Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2020

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2020

NIEUW OP DE WEBSITE
‘Stervensbeschouwelijke vragen’

Bij het ouder worden maken velen hun testament op, en daarnaast eventueel ook een levenstestament. In een uitvaartcodicil kan men eigen wensen rondom het afscheid vastleggen. Dat zijn min of meer uiterlijke zaken die op weg naar het levenseinde ‘geregeld’ willen worden. Deze documenten vormen een hulp voor de nabestaanden om in de geest van de overledene te kunnen handelen als het zo ver is.
Sterven, mijn eigen sterven, heeft echter ook een ‘binnenkant’ die voorbereid wil worden. Daarvoor is niet altijd ruimte, tijd en de juiste gesprekspartner te vinden. Misschien gaan we zelfs wel het beste met onszelf in gesprek, om ons te bezinnen op het eigen leven en sterven.

Vanuit het bestuur van Wederzijds is het initiatief genomen om voor zulke bezinningsmomenten een reeks vragen aan te reiken. Zo staat er sinds kort een lijst met zulke ‘stervensbeschouwelijke vragen’ op de website. Denkt u daarbij o.a. aan: ‘Wat ligt er in mijn leven wat nog niet klaar is, wat ik nog zou willen afronden of afmaken?’ of ‘Hoe denk ik dat het er ‘aan de andere kant’ uitziet, wie zou ik daar misschien terugzien?’
Deze lijst, die u ook kunt downloaden, bevat naast deze vragen ook beknopte informatie over de documenten met een medisch en/of een juridisch karakter en bevat links die leiden naar informatieve websites over deze aspecten van het levenseinde.
U vindt dit hier op onze website.

Vragen stellen aan jezelf?
Ingrid Deij
Er is moed en innerlijke ruimte nodig om met zulk soort vragen te leven. Terugkijken op het eigen leven kan immers alleen vanuit eerlijkheid ten opzichte van jezelf. Er is, zoals bij iedereen, in de loop van de jaren veel gebeurd dat misschien beter anders had kunnen gaan. Zaken waarover ik nog spijt of verwijt beleef, wat me bedrukt of bezighoudt. Vanuit de gedachte dat het mogelijk is om die ‘losse eindjes’ van het eigen leven alsnog af te hechten, kan ik in beweging komen. Proberen nog contact te zoeken, dingen uit te praten en af te ronden. Zelfs moeilijkheden met mensen die inmiddels zijn overleden kunnen worden afgerond, door bijvoorbeeld een brief aan deze mens te schrijven, waarin stap voor stap wordt opgeschreven waar de schoen wringt en wat ik daarbij innerlijk beleef, waarbij geleidelijk ook positieve kanten gaan oplichten. Daarnaast kan een biografisch gesprek of een zielzorg-gesprek, waarin deze moeilijkheden worden uitgesproken, lucht geven. Er ontstaat dan meer ruimte van binnen. Het gaat om verwerken, misschien ook vergeven, om kunnen loslaten, zodat we verder kunnen.
Zo raken we in staat om de verantwoording voor ons eigen leven op ons te nemen. Zo kunnen we ons leven ‘voltooien’. In vrijheid, op eigen initiatief, autonoom.

THEMA ‘CONTACT NA DE DOOD’

bruggen-tussen-leven-en-dood.jpg‘Bruggen tussen leven en dood –
ontmoetingen met gestorvenen’
Iris Paxino

ISBN 9789060389195

Zoals in de voorjaars-nieuwsbrief al werd aangekondigd, is kortgeleden de Nederlandse vertaling van ‘Brücke zwischen Leben und Tod’ verschenen bij uitgeverij Christofoor.

Enkele citaten uit het voorwoord, geschreven door Thom Kloes:
‘Ik zie het wel als het zover is.’ Dit is een veelgehoorde, nuchter klinkende uitspraak als het gaat over de vraag wat er na de dood is. Begrijpelijk, want zo’n uitspraak kan ons beschermen tegen al te speculatieve voorstellingen over ‘het leven na de dood’, voorstellingen waarin wensdromen tot uitdrukking komen, of angstvisioenen zichtbaar worden die in de loop van de tijd zijn opgebouwd.
Niettemin, voorstellingen over de dood en wat er daarna gebeurt zijn ruim voorhanden. Ze kunnen zeer van elkaar verschillen omdat het gedachtegoed waaruit ze voortkomen sterk contrasteert; het kan uiteenlopen van materialistisch tot spiritueel of van agnostisch tot kerkelijk.
Maar het hebben van theoretische voorstellingen en gedachten over het leven na de dood zal niemands sterven minder pijnlijk maken en stervensangst niet of nauwelijks verlichten, ook niet als die voorstellingen religieus of spiritueel van aard zijn. Onze voorstellingen en gedachten krijgen pas werkelijk betekenis als we ze persoonlijk hebben verworven, vaak met de nodige inspanning. Hoe meer we existentiële uitgangspunten over leven en dood op eigen kracht veroveren en bewust in ons wezen opnemen, hoe groter hun impact op ons dagelijks leven is, op ons vermogen om stervenden bij te staan, en op de wijze waarop we zelf sterven.

Tot dit inzicht kwam Iris Paxino na haar studie, in haar psychologische adviespraktijk. Ze werd zich ervan bewust dat er meer nodig is dan kennis, om de processen die mensen tijdens en na hun sterven doormaken te kunnen begrijpen en te kunnen doorleven. Dat vraagt een intense verbinding met anderen. Hoe ontmoet je mensen, hoe neem je het wezenlijke van anderen in jezelf op? Om daarvan enigszins een vermoeden te krijgen, bleek een scholingsweg nodig te zijn waarin je liefde ontwikkelt als een kracht die je over de grenzen van leven en dood heen kunt laten uitstralen. Iris Paxino beschrijft in dit boek de intensieve scholingsweg die ze ging en steeds weer gaat, de vaardigheden, de ervaringen en inzichten die haar dat bracht en brengt.

Het lezen van Bruggen tussen leven en dood geeft een fascinerende inkijk in de aangrijpende ervaringen van overledenen met wie Iris Paxino zich heeft kunnen verbinden. Maar daarin schuilt niet de eigenlijke betekenis. Die is daar te vinden waar zij beschrijft hoe de kloof tussen het leven voor en na de dood wordt overbrugd. Daar dus waar ervaarbaar is hoezeer leven en dood met elkaar zijn verweven en op elkaar inwerken.
De hieraan gewijde teksten maken helder ‘wat een goede dood vraagt van ons leven’. Anders gezegd: wat we na onze dood doormaken bepalen we in hoge mate hier en nu tijdens ons aardse leven. En we kunnen kiezen: bepalen we dat wetend en bewust of onwetend en onbewust?

Het voorwoord bevat nog meer grote vragen, vragen over de consequenties van wat Iris Paxino door haar ontwikkelde vaardigheden heeft waargenomen bij haar contact met gestorvenen. Teveel om hier te vermelden.
Leest u vooral zelf dit belangrijke boek!

In onderstaand interview met Iris Paxino, door Ralf Lilienthal voor het Duitse maandblad A Tempo, kunt u meer lezen over hoe deze bijzondere vrouw zeer intensief heeft geoefend om tot authentieke waarnemingen te komen.



Iris-Paxino.jpgIris Paxino in gesprek met Ralf Lilienthal
Bruggen tussen hier en ‘de andere kant’

uit: A Tempo Nr 227

Voor wetenschappelijk opgeleide lezers vormt het boek ‘Bruggen tussen leven en dood’ een dubbele uitdaging. Want het gaat, zoals in de ondertitel staat, over ‘Ontmoetingen met gestorvenen’, een gebied dat gewoonlijk is voorbehouden aan het geloof. Maar tegelijk komt dit boek zo traditioneel en zo volledig door eigen waarnemingen onderbouwd over, dat de inhoud ervan niet zonder meer kan worden afgedaan als ‘esoterische fantasieën’. Ralf Lilienthal heeft de auteur van het boek opgezocht in haar Stuttgartse praktijkruimte en voegt ook zijn indrukken en vragen toe. Iris Paxino is psychologe en deed wetenschappelijk onderzoek naar bijna-dood-ervaringen.

Ralf Lilienthal | Beste Mevrouw Paxino, hoe wordt er tegenwoordig omgegaan met het thema ‘sterven’ en ‘dood’?

Iris Paxino | Net als vroeger kijken veel mensen weg, in de greep van hun angst, als ze worden geconfronteerd met deze existentiële thema’s. Maar de ban lijkt gebroken. Met iedere nieuwe generatie komen we een stukje verder weg van het grote taboe van de 20e eeuw. Alleen al de hospice-beweging is een aanwijzing in deze richting. Dat zie ik ook in mijn praktijk. Als ik vraag: ‘Voelt u iets van uw man’, of ‘uw moeder’, of ‘uw kind?’, dan zeggen de mensen: ‘Ja, ik merk dat de gestorvene heel dichtbij is’. Of ook wel: ‘Hij is veel te ver weg’. Bijna altijd kunnen ze met mijn vraag ervaringen verbinden die ze volledig reëel meemaken.

RL | Daar komt bij dat de wortels van uw intensieve uiteenzetting met het thema ‘Dood’ tot ver in uw jeugd teruggaan…

IP | Ik ben in Roemenië opgegroeid. Daar is de dood veel dichterbij dan hier, vooral in de dorpen. Het lichaam wordt thuis opgebaard, gewassen en later in de kist door de straten naar het kerkhof begeleid. Natuurlijk rouwen mensen daar net zo goed als wij, maar het sterven hoort daar bij het leven. Ik had heel gevoelige ouders, die als vanzelfsprekend verbonden waren met de geestelijke wereld, zonder dat ze er dogmatisch over deden. Concreet was het de verrassende dood van mijn grootmoeder, die ik boven alles liefhad, die dit levensmotief voor het eerst aanraakte. Ik kon niet begrijpen dat ik haar niet meer zou zien, niet meer zou kunnen aanraken. Toen ze een tijd lang steeds weer heel herkenbaar in mijn dromen verscheen, begon ik te begrijpen: er zijn dus kennelijk tussenwerelden, bruggen tussen hier en daar. En, als zij als gestorvene mìj kan vinden, moet ik dat toch omgekeerd ook kunnen.
Het thema ‘dood’ laat Iris Paxino niet meer los, ook als haar omgeving ingrijpend verandert. Haar ouders trekken eerst naar Griekenland, later naar Duitsland. Na haar middelbare school studeert ze literatuurwetenschap, pedagogiek en psychologie. Zowel haar doctoraalscriptie als haar proefschrift wijdt de beginnende psychologe aan het thema van de bijna-dood-ervaring. Drie jaar lang bestudeert ze alle bronnen en wetenschappelijke onderzoeken over dit thema en legt uiteindelijk in 300 bladzijden een promotie-onderzoek op tafel, inclusief een onderzoek gebaseerd op zelf-afgenomen interviews. Maar als ze in het ziekenhuis werkt en later in haar eigen advies-praktijk wordt haar potentieel pas echt wakker.

IP | Ik heb toen gemerkt dat het werken met stervende mensen voor mij van meet af aan heel vertrouwd voelde. Het ging er niet om iemands hand vast te houden of om moed in te spreken, maar om te merken dat er in de ziekenkamer ‘aanwezigen’ waren, onzichtbare begeleiders op de weg – wezens die de overgang van de stervende voorbereiden, en andere wezens die hem aan de andere kant van de drempel ontvangen. Ook was na het sterven de patient niet ineens ‘weg’, ik kon zijn wezen nog aanvoelen. Zo werd me duidelijk dat ik een scholingsweg moest aangaan, om zulke processen steeds bewuster te beleven en te kunnen begrijpen.
De doelbewust opgepakte antroposofisch-meditatieve scholing en de (zoals zij dat noemt) ‘heel concrete beschrijvingen van de ontwikkelingsweg van de mens’ maken het Iris Paxino mogelijk om haar eigen aanleg en vaardigheden op dit gebied te verdiepen en uit te breiden.

IP | Sommige belevenissen overkwamen me als een genade. Maar het was ook duidelijk dat ik die ervaringen vanuit mijn wil dichterbij kan brengen. Door meditatie, door jarenlang oefenen, want het denken op zich is niet voldoende. Er zit extreem veel werk en serieuze inzet in – en liefde. Liefde is de sleutel tot alles. Dat heeft te maken met kunnen ontmoeten, met de bereidheid om ernaar te kijken, me te openen. Al het sociale moet verbonden zijn met liefde, wil het goed worden. Dat begint al in het alledaagse en in hoe je mensen ontmoet. Maar het houdt niet op bij de drempel naar de andere kant! Het is de meditatie die de ruimte vormt waarin je ontmoetingen met de geestelijke wereld kunt hebben – met elementenwezens, met engelen en met gestorvenen.
Terwijl Iris Paxino spreekt wordt steeds duidelijk dat ze – op basis van wat ze zelf heeft beleefd – een beeld schetst dat niet alleen het wereldbeeld van de natuurwetenschap maar ook de confessioneel-christelijke voorstellingen van ‘gene zijde’ overstijgt.

IP | Onze christelijke cultuur heeft een heel statisch beeld van het sterven en van wat er daarna komt. Want het gaat er niet om dat we wachten op de verlossing. Ook het over de drempel gaan en al die verschillende ervaringen, die daarna komen, hebben heel veel te maken met onze eigen activiteit. We zijn ervoor en erna verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Maar dit hele stuk blijft donker en onbegrijpelijk zonder de begrippen ‘reïncarnatie’en ‘karma’. Die moet je je uiterst concreet voorstellen. Al sinds mijn kindertijd sprak voor mij het idee van de individuele wedergeboorte en het persoonlijke lot vanzelf. Door de antroposofie kon ik dat nog uitdiepen. Maar het is wel wat anders om erover te lezen, dan het ook echt zelf te beleven. Intussen schijnen deze geestelijke feiten niet meer zo totaal absurd te zijn. Dat is in de laatste jaren erg veranderd. Bij enquêtes blijkt dat zo’n beetje de helft van de Duitse bevolking tegenwoordig in reïncarnatie gelooft.
Wat in de hele maatschappij geldt, een toenemende openheid voor ervaringen ‘vanaf de andere kant’, vindt Iris Paxino ook bevestigd in het werk met haar patiënten, met mensen die zeker niet alleen uit de kleine kring van spiritueel geïnteresseerden komen.

IP | Ik werk nooit als ‘medium’, als ‘helderziende’, als iemand die boodschappen van de andere kant overbrengt. In plaats daarvan doe ik met het grootste deel van mijn patiënten meditatieve oefeningen, en zij komen dan zelf tot het beleven van hun gestorvenen of van hun engel. Daarbij ben ik vaak verrast hoeveel mensen bereid zijn om deze weg mee te gaan. Maar dat lukt ook echt, je hoeft ze alleen maar te begeleiden. Door ervaringen bij het sterven van een mens van wie je houdt, door het pijnlijke gemis ben je losser en sta je meer open voor eenvoudige oefeningen. Wel is het belangrijk om goed geworteld te blijven in de werkelijkheid en om heldere, onvervalste waarnemingen te hebben. Daarom bestaat het begin altijd uit het zich verbinden met de lichte kracht van de eigen beschermengel, die ons steunt en leidt. Dat is een kracht waar je je altijd op kunt richten, die iets moederlijks, omhullends heeft.

RL | Wat zijn de beweegredenen van mensen die met sterfgevallen en met overledenen te maken hebben, om naar u toe te komen?

IP | De gedachte dat er bruggen zijn tussen de werelden is voor veel mensen een bevrijding. De achterliggende reden waarom mensen zulke bruggen zoeken is heel individueel. De een begrijpt niet waarom een mens sterft, speciaal als het gaat om een onschuldig kind. Een ander kan het verlies niet verwerken. Er komen nabestaanden van zelfmoordenaars die gevangen zitten in diepe duisternis bij me, of vrouwen die nog tientallen jaren na een abortus worstelen met de gevolgen van hun beslissing. En steeds weer beleven mensen hoe belastend het is, als gestorven zielen blijven hangen; dat kan zelfs leiden tot lichamelijke ziektes.

RL | Wat betekent dat: ‘blijven hangen’?

IP | Iedereen kan op elke trap van zijn leven in een crisis terechtkomen. Zo’n crisis kun je gebruiken om een ontwikkelingsstap te maken. Maar het kan ook zijn, dat je in elkaar klapt en er niet meer uitkomt. Dat geldt ook nà de dood – want wij dragen allemaal onopgeloste zaken met ons mee over de drempel! Degene die veel met zich mee sleept, iemand die onvoorbereid is of die vol angst zit, kan na de dood lang blijven steken in zijn ontwikkeling. Dat is dan belastend voor de partner, de familie of zijn verdere sociale omgeving. Zulke gestorvenen moeten dan regelrecht worden begeleid op hun weg, door hun blik in een andere richting te leiden.

Hier moet er een einde komen aan het gesprek. Want Iris Paxino zou nog kunnen spreken over verdere ontwikkelings-stappen van gestorvenen in de verschillende bereiken van de geestelijke wereld, maar dat vraagt een langere ‘adem’ dan dit interview. Maar opvallend is: zelfs als ze over heel ‘verre’ sferen spreekt is haar gedachtengang niet nevelig of zweverig, maar getuigt van een indrukwekkende ‘innerlijke logica’. Dat moet je kunnen uithouden. En misschien moeten we dat ook een keer willen proberen uit te houden – het gaat toch om een thema dat ons, met elke dag die ook weer voorbij is, meer aangaat .

WORKSHOPS WEDERZIJDS IN WINTER EN VOORJAAR

Ontwikkelen van inzichten en ervaringen rond het voortbestaan na de dood

Elke opvatting over euthanasie wordt bepaald door opvattingen over de dood. De grote vraag daarbij is of de dood het einde betekent van ons bewustzijn, of dat er iets van ons voortleeft. Om een beeld van een eventueel leven na de dood te vinden, schetst Jaap van de Weg (arts) een weg om daar zoekend, denkend en ervarend dichter bij te komen. Hieraan wordt in deze langere workshop (anderhalve dag) gezamenlijk gewerkt.

Datum:
vrijdag 11 december (20-22 uur) en
zaterdag 12 december (09.30-16.30 uur, inloop vanaf 09.00 uur).
Plaats: gebouw Helicon, Socrateslaan 22A, 3707 GL Zeist.
Kosten: € 52,50. U ontvangt na afloop van de workshop een factuur.
Maximaal 16 deelnemers. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Aanmelding: persoonlijk bij Thom Kloes via info@wederzijds-stervenscultuur.nl


Het loslatingsproces voor en na de dood

In de laatste levensfase kunnen we nog tal van nieuwe ervaringen opdoen, voordat we echt klaar zijn om te sterven. Een ervan is het durven en kunnen loslaten. Maar ook andere ervaringen zijn van wezenlijk belang. Bij euthanasie maak je die essentiële fase niet of heel anders mee. Wat mis je dan?
Na een korte inleiding over het boek ‘Het maakt uit hoe je sterft’ door Joukje Pothoven bespreekt Luc Vandecasteele (arts) welke ervaringen en perspectieven er aan de orde zijn, zowel voor als na het sterven. Na zijn inleiding worden, in gezamenlijk gesprek, persoonlijke vragen en ervaringen uitgewisseld.

Datum: 20 februari 2021
Plaats: Gemeentezaal van de Michaelkerk in Veldhoven, Dorpsstraat122, 5504 HL Veldhoven
Aanmelding via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

Maximaal 15 deelnemers.
Kosten: € 17.50. U ontvangt een factuur voor de kosten na bijwonen van de workshop.


‘Mijn levenslot en ik – wat heb ik ervan gemaakt?

Workshop met Jolien Wilmar, biografisch schrijver bij ‘Het levensverhaal’
www.hetlevensverhaal.com

Wanneer het grootste gedeelte van het leven is geleefd en het einde in zicht komt, groeit vaak de vraag: Heb ik er eigenlijk wel toe gedaan in dit leven? Heb ik ervan gemaakt wat de bedoeling was?

Tijdens deze schrijf-workshop gaan we onderzoeken welke weg we in dit leven hebben afgelegd. Dit doen we aan de hand van concrete schrijfoefeningen. We hebben een hele dag de tijd om de volgende thema’s te onderzoeken:
Wat kreeg ik van huis uit mee? Waarin heb ik mij ontwikkeld?
Welke eigen besluiten heb ik genomen? Wat heb ik geschonken in het leven?
Wat heb ik in beweging gezet, wat heb ik aangericht?
Wat was/is de drijvende kracht in mijn leven? Wat wil ik nog leren, ervaren of doen?
Schrijfervaring is niet nodig.
Er wordt gewerkt in kleine groepen (binnen de coronaregels)
Tussentijds vinden er momenten van uitwisseling plaats.
Er is voldoende tijd voor het delen van het geschrevene.
Daarbij is iedereen vrij om het geschrevene al dan niet in de groep voor te lezen.

Datum: 24 april 2021
Plaats: Gemeentezaal van de Johanneskerk, Badhuisweg 27, 7201 GM Zutphen
Tijd: 10.30 tot 16.30 uur, inloop vanaf 10.00 uur
Maximaal 20 deelnemers
Kosten: € 30 euro, aanmelding via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

U ontvangt een factuur voor de kosten na bijwonen van de workshop.

THEMA ‘STERVEN’

Ineke-Visser_sterven.png‘Tijd voor een ander verhaal’ en ‘Het leven voltooien’

Ineke Visser
door Joukje Pothoven

Onlangs zijn bij het LANDELIJK EXPERTISECENTRUM STERVEN, twee boekjes verschenen, een tweeluik. Ze vormen een pleidooi voor het “gewone” sterven.
Het eerste boekje, Tijd voor een ander verhaal, is geschreven door Ineke Visser, voorzitter van het Landelijk Expertisecentrum. Het wil de weg vrij maken voor een nieuw verhaal over de laatste levensfase in onze samenleving. Een verhaal dat vertelt over het kostbare en wezenlijke van de diepmenselijke ervaring van het sterven. Een verhaal over intimiteit, verbondenheid en heling. Er zijn in het boekje handreikingen te vinden voor verschillende momenten in het intensieve proces van sterven. Daaronder ook praktische handreikingen voor de naasten, hoe ze een dierbare nabij kunnen zijn in de laatste dagen.
Ineke Visser beschrijft hoe symbolische taal, ook wel beeldtaal of taal van de ziel genoemd, een taal is die ook wel door stervenden wordt gebruikt. Die taal nodigt ons uit om een ruimer perspectief in te nemen.
Ze vergelijkt het proces van sterven als de geboorte van een vlinder. Met het voorbeeld van iemand die vanuit medelijden met de vlinder, die met grote moeite uit de cocon kwam kruipen, de cocon open maakte. Toen bleek dat de vleugels nog niet rijp waren om te vliegen.
Zo kan bij het proces van sterven ervaren worden, dat er soms nog bepaalde dingen afgemaakt moeten kunnen worden om het sterven mogelijk te maken.
Sterven, als een uniek persoonlijk proces, speelt zich op verschillende niveaus af. In dit boekje worden de volgende niveaus onderscheiden: het niveau van het fysieke, het emotionele, het mentale, het spirituele en van het ‘Ik en de ander’. De specifieke kwaliteiten van deze niveaus in het stervensproces worden helder beschreven.
Tenslotte is er aandacht voor bijzondere bewustzijnservaringen rondom het levenseinde. Het zijn ervaringen van een subtiele spirituele kwaliteit, ze zijn troostrijk en geruststellend en lijken de stervende voor te bereiden op de dood.
Het tweede boekje, Het leven voltooien, bevat tien persoonlijke verhalen over de waarde van leven met sterven. De verhalen zijn door professionals opgetekend uit de monden van nabestaanden en voorzien van een duiding door een expert of professional. Het zijn indrukwekkende en intieme verhalen van nabestaanden over gestorven geliefden. Ze laten ook meebeleven, hoe deze nabestaanden zelf hebben kunnen omgaan met de laatste levensfase van deze mens.
We kunnen zo een inkijkje krijgen in wat er allemaal kan gebeuren en in wat er nodig is, voordat de stervende werkelijk zo ver is dat het leven losgelaten kan worden. Angst, onrust en pijn horen vaak bij het stervensproces. Ze vormen onderdeel van de verhalen.
De duidingen door experts geven inzicht in de spanningen die kunnen spelen rondom het levenseinde en zetten aan tot verder nadenken over grote thema’s zoals autonomie, vrijheid, regie, verbondenheid, eenzaamheid, nabijheid en overgave.
Beide boekjes zijn het lezen meer dan waard!

THEMA ‘NABIJ-DE DOOD-ERVARINGEN’

Het-geheim-van-Elysion.jpgHet geheim van Elysion

ISBN 9789493175440
boekbespreking door Douwe van Houten

‘Een nabij-de-dood-ervaring is een overweldigende confrontatie met de onbegrensde dimensies van ons bewustzijn’. Zo beschrijft Pim van Lommel, cardioloog, onderzoeker en auteur, deze uitzonderlijke ervaringen. Ervaringen, die niet passen in het huidige materialistische wereldbeeld. Toch hebben ruim 50 miljoen mensen, overal ter wereld, zo’n ervaring doorgemaakt.
Dit boek bevat 45 jaar onderzoek van Nabij-de-Dood-Ervaringen (NDE), vroeger benoemd als ‘Bijna-Dood-Ervaring’ (BDE). ‘NDE’ sluit beter aan bij ‘Near-Death-Experience’, de internationale benaming. De titel van het boek hangt samen met de ‘Elysese velden’ uit de oude Griekse cultuur – het oord van gelukzaligheid.
De belangstelling voor dit fenomeen neemt sinds het eind van de jaren zeventig alleen maar toe. Toch zijn de oudste beschrijvingen ervan, door Plato, al zeker 2400 jaar oud. Omdat reanimatie nu vaker met succes verloopt, maken de laatste veertig jaar steeds meer mensen deze ervaringen door. Ongeveer 600.000 Nederlanders blijken iets in deze richting ervaren te hebben.
In de laatste 45 jaar is er veel onderzoek gedaan naar NDE om een verklaring te vinden. Aanvankelijk kon het worden afgedaan met: ‘dit komt door zuurstoftekort in de hersenen’ of ‘het zijn hallucinaties’. Maar het wordt steeds duidelijker dat de reductionistische materialistische verklaringen hiervoor niet opgaan. Deze ervaringen passen niet binnen de huidige wetenschappelijke uitgangspunten. Ze vragen om een evolutie of revolutie van deze axioma’s.
Als eerste ter wereld deed Pim van Lommel uitvoerig wetenschappelijk onderzoek naar deze ervaringen. Zijn conclusie is, dat het bewustzijn niet ophoudt als de hersenfuncties zijn weggevallen. Zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ bracht wereldwijd een schok teweeg.
In het besproken boek ‘Het geheim van Elysion’ komen vijftig auteurs aan het woord, vanuit allerlei invalshoeken: vele kleurrijke ervaringsberichten, kritische (natuur)wetenschappelijke beschouwingen, theologische commentaren, benaderingen vanuit de mythologie en de kwantummechanica. Auteurs met soms al tientallen jaren onderzoek achter zich, anderen met een al vele jaren gekoesterd geheim. Een zeer internationale groep.
Het is een dik boek – ruim 400 bladzijden – maar ieder hoofdstukje vormt een geheel. De lezer kan zo zijn eigen route door het boek kiezen.
Na dit boek gelezen te hebben, kan niemand meer de opvatting handhaven dat er na de dood niets is. Elk weldenkend mens zal daar tenminste aan gaan twijfelen. Zo ook zal elke rechtgeaarde wetenschapper twijfels gaan bespeuren of zijn wetenschappelijke systematiek wel opgaat voor het fenomeen van de NDE. Voor hulpverleners is dit boek een hulp en eigenlijk ook een noodzaak.
Veel mensen, die deze indringende, levensveranderende ervaring hebben meegemaakt, voelen zich door mensen in hun nabije omgeving en hulpverleners niet begrepen en doen het zwijgen er toe. Voor hen kan dit boek een feest van herkenning zijn.
‘Het geheim van Elysion’ gaat over een nabije wereld, die voor ons gewone bewustzijn meestal verborgen is. Bij een NDE treedt een indringende waarneming van deze wereld op, zo ingrijpend, dat voor de betreffende persoon zijn hele leven verandert. Ook voor de lezer kan dit boek een omwenteling bewerkstelligen van de eigen opvatting over leven en dood – en daarmee van zijn gehele levensinstelling.

THEMA ‘PALLIATIEVE ZORG’

Slotcouplet.jpgSlotcouplet – ervaringen van een longarts
Sander de Hosson

boekbespreking door Joukje Pothoven

‘Geneeskunde is soms genezen, vaak verlichten, altijd troosten’. Deze uitspraak van de zestiende-eeuwse arts Ambroise Paré is de lijfspreuk van Sander de Hosson, longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Hij heeft als longarts veel te maken met ongeneeslijk zieke mensen en schreef daarover jarenlang blogs. Daarin komt hij over als een heel betrokken arts, die oog heeft voor de hele mens, niet alleen voor de zieke longen. Voor hem komt de kwaliteit van leven op de eerste plaats: de behoeften en wensen van de patiënt spelen een doorslaggevende rol bij de keuzes voor behandeling, hij stemt echt af. Het is indrukwekkend om in de verschillende hoofdstukken te lezen met hoeveel kennis, kunde, liefde en aandacht hij als arts mensen in hun laatste levensfase begeleidt. Uit het boek blijkt dat hij ook veel aandacht en eerbied besteedt aan individuele psychosociale en existentiële aspecten van de zorg, om het mensenleven dat hij begeleidt in deze cruciale periode zo zinvol mogelijk te laten verlopen. Hij streeft ernaar om deze aspecten altijd bespreekbaar te maken.

Uit een interview met De Hosson:
Vroeg praten over de laatste levensfase, ook wel advance care planning genoemd, is een heel belangrijk principe. ‘Wees niet bang om vragen te stellen over het ziektetraject of over je angsten of andere psychische klachten. Kijk samen naar de toekomst, zodat je weet wat je kunt verwachten. Er is veel aandacht voor jouw wensen in de laatste levensfase.’
Over sterfte en de laatste levensfase praten is niet makkelijk, er heerst een soort taboe op, merkt De Hosson. Dit taboe wil hij graag doorbreken. Zijn dringend, maar zeer vriendelijk advies is dan ook; praat erover. ‘Als je niet over de laatste fase durft te praten, dan wordt je angst alleen maar erger. Door het gesprek met je longarts of huisarts aan te gaan, weet je wat er mogelijk is en wat je staat te wachten. Dat stelt je gerust.’

De Hosson richtte in 2020 met anderen ‘Carend’ op, centrum voor Palliatieve zorg. Met dit centrum wil Carend het verschil maken voor mensen in de laatste levensfase. Carend (staat voor Care at the End of life) zet zich in voor het vroegtijdig markeren van de palliatieve fase, omdat dat de patiënten en hun naasten de mogelijkheid biedt om in een vroeg stadium met elkaar in gesprek te gaan over de wensen en behoeften in de laatste fase van het leven. Daarbij speelt Advance Care Planning een grote rol voor de betrokken arts.
Carend wil voorop lopen in het gesprek over palliatieve zorg, door lezingen te organiseren voor gewone mensen en door bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek. Ook zijn er doelstellingen voor onderwijs aan aanstaande professionals in de zorg, van verzorgenden tot en met artsen en specialisten.
Palliatieve zorg gaat over waardig leven en over waardig sterven – en dat vraagt specialistische kennis en ervaring van zorgprofessionals. Ieder mens is uniek, ieder levensverhaal is uniek. Juist in de laatste levensfase verdient dat uniek-zijn de volle aandacht.

Dame Cecily Saunders (grondlegger van de hospice-beweging in Engeland) formuleerde dat zo:

‘You matter because you are you, and you matter to the end of your life’

Wilt u meer lezen over en van Sander de Hosson? Leest u dan hier verder.

Of bekijkt u dit filmpje via deze link, met een interview met Sander de Hosson
of leest u deze recente blog van De Hosson op de website van Carend.

THEMA GESPREK OVER HET LEVENSEINDE

ik-wil-met-je-praten.jpgPraten over het levenseinde is belangrijk, dat beseffen we wel. Maar hoe doe je dat dan? We moeten vaak een drempel over om de eerste stap te zetten. Hoe begin je zo’n gesprek? Hoe bereid je je er op voor?
‘Van Betekenis tot het einde’, de organisatie die het praten over het eigen levenseinde wil bevorderen, ontwikkelde hiervoor een paar hulpmiddelen. Een ervan is een filmpje en een checklist over hoe je een brief zou kunnen schrijven over punten die rond het levenseinde voor jou van belang zijn. Zo’n brief helpt om gedachten te ordenen en een gesprek voor te bereiden. In dit filmpje spreekt Marijke Wulp hierover.

Er is ook een checklist gemaakt met onderwerpen die bij een gesprek over de eigen wensen rondom het levenseinde aan de orde kunnen komen. Die vindt u hier.

‘Ik wil met je praten’ is opgericht door een samenwerkingsverband van een aantal grote organisaties, zoals o.a. Agora, de VPTZ, Vilans en Reliëf. Stichting Wederzijds is ‘stakeholder’ van Ikwilmetjepraten.nu en onderschrijft van harte het belang van ‘Praten over je eigen levenseinde’. U kunt zich hier desgewenst inschrijven voor hun nieuwsbrieven.


Wederzijds en de gesprekscafés over leven en sterven

Op onze website kunt u vinden in welke plaatsen momenteel Gesprekscafés over leven en sterven worden georganiseerd. In deze corona-tijden wel tevoren altijd even checken of het betreffende café doorgaat…
Bekijk onze agenda

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Captcha loading...