproces, waardoor de vrijwel ‘dode’ huid regenereert en herstel intreedt.
Dat eten en drinken langzamerhand oninteressant worden ligt natuurlijk in het normale proces van naar de dood toegroeien, dus vooral niet opdringen! Licht verteerbare soepen, theeën, vruchtensappen en voedingsmiddelen waar de zieke trek in heeft zijn passend.
Bij kankerprocessen zijn er goede ervaringen met maretak-preparaten. Daarbij blijft de conditie vaak heel lang goed en ondersteun je het houden van de eigen regie. Ook in de terminale fase is het daarom zinvol om de maretakinjecties door te zetten, als ondersteuning van het Ik.
Voor veel lichamelijke ongemakken, zoals obstipatie, misselijkheid en pijn zijn er, afhankelijk van de situatie en de persoon, natuurlijk ook vele antroposofische en homeopathische middelen beschikbaar, zoals chelidonium, balsemieke melissegeest, gentiana, oxalis of aconitum. Bijzonder goede ervaringen zijn er met Naja comp, een mengsel van slangengiffen, zowel per injectie of als druppels, dat verlichting geeft bij pijn en paresthesieën na chemotherapie.
Loslaten is ook een vorm van ‘uitademen’. Door kunstzinnige therapie, door te tekenen, te schilderen, door te kijken naar de schilderende therapeut of naar passende schilderijen wordt het innerlijk in beweging gebracht en het loslaatproces ondersteund. Datzelfde geldt, luisterend, voor muziektherapie.
Palliatieve zorg is een continu proces van waarnemen wat er nu nodig en behulpzaam is, en creatief blijven zoeken naar de beste oplossing. Door in de laatste fase een dagelijkse visite af te leggen en mijn 06 nummer te geven voor overleg en indien noodzakelijk een bezoek ’s nachts of in het weekend, ontstaat het vertrouwen om los te laten en toe te leven naar het ‘over de drempel’ gaan. Steeds weer is het een uitdagende zoektocht, maar ook een dankbaar onderdeel van ons vak!

 

Bronvermelding:

Bovenstaand artikel is verschenen in TIG
TIG – tijdschrift voor integrale geneeskunde | jaargang 34 | nummer 4 | 2019

Stervensbeschouwelijke vragen

Vragen ter voorbereiding op het sterven

Levensbeschouwelijk is er online veel goede informatie te vinden met betrekking tot het maken van een levenstestament, een gewoon testament en een wilsverklaring. Ook kun je zelf een wensen-boekje invullen (vaak aangeboden door een locale uitvaartbegeleider), om je wensen rond de uitvaart vast te leggen. Als je nog geen levenstestament, testament of wilsverklaring hebt opgesteld, of nog geen contact had met een uitvaartbegeleider hierover, doe dat dan vooral. Je vindt meer informatie over het verschil tussen deze vier verschillende documenten verderop, op bladzij 3.
Echter, in die vier documenten zul je vooral vragen zien over medische, juridische en praktische keuzes die je wilt vastleggen. Omdat je er nauwelijks vragen in vindt met betrekking tot de innerlijke, spirituele kant van het sterven, heeft Wederzijds, als aanvulling, onderstaande lijst vragen opgesteld.
Zie die vragen als een handvat voor je eigen innerlijke voorbereiding op het sterven, als inspiratie. Ze kunnen je helpen om een gesprek aan te gaan met jezelf. Het zijn vragen die er toe doen voor jezelf. Ze helpen om in stilte je eigen gedachten rondom het sterven te vormen. Wellicht zullen ook je naasten er iets aan hebben, als je met hen deelt hoe jij je wilt voorbereiden.


‘Stervensbeschouwelijke’ vragen

Wat denk je dat er gebeurt na de dood?

Welke voorstelling maak je je over hoe het er aan de andere kant uitziet?

Denk je dat je wordt opgewacht na de dood? Wie zou(den) er dan op jou wachten?

Maakt het in jouw ogen uit of je bewust of onbewust de overgang naar de dood maakt, al of niet door gebruik van bepaalde medicijnen?

Wat zou voor jou een mooie manier van ‘overgaan’ of sterven zijn?

Is er iets rond het sterven, waar je moeite mee hebt?

Of iets, waar je bang voor bent of waar je juist benieuwd naar bent?

Zijn er belangrijke dingen die je nog wilt of moet doen?

Wat ligt er nog in je leven wat nog niet klaar is, wat je nog zou willen afronden of afmaken?

Is er iemand die je nog wilt vergeven?

Welke belangrijke levenslessen zou je graag willen doorgeven?

Wat zou je nog willen vertellen of opschrijven?

Aan wie zou je nog iets willen vragen?

Kun je je er een voorstelling van maken hoe het uiteindelijke ’loslaten’ eruit ziet?

Weten je dierbaren hoe jij over bovenstaande vragen denkt?

Kunnen zij jouw wensen kenbaar maken als je dat zelf niet meer kan? Wie zal jou dan vertegenwoordigen?

De antwoorden op deze laatste twee vragen kun je in een levenstestament (zie hieronder) vastleggen, als je wilt dat ze rechtsgeldigheid hebben.


De andere documenten

Er zijn vier verschillende documenten rond de laatste levensfase die door veel mensen worden gebruikt. Hieronder vind je een korte uitleg over waarvoor elk van deze documenten bedoeld is.

Testament

In een testament regel je allerlei zaken voor de afwikkeling na het overlijden. Hoe en onder wie je erfenis wordt verdeeld en wie jouw erfenis afwikkelt, dat wordt de executeur genoemd. Het testament treedt in werking na het overlijden.
Meer informatie: https://www.notaris.nl/testament/testament-opstellen

Levenstestament

In een levenstestament leg je vast wie jouw financiële, medische en persoonlijke zaken zal regelen als je dit door ziekte of ouderdom zelf niet meer kunt. En op welke manier die persoon dat zal doen. Het levenstestament treedt in werking op het moment dat je zelf geen beslissingen meer kunt nemen, dus al tijdens je leven . Er kunnen meerdere personen hiervoor gemachtigd worden.
Meer informatie: https://www.notaris.nl/levenstestament/levenstestament-en-volmacht

Wilsverklaringen

In een wilsverklaring geef je aan welke behandelingen je in een bepaalde situatie nog wel of juist niet meer wil ondergaan. Het gaat hier in het algemeen om wensen m.b.t. medische beslissingen, vaak rond het levenseinde. Zo kun je in een wilsverklaring vastleggen of je wel of niet beademd of gesedeerd wilt worden, en of je zou willen dat er euthanasie op jou wordt toegepast, onder welke voorwaarden of omstandigheden. Overleg met je dokter over de formulering van zo’n euthanasie-wilsverklaring. Die werkt alleen als hij correct en helder geformuleerd is.
Daarnaast kun je ook vastleggen onder welke omstandigheden je geen behandeling meer wilt, m.a.w. een behandelverbod. Al deze verklaringen kun je (eventueel samen met je naasten) met je arts vastleggen. Ze kunnen ook deel uitmaken van een officieel levenstestament.
Als je er zeker van wil zijn dat je niet gereanimeerd zult worden, kun je het beste een zogeheten niet-reanimeren-penning dragen. Bij een noodgeval moet onmiddellijk worden gehandeld, er is geen tijd om een dokter te raadplegen of je wel gereanimeerd wilt worden. Zo’n penning dragen geeft hulpverleners duidelijkheid in een hectische situatie.
Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/levenseinde-en-euthanasie/vraag-en-antwoord/wilsverklaring-opstellen
Zie: https://www.patientenfederatie.nl/niet-reanimerenpenning

Wensen-boekje

Bij het vastleggen van je wensen rondom je uitvaart is een wensen-boekje een geschikt hulpmiddel. Veel uitvaartbegeleiders bieden zo’n boekje aan. Ze lopen uiteen van een afvink-lijstje tot inspirerende vragen en ideeën.

Laatste aandachtspunt: het Donor-register

Sinds juli 2020 geldt de nieuwe donor-wet. In deze wet is vastgelegd dat iedereen boven de 18 jaar automatisch in het donor-register wordt geregistreerd. Als je niet reageert op oproepen via de briefkaart die het komende jaar verstuurd wordt, komt automatisch bij je naam ‘Geen bezwaar tegen orgaandonatie’ te staan. Dit betekent dat, als je niets doet, verondersteld wordt dat je akkoord gaat met het doneren van je organen. Als je dat niet wilt, moet je in het donor-register vastleggen dat je geen orgaandonor wilt zijn. Dat kan digitaal.

Zie: https://www.donorregister.nl

 

Tot slot

Bespreek de vragen en antwoorden uit deze documenten ook met je naasten, zodat zij op de hoogte zijn van jouw wensen en die ook makkelijk kunnen terugvinden als dat nodig is.

U kunt het document met ‘Stervensbeschouwelijke’ vragen downloaden als PDF om te printen en te bewaren.

Download de ‘Stervensbeschouwelijke’ vragen

Bruggen tussen leven en dood

 

Wat gebeurt er met de ziel van iemand na zijn dood? Kan er contact met de overledene zijn? Hoe weten en beoefenen we dat? Voor de antroposofisch georiënteerde psycholoog Iris Paxino zijn dit geen vragen meer. Zij beschrijft niet alleen, in talrijke bijzonderheden, de sferen waar de ziel na de dood doorheen gaat, maar vertelt ook aangrijpende ‘na-de-dood-ervaringen’ van dierbare overledenen met wie zij contact heeft kunnen leggen.

Nadat zij in haar boek het stervensproces, het ogenblik van de dood en de moeilijkheden op de drempelovergang heeft beschreven, leidt ze ons de periode in, die we direct na de dood doorbrengen in de etherwereld. Zij doet dit door ervaringen van anderen in de etherwereld weer te geven en door levendige beschrijvingen, zoals deze van de ‘terugblik op het eigen leven’: “De totale indruk van het eigen leven die je als toeschouwer en tegelijk als acteur beleeft en waardoor je direct de betekenis van de eigen daden en bedoelingen waarneemt, geeft iedereen die dit meemaakt een verbijsterend diep inzicht. De overledene ziet zich hier geconfronteerd met alle facetten van het leven dat achter hem ligt, waarin niets vergoelijkt of vervalst is. Alle illusie en versluiering, alle maskeringen en onoprechtheid vallen weg, zonder mitsen en maren. Het onderscheiden tussen ‘goed’ en ‘verkeerd’ voltrekt zich niet door een van buitenaf gegeven oordeel, je beleeft en beoordeelt zelf de gebeurtenissen van je leven. Het mooie en het goede wordt beleefd als lichtvolle vreugde, het kwade wordt als een bedrukkende, beschamende of beangstigende last gevoeld.”

De doorgang van de ziel van de etherwereld naar de astrale wereld kan door allerlei factoren belemmerd worden. Van bijzondere kwaliteit is het hoofdstuk ‘Gevangen tussen de werelden’ waarin Iris Paxino deze overgang beschrijft. Zo gaat zij onder meer in op de inname van medicatie die het bewustzijn veranderen, verslavingen, chemotherapie, nabestaanden die de overledene ‘vasthouden’, materialistische en atheïstische overtuigingen, angst voor de dood en zelfmoord. Het hoofdstuk over de ontmoeting met het wezen van Christus sluit hierop aan. Deze ontmoeting biedt ook de bedding voor de doorgang door de astrale wereld en het devachan, waaraan meerdere hoofdstukken zijn gewijd. Het boek sluit af met teksten over het leren waarnemen van overledenen en de scholingsweg die men daartoe kan volgen. Brücken zwischen Leben und Tod is een boek dat eraan kan bijdragen dat de wereld van de overledenen voor meer mensen kenbaar en beleefbaar wordt.

Het voorwoord is geschreven door een bestuurslid van Stichting Wederzijds.

De Nederlandse uitgave is verschenen, klik hier.

 

Opengaande vergezichten

Margarete van den Brink

Als mensen met wie we nauw verbonden zijn sterven, kan hun weg naar de dood ons belangrijke inzichten geven. Aan hen ervaren wij dat in ons geestelijke krachten leven die de gebrekkig wordende lichamelijkheid overstijgen en innerlijke wijsheid en liefde creëren. De blik en het bewustzijn verruimen zich naar een andere werkelijkheid die na de dood verder opengaat. Aan de hand van waargebeurde levenssituaties en kennis vanuit de geestes-wetenschap, laat de auteur zien hoe een dergelijk proces zich voltrekt en hoe anderen daarbij behulpzaam kunnen zijn. Naast mooie en ontroerende levensverhalen worden ook praktische inzichten gegeven die zowel in de professionele als in de persoonlijke levens-sfeer gebruikt kunnen worden bij het begeleiden van mensen die gaan sterven.
Dit boek sluit direct aan bij het veelgelezen boek dat Margarete van den Brink eerder samen met Hans Stolp schreef: Omgaan met gestorvenen. Leven voorbij de dood (Uitgeverij Ankh-Hermes).

Opengaande vergezichten is in herdruk uitgegeven bij uitgeverij Nearchus
ISBN 9789492326225 

Keuzes over behandeling bij ernstige ziekte

Als je van de dokter hoort dat je niet meer beter kunt worden, is dat een diep ingrijpend bericht.
Vaak kan er nog wel behandeld worden, om je leven te verlengen. Waar kies je dan voor: langer leven of kwaliteit van leven? Bijgaand filmpje laat ons meebeleven hoe mensen hier mee omgegaan zijn.

1 2 3