Carla Josephus Jitta over euthanasie

Geplaatst in: forum, nieuws, uitgelicht | 0

Carla Josephus Jitta overleefde als meisje de kampen Westerbork en Theresienstadt.

 

Uit het interview in de NRC (19-11-2018)

„Door wat ik in de kampen heb gezien, ben ik principieel over euthanasie. De dood mag je zelf in de hand hebben, maar je moet dat niet aan een ander overlaten. Dan geef je diegene de gelegenheid iets te doen waarbij gevoelens kunnen opkomen die niet zo positief zijn. Machtsgevoelens. Die bestaan, dat is geen verzinsel van mij. Wat dit onderwerp betreft geloof ik niet zo in de goedheid van de mens, al ben ik, gek genoeg, mijn vertrouwen in mensen nooit verloren. Daarom vind ik dat je er voorzichtig mee moet zijn. Het leven is mij te kostbaar.”

Voor het volledige interview zie:
https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/19/aan-cynisme-heb-ik-nooit-willen-toegeven-a2755614

 

Drempel – over leven met sterven
Thom Kloes

Voor me ligt ‘Drempel’ 2018 / 2019. Een speciale uitgave van het Landelijk Expertisecentrum Sterven, zo lees ik op de voorkant van het glossy blad dat 106 bladzijden telt.

In het voorwoord meldt Ineke Koedam, bestuursvoorzitter van het expertisecentrum en hoofdredacteur van het blad: ‘In Drempel nemen wij u mee in de betekenisvolle ervaringen, voor, tijdens en na het sterven.’ En: ‘Wanneer wij het weten uit te houden in het niet-weten, zullen we ons kunnen openen voor het nieuwe. Het nieuwe dat zich in het verborgene van deze overgang schuilhoudt en waar ieders verlangen naar uit gaat, dwars door de angst heen.’

Op grond van deze beeldende beschrijvingen verwacht ik tweeërlei. Ten eerste, een open benadering van het sterven en de dood, zonder dogmatische standpunten. En ten tweede, nieuwe, geruststellende perspectieven op sterven en dood.

‘Drempel’ stelt in beide verwachtingen niet teleur. De vele persoonlijke beschrijvingen van ervaringen met het sterven en de dood, ademen een open sfeer die recht doet aan het adagium ‘leven met sterven’, iets dat in al zijn vanzelfsprekendheid toch nog bijzonder is en in wezen een kunstzinnige aanpak vraagt.

Naast de persoonlijke ervaringen biedt het blad een achttal lezenswaardige artikelen met meer objectieve informatie. Zoals:

  • wat gebeurt er als iemand sterft;
  • wat zijn de signalen waardoor we weten dat ‘het moment’ nadert;
  • vier aspecten van het zelfgekozen levenseinde;
  • hoe rituelen het sterven kunnen verlichten;
  • spirituele tradities binnen verschillende culturen.

Onder deze categorie valt ook het artikel van Pim van Lommel over levenseinde-ervaringen en bijna-doodervaringen, onder de titel ‘Sterven is net zo normaal als geboren worden’.

Veelzijdig en informatief is Drempel zeker. De veelzijdigheid wordt bevestigd door de ruime spreiding die we zien bij de sponsors (er staan geen advertenties in het blad): van de Iona Stichting, via onder meer een kloosterorde, een uitvaartonderneming, tot het UMC in Amsterdam.

Het is gelukkig zeer aan de tijd om het sterven en de dood te normaliseren en te humaniseren. Drempel draagt daar ondubbelzinnig aan bij.

Drempel is te bestellen via www.drempelmagazine.nl
Prijs: €8,95.

 

Fotos conferentie 2018

Geplaatst in: nieuws, uitgelicht | 1

Het bestuur van Wederzijds is verheugd dat er zo veel belangstelling voor de conferentie over euthanasie was. Meer dan 300 mensen hebben op 6 oktober aandachtig naar de vier sprekers geluisterd. De muziek op de lier gaf gelegenheid het beluisterde te laten bezinken en met frisse aandacht te open te staan voor de volgende spreker. En wat een fijne plek was de Geertekerk voor ons allemaal. Binnenkort wordt een impressie van de conferentie op de website gezet. Enkele reacties op de conferentie vindt u na al in onze najaarsnieuwsbrief.

We gaan door! Volgend voorjaar komt er bij uitgeverij Christofoor een boek uit ‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’. In dit boek komt een grotere groep auteurs aan het woord over gezichtspunten op en ervaringen met euthanasie.

 

Toename van euthanasie en zelfdodingen – Thom Kloes

Geplaatst in: nieuws, uitgelicht | 0

In 2017 zijn er bij de regionale toetsingscommissies 6585 toepassingen van euthanasie gemeld. Dat is ruim 4% van het aantal overledenen in dat jaar en ruim 8% meer dan in 2016. In de eerste negen maanden van 2018 zijn 4600 toepassingen van euthanasie gemeld. Hoewel euthanasie elk jaar meer voorkomt, is er momenteel sprake van een opvallende daling vergeleken met dezelfde periode in 2017.

In 2017 zijn 1917 zelfdodingen geregistreerd. Dat is ruim 1% meer dan in het jaar daarvoor. Onder jongeren (in de leeftijdsgroep van 10 – 30 jaar) steeg het aantal zelfdodingen opmerkelijk sterk: van 223 naar 276. In deze leeftijdsgroep is zelfdoding veruit de belangrijkste doodsoorzaak. Kijken we naar de kinderen (tussen 10 en 19 jaar), dan zien we een stijging van het aantal zelfdodingen van 48 naar 81: 50 meisjes en 31 jongens.

Hoewel erop wordt aangedrongen, is de achtergrond van de forse stijging van het aantal zelfmoorden bij jongeren nog niet onderzocht. Vaak worden de lange wachttijden in de GGZ als oorzaak genoemd, soms ook een ontoereikende kwaliteit van zorg, en vrijwel altijd de hoge drempel voor een crisisopname. Maar ook het overvolle, gestresste leven dat jongeren zouden leiden en de hoge eisen die aan hen gesteld worden in onze op prestatie gerichte maatschappij, zouden meespelen. Het is goed denkbaar dat zulke factoren van belang zijn, maar nieuw zijn ze niet en versterkt zijn ze in de afgelopen jaren nauwelijks. De stijging van het aantal zelfmoorden in 2017 bij jongeren is uit een heel andere bron te verklaren: copycat, kopieergedrag. Je met iemand identificeren die zichzelf om het leven heeft gebracht, blijkt, als je er toch al aan denkt een einde te maken aan je leven, een belangrijke stimulans te zijn dat ook daadwerkelijk te gaan proberen. Ook het romantiseren in de pers van persoonlijk leed of onvermogen dat tot zelfmoord heeft geleid, werkt in die richting. Er is reden om aan te nemen dat dit soort effecten de afgelopen tijd naar verhouding vaak aan de orde is geweest. Zelfmoord wordt in de pers niet meer omfloerst gebracht en is een ‘hot item’ geworden dat vaak de aandacht vraagt.

Daarbij komen nog andere invloeden, zoals de Netflixserie 13 Reasons Why. De serie draait om de zelfmoord van de 17 jarige Hannah Baker. Ze laat cassettebandjes achter, waarin ze mensen vertelt hoe zij hebben bijgedragen aan haar dood. De zelfmoord van het meisje (met een mes) wordt zeer expliciet in beeld gebracht en wordt voorgesteld als de enige mogelijke uitweg uit haar situatie. Vooral voor jongeren die zelf aan zelfmoord denken en zich herkennen in de hoofdpersoon, zal het bekijken van de serie een risico zijn.

Maakt het uit hoe je sterft?

Geplaatst in: nieuws, uitgelicht | 1

Een vraag, een indringende vraag. Interessant om na te gaan wat je eerste antwoord op die vraag zou zijn. Misschien is dat ‘nee’. Want dood is dood. Iets wat ons allemaal eens zal overkomen, vroeg of laat, hoe dan ook.
Misschien is het antwoord ‘ja, dat maakt uit’. Vaak wordt dan gedacht aan de omstandigheden waaronder je sterft: eenzaam en alleen of juist omringd door dierbaren. En aan dat wat er aan het sterven voorafgaat: de lichamelijke en psychische aftakeling, het lijden, de uitzichtloosheid. En de angst daarvoor.

Euthanasie

Angst is een belangrijk motief achter de vraag naar euthanasie. Dat wil dan niet zeggen, dat het altijd direct zichtbaar is achter de wens om ‘zelf uit te maken wanneer ik sterf’, ‘waardig te willen sterven, zonder lijden’. Wil iemand echt dood? Of wordt de doodswens ingefluisterd door de vrees voor het (verwachte) lijden?
We zijn eraan gewend geraakt om lijden te zien als iets nutteloos, iets om te vermijden. Maar als je terugkijkt op je leven, dan zijn het vaak de momenten van lijden waarin je het meest hebt geleerd, waarin je jezelf het meest hebt ontwikkeld. We staan voor de opgave ook de betekenis, de zin van het lijden voor het levenseinde te onderzoeken en te wegen.

Waar dat toe leidt, hangt samen met het mensbeeld dat je eigen is. Als je het beeld hebt dat er niets na de dood is, waarom zou je er niet gewoon uitstappen als dat kan? Als je vertrouwen hebt dat je na de dood bij God komt, heb je een uitzicht, dat troostend kan zijn (maar niet altijd is). Voor mensen die geen religieuze achtergrond hebben, is het de uitdaging om een beeld te maken dat bij hen past.
Maar hoe? Betekent doodgaan werkelijk het einde?

 

auteur: Thom Kloes

‘De stekker gaat eruit…’

Geplaatst in: nieuws | 0

Kortgeleden hoorde ik dat iemand door euthanasie zou overlijden. De persoon in kwestie, licht dementerend, had gezegd: ‘Volgende week gaat de stekker er uit’. De uitdrukking bleef bij me hangen. Wonderlijk beeld eigenlijk. Via een stekker krijgt een apparaat energie vanuit het elektriciteitsnet. Als de stekker eruit gaat vervalt het verbindingspunt en werkt het apparaat niet meer. Het beeld, toegepast op het leven en op de beëindiging ervan, levert twee vragen op die van belang lijken: Waar komt het leven vandaan, hoe stroomt het bij ons binnen? En ook: wat gebeurt er als je het verbindingspunt met het leven doelbewust loslaat?

Ineens herinnerde ik me een passage uit ‘Het teruggevonden licht’ van Jacques Lusseyran. Lusseyran beschrijft een moment tijdens zijn gevangenschap in concentratiekamp Buchenwald in 1944. Hij was daar terechtgekomen omdat hij bij het verzet betrokken en verraden was. Hij wordt op een dag door zijn kameraden naar de ziekenbarak gedragen, met 41 graden koorts. Ondanks de hoge koorts beleeft hij lucide helder hoe zijn organen een voor een uitvallen. Zijn hart klopt nog heel zacht. Zijn lichaam kronkelt van de pijn, maar het wil nog niet heengaan. En dan, op het randje van de dood, beleeft hij:

“Heb ik gezegd dat de dood zich van mij meester had gemaakt? Als ik dat gezegd heb was dat een vergissing. Ziekte en pijn wel, maar de dood niet. Integendeel, het leven, ja, hoe ongelooflijk dit ook klinkt: het leven had geheel en al bezit van mij genomen; nog nooit had ik zo intens geleefd. Het leven was in mij substantie geworden. Die drong bij mij binnen met een kracht die duizendmaal sterker was dan ikzelf. […] Het kwam als een helder glanzende golf, als een liefkozing van licht naar me toe. […] Het raakte me aan en sloeg als een golf over me heen; ik liet me erop drijven. Vanuit het diepst van mijn verwondering stamelde ik namen, of nee, ik sprak ze niet uit, ze klonken vanzelf: voorzienigheid, beschermengel, Jezus Christus, God. Ik probeerde niet om na te denken. Ik dronk aan de bron. En weer dronk ik en weer en weer. Deze hemelse bron wilde ik niet meer verlaten! […] Het was het Leven dat mijn leven behoedde. […] De enige strijd die ik te strijden had: ik mocht niet toestaan dat de angst mijn lichaam zou overweldigen. Want angst doodt, maar vreugde schenkt leven.”

Een groter contrast is er niet: de enorme dankbaarheid voor de verbinding met het leven zelf, tegenover de intentie om de verbinding met het leven te (laten) verbreken.

Waar maak je je dan bij euthanasie van los? Mijn indruk is dat we, bij een normaal verlopend sterven, worden afgehaald en begeleid naar een nieuwe vorm van leven. Gedurende het sterfproces groeien we daar naartoe. Van dat geleide naar die andere vorm van leven getuigen ook velen die een bijna-dood-ervaring meemaakten. Zal dat geleide er wel voor je zijn als je hier niet meer wilt leven en zelf de verbinding beëindigt, ‘de stekker eruit trekt’?

Een bijzonder familie-initiatief
Ingrid Deij

Geplaatst in: nieuws, uitgelicht | 0

Tijdens het gesprekscafé kwamen we op ‘versterven’ als manier om in eigen regie te overlijden. Daarbij bracht iemand een eigen ervaring in, die ons allemaal raakte. Voor mij aanleiding om het betreffende echtpaar thuis te interviewen. Daar mocht ik ook een deel van de DVD met de gesprekken zien, die door de familie met Vader in de periode voor zijn dood waren gevoerd.

Hoe zijn die gesprekken met Vader ontstaan?

“Het speelde al langer door mijn hoofd: ‘Mijn vader wordt oud, we moeten hem nu toch eens vragen hoe zijn leven is geweest. Hij weet nog zoveel van vroeger, dat mag niet verloren gaan’. Vanuit dat idee heb ik met alle familieleden besproken of ze wilden meewerken aan gesprekken met vader, die we dan zouden filmen. Bijna iedereen heeft meegewerkt, één kleinkind was op wereldreis. Ik heb toen mijn vader’s leven ingedeeld in periodes en bedacht de onderwerpen die daarbij zouden passen. Iedereen heeft een bepaalde levensperiode met vader besproken, waarbij hij of zij zelf vragen rond die onderwerpen bedacht. We hebben op drie zaterdagen 2 uur met hem gepraat en alles is opgenomen.   Er was een lichte en hartelijke stemming. Het was heel rijk om dat zo samen te doen, ook voor vader, die zelf niet meer zo goed zijn levensverhaal kon overzien. Hij was heel helder en kon goed op de vragen ingaan. We kregen een indruk hoe vitaal hij nog was, maar ja, hij fietste tot kort daarvoor dagelijks nog 10 kilometer, of wandelde een uur lang, hoewel hij al in de negentig was!”

Hoe was het voor hem, om dit te doen?

“Hij werkte volop mee – en verraste ons ook. Na het eerste gesprek stond hij ineens op, liep naar het kabinet, haalde er een papier uit en las het ons voor. Het was een verklaring dat voor hem het leven wel voltooid was. Zorgen voor zijn vrouw hoefde niet meer nu zij was overleden, hij was niet meer zo mobiel nu hij met een rollator moest lopen en fietsen helemaal niet meer ging, hij kon niet meer volgen waar zijn kleinkinderen mee bezig waren. Zijn verjaardag vieren op de boot, zoals al heel lang gebeurd was, zou niet meer kunnen omdat hij met zijn rollator niet meer aan boord kon komen. Uitdrukkelijk maakte hij kenbaar: laat me gaan, ook reanimeren hoeft niet meer. Hij had zelfs een kopietje ervan gemaakt voor iedereen. Hij deed dat na het tweede gesprek nog eens.”

En toen?

“Een nichtje van me is huisarts. Zij vroeg hem of hij dan direct wilde sterven. ‘Nee, maar als het moment daar is, is het goed’. Achteraf kregen we pas in de gaten, dat hij vanaf dat moment bijna niet meer at. Heel sober. Eerst merk je dat niet, maar ik kwam elke week met een bak Chinees eten bij hem langs, en realiseerde me ineens: ‘Wacht eens eventjes, ik zit dit in mijn eentje te eten…’ Vader heeft daar nooit iets over losgelaten, hij deed het gewoon. Hij dronk wel een beetje.

Hoe lang heeft dat geduurd?

“Die gesprekken waren in januari, en zo rond eind juli, begin augustus, ging het zo slecht met hem dat we met elkaar een rooster hebben gemaakt, zodat er continu iemand bij hem kon zijn. Er is ook wat thuiszorg ingezet. Hij kwam toen zijn bed niet meer uit en hallucineerde soms. Hij zei op een bepaald moment wat bozig, dat hij niet onnodig in leven gehouden wilde worden, voor hem was het genoeg. We spraken af dat de huisarts maandag langs zou komen. Daar waren wij, zijn drie kinderen, die met de arts spraken over zijn euthanasiewens. Eerder had hij dat zelf al met de arts besproken. De arts zei: ‘Het is goed,ik zal het proces ervoor in gang zetten’. Wij gingen weer naar vader terug, en zagen nog net hoe hij zijn laatste adem uitblies. De strijd was gestreden.

Over zijn uitvaart had hij nog wel aangegeven, dat hij verwachtte dat iedereen dan wat zou zeggen. Zo hebben we het ook gedaan, van jong tot oud. Zijn as hebben we, samen met die van moeder, uitgestrooid op het punt waar de Hollandse IJssel uitstroomt in de Maas – daar ligt ook onze boot waar hij zo graag kwam. Zo wilde hij dat. Vader heeft als jonge man een periode lang op zee gevaren.

En hoe was het voor jullie om met hem over zijn leven te praten?

We hebben dit ongeveer een jaar lang voorbereid, we moesten eerst goed bedenken hoe we dit wilden doen. Hij was altijd heel alert, hield de politiek bij, gebruikte allerlei nieuwe snufjes zoals de chipknip als eerste, om mensen te prikkelen met de tijd mee te gaan. Maar toen hij een rollator moest gebruiken veranderde zijn leven toch wel. Veel wat voor hem waardevol was geweest viel weg.

Die gesprekken waren fijn om te doen. Achteraf zijn we in veel opzichten blij dat we dit met hem gedaan hebben. Het is gedocumenteerd, het geeft een mooi beeld van hoe hij was. Weet je, we hadden puur de opzet om hem over zijn leven en over de familie-geschiedenis te vragen nu het nog kon, het was niet bedoeld als afscheid. Pas na die eerste ochtend, waarbij hij ineens met die verklaring kwam, werden we wakker. Het was kostbaar voor ons allemaal.

Van Betekenis tot het einde

Geplaatst in: nieuws, uitgelicht | 0

Wederzijds werkt al jaren samen met ‘Van Betekenis tot het einde’, als zogeheten ‘stakeholder’. Op de website van dit initiatief vindt u allerlei hulpmiddelen om met uw familie en vrienden in gesprek te gaan over uw wensen rondom het levenseinde. Nieuw toegevoegd is nu een ‘format’ om in een brief het gesprek aan te gaan over zaken die u rond het levenseinde belangrijk vindt. U vindt nog veel meer mogelijkheden op:
https://www.ikwilmetjepraten.nu/praten-met-je-naasten/
Een fijne website om eens rond te kijken en je te laten inspireren door filmpjes, podcasts e.d.

Niet-reanimeren-penning Patiënten Federatie

Geplaatst in: nieuws, uitgelicht | 0

“Ik verbied iedereen, onder alle omstandigheden, elke vorm van reanimatie op mij toe te passen”. Dat is de duidelijke boodschap die dragers van een niet-reanimeren-penning geven aan hulpdiensten en zorgverleners. De penning is een draagbare wils-verklaring. Door de penning geven mensen aan hulpverleners aan, dat zij bij een hartstilstand niet geholpen willen worden. De Patiëntenfederatie geeft de penning uit op verzoek van het ministerie van VWS. Het is een neutrale penning die los staat van een eventueel lidmaatschap van de NVVE, die de penning eerder uitgaf. Met de overdracht naar de Patiëntenfederatie is er niet alleen voor de dragers, maar ook voor hulpverleners een herkenbare neutrale penning. De ‘oude’ penning van de NVVE blijft overigens wel geldig. Iedereen die dat wil kan nu de penning aanvragen en zo een voor hen belangrijke wens kenbaar maken.

De penning is te bestellen voor € 37,50 via www.patientenfederatie.nl/penning, maar ook telefonisch via 030-2916700. In de begeleidende folder worden mensen gestimuleerd om hun wens niet gereanimeerd te worden ook te bespreken met hun naasten en (huis)arts. Zo kan de wens ook geregistreerd worden.

Orgaandonatie
John Hoogervorst

Geplaatst in: nieuws | 0

 Kortgeleden werd ook door de Eerste Kamer een wet aangenomen waarin wordt bepaald dat diegenen die daaromtrent niets vastleggen, daarmee aangeven na hun overlijden geen bezwaar te hebben tegen het gebruik van hun organen als donororgaan.

De vragen rondom orgaandonatie leven al langer en zullen door de nieuwe wet zeker niet verstommen. De meest brisante vraag is de volgende: wanneer is een mens overleden en zijn de criteria die daarvoor in de  geneeskunde gehanteerd worden correct? Met andere woorden: worden donororganen werkelijk na de doodafgestaan, of is het zo dat ze nog bij levenworden uitgenomen? Het ´hersendood-criterium´ dat nu gehanteerd wordt is op zijn zachtst gezegd verdoezelend: wie hersendood is leeft nog. Wie hersendood is én heeft aangegeven orgaandonor te willen zijn of daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, zal  komen te overlijden tijdens de operatie om de organen ´uit te nemen´. De toekomstige nabestaanden, die (meestal)  zonder daarvan het fijne te weten, mogelijk desgevraagd toestemming verlenen de organen van hun familielid te doneren, worden vervolgens verzocht afscheid te nemen van hun partner of familielid, die weliswaar buiten bewustzijn is, maar nog altijd leeft.

Zoals achter vele actuele vraagstukken gaat hierachter een fundamentele vraag schuil. Het is de vraag die ieder mens die in deze tijd leeft moet beantwoorden, in en door de praktijk van zijn leven, zelfs wanneer hij zich niet bewust is van het feit dat deze vraag er is. Die vraag hangt samen met het mensbeeld dat je er op na houdt en zou als volgt verwoord kunnen worden: is de mens niets meer en niets anders dan een lichamelijkheid waarin zich allerlei complexe processen  afspelen; of is de mens een wezen dat zich tijdens het leven op aarde van een lichaam bedient en dat vóór de geboorte en ook ná de dood een bestaan kent?

Op een huis-, tuin- en keukenmanier kan deze vraag ook zó gesteld worden: valt u samen met uw lichaam – of bent u nog iets meer of iets anders dan dat? Wie van de tweede optie overtuigd is, zal begrijpen dat de dood, net als het geboren worden, geen kwestie van een knop is die op ´uit´ of ´aan´ gezet wordt. Het uitblazen van de laatste adem is deel van een proces, het stervensproces, dat met het uitblazen van die laatste adem nog niet voltooid is. En ´hersendood´ is de mens zelfs nog vóórdat hij zijn laatste adem uitblaast. We laten die vraag staan – ieder die dat wil vormt zijn eigen antwoord op die vraag en verbindt daar zijn zelfgekozen  conclusies aan. Daar de nieuwe wet bepaalt dat mijn organen na het moment dat door de medische wetenschap als het sterfmoment  is uitgekozen, mogen worden ´uitgenomen´ – het geldt voor de uwe ook – is de wetgever kennelijk van mening dat mijn lichaam – net als het uwe – onder de beschikking van de staat valt op het moment dat de wetenschap zegt dat het overleden is. Alsof ik mijn lichaam – en u het uwe – in bruikleen van de staat heb.

Je kan toch laten registreren dat je géén donor wilt worden? Ja dat kan.

Ondertussen vraag ik mij wel af hoe dat zit met grote groepen mensen die zich niet kunnen registreren als niet-donor. Ouderen zonder computer, mensen die niet kunnen lezen,  mensen die de taal niet voldoende machtig zijn, mensen die de grootst mogelijke moeite hebben welke officiële brief dan ook te begrijpen, mensen die er domweg geen idee van hebben dat deze wet straks in werking treedt, mensen die geen idee hebben dat deze wet ook over hen gaat. Dat zijn er werkelijk wel een paar miljoen maar het aantal is niet van doorslaggevend belang. Al was het er maar één. En daarnaast zijn er nog de mensen die geen idee hebben van de realiteit achter het ´hersendood-criterium´ en die mogelijk tot een andere beslissing zouden komen wanneer dat wel het geval zou zijn.

Mijn conclusie kan in drie varianten worden verwoord:

  • Een wet die zonder expliciete toestemming van de betrokkene toestaat dat zijn organen worden uitgenomen, is uitdrukking van een volkomen verachting voor de integriteit van het menselijk wezen.
  • Wie dat wil, hij schenke, voor of nadat hij gestorven is, zijn organen aan een ander. Dat kan een daad van grote menselijkheid zijn. Wie meent het recht te hebben een ander, gestorven of niet, de organen te ontnemen zonder dat die ander daarin bewust en in vrijheid heeft toegestemd, begaat een misdaad.
  • Het antwoord op de vraag ´wat is de mens?´ is een antwoord dat ieder van ons zelf formuleert: door dat wat hem hierover tot bewustzijn is gekomen en door dat waarmee hij zijn leven inhoud geeft. Het gaat niet aan dat een instantie van buiten (zoals de staat) op deze vraag een uniform en algemeen geldend antwoord geeft.
auteur: John Hoogervorst

Dit artikel verscheen eerder op de website www.driegonaal.nl

 

Leestip over gezichtspunten rondom orgaandonatie en -transplantatie:

Matthijs Chavannes: “Orgaantransplantatie en –donatie” – een spirituele visie / Pentagon