Het levenseinde
Bastiaan Baan

Het begin van het levenseinde
  • Excarnatieproces, onzekerheid en angsten: de fijne motoriek en de steun van de hersenen, die je de herinnering geven, beginnen je te ontvallen. De oriëntatie in ruimte en tijd valt weg: je bent niet helemaal HIER maar ook niet helemaal DAAR. Dat gaat bijna altijd gepaard met onzekerheid en op een gegeven ogenblik ook met angsten. Het lichaam begint gebreken te vertonen. Alles wat van buitenaf komt dringt ongehinderd naar binnen.
  • Communicatie: de taal van stervenden kan een boodschap inhouden. De non-verbale communicatie spreekt soms boekdelen. Zelfs zonder bewegingen kunnen ouderen, dementerenden en stervenden in dat laatste proces zonder woorden iets zeggen.
  • De dubbelganger: kort voor het levenseinde verschijnt en verdwijnt dit wezen, dat alles wat met onze schaduwzijde te maken heeft, in zich verzamelde. Het kan het allerlaatste stukje van het leven niet meemaken. Wanneer de dubbelganger iemand verlaten heeft, ziet de toekomst er plotseling rooskleurig uit, ziet de stervende er als bevrijd, als verlost uit. Er is alleen vrede.
  • Verlies: alles wat met de weg naar het sterven te maken heeft, is verbonden met verlies van datgene wat je fysiek en in je levenskrachten verbindt met de aarde en wat je in de zielekrachten verbindt met de maatschappij om je heen. Niets van wat wij hebben gaat mee door de poort van de dood, alleen wat wij zijn.
  • Winst: wat voor de aardse wereld een verlies is, betekent echter voor de ander kant winst. We hebben daarvoor de inzichten van een geschoolde helderziende nodig, om te begrijpen wat er in werkelijkheid gebeurt.
  • Verzorgen: de stervende vrijlaten, weinig meer aanraken. Eerst kijken, voordat je iemand verzorgt, stoor hem niet in zijn proces. Maar wel de zorg geven die nodig is – zoek de middenweg.

 

Vingeroefeningen voor de toekomst – hoe bereid ik me voor?
  • Bewust afstand doen van je verworvenheden. (Lijkwaden worden zonder zakken genaaid.) Je moet alles afleggen vóór je door het oog van de naald gaat. Wat kun je doen om willens en wetens arm te worden op die weg, om niet alleen de laatste belevenissen, maar ook de eerste ‘bestervenissen’ bewust door te maken?
  • Verwachtingsvol leven: de belangrijkste opgave in deze periode is verwachtingsvol leven, als een kind dat zich verheugt op de kerstboom achter de deur. Ieder ogenblik kan mij iets nieuws schenken, ook in de armoede, ook in de ontbering (Steiner).
  • Liefde op het laatste gezicht: nog één keer kijken naar de mensen die je dierbaar zijn, maar ook naar hen die je niet dierbaar zijn. Als het de laatste keer is, zien ze er misschien anders uit (Steiner).
  • Leren loslaten: waarom is dat zo moeilijk? Loslaten begint eigenlijk al vóór de geboorte: je moet de zielenwereld, de baarmoeder verlaten. Nu komt het loslaten van schuldgevoelens, van dierbaren, van verworvenheden.
  • Leren vergeven: met een daad van vergeving wordt ons beider last, die op onze schouders rust, lichter. Daarom is het zo ongelooflijk belangrijk om tijdens het leven, nu, die daad van wat iemand anders mij heeft aangedaan te vergeven, omdat het na de dood niet meer kan.
  • Leren overzien: oefening door terugblik op de dag, in omgekeerde volgorde. Jezelf een termijn stellen (5 a 10 minuten). Het zoeken naar de rode draad in je leven,Het bespreken en zo mogelijk afronden van onafgemaakte zaken.Het bespreken van het naderende sterven en de ritualen van de Christengemeenschap, zoals het lezen van Johannes 17 en het waken bij de gestorvenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *