Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2021

Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2021

Workshops van Wederzijds en de maatregelen rond corona

Helaas moest het bestuur van Wederzijds twee workshops in april uitstellen tot een later datum. Die workshops met Jaap van de Weg en met Jolien Wilmar houdt u dus nog van ons tegoed.
Maar het lijkt er op dat de volgende workshops, in Eindhoven en in Zutphen, wel kunnen doorgaan! Er kan maar een beperkt aantal mensen bij deze workshops meedoen en de ruimte wordt passend ingericht, met de stoelen op voldoende afstand. Na afloop van de workshop ontvangt u een factuur voor de kosten, omdat het doorgaan van deze workshops niet helemaal zeker is. U betaalt dus pas na de workshop.

WORKSHOPS VAN WEDERZIJDS

Workshop met Luc Vandecasteele in Veldhoven (bij Eindhoven)

In de laatste levensfase doen we nieuwe ervaringen op, voordat we echt klaar zijn om te sterven. Een van die ervaringen is het durven en kunnen loslaten. Bij euthanasie maak je die essentiële fase niet mee. Wat mis je dan?
Luc Vandecasteele (arts) bespreekt welke vormen van loslaten er aan de orde zijn, zowel voor als na het sterven. Na de inleiding worden, in gezamenlijk gesprek, persoonlijke vragen en ervaringen uitgewisseld.

Datum: zaterdag 8 mei 2021 (14.30 – 16.00 uur, inloop vanaf 13.30 uur, uitloop tot 16.30 uur)
Plaats: Gemeentezaal van de Michaelkerk in Veldhoven
Dorpsstraat122, 5504 HL Veldhoven

Kosten: € 17,50. U ontvangt na afloop een factuur.
Maximaal 15 deelnemers. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Aanmelding: via info@wederzijds-stervenscultuur.nl


Ontwikkelen van inzichten en ervaringen rond het voortbestaan na de dood
Workshop met Jaap van de Weg in Zutphen


Elke opvatting over euthanasie hangt samen met onze opvattingen over de dood. De grote vraag daarbij is of de dood het einde betekent van ons bewustzijn, of dat er iets van ons voortleeft.
Om een beeld van een eventueel leven na de dood te vinden, schetst Jaap van de Weg (arts) een weg om daar zoekend, denkend en ervarend dichter bij te komen. Hieraan wordt in deze langere workshop (anderhalve dag) gezamenlijk gewerkt.
Gezien het intiem ervarende karakter van deze workshop kunnen maximaal 15 mensen deelnemen.

Datum: vrijdagavond 18 juni 2021 (20-22 uur) en zaterdag 19 juni (09.30-16.30 uur, inloop vanaf 09.00 uur).
Plaats: Badhuisweg 27, 7201GM Zutphen
Kosten: € 52.50. U ontvangt na afloop een factuur.
Maximaal 15 deelnemers. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar
Aanmelding: via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

OPROEP om mee te werken aan een onderzoek vanuit Wederzijds
naar ervaringen met bewust stoppen met eten en drinken

De Onderzoeksgroep van stichting Wederzijds komt graag in contact met mensen die van nabij hebben meegemaakt dat een dierbare overleed door bewust te stoppen met eten en drinken of met mensen die zelf met dit proces van bewust stoppen met eten en drinken gestart zijn, maar tijdens het proces weer op hun besluit terugkwamen.
We zouden blij zijn als we u een vragenlijst mogen toesturen over het verloop van het proces en over uw ervaringen en gevoelens in die dagen en (eventueel) na het overlijden.
Onze Onderzoeksgroep bestaat uit een aantal antroposofische artsen, een palliatief verpleegkundige, een apotheker, een geestelijke van de Christengemeenschap en enkele bestuursleden.
Als u ons uw mailadres doorgeeft via info@wederzijds-stervenscultuur.nl zullen we u de betreffende vragenlijst toesturen.

VACATURE: Wederzijds zoekt een nieuwe penningmeester!

Omdat onze zeer gewaardeerde penningmeester Thom Kloes zich elders aan een belangrijke taak wijdt, is er een vacature ontstaan voor een nieuw bestuurslid als penningmeester.
Mocht u zich voor deze taak binnen het bestuur willen inzetten, dan graag een mail aan info@wederzijds-stervenscultuur.nl. We zullen u met vreugde begroeten, zodat Thom Kloes deze taak kan loslaten. Ons bestuur komt maandelijks bijeen. Het beheer van onze financiën vraagt niet veel tijd, wel is het belangrijk om mee te denken over de toekomstplannen van het bestuur. We komen maandelijks bij elkaar om alles voor te bereiden en onze reacties op actuele zaken met elkaar af te stemmen.

Nieuwe bestuursleden stellen zich voor


Marc Obbens


Marc ObbensTot mijn verrassing belde Ingrid Deij mij eind 2020 met de vraag om deel te gaan uitmaken van het bestuur van Wederzijds. Wij kennen elkaar uit de tijd dat ik actief was in de uitvaartbegeleiding. Dat werkveld bracht een ongelofelijke rijkdom aan ontmoetingen in mijn leven. Hoe vaak stond ik met naasten aan een sterfbed, in het plotselinge besef dat de gestorvene de zorg voor het aardse lichaam had losgelaten. Bij ons als achterblijvers ontstond meestentijds als vanzelf een gevoel van verantwoordelijkheid. Daarbij kwam diepe verwondering over de ondoorgrondelijke ommekeer die zich had voltrokken. Voelbaar was een stille oer-drang om deze mens te willen volgen naar waarheen hij was gegaan. Dit intense met elkaar ‘willen volgen’ leek te wijzen op een nieuwe ruimte, die achter of in dit niet-weten ligt. Een ruimte van overgave die ik beleef als intiem en tegelijk groots en verbindend. Standpunten en meningen blijken hierin niet behulpzaam. In deze onbevangenheid kan er mijns inziens sprake zijn van waarachtig ont-moeten. In de verwachtingsvolle hoop dat in deze ruimte ook de overledene ontmoet kan worden.
Ik ben gaan zien dat het leren leven mét de dood voor mijzelf en vele anderen enorm zuiverend en verbindend is. Aan dit thema hoop ik bij Wederzijds mijn steentje te kunnen bijdragen.


Alexandra Buijsman


Alexandra BuijsmanSinds enkele maanden ben ik lid van het bestuur van Stichting Wederzijds. Vijf jaar geleden werd ik ook al eens gevraagd, maar toen had ik er geen ruimte voor. Nu ben ik ingestapt, omdat ik het werk van de stichting van groot belang acht en het thema in mijn leven actueel is, daar mijn ouders tachtigers zijn. Graag werk ik mee om op allerlei manieren meer bekendheid te geven aan het leven na de dood, hoe je je daarop zelf kunt voorbereiden en hoe je het contact met de geestelijke wereld kunt verzorgen. Zeker in deze tijd waarin de angst voor ziekte en dood hoogtij viert is het van groot belang te werken aan een meer bewuste stervenscultuur.
Sinds mijn 10e jaar heb ik leren kennen wat de dood betekent, wat hij met de achterblijvers doet. Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar wat er komt na het aardse leven. Dat er iets komt, wist ik vanaf jongs af aan. In de antroposofie heb ik diepe esoterische ervaringskennis gevonden waarmee ik leef. Dat een geliefde oude dame van 93 in mijn armen stierf toen ik 27 jaar was, bracht een diepe liefdeservaring en heeft mij een groot vertrouwen gegeven in het leven na dit leven.
Graag zet ik mij in voor het belangrijke thema’s van de stichting, zoals:
– Meer bewustzijn wekken over het bestaan van de geestelijke wereld , de sferen waar gestorvenen doorheen gaan en hoe je gestorvenen kunt bijstaan.
– Hoe we ons kunnen voorbereiden op onze eigen dood.
– Palliatieve zorg, stervensbegeleiding, onderzoek naar alternatieven voor morfine en euthanasie.
– Verzorgen van het contact met gestorvenen.

Wat zou ik over mijn uitvaart willen vastleggen?

– drie avonden in Zeist

Nu er nieuwe bestuursleden zijn toegetreden, komen er nieuwe vragen en initiatieven. Zo bespreken we in het bestuur het ‘Sociaal Uitvaart-codicil’ van de hand van Marc Obbens. Daarna groeide bij Alexandra Buijsman de wens om deze mogelijkheid om de eigen wensen rond de uitvaart vast te leggen niet alleen te lezen, maar het proces ook zelf aan te gaan, met wie dat wil.
Daarom organiseren we drie bijeenkomsten voor belangstellenden die met elkaar willen zoeken naar antwoorden op de vraag: 

Hoe bereid ik mij voor op mijn eigen sterven?

Tijdens deze avonden is er ruimte om samen inhoudelijk op eigen vragen in te gaan. Maar ook de praktische kant kan aan de orde komen. Immanuel Baan is hiervoor aanwezig om vanuit zijn werk als uitvaartbegeleider handvaten aan te reiken en vragen te beantwoorden.

Plaats: Boekerij de Phoenix, 1e Hogeweg 10 D te Zeist.
Datum en tijd: donderdagavond 3, 10 en 17 juni, van 19 tot 21 uur.
Kosten: € 7,50 per avond.
Aanmelden: info@wederzijds-stervenscultuur.nl

BRUGGEN TUSSEN LEVEN EN DOOD – ontmoetingen met gestorvenen

Auteur: Iris Paxino | Uitgeverij Christofoor | 2020 | 236 pagina’s | Prijs: € 22,95

Boekbespreking door Alexandra Buijsman

Wat gebeurt er met de ziel wanneer iemand overlijdt?
Hoe kun je de verbondenheid met iemand na het sterven vorm geven?
Hoe kun je dolende zielen ondersteunen in hun weg door de geestelijke wereld?

BRUGGEN TUSSEN LEVEN EN DOODDeze vragen onderzoekt Iris Paxino in haar laatste boek. Nadat zij als kind in haar dromen haar geliefde overleden grootmoeder ontmoet, realiseert ze zich dat als de overledene haar kan vinden, het andersom ook mogelijk moet zijn. Zo gaat ze op zoek naar bruggen tussen leven en dood.
In dit boek vertelt zij op inspirerende wijze over haar ervaringen met overledenen en hun nabestaanden die ze opdeed in haar werk als psychologisch begeleider. 
Steeds meer mensen hebben tegenwoordig ervaringen met dierbare overledenen, ongeboren kinderen, engelen en met Christus; dat zijn geen uitzonderingen meer. En steeds vaker zullen geestelijke ervaringen tot het repertoire van ons huidige bewustzijn gaan horen.

Na de drempelovergang

In diverse hoofdstukken beschrijft het boek de dood door de tijd heen, het stervensproces, het moment van de dood, de moeilijkheden die je bij het overgaan van de drempel en erna kunt tegenkomen, het verblijf in de etherwereld, de ontmoeting met het Christuswezen en de reis door de verschillende geestelijke sferen daarna.

Sterven

Een troostrijke gedachte is dat het stervensmoment geen moment van eenzaamheid is. Het aardse licht dooft, maar het geestelijke licht gaat branden. Engelwezens zijn aanwezig, overleden dierbaren wachten de overledene op, er is sprake van een bevrijding en wijder worden van zijn wezen. Deze drempelovergang heeft net als de geboorte een individuele signatuur.
We sterven eigenlijk drie keer. Eerst fysiek, dan onze levenskrachten en tenslotte ook astraal. Alleen onze geest kan binnentreden in de eigenlijke geest-wereld. Op de drempel van de etherische wereld naar de astrale wereld ontmoet iedere mensenziel het wezen van Christus, wordt door hem gezien en begrepen en ontvangt zijn liefde. Sommigen voelen zich meteen bevrijd, ervaren deze ontmoeting als een opwekkingsbelevenis, anderen hebben nog steun nodig.

Verlossingswerk

Dit gegeven raakte mij: niet iedere gestorvene herkent direct zijn engel en zwerft soms lange tijd gedesoriënteerd rond in de tussenwerelden. Zij hebben extra hulp nodig. Iris Paxino ziet het als haar opgave om via haar ‘verlossingswerk’ deze gestorvenen te helpen om zich bewust te worden van waar zij nu zijn en dat er een engel voor hen is, die ze mogen volgen. Deze inzichten helpen hen zich los te maken en hun reis te vervolgen.
Ze legt uit hoe je in contact kunt komen met overledenen in de verschillende sferen. Hoe je kunt letten op kleine subtiliteiten in het dagelijks leven. Contact met een overledene vraagt van ons om verstilling en concentratie. Het vraagt veel oefening om innerlijke geestelijke waarnemingen te onderscheiden van eigen wensgedachten.

Een boek vol waardevolle kennis en inspiratie om je serieus met dit thema bezig te houden, ook als voorbereiding op je eigen dood. Want het maakt uit hoe je sterft.

Top 10 van misverstanden rond het sterfbed

Bron: https://palliatievezorg.nl/levenseinde/misverstanden/

Auteur: Rob Bruntink

Het levenseinde is voor velen een moeilijk te bespreken onderwerp. Er zijn veel misverstanden op dat gebied. Dat maakt het praten erover niet makkelijker.

1: “De kanker is uitgezaaid. Ze kunnen niets meer voor me doen”

In het ziekenhuis kan worden geconstateerd dat curatieve behandelingen – die gericht zijn op genezing – niet meer aan de orde zijn voor iemand met kanker, bij voorbeeld omdat de tumor te hard groeit of omdat er sprake is van uitzaaiingen. Rondom deze constatering wordt vaak door de arts gesteld ‘dat we niets meer voor u kunnen doen.’ Patiënten krijgen te horen dat zij ‘uitbehandeld’ zijn. Echter: er wordt gedoeld op curatieve behandelingen. In het traject dat op de constatering volgt – en dit traject kan weken, maanden, jaren duren – zijn nog volop behandelingen beschikbaar. Dat zijn palliatieve behandelingen, gericht op verlichting van klachten. Ook bij palliatieve behandelingen kan het om chemotherapie of radiotherapie gaan. ‘Niets doen’ is pas aan de orde als de dood is ingetreden.

2: “Als je vecht en positief blijft, kun je kanker verslaan en ga je niet dood.”

Stichting-Alpe-dHuZesBij een groot deel van de Nederlanders bestaat het idee dat een positieve houding ten opzichte van je ziekte de overlevingskansen vergroot. Dat betreft met name de ziekte kanker. Natuurlijk is het zo dat stress het functioneren van het immuunsysteem beïnvloedt. Maar daarmee is niet gezegd dat ‘zorgen maken’ invloed heeft op de ontwikkeling van kankercellen. Hoe deze zich ontwikkelen, is een kwestie van geluk (goedaardig) of pech (kwaadaardig). Over het ‘vechten’ tegen kanker bestaan overigens soortgelijke gedachten. Zie de populariteit van de slogan ‘Opgeven is geen optie’, waarmee Stichting Alpe d’HuZes furore maakt. Wie overlijdt, is dus een loser, lijkt de moraal van het verhaal te zijn. Kanker is echter geen normatieve ziekte. Kanker oordeelt niet. Het doet maar wat, zonder aanziens des persoons, en zonder verschil te maken tussen mensen die ‘strijden’, die ‘berusten’ of die een andere vorm van coping hebben.

3: “Uiteindelijk moet je je aankomende dood accepteren, anders is het niet goed.”

In de theorie over verliesverwerking speelt de visie van de Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross nog steeds een grote rol. Hoewel ze de visie in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw in enkele boeken weergaf, zijn ze inmiddels compleet achterhaald. Dat is niet alleen door haarzelf geconstateerd (in recentere boeken, waarin ze schreef hoezeer ze betreurt dat ze verkeerd begrepen is), maar ook door moderne rouwdeskundigen in binnen- en buitenland. Toch bestaat er bij de meerderheid van de Nederlanders (waaronder, helaas, ook zorgverleners) nog steeds het idee dat men bepaalde rouwfasen in een vaste volgorde moet doorlopen, zodra er sprake is van een fatale diagnose en/of prognose: eerst dringt het niet tot je door en word je boos, dan ga je onderhandelen over je lot en volgt er een depressie, maar uiteindelijk accepteer je het gegeven. De gangbare gedachte over rouw is dat een geleden verlies eerder om integratie of verzoening vraagt, dan om acceptatie. Of dat rouw een langdurend proces is van ‘de pijn opzoeken’ en ‘de pijn vermijden’.

4: “Iedereen wil thuis sterven. Thuis is het beste.”

Uit diverse onderzoeken blijkt dat een overgrote meerderheid van de Nederlanders het liefst thuis wil sterven. Bij een groot deel van de mensen wordt deze wens geen realiteit; slechts 30 procent overlijdt in thuis. Als het sterven in verpleeg- en verzorgingshuizen wordt meegerekend (veel bewoners zien dat als ‘thuis’), overlijdt 65 procent thuis. Hoewel dit als een gemis voor een belangrijk deel van de Nederlanders wordt gezien (35%), ligt de praktijk anders. Thuis sterven is lang niet voor iedereen ideaal. Soms is het huis te klein, soms voelt men zich thuis niet veilig, soms is het voor de toekomstige nabestaanden niet prettig de stervende in huis te hebben.

5: “Ik wil een goede dood (of: ‘Ik wil waardig sterven’), dus ik wil euthanasie.”

Letterlijk betekent ‘euthanasie’ de goede dood (van ‘eu’ en ‘thanatos’, Grieks voor ‘goede’ en ‘dood’). Als het in de media over ‘de goede dood’ gaat, gaat het in 100% van de situaties over euthanasie. Aangezien euthanasie in slechts 4% van de sterfbedden aan de orde is, lijkt 96% van de sterfbedden geen goede dood te kunnen zijn. Dat is natuurlijk kolder. Het misverstand zegt veel over de publicatiekracht van euthanasiastenvereniging NVVE en de mate waarin de media zich door haar laten beïnvloeden. Hetzelfde geldt voor het begrip ‘waardig sterven’ dat door de NVVE zo ongeveer is gemonopoliseerd. Waardig sterven zónder euthanasie is gelukkig zeer goed mogelijk. Anders zou ieder hospice en iedere oncologische afdeling van een ziekenhuis een hel zijn.

6: “Ik kan kiezen voor palliatieve sedatie.”

Palliatieve sedatie is bedoeld om het bewustzijn tot een dusdanig niveau te verlagen dat de patiënt de ernstige klachten die hij heeft niet meer ervaart. In de praktijk is de sedatie dikwijls nodig totdat de patiënt sterft. De behandeling wordt bij zo’n 18% van de sterfbedden uitgevoerd, met name na klachten over pijn, benauwdheid, angst of een optelsom van dergelijke problemen. De beslissing om tot palliatieve sedatie over te gaan is aan de behandelend arts. Er kan dus niet door een patiënt voor gekozen worden. Uiteraard kunnen patiënten wel het initiatief nemen om over deze behandeling te praten. De arts ‘mag’ echter, volgens de richtlijn die artsen hierover hebben opgesteld, pas tot palliatieve sedatie overgaan als het sterven zeer nabij is (1 à 2 weken) en er sprake is van refractaire symptomen. Dit zijn symptomen die niet anders meer te verlichten zijn dan door het bewustzijn te verlagen. De arts staat als het ware met de rug tegen de muur.

7: “Ik heb een euthanasieverklaring, dus ik heb recht op euthanasie.”

Het grootste misverstand inzake euthanasie leidt regelmatig tot grote conflicten tussen patiënten en naasten enerzijds, en artsen (en hun beroepsorganisaties) anderzijds. De NVVE heeft in de eerste decennia na de introductie van de euthanasieverklaring misschien iets te weinig benadrukt dat het invullen van de verklaring geen garantie biedt op euthanasie. Er bestáát immers geen recht op euthanasie. Een euthanasievraag is een verzoek aan de arts, niets meer en niets minder. Uiteraard heeft een (actuele) euthanasieverklaring wel waarde: het kan de wens ondersteunen in een gesprek tussen arts en patiënt over euthanasie. Ook is het van waarde in relatie tot de mogelijke strafvervolging van de arts, na de uitvoering van een euthanasie.

8: “Als de arts eenmaal met morfine begint, dan ben je zo dood.”

Morfine wordt in de laatste levensfase regelmatig gebruikt ter bestrijding van pijn en benauwdheid, met name als andere middelen (bij pijn bij voorbeeld paracetamol en diclofenac) niet voldoende werken. Over morfine bestaan veel vooroordelen: het zou verslavend zijn, je hebt er telkens meer van nodig, het is de enige pijnbestrijder in de laatste levensfase en je gaat er eerder dood aan. Allemaal niet waar. Je gaat er hooguit eerder dood aan als de arts de dosis veel te snel ophoogt. Dat kan voor een ademdepressie zorgen, en daar kun je aan dood gaan.

9: “Sterven door te stoppen met eten en drinken is een vreselijke dood.”

Als alternatief voor euthanasie of hulp bij zelfdoding, wordt regelmatig het onderwerp ‘stoppen met eten en drinken om het levenseinde te bespoedigen’ genoemd. Het is de ultieme optie voor de persoon die de regie in eigen hand wil houden. Uit de kring van euthanasie-voorstanders valt te horen dat dit geen redelijk alternatief is, omdat het per definitie tot een vreselijk naar sterfbed zou zorgen. Het zou gepaard gaan met pijn, onrust en vele andere klachten. Valt reuze mee. Sterker nog: met een goede voorbereiding en goede medische/verpleegkundige begeleiding leidt het meestal tot een rustig sterfbed. Voorwaarde is wel dat de persoon die ervoor kiest ouder dan 60 jaar én ziek is.

10: “Pijn lijden is niet meer nodig tegenwoordig. Ze kunnen zóveel.”

Er wordt nogal eens gesteld dat pijn lijden niet meer nodig is, omdat dokters er tegenwoordig zoveel tegen kunnen doen. Inderdaad heeft de kennis over pijnbehandeling een hoge vlucht genomen: het is in enkele decennia tijd van stiefkind van de geneeskunde tot hart van de palliatieve geneeskunde gegaan. Dit betekent echter niet dat pijn op het sterfbed niet meer voorkomt. De garantie dat iedere patiënt 100% pijnvrij richting einde kan gaan zal geen enkele arts durven geven. Dat geldt voor de fysieke pijn, maar zeker voor spirituele, existentiële pijn. Soms is daar niets tegen te doen.

ONLANGS VERSCHENEN

TUSSENLAND

Jannie Oskam | Illustraties Dieske van Beemst | EAN 9789493127128 |
Uitgeverij De Graaff | 2021 | Prijs: € 20,-

Stichting-Alpe-dHuZes
Wie niet meer kan genezen, komt terecht in Tussenland: een overgangsgebied tussen leven en dood waarin je de weg niet kent en waarvan je de taal niet spreekt.
Daarom is er behoefte aan wegwijzers. Met ontwapenende openhartigheid – en de nodige zelfspot – beschrijft Jannie Oskam wat haar overkwam toen bij haar in 2019 uitgezaaide borstkanker werd geconstateerd. Het prikkelde haar nieuwsgierigheid en ze ging op onderzoek uit.

Haar ervaringen verweeft ze met de verhalen van zes ‘medereizigers’, zes zorgprofessionals en diverse experts. Zo ontstaat een rijkgeschakeerd beeld van het leven met een aangezegde dood en van de waarde van palliatieve zorg.

Veel mensen denken dat deze zorg alleen bedoeld is voor de laatste weken van het leven. Niets is minder waar. Een verblijf in Tussenland kan jaren duren, wat nieuwe vragen en dilemma’s met zich meebrengt. Ook professionals hebben vaak geen goed beeld van de palliatieve zorg. Of ze durven er niet over te praten. Het gevolg is dat veel mensen na de diagnose ‘ongeneeslijk ziek’ verstoken blijven van goede zorg.
Dit is een waardevol boek voor iedereen die te maken heeft met palliatieve zorg: van patiënten, naasten en zorgverleners tot managers, bestuurders, beleidsmakers en financiers. Door haar kennis van zaken en haar even beeldende als heldere schrijfstijl is Jannie Oskam als geen ander in staat om dit lastige onderwerp op toegankelijke wijze te ontsluiten.

Jannie Oskam (1954) studeerde sociale wetenschappen en heeft dertig jaar werkervaring in de zorg. In 2015 verloor ze door borstkanker haar baan als organisatieadviseur. Sindsdien is ze actief als mee- en tegendenker. In 2015 verscheen haar eerste boek: ‘Zo gaan we het doen! Samen beslissen bij borstkanker’. Zij treedt op als spreker en gastdocent en brengt het perspectief van patiënten gevraagd en ongevraagd onder de aandacht.

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2020

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2020

NIEUW OP DE WEBSITE
‘Stervensbeschouwelijke vragen’

Bij het ouder worden maken velen hun testament op, en daarnaast eventueel ook een levenstestament. In een uitvaartcodicil kan men eigen wensen rondom het afscheid vastleggen. Dat zijn min of meer uiterlijke zaken die op weg naar het levenseinde ‘geregeld’ willen worden. Deze documenten vormen een hulp voor de nabestaanden om in de geest van de overledene te kunnen handelen als het zo ver is.
Sterven, mijn eigen sterven, heeft echter ook een ‘binnenkant’ die voorbereid wil worden. Daarvoor is niet altijd ruimte, tijd en de juiste gesprekspartner te vinden. Misschien gaan we zelfs wel het beste met onszelf in gesprek, om ons te bezinnen op het eigen leven en sterven.

Vanuit het bestuur van Wederzijds is het initiatief genomen om voor zulke bezinningsmomenten een reeks vragen aan te reiken. Zo staat er sinds kort een lijst met zulke ‘stervensbeschouwelijke vragen’ op de website. Denkt u daarbij o.a. aan: ‘Wat ligt er in mijn leven wat nog niet klaar is, wat ik nog zou willen afronden of afmaken?’ of ‘Hoe denk ik dat het er ‘aan de andere kant’ uitziet, wie zou ik daar misschien terugzien?’
Deze lijst, die u ook kunt downloaden, bevat naast deze vragen ook beknopte informatie over de documenten met een medisch en/of een juridisch karakter en bevat links die leiden naar informatieve websites over deze aspecten van het levenseinde.
U vindt dit hier op onze website.

Vragen stellen aan jezelf?
Ingrid Deij
Er is moed en innerlijke ruimte nodig om met zulk soort vragen te leven. Terugkijken op het eigen leven kan immers alleen vanuit eerlijkheid ten opzichte van jezelf. Er is, zoals bij iedereen, in de loop van de jaren veel gebeurd dat misschien beter anders had kunnen gaan. Zaken waarover ik nog spijt of verwijt beleef, wat me bedrukt of bezighoudt. Vanuit de gedachte dat het mogelijk is om die ‘losse eindjes’ van het eigen leven alsnog af te hechten, kan ik in beweging komen. Proberen nog contact te zoeken, dingen uit te praten en af te ronden. Zelfs moeilijkheden met mensen die inmiddels zijn overleden kunnen worden afgerond, door bijvoorbeeld een brief aan deze mens te schrijven, waarin stap voor stap wordt opgeschreven waar de schoen wringt en wat ik daarbij innerlijk beleef, waarbij geleidelijk ook positieve kanten gaan oplichten. Daarnaast kan een biografisch gesprek of een zielzorg-gesprek, waarin deze moeilijkheden worden uitgesproken, lucht geven. Er ontstaat dan meer ruimte van binnen. Het gaat om verwerken, misschien ook vergeven, om kunnen loslaten, zodat we verder kunnen.
Zo raken we in staat om de verantwoording voor ons eigen leven op ons te nemen. Zo kunnen we ons leven ‘voltooien’. In vrijheid, op eigen initiatief, autonoom.

THEMA ‘CONTACT NA DE DOOD’

bruggen-tussen-leven-en-dood.jpg‘Bruggen tussen leven en dood –
ontmoetingen met gestorvenen’
Iris Paxino

ISBN 9789060389195

Zoals in de voorjaars-nieuwsbrief al werd aangekondigd, is kortgeleden de Nederlandse vertaling van ‘Brücke zwischen Leben und Tod’ verschenen bij uitgeverij Christofoor.

Enkele citaten uit het voorwoord, geschreven door Thom Kloes:
‘Ik zie het wel als het zover is.’ Dit is een veelgehoorde, nuchter klinkende uitspraak als het gaat over de vraag wat er na de dood is. Begrijpelijk, want zo’n uitspraak kan ons beschermen tegen al te speculatieve voorstellingen over ‘het leven na de dood’, voorstellingen waarin wensdromen tot uitdrukking komen, of angstvisioenen zichtbaar worden die in de loop van de tijd zijn opgebouwd.
Niettemin, voorstellingen over de dood en wat er daarna gebeurt zijn ruim voorhanden. Ze kunnen zeer van elkaar verschillen omdat het gedachtegoed waaruit ze voortkomen sterk contrasteert; het kan uiteenlopen van materialistisch tot spiritueel of van agnostisch tot kerkelijk.
Maar het hebben van theoretische voorstellingen en gedachten over het leven na de dood zal niemands sterven minder pijnlijk maken en stervensangst niet of nauwelijks verlichten, ook niet als die voorstellingen religieus of spiritueel van aard zijn. Onze voorstellingen en gedachten krijgen pas werkelijk betekenis als we ze persoonlijk hebben verworven, vaak met de nodige inspanning. Hoe meer we existentiële uitgangspunten over leven en dood op eigen kracht veroveren en bewust in ons wezen opnemen, hoe groter hun impact op ons dagelijks leven is, op ons vermogen om stervenden bij te staan, en op de wijze waarop we zelf sterven.

Tot dit inzicht kwam Iris Paxino na haar studie, in haar psychologische adviespraktijk. Ze werd zich ervan bewust dat er meer nodig is dan kennis, om de processen die mensen tijdens en na hun sterven doormaken te kunnen begrijpen en te kunnen doorleven. Dat vraagt een intense verbinding met anderen. Hoe ontmoet je mensen, hoe neem je het wezenlijke van anderen in jezelf op? Om daarvan enigszins een vermoeden te krijgen, bleek een scholingsweg nodig te zijn waarin je liefde ontwikkelt als een kracht die je over de grenzen van leven en dood heen kunt laten uitstralen. Iris Paxino beschrijft in dit boek de intensieve scholingsweg die ze ging en steeds weer gaat, de vaardigheden, de ervaringen en inzichten die haar dat bracht en brengt.

Het lezen van Bruggen tussen leven en dood geeft een fascinerende inkijk in de aangrijpende ervaringen van overledenen met wie Iris Paxino zich heeft kunnen verbinden. Maar daarin schuilt niet de eigenlijke betekenis. Die is daar te vinden waar zij beschrijft hoe de kloof tussen het leven voor en na de dood wordt overbrugd. Daar dus waar ervaarbaar is hoezeer leven en dood met elkaar zijn verweven en op elkaar inwerken.
De hieraan gewijde teksten maken helder ‘wat een goede dood vraagt van ons leven’. Anders gezegd: wat we na onze dood doormaken bepalen we in hoge mate hier en nu tijdens ons aardse leven. En we kunnen kiezen: bepalen we dat wetend en bewust of onwetend en onbewust?

Het voorwoord bevat nog meer grote vragen, vragen over de consequenties van wat Iris Paxino door haar ontwikkelde vaardigheden heeft waargenomen bij haar contact met gestorvenen. Teveel om hier te vermelden.
Leest u vooral zelf dit belangrijke boek!

In onderstaand interview met Iris Paxino, door Ralf Lilienthal voor het Duitse maandblad A Tempo, kunt u meer lezen over hoe deze bijzondere vrouw zeer intensief heeft geoefend om tot authentieke waarnemingen te komen.



Iris-Paxino.jpgIris Paxino in gesprek met Ralf Lilienthal
Bruggen tussen hier en ‘de andere kant’

uit: A Tempo Nr 227

Voor wetenschappelijk opgeleide lezers vormt het boek ‘Bruggen tussen leven en dood’ een dubbele uitdaging. Want het gaat, zoals in de ondertitel staat, over ‘Ontmoetingen met gestorvenen’, een gebied dat gewoonlijk is voorbehouden aan het geloof. Maar tegelijk komt dit boek zo traditioneel en zo volledig door eigen waarnemingen onderbouwd over, dat de inhoud ervan niet zonder meer kan worden afgedaan als ‘esoterische fantasieën’. Ralf Lilienthal heeft de auteur van het boek opgezocht in haar Stuttgartse praktijkruimte en voegt ook zijn indrukken en vragen toe. Iris Paxino is psychologe en deed wetenschappelijk onderzoek naar bijna-dood-ervaringen.

Ralf Lilienthal | Beste Mevrouw Paxino, hoe wordt er tegenwoordig omgegaan met het thema ‘sterven’ en ‘dood’?

Iris Paxino | Net als vroeger kijken veel mensen weg, in de greep van hun angst, als ze worden geconfronteerd met deze existentiële thema’s. Maar de ban lijkt gebroken. Met iedere nieuwe generatie komen we een stukje verder weg van het grote taboe van de 20e eeuw. Alleen al de hospice-beweging is een aanwijzing in deze richting. Dat zie ik ook in mijn praktijk. Als ik vraag: ‘Voelt u iets van uw man’, of ‘uw moeder’, of ‘uw kind?’, dan zeggen de mensen: ‘Ja, ik merk dat de gestorvene heel dichtbij is’. Of ook wel: ‘Hij is veel te ver weg’. Bijna altijd kunnen ze met mijn vraag ervaringen verbinden die ze volledig reëel meemaken.

RL | Daar komt bij dat de wortels van uw intensieve uiteenzetting met het thema ‘Dood’ tot ver in uw jeugd teruggaan…

IP | Ik ben in Roemenië opgegroeid. Daar is de dood veel dichterbij dan hier, vooral in de dorpen. Het lichaam wordt thuis opgebaard, gewassen en later in de kist door de straten naar het kerkhof begeleid. Natuurlijk rouwen mensen daar net zo goed als wij, maar het sterven hoort daar bij het leven. Ik had heel gevoelige ouders, die als vanzelfsprekend verbonden waren met de geestelijke wereld, zonder dat ze er dogmatisch over deden. Concreet was het de verrassende dood van mijn grootmoeder, die ik boven alles liefhad, die dit levensmotief voor het eerst aanraakte. Ik kon niet begrijpen dat ik haar niet meer zou zien, niet meer zou kunnen aanraken. Toen ze een tijd lang steeds weer heel herkenbaar in mijn dromen verscheen, begon ik te begrijpen: er zijn dus kennelijk tussenwerelden, bruggen tussen hier en daar. En, als zij als gestorvene mìj kan vinden, moet ik dat toch omgekeerd ook kunnen.
Het thema ‘dood’ laat Iris Paxino niet meer los, ook als haar omgeving ingrijpend verandert. Haar ouders trekken eerst naar Griekenland, later naar Duitsland. Na haar middelbare school studeert ze literatuurwetenschap, pedagogiek en psychologie. Zowel haar doctoraalscriptie als haar proefschrift wijdt de beginnende psychologe aan het thema van de bijna-dood-ervaring. Drie jaar lang bestudeert ze alle bronnen en wetenschappelijke onderzoeken over dit thema en legt uiteindelijk in 300 bladzijden een promotie-onderzoek op tafel, inclusief een onderzoek gebaseerd op zelf-afgenomen interviews. Maar als ze in het ziekenhuis werkt en later in haar eigen advies-praktijk wordt haar potentieel pas echt wakker.

IP | Ik heb toen gemerkt dat het werken met stervende mensen voor mij van meet af aan heel vertrouwd voelde. Het ging er niet om iemands hand vast te houden of om moed in te spreken, maar om te merken dat er in de ziekenkamer ‘aanwezigen’ waren, onzichtbare begeleiders op de weg – wezens die de overgang van de stervende voorbereiden, en andere wezens die hem aan de andere kant van de drempel ontvangen. Ook was na het sterven de patient niet ineens ‘weg’, ik kon zijn wezen nog aanvoelen. Zo werd me duidelijk dat ik een scholingsweg moest aangaan, om zulke processen steeds bewuster te beleven en te kunnen begrijpen.
De doelbewust opgepakte antroposofisch-meditatieve scholing en de (zoals zij dat noemt) ‘heel concrete beschrijvingen van de ontwikkelingsweg van de mens’ maken het Iris Paxino mogelijk om haar eigen aanleg en vaardigheden op dit gebied te verdiepen en uit te breiden.

IP | Sommige belevenissen overkwamen me als een genade. Maar het was ook duidelijk dat ik die ervaringen vanuit mijn wil dichterbij kan brengen. Door meditatie, door jarenlang oefenen, want het denken op zich is niet voldoende. Er zit extreem veel werk en serieuze inzet in – en liefde. Liefde is de sleutel tot alles. Dat heeft te maken met kunnen ontmoeten, met de bereidheid om ernaar te kijken, me te openen. Al het sociale moet verbonden zijn met liefde, wil het goed worden. Dat begint al in het alledaagse en in hoe je mensen ontmoet. Maar het houdt niet op bij de drempel naar de andere kant! Het is de meditatie die de ruimte vormt waarin je ontmoetingen met de geestelijke wereld kunt hebben – met elementenwezens, met engelen en met gestorvenen.
Terwijl Iris Paxino spreekt wordt steeds duidelijk dat ze – op basis van wat ze zelf heeft beleefd – een beeld schetst dat niet alleen het wereldbeeld van de natuurwetenschap maar ook de confessioneel-christelijke voorstellingen van ‘gene zijde’ overstijgt.

IP | Onze christelijke cultuur heeft een heel statisch beeld van het sterven en van wat er daarna komt. Want het gaat er niet om dat we wachten op de verlossing. Ook het over de drempel gaan en al die verschillende ervaringen, die daarna komen, hebben heel veel te maken met onze eigen activiteit. We zijn ervoor en erna verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Maar dit hele stuk blijft donker en onbegrijpelijk zonder de begrippen ‘reïncarnatie’en ‘karma’. Die moet je je uiterst concreet voorstellen. Al sinds mijn kindertijd sprak voor mij het idee van de individuele wedergeboorte en het persoonlijke lot vanzelf. Door de antroposofie kon ik dat nog uitdiepen. Maar het is wel wat anders om erover te lezen, dan het ook echt zelf te beleven. Intussen schijnen deze geestelijke feiten niet meer zo totaal absurd te zijn. Dat is in de laatste jaren erg veranderd. Bij enquêtes blijkt dat zo’n beetje de helft van de Duitse bevolking tegenwoordig in reïncarnatie gelooft.
Wat in de hele maatschappij geldt, een toenemende openheid voor ervaringen ‘vanaf de andere kant’, vindt Iris Paxino ook bevestigd in het werk met haar patiënten, met mensen die zeker niet alleen uit de kleine kring van spiritueel geïnteresseerden komen.

IP | Ik werk nooit als ‘medium’, als ‘helderziende’, als iemand die boodschappen van de andere kant overbrengt. In plaats daarvan doe ik met het grootste deel van mijn patiënten meditatieve oefeningen, en zij komen dan zelf tot het beleven van hun gestorvenen of van hun engel. Daarbij ben ik vaak verrast hoeveel mensen bereid zijn om deze weg mee te gaan. Maar dat lukt ook echt, je hoeft ze alleen maar te begeleiden. Door ervaringen bij het sterven van een mens van wie je houdt, door het pijnlijke gemis ben je losser en sta je meer open voor eenvoudige oefeningen. Wel is het belangrijk om goed geworteld te blijven in de werkelijkheid en om heldere, onvervalste waarnemingen te hebben. Daarom bestaat het begin altijd uit het zich verbinden met de lichte kracht van de eigen beschermengel, die ons steunt en leidt. Dat is een kracht waar je je altijd op kunt richten, die iets moederlijks, omhullends heeft.

RL | Wat zijn de beweegredenen van mensen die met sterfgevallen en met overledenen te maken hebben, om naar u toe te komen?

IP | De gedachte dat er bruggen zijn tussen de werelden is voor veel mensen een bevrijding. De achterliggende reden waarom mensen zulke bruggen zoeken is heel individueel. De een begrijpt niet waarom een mens sterft, speciaal als het gaat om een onschuldig kind. Een ander kan het verlies niet verwerken. Er komen nabestaanden van zelfmoordenaars die gevangen zitten in diepe duisternis bij me, of vrouwen die nog tientallen jaren na een abortus worstelen met de gevolgen van hun beslissing. En steeds weer beleven mensen hoe belastend het is, als gestorven zielen blijven hangen; dat kan zelfs leiden tot lichamelijke ziektes.

RL | Wat betekent dat: ‘blijven hangen’?

IP | Iedereen kan op elke trap van zijn leven in een crisis terechtkomen. Zo’n crisis kun je gebruiken om een ontwikkelingsstap te maken. Maar het kan ook zijn, dat je in elkaar klapt en er niet meer uitkomt. Dat geldt ook nà de dood – want wij dragen allemaal onopgeloste zaken met ons mee over de drempel! Degene die veel met zich mee sleept, iemand die onvoorbereid is of die vol angst zit, kan na de dood lang blijven steken in zijn ontwikkeling. Dat is dan belastend voor de partner, de familie of zijn verdere sociale omgeving. Zulke gestorvenen moeten dan regelrecht worden begeleid op hun weg, door hun blik in een andere richting te leiden.

Hier moet er een einde komen aan het gesprek. Want Iris Paxino zou nog kunnen spreken over verdere ontwikkelings-stappen van gestorvenen in de verschillende bereiken van de geestelijke wereld, maar dat vraagt een langere ‘adem’ dan dit interview. Maar opvallend is: zelfs als ze over heel ‘verre’ sferen spreekt is haar gedachtengang niet nevelig of zweverig, maar getuigt van een indrukwekkende ‘innerlijke logica’. Dat moet je kunnen uithouden. En misschien moeten we dat ook een keer willen proberen uit te houden – het gaat toch om een thema dat ons, met elke dag die ook weer voorbij is, meer aangaat .

WORKSHOPS WEDERZIJDS IN WINTER EN VOORJAAR

Ontwikkelen van inzichten en ervaringen rond het voortbestaan na de dood

Elke opvatting over euthanasie wordt bepaald door opvattingen over de dood. De grote vraag daarbij is of de dood het einde betekent van ons bewustzijn, of dat er iets van ons voortleeft. Om een beeld van een eventueel leven na de dood te vinden, schetst Jaap van de Weg (arts) een weg om daar zoekend, denkend en ervarend dichter bij te komen. Hieraan wordt in deze langere workshop (anderhalve dag) gezamenlijk gewerkt.

Datum:
vrijdag 11 december (20-22 uur) en
zaterdag 12 december (09.30-16.30 uur, inloop vanaf 09.00 uur).
Plaats: gebouw Helicon, Socrateslaan 22A, 3707 GL Zeist.
Kosten: € 52,50. U ontvangt na afloop van de workshop een factuur.
Maximaal 16 deelnemers. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Aanmelding: persoonlijk bij Thom Kloes via info@wederzijds-stervenscultuur.nl


Het loslatingsproces voor en na de dood

In de laatste levensfase kunnen we nog tal van nieuwe ervaringen opdoen, voordat we echt klaar zijn om te sterven. Een ervan is het durven en kunnen loslaten. Maar ook andere ervaringen zijn van wezenlijk belang. Bij euthanasie maak je die essentiële fase niet of heel anders mee. Wat mis je dan?
Na een korte inleiding over het boek ‘Het maakt uit hoe je sterft’ door Joukje Pothoven bespreekt Luc Vandecasteele (arts) welke ervaringen en perspectieven er aan de orde zijn, zowel voor als na het sterven. Na zijn inleiding worden, in gezamenlijk gesprek, persoonlijke vragen en ervaringen uitgewisseld.

Datum: 20 februari 2021
Plaats: Gemeentezaal van de Michaelkerk in Veldhoven, Dorpsstraat122, 5504 HL Veldhoven
Aanmelding via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

Maximaal 15 deelnemers.
Kosten: € 17.50. U ontvangt een factuur voor de kosten na bijwonen van de workshop.


‘Mijn levenslot en ik – wat heb ik ervan gemaakt?

Workshop met Jolien Wilmar, biografisch schrijver bij ‘Het levensverhaal’
www.hetlevensverhaal.com

Wanneer het grootste gedeelte van het leven is geleefd en het einde in zicht komt, groeit vaak de vraag: Heb ik er eigenlijk wel toe gedaan in dit leven? Heb ik ervan gemaakt wat de bedoeling was?

Tijdens deze schrijf-workshop gaan we onderzoeken welke weg we in dit leven hebben afgelegd. Dit doen we aan de hand van concrete schrijfoefeningen. We hebben een hele dag de tijd om de volgende thema’s te onderzoeken:
Wat kreeg ik van huis uit mee? Waarin heb ik mij ontwikkeld?
Welke eigen besluiten heb ik genomen? Wat heb ik geschonken in het leven?
Wat heb ik in beweging gezet, wat heb ik aangericht?
Wat was/is de drijvende kracht in mijn leven? Wat wil ik nog leren, ervaren of doen?
Schrijfervaring is niet nodig.
Er wordt gewerkt in kleine groepen (binnen de coronaregels)
Tussentijds vinden er momenten van uitwisseling plaats.
Er is voldoende tijd voor het delen van het geschrevene.
Daarbij is iedereen vrij om het geschrevene al dan niet in de groep voor te lezen.

Datum: 24 april 2021
Plaats: Gemeentezaal van de Johanneskerk, Badhuisweg 27, 7201 GM Zutphen
Tijd: 10.30 tot 16.30 uur, inloop vanaf 10.00 uur
Maximaal 20 deelnemers
Kosten: € 30 euro, aanmelding via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

U ontvangt een factuur voor de kosten na bijwonen van de workshop.

THEMA ‘STERVEN’

Ineke-Visser_sterven.png‘Tijd voor een ander verhaal’ en ‘Het leven voltooien’

Ineke Visser
door Joukje Pothoven

Onlangs zijn bij het LANDELIJK EXPERTISECENTRUM STERVEN, twee boekjes verschenen, een tweeluik. Ze vormen een pleidooi voor het “gewone” sterven.
Het eerste boekje, Tijd voor een ander verhaal, is geschreven door Ineke Visser, voorzitter van het Landelijk Expertisecentrum. Het wil de weg vrij maken voor een nieuw verhaal over de laatste levensfase in onze samenleving. Een verhaal dat vertelt over het kostbare en wezenlijke van de diepmenselijke ervaring van het sterven. Een verhaal over intimiteit, verbondenheid en heling. Er zijn in het boekje handreikingen te vinden voor verschillende momenten in het intensieve proces van sterven. Daaronder ook praktische handreikingen voor de naasten, hoe ze een dierbare nabij kunnen zijn in de laatste dagen.
Ineke Visser beschrijft hoe symbolische taal, ook wel beeldtaal of taal van de ziel genoemd, een taal is die ook wel door stervenden wordt gebruikt. Die taal nodigt ons uit om een ruimer perspectief in te nemen.
Ze vergelijkt het proces van sterven als de geboorte van een vlinder. Met het voorbeeld van iemand die vanuit medelijden met de vlinder, die met grote moeite uit de cocon kwam kruipen, de cocon open maakte. Toen bleek dat de vleugels nog niet rijp waren om te vliegen.
Zo kan bij het proces van sterven ervaren worden, dat er soms nog bepaalde dingen afgemaakt moeten kunnen worden om het sterven mogelijk te maken.
Sterven, als een uniek persoonlijk proces, speelt zich op verschillende niveaus af. In dit boekje worden de volgende niveaus onderscheiden: het niveau van het fysieke, het emotionele, het mentale, het spirituele en van het ‘Ik en de ander’. De specifieke kwaliteiten van deze niveaus in het stervensproces worden helder beschreven.
Tenslotte is er aandacht voor bijzondere bewustzijnservaringen rondom het levenseinde. Het zijn ervaringen van een subtiele spirituele kwaliteit, ze zijn troostrijk en geruststellend en lijken de stervende voor te bereiden op de dood.
Het tweede boekje, Het leven voltooien, bevat tien persoonlijke verhalen over de waarde van leven met sterven. De verhalen zijn door professionals opgetekend uit de monden van nabestaanden en voorzien van een duiding door een expert of professional. Het zijn indrukwekkende en intieme verhalen van nabestaanden over gestorven geliefden. Ze laten ook meebeleven, hoe deze nabestaanden zelf hebben kunnen omgaan met de laatste levensfase van deze mens.
We kunnen zo een inkijkje krijgen in wat er allemaal kan gebeuren en in wat er nodig is, voordat de stervende werkelijk zo ver is dat het leven losgelaten kan worden. Angst, onrust en pijn horen vaak bij het stervensproces. Ze vormen onderdeel van de verhalen.
De duidingen door experts geven inzicht in de spanningen die kunnen spelen rondom het levenseinde en zetten aan tot verder nadenken over grote thema’s zoals autonomie, vrijheid, regie, verbondenheid, eenzaamheid, nabijheid en overgave.
Beide boekjes zijn het lezen meer dan waard!

THEMA ‘NABIJ-DE DOOD-ERVARINGEN’

Het-geheim-van-Elysion.jpgHet geheim van Elysion

ISBN 9789493175440
boekbespreking door Douwe van Houten

‘Een nabij-de-dood-ervaring is een overweldigende confrontatie met de onbegrensde dimensies van ons bewustzijn’. Zo beschrijft Pim van Lommel, cardioloog, onderzoeker en auteur, deze uitzonderlijke ervaringen. Ervaringen, die niet passen in het huidige materialistische wereldbeeld. Toch hebben ruim 50 miljoen mensen, overal ter wereld, zo’n ervaring doorgemaakt.
Dit boek bevat 45 jaar onderzoek van Nabij-de-Dood-Ervaringen (NDE), vroeger benoemd als ‘Bijna-Dood-Ervaring’ (BDE). ‘NDE’ sluit beter aan bij ‘Near-Death-Experience’, de internationale benaming. De titel van het boek hangt samen met de ‘Elysese velden’ uit de oude Griekse cultuur – het oord van gelukzaligheid.
De belangstelling voor dit fenomeen neemt sinds het eind van de jaren zeventig alleen maar toe. Toch zijn de oudste beschrijvingen ervan, door Plato, al zeker 2400 jaar oud. Omdat reanimatie nu vaker met succes verloopt, maken de laatste veertig jaar steeds meer mensen deze ervaringen door. Ongeveer 600.000 Nederlanders blijken iets in deze richting ervaren te hebben.
In de laatste 45 jaar is er veel onderzoek gedaan naar NDE om een verklaring te vinden. Aanvankelijk kon het worden afgedaan met: ‘dit komt door zuurstoftekort in de hersenen’ of ‘het zijn hallucinaties’. Maar het wordt steeds duidelijker dat de reductionistische materialistische verklaringen hiervoor niet opgaan. Deze ervaringen passen niet binnen de huidige wetenschappelijke uitgangspunten. Ze vragen om een evolutie of revolutie van deze axioma’s.
Als eerste ter wereld deed Pim van Lommel uitvoerig wetenschappelijk onderzoek naar deze ervaringen. Zijn conclusie is, dat het bewustzijn niet ophoudt als de hersenfuncties zijn weggevallen. Zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ bracht wereldwijd een schok teweeg.
In het besproken boek ‘Het geheim van Elysion’ komen vijftig auteurs aan het woord, vanuit allerlei invalshoeken: vele kleurrijke ervaringsberichten, kritische (natuur)wetenschappelijke beschouwingen, theologische commentaren, benaderingen vanuit de mythologie en de kwantummechanica. Auteurs met soms al tientallen jaren onderzoek achter zich, anderen met een al vele jaren gekoesterd geheim. Een zeer internationale groep.
Het is een dik boek – ruim 400 bladzijden – maar ieder hoofdstukje vormt een geheel. De lezer kan zo zijn eigen route door het boek kiezen.
Na dit boek gelezen te hebben, kan niemand meer de opvatting handhaven dat er na de dood niets is. Elk weldenkend mens zal daar tenminste aan gaan twijfelen. Zo ook zal elke rechtgeaarde wetenschapper twijfels gaan bespeuren of zijn wetenschappelijke systematiek wel opgaat voor het fenomeen van de NDE. Voor hulpverleners is dit boek een hulp en eigenlijk ook een noodzaak.
Veel mensen, die deze indringende, levensveranderende ervaring hebben meegemaakt, voelen zich door mensen in hun nabije omgeving en hulpverleners niet begrepen en doen het zwijgen er toe. Voor hen kan dit boek een feest van herkenning zijn.
‘Het geheim van Elysion’ gaat over een nabije wereld, die voor ons gewone bewustzijn meestal verborgen is. Bij een NDE treedt een indringende waarneming van deze wereld op, zo ingrijpend, dat voor de betreffende persoon zijn hele leven verandert. Ook voor de lezer kan dit boek een omwenteling bewerkstelligen van de eigen opvatting over leven en dood – en daarmee van zijn gehele levensinstelling.

THEMA ‘PALLIATIEVE ZORG’

Slotcouplet.jpgSlotcouplet – ervaringen van een longarts
Sander de Hosson

boekbespreking door Joukje Pothoven

‘Geneeskunde is soms genezen, vaak verlichten, altijd troosten’. Deze uitspraak van de zestiende-eeuwse arts Ambroise Paré is de lijfspreuk van Sander de Hosson, longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Hij heeft als longarts veel te maken met ongeneeslijk zieke mensen en schreef daarover jarenlang blogs. Daarin komt hij over als een heel betrokken arts, die oog heeft voor de hele mens, niet alleen voor de zieke longen. Voor hem komt de kwaliteit van leven op de eerste plaats: de behoeften en wensen van de patiënt spelen een doorslaggevende rol bij de keuzes voor behandeling, hij stemt echt af. Het is indrukwekkend om in de verschillende hoofdstukken te lezen met hoeveel kennis, kunde, liefde en aandacht hij als arts mensen in hun laatste levensfase begeleidt. Uit het boek blijkt dat hij ook veel aandacht en eerbied besteedt aan individuele psychosociale en existentiële aspecten van de zorg, om het mensenleven dat hij begeleidt in deze cruciale periode zo zinvol mogelijk te laten verlopen. Hij streeft ernaar om deze aspecten altijd bespreekbaar te maken.

Uit een interview met De Hosson:
Vroeg praten over de laatste levensfase, ook wel advance care planning genoemd, is een heel belangrijk principe. ‘Wees niet bang om vragen te stellen over het ziektetraject of over je angsten of andere psychische klachten. Kijk samen naar de toekomst, zodat je weet wat je kunt verwachten. Er is veel aandacht voor jouw wensen in de laatste levensfase.’
Over sterfte en de laatste levensfase praten is niet makkelijk, er heerst een soort taboe op, merkt De Hosson. Dit taboe wil hij graag doorbreken. Zijn dringend, maar zeer vriendelijk advies is dan ook; praat erover. ‘Als je niet over de laatste fase durft te praten, dan wordt je angst alleen maar erger. Door het gesprek met je longarts of huisarts aan te gaan, weet je wat er mogelijk is en wat je staat te wachten. Dat stelt je gerust.’

De Hosson richtte in 2020 met anderen ‘Carend’ op, centrum voor Palliatieve zorg. Met dit centrum wil Carend het verschil maken voor mensen in de laatste levensfase. Carend (staat voor Care at the End of life) zet zich in voor het vroegtijdig markeren van de palliatieve fase, omdat dat de patiënten en hun naasten de mogelijkheid biedt om in een vroeg stadium met elkaar in gesprek te gaan over de wensen en behoeften in de laatste fase van het leven. Daarbij speelt Advance Care Planning een grote rol voor de betrokken arts.
Carend wil voorop lopen in het gesprek over palliatieve zorg, door lezingen te organiseren voor gewone mensen en door bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek. Ook zijn er doelstellingen voor onderwijs aan aanstaande professionals in de zorg, van verzorgenden tot en met artsen en specialisten.
Palliatieve zorg gaat over waardig leven en over waardig sterven – en dat vraagt specialistische kennis en ervaring van zorgprofessionals. Ieder mens is uniek, ieder levensverhaal is uniek. Juist in de laatste levensfase verdient dat uniek-zijn de volle aandacht.

Dame Cecily Saunders (grondlegger van de hospice-beweging in Engeland) formuleerde dat zo:

‘You matter because you are you, and you matter to the end of your life’

Wilt u meer lezen over en van Sander de Hosson? Leest u dan hier verder.

Of bekijkt u dit filmpje via deze link, met een interview met Sander de Hosson
of leest u deze recente blog van De Hosson op de website van Carend.

THEMA GESPREK OVER HET LEVENSEINDE

ik-wil-met-je-praten.jpgPraten over het levenseinde is belangrijk, dat beseffen we wel. Maar hoe doe je dat dan? We moeten vaak een drempel over om de eerste stap te zetten. Hoe begin je zo’n gesprek? Hoe bereid je je er op voor?
‘Van Betekenis tot het einde’, de organisatie die het praten over het eigen levenseinde wil bevorderen, ontwikkelde hiervoor een paar hulpmiddelen. Een ervan is een filmpje en een checklist over hoe je een brief zou kunnen schrijven over punten die rond het levenseinde voor jou van belang zijn. Zo’n brief helpt om gedachten te ordenen en een gesprek voor te bereiden. In dit filmpje spreekt Marijke Wulp hierover.

Er is ook een checklist gemaakt met onderwerpen die bij een gesprek over de eigen wensen rondom het levenseinde aan de orde kunnen komen. Die vindt u hier.

‘Ik wil met je praten’ is opgericht door een samenwerkingsverband van een aantal grote organisaties, zoals o.a. Agora, de VPTZ, Vilans en Reliëf. Stichting Wederzijds is ‘stakeholder’ van Ikwilmetjepraten.nu en onderschrijft van harte het belang van ‘Praten over je eigen levenseinde’. U kunt zich hier desgewenst inschrijven voor hun nieuwsbrieven.


Wederzijds en de gesprekscafés over leven en sterven

Op onze website kunt u vinden in welke plaatsen momenteel Gesprekscafés over leven en sterven worden georganiseerd. In deze corona-tijden wel tevoren altijd even checken of het betreffende café doorgaat…
Bekijk onze agenda

Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2020

Wederzijds in coronatijd

Noodgedwongen hebben we moeten besluiten om alle geplande workshops, lezingen en cursussen voorlopig af te gelasten. Dit geldt helaas ook voor de gesprekscafés over leven en sterven in Driebergen, Emmen, Zeist en Zutphen. Hoewel….op dit punt is over Driebergen iets positiefs te melden, zie verder in deze nieuwsbrief.
Het is nu niet te overzien wat, wanneer en in welke vorm later in het jaar weer iets mogelijk wordt. We houden u op de hoogte van nieuwe initiatieven in het najaar!

Wederzijds opent een telefoongesprekslijn

De corona-uitbraak treft de een harder dan de ander. Voor nogal wat, vooral oudere mensen leidt de uitbraak tot gevoelens van eenzaamheid of isolatie. De normale sociale contacten, ook met de eigen familie, zijn verschrompeld.
Ook kan men iemand verloren hebben of angstig zijn voor besmetting en ziekte. Of zich zorgen maken over de situatie in Nederland en de wereld.

Uit al deze en nog andere gevoelens en gedachten kan de behoefte voortkomen om met iemand te praten, uw hart te luchten, uw gedachten uit te spreken. Of advies te vragen voor de situatie waarin u zit. Wederzijds biedt deze mogelijkheden door middel van een telefoongesprekslijn. Die zijn er meer in Nederland, maar hier heeft u de mogelijkheid iemand te spreken die zowel competent is als een spirituele achtergrond heeft. U kunt kiezen uit verschillende tijden en diverse gesprekspartners.

De gesprekken zijn vanzelfsprekend strikt vertrouwelijk en er wordt niets vastgelegd. Als u wilt kunt anoniem blijven of een gefingeerde naam opgeven. Indien gewenst bestaat de mogelijkheid een of enkele vervolggesprekken af te spreken.

Kijk voor meer informatie, namen en telefoonnummers op onze website:
www.wederzijds-stervenscultuur.nl

Nieuws

Gesprekscafe in Driebergen gaat weer open
Er is verheugend nieuws over het gesprekscafe in Driebergen. We kregen de vraag van het bestuur van de Pauluskerk of we weer wilden starten. Dat gaat gebeuren op 25 juni. We zitten dan ‘op afstand’ en mensen moeten zich van te voren opgeven.
Mail voor inlichtingen naar mij op floraimsw@gmail.com

Flora Ingenhousz


9200000095302837-1-e1588769131571.jpgBoek ‘Brücken zwischen Leben und Tod’ van Iris Paxino vertaald

In september zal bij uitgeverij Christofoor de Nederlandse vertaling verschijnen van het boek ‘Brücken zwischen Leben und Tod’. De auteur is psycholoog, promoveerde op ‘bijna-dood-ervaringen’ en ontwikkelde geleidelijk haar helderziendheid zodanig, dat ze ‘over de grens’ kan waarnemen en ook met gestorvenen kan communiceren. Alles wat zij door deze andere manier van waarnemen leert kennen over het leven na de dood wordt in dit boek indringend beschreven.

Wederzijds heeft een aantal vertalers gestimuleerd om dit belangrijke boek te vertalen. Hun enthousiasme over het boek maakte dat dit binnen korte tijd is gelukt. Een bespreking van dit boek kunt u in onze volgende nieuwsbrief (in september) verwachten. Wellicht lukt het ons om Iris Paxino naar Nederland te halen voor een lezing of workshop.


Nieuwe formulering missie & visie van Wederzijds

Op een plek van onze website waar velen van u niet in eerste instantie zullen terechtkomen, namelijk hier: www.wederzijds-stervenscultuur.nl/over/missie, kunt u missie/visie vinden van waaruit het huidige bestuur haar activiteiten voor Wederzijds wil vormgeven.
Hebt u er vragen of opmerkingen over, laat het ons weten!

Das Corona-Virus und unsere Gesundheitskräfte

Michaela GlöcklerIn april werd Michaela Glöckler (antroposofisch arts) geïnterviewd door een seminarist van het Jugendseminar in Stuttgart over de coronacrisis.
Het interview is in het Duits te volgen op Youtube

Onderstaand een uitwerking door Adriaan Pijl (bestuurslid van Wederzijds) van delen van dit interview, waarin Michaela Glöckler belangrijke aspecten van de corona-crisis toelicht.

Over het aard van het coronavirus (Covid-19)

Dit virus behoort tot een familie van virussen, waarvan de bekendste het Sars-virus is. Als ernstige complicatie kan Covid-19 een longontsteking veroorzaken, gepaard met hoge koorts en ernstige ademhalingsproblemen. Het kan veel angst en paniek bij de patiënt en de mensen om de patiënt heen oproepen.

Over de immuniteit van de patiënt die besmet is geweest met Covid-19, is momenteel nog weinig bekend; een eventuele groepsimmuniteit zal pas intreden als 80% van de mensen immuun zijn.
Het beleid om het virus te bestrijden is sterk gericht op het beschermen van risicogroepen (oudere mensen en mensen met een zwakke afweer).

Naar inzicht van Michaela Glöckler is het isolement waarin deze mensen geplaatst worden problematisch. Het isolement en het verstoken zijn van contact met dierbaren veroorzaakt depressiviteit en verhoogt de kans op sterven. Zij schat in dat deze mensen een vrij klein risico vormen voor de besmetting van mensen, die niet tot de risicogroep behoren.

De longen en de ademhaling

De longen vormen het meest communicatieve en ‘sociale’ orgaan dat wij hebben. Door de longen staan wij in verbinding via de lucht met andere levende wezens en de gehele wereld. De overwegend slechte luchtkwaliteit (vervuiling) versterkt de ziekmakende en zelfs dodelijke werking van het virus. Ook het licht, als fundamentele en gezondmakende substantie, wordt zichtbaar door (schone) lucht.
Het leed van de dieren, hen door mensen aangedaan, ademen wij in.
Daarom springt van het gekwelde dier het virus over naar de mens.

Afweerkrachten versterken

In fysiek opzicht worden de afweerkrachten versterkt of gemobiliseerd door de 1½ meter maatregel; voldoende slaap, gezond en veelzijdig eten, buiten bewegen (lopen, fietsen), euritmie beoefenen. Dit versterkt ook afweerkrachten, indien gemobiliseerd, tegen depressiviteit.
Beslissend is vooral het opbouwen van zielsmatige immuniteit door positieve gevoelens, dankbaarheid, vreugde, humor en liefdevolle aandacht.
Negatieve gevoelens, angst en haat, verzwakken de afweerkrachten.

Michaela Glöckler onderschrijft het belang om staande te blijven in de huidige coronacrisis door je te verbinden met de geestelijke wereld en je engel door meditatie, gebed en het lezen van teksten met een spiritueel gehalte.
Gedachten zijn bruggen naar de wereld van de geest.

Koorts

Michaela Glöckler ziet koorts als fenomeen bij de besmetting door het virus, als een belangrijke afweerkracht, die niet onderdrukt zou moeten worden en zeker niet door chemische middelen zoals bijvoorbeeld nurofen of ibuprofen. Koorts is het enige wapen dat we hebben tegen het virus.

Kansen na de crisis

Het gezamenlijk doormaken van de crisis biedt kansen. De wereld zal veranderen en er dienen zich nieuwe mogelijkheden aan om anders met de economie en de natuur om te gaan.
Ook een bezinning op het feit dat we kinderen via allerlei social media in de online-wereld hebben getrokken, die hun ontwikkeling aantast om een vrij mens te worden met een krachtige moraliteit, een eigen oordeelsvermogen en met het vermogen creatief te denken.
Voor iedereen kan deze crisis de vaardigheden versterken om te staan voor de vrijheidsrechten, vooral in het sociale, en de menselijke waardigheid.

Website vernieuwd

We werken aan onze website. Natuurlijk, dat doen we vaker. Maar deze keer gaat het om een rubriek die op actuele ontwikkelingen ingaat. Deze nieuwe rubriek, met de naam ‘Actueel – visies & vragen’ zal de plek zijn waar wordt geattendeerd op belangwekkende ontwikkelingen, opmerkelijke visies en artikelen.

Deze nieuwe rubriek is ook een plek waar vragen gesteld kunnen worden: door u aan anderen, of door het bestuur aan u als belangstellenden van Wederzijds.
Op dit moment kunt u er een vraag vinden naar persoonlijke ervaringen met ‘natuurlijk sterven’ van Carolien Leusink. Zij wil over dit onderwerp een boek publiceren en hoopt op medewerking van mensen die iets willen delen over het op natuurlijk wijze overlijden van mensen met wie zij verbonden zijn.
Ook kunt u er een artikel vinden van Thom Kloes over ‘Voltooid leven’.

Leven met de corona-crisis – kan dit ons ook iets brengen?

Ingrid Deij

“ […] Het virus heeft ons tenslotte doen herinneren aan wat we zo hartstochtelijk verdrongen hadden: dat we kwetsbare wezens zijn, van de fijnste stof gebouwd. Dat we doodgaan. Dat we sterfelijk zijn. Dat we van de wereld door onze ‘menselijkheid’ en uitzonderlijkheid niet afgescheiden zijn, maar dat de wereld een soort groot web is, waarin we hangen, verbonden met andere wezens via onzichtbare draden van afhankelijkheid en invloed. Dat we – zonder dat het uitmaakt uit welke verre landen we komen, welke taal we spreken of welke kleur onze huid ook heeft – afhankelijk van elkaar zijn en we net zo makkelijk aan een ziekte bezwijken, en net zo bang of net zo sterfelijk zijn.
Het heeft ons doen beseffen dat – hoe zwak en machteloos we ons ook voelen in het aangezicht van deze bedreiging – er om ons heen mensen zijn die nog zwakker zijn en onze hulp hard nodig hebben. Het heeft ons eraan herinnerd hoe kwetsbaar onze bejaarde ouders en grootouders zijn en hoezeer ze onze zorg behoeven. Het virus heeft ons laten zien hoe onze koortsachtige beweeglijkheid de wereld bedreigt. En het heeft die ene vraag opgeworpen die we ons zelden durven te stellen:
waar zijn we eigenlijk naar op zoek? […]”

Citaat uit ‘Niets zal meer hetzelfde zijn’, een artikel van Olga Tokarczuk.
Bron: NRC van 18 april 2020.

Deze vraag van Tokarczuk ‘Waar zijn we eigenlijk naar op zoek’ maakte me wakker voor een dimensie van de coronacrisis die niet zo sterk op de voorgrond staat. We hebben een periode achter ons liggen waarin we ongelooflijk druk waren – maar waarmee eigenlijk? Was het ons werk dat ons volledig in beslag nam? Waren we teveel alleen maar naar buiten gericht? Wat maakte dat we over de hele wereld heen reisden? Wilden we onze eigen wereld even loslaten? Zaten we vast in onze relaties? Zochten we naar bevrijding uit de hectiek van het dagelijks leven? Voelden we ons als een hamster in een ronddraaiend wiel?
Het lijkt wel alsof we op de vlucht waren, een vlucht uit het leven dat we leidden. Op zoek naar ruimte voor ons zelf. Misschien zelfs op zoek naar wie we eigenlijk zijn.

Er zit nog een andere kant aan. We beleven collectief dat de dood weer zichtbaar wordt in de maatschappij. De dood roept angst op, maar maakt me ook duidelijk dat ik kan proberen een verhouding te vinden tot mijn eigen leven en mijn eigen sterven. Ook dat is zoeken naar wie ik eigenlijk ben en hoe ik heb geleefd. Me te bezinnen op de grote keuzes die mijn leven in een bepaalde richting hebben gebracht. Me te bezinnen op alles wat nog niet ‘af’ is, waar nog werk te doen is. Ook daar is nu tijd voor…
Het is op zulke bezinnende momenten alsof er een sluier wordt weggetrokken en ik onder ogen kan zien wie en wat er in mijn leven belangrijk is en was. Wie er allemaal bij me horen, en waardoor we verbonden zijn met elkaar. Wat we hier kwamen doen, samen.
En om daarbij diep van binnen te ervaren dat ik er mag zijn en gedragen word, juist nu.

Olga Tokarczuk is een Poolse schrijver. Zij ontving in 2018 de Nobelprijs voor de Literatuur

Enkele citaten over het omgaan met angst – Hans Stolp

‘Angst regeert en beneemt velen de innerlijke rust om open na te denken. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat angst geen ding is, maar een geestelijke werkelijkheid, een geestelijke kracht. Die geestelijke krachten van de angst vormen een virus waarmee we elkaar besmetten. We versterken dus wederzijds onze angsten. Maar het virus van de angst doet ook nog iets anders: het versterkt ook de werking van het corona-virus.’
‘Het is daarom uiterst belangrijk om ons steeds weer te oefenen in vertrouwen. En om ons innerlijk te richten op de hulp die de geestelijke wereld ons schenkt. De angst zelf hoef je niet te verdringen: laat die er gewoon maar zijn. Maar houd je innerlijk verder niet met die angst bezig, maar richt je met behulp van gebed en meditatie op de kracht van het vertrouwen.’

‘Als wij het coronavirus immers kunnen versterken door onze angst (zoals we hierboven zagen), dan ligt het voor de hand dat wij de werkzaamheid van het virus ook kunnen verzwakken: door gebed, meditatie, het beoefenen van de kracht van het vertrouwen en door inkeer, ofwel inzicht. Door bij het slapengaan de dankbaarheid te beoefenen, ontmoeten we de engelen van het vertrouwen en de dankbaarheid en verzwakken we de werking van het virus.’

Bron: Stichting de Heraut

Boekbespreking

9789060389102-VroegerWordtNuBinnenWordtBuiten-cover.jpg‘Vroeger wordt nu, binnen wordt buiten’
Jan Pieter van der Steen schreef dit boek vanuit zijn ervaring als verpleeghuisarts, maar ook als zoon en mantelzorger van zijn moeder, die gedurende 17 jaar alle fasen van de ziekte dementie doormaakte. Haar biografie vormt in de vier hoofdstukken een van de rode draden van het boek. Als lezer kunnen we meebeleven welke oude trauma’s in die lange jaren geleidelijk naar boven kwamen en hoe ze konden worden verwerkt. Deze persoonlijke ervaring vormt de achtergrond van de intrigerende titel: ‘Vroeger wordt nu, binnen wordt buiten’.

13 interviews

Het boek is geschreven vanuit een onderzoekende houding. Grondstof zijn namelijk ook 13 interviews met representanten van allerlei uiteenlopende maatschappelijke en religieuze stromingen in Nederland. Daaronder zijn ook mensen die bij de Levenseindekliniek en de Coöperatie Laatste Wil betrokken zijn. De interviews, uitgaande van steeds dezelfde 15 vragen, zijn niet in het boek opgenomen. Ze zijn te vinden en te downloaden als PDF op deze website.

Uiteenlopende uitspraken

Al in het eerste hoofdstuk van het boek valt de onderzoekende houding op: het ‘ouder worden’ wordt onderzocht door zelf na te bootsen hoe oude mensen lopen, reageren, vertellen. Van binnenuit, zonder afstand en oordeel, maar ervarend en doorvoelend.

Jan Pieter van der Steen onderzoekt in het boek de zeer uiteenlopende uitspraken uit de interviews vanuit 4 hoofdthema’s: ‘Ouder worden’, ‘Dementie, de onontkoombare reis naar binnen’, ‘Dementie in de laatste fase: ligt hier nog een mens?’ en ‘Dementie en euthanasie, een onmogelijke combinatie?’
Voor mij, als mantelzorger van mijn demente echtgenoot, springen met name de laatste twee hoofdstukken er uit. In het verpleeghuis maak ik mensen mee in alle fasen van dementie, ieder gaat echt op zijn of haar eigen manier door deze ziekte heen. Het is steeds spannend of er nog contact mogelijk blijkt. Er gebeuren kleine wondertjes als dat lukt. Als het niet lukt voelt het vaak katterig. Waar is de persoon die ik ken en liefheb gebleven?

Confronterende vraag

De vraag ‘Ligt hier nog een mens?’ in het 3e hoofdstuk is confronterend, maar ook belangrijk om echt te onderzoeken. Uiteindelijk wordt duidelijk dat het om ‘relatie en verbinding’ draait en wel op drie manieren. Een relatie die bestaat door de herinneringen aan deze mens in ons eigen leven (een horizontale relatie), door de ‘verticale’ relatie – de mens is geschapen naar Gods beeld – en door de verbinding van het leven nu met het volgende leven, zoals Marianne de Nooij aantoont. Daarbij spreekt het verschijnsel dat een dement persoon kort voor het overlijden soms niet meer dement lijkt te zijn (de zogeheten ‘terminale helderheid’) en de familie herkent, soms zelfs nog een heel eigen taal blijkt te kunnen spreken.

Euthanasie?

Het 4e hoofdstuk belicht vanuit allerlei gezichtspunten de actuele vraag: ‘Dementie en euthanasie, een onmogelijke combinatie?’ In dit hoofdstuk worden door de geïnterviewden zeer uiteenlopende vragen opgeworpen, zoals: ‘Wie moet je respecteren – de mens die dit wilsdocument opstelde of de demente mens die nu voor je staat?’. Of ‘Kan ook een dement mens zich nog tijdens de dementie ontwikkelen en tot voortschrijdend inzicht komen?’

Er is het laatste jaar veel te doen geweest toen iemand volgens haar wilsverklaring was geëuthanaseerd, hoewel ze, toen de dokter haar benaderde, afwerende gebaren maakte. Er werd gekozen haar te verdoven opdat ze geëuthanaseerd kon worden. Kortgeleden, op 22 april 2020, heeft de Hoge Raad de artsen ruimte gegeven om mensen met gevorderde dementie te kunnen euthanaseren conform hun eerdere schriftelijke verzoek. Er moet dan wel sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

Dat dit boek er is, zodat we in vrijheid al deze gezichtspunten kunnen doordenken en zo ons eigen standpunt kunnen bepalen, lijkt me van wezenlijk belang. Niet alleen voor mantelzorgers en familieleden, maar ook voor mensen die voor dementerenden zorgen.

Ingrid Deij


In de beknoptheid van 87 pagina’s komt hier een boeiende en doorleefde veelzijdigheid van het fenomeen ‘dementie’ aan de orde.
Zowel de ‘aan den lijve’ ervaren confrontatie met een dementerende moeder, als het natuurlijke verloop binnen ‘ouderdom’ – wat meestal tegelijk ook speelt bij een mens met de ziekte dementie -, als de ethisch-menselijke vraagstukken die deze ziekte oproept, plus de diverse uitvalsbases van waaruit je die vraagstukken kunt belichten, komen aan bod.
Wat mij daarbij ook nu weer raakt is het appèl dat er uit opklinkt: zie niet alleen wat deze ziekte ons kost – en dat is heel veel, voor alle betrokkenen…- maar vooral ook wat het van ons vráágt. Bezinning op wat wèrkelijk belangrijk is in onze hoog-technologische medische wereld, in onze maatschappelijke verhoudingen, in ons mens-zijn en ons mensbeeld.
Samen te vatten wellicht in de vraag ‘voor wie ben jij een mens?’.

Heleen de Weger

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2019

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2019

Workshops

Inmiddels zijn twee workshops alweer voorbij. Voor de workshop met Jaap van de Weg op 18 en 19 oktober was zoveel belangstelling, dat deze in het voorjaar nogmaals gehouden zal worden. Ook de derde workshop, op 14 december in Eindhoven, is volgeboekt. We rekenen ook hier op een herhaling, u kunt zich eventueel al aanmelden. Komend jaar zullen er meer workshops worden georganiseerd, om de inhoud van het boek ‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’, verder te kunnen uitdiepen. We houden u op de hoogte!

Onze eerste WORKSHOP in 2020 vindt plaats in Zutphen, op 25 januari, onder de titel

Euthanasie bij mensen met dementie?

Euthanasie bij mensen met dementie is een even actueel als gevoelig onderwerp. Wat is de waarde van een wilsverklaring, welke gevolgen heeft wilsonbekwaamheid, welke zeggenschap heeft de familie? Dat zijn enkele van de vele kwesties die vaak spelen. Daarachter liggen vaak diepere vragen naar de ontwikkeling en de zin en betekenis van dementie.

Jan Pieter van der Steen (specialist ouderengeneeskunde) en Heleen de Weger (o.m. werkzaam in een psychogeriatrisch verpleeghuis) delen in deze workshop hun inzichten en ervaringen.

Zaterdagochtend 25 januari 2020 (09.20-12.30 uur)
Plaats: koetshuis van Dat Bolwerck, Zaadmarkt 112, 7201 DE Zutphen.
Kosten: € 18,50

U kunt zich vanaf nu voor deze workshop opgeven, lees meer…

Intervisie-bijeenkomst ‘Gesprekscafé’s over leven en sterven’

op 16 november 2019, 13.30 tot 16.30 uur
Brugstraat 5, Arnhem

Op zaterdagmiddag 16 november zal in Arnhem weer een intervisie-bijeenkomst plaatshebben voor en door mensen die een gesprekscafé leiden of overwegen om in hun woonplaats een dergelijk café op te starten. Dit is de tweede intervisie-bijeenkomst dit jaar rondom dit thema. Natuurlijk zijn in de eerste plaats degenen uitgenodigd die al een gesprekscafé leiden, in Emmen, Zutphen, Driebergen en Zeist. Maar ook anderen zijn hartelijk welkom! Er kan van alles besproken worden wat met het organiseren en leiden van een gesprekscafé samenhangt. Denk aan vragen als: hoe begin je met zo’n café, hoe kun je mensen bereiken die mogelijk interesse hebben hiervoor, wat is een geschikte plek voor zo’n initiatief , maar ook: hoe betrek ik de aanwezigen bij het gespreksthema, houd ik alleen de rol van gespreksleiding of kan ik ook persoonlijke ervaringen inbrengen? En veel meer… Vorige keer was een belangrijk en inspirerend onderdeel van deze ontmoeting het onderling oefenen van het gesprek, waarbij het verloop goed werd nabesproken.
Mocht u geïnteresseerd zijn om hierbij aanwezig te zijn, meldt u zich dan aan via info@wederzijds-stervenscultuur.nl onder vermelding van ‘Intervisie-bijeenkomst Arnhem’. Deelname is kosteloos.

Thema-avond en lezingen

Rotterdam, 30 oktober, 20.00 tot 21.45 uur
Ruth Cooiman: Natuurlijke zorg rondom de dood

Thema-avond in Rotterdam. [lees meer…] Natuurlijk Gezondheidscentrum Rotterdam
Voorschoterlaan 40 a, 3062 KP Rotterdam
Kosten: 25.- Euro p.p.

Eindhoven, donderdag 31 oktober 2019, 20.00 – 22.00 uur
Marie-Hélène van Tol: Dus ik ga dood?

Sterven betekent niet alleen iets voor de persoon die het aardse leven gaat verlaten. Iedere nabestaande maakt hierbij zijn eigen proces door. [lees meer…] Toegang 6 euro
Vrije school Brabant, Nuenenseweg 15

Tilburg, 12 november, 20.00 tot 22.00 uur
Het maakt uit hoe je sterft, voordracht door Thom Kloes

De voordracht wil bijdragen aan een afgewogen houding tot euthanasie, waarin zowel de ‘aardse’ als de ‘spirituele’ kanten van een zelfgekozen dood een plaats hebben. [lees meer…] Basisschool Tiliander, Lange Nieuwsstraat 189, 5051 DB Tilburg

Harderwijk, 13 en 20 november, 20.00 uur
Tweemaal ‘euthanasie en ethiek’

met Thom Kloes en Rinus van Warven
Alle geïnteresseerden en meedenkers zijn welkom in Centrum de Zin, woensdagavonden 13 en 20 november, Stationslaan 32, 20.00 uur.
De toegang is € 10 per avond, voor beide € 15
[lees meer…]

Gedenkstonden en Herdenkingen rond Allerzielen

Eind oktober en begin november zijn er op tal van plaatsen momenten waarbij gestorvenen worden herdacht. Traditiegetrouw gebeurt dat op Allerzielen, 2 november.
Hierbij een verkort overzicht van de GEDENKSTONDES EN HERDENKINGSMOMENTEN, voor zover die ons momenteel bekend zijn. Ook in uw eigen woonplaats kan zo’n Herdenking of Gedenkstonde plaatsvinden.

Midden-Beemster 31 oktober, 19.00 tot 20.00 uur

Breidablick, Bamestraweg 2
IK NOEM JE NAAM, met ensemble Melopee

Breda, 2 november, 19.30 tot 20.30 uur

Grote zaal Rudolf Steinerschool Minckelerslaan 27
Gedenkstonde voor de gestorvenen – thema ‘Verlichten’

Maastricht-Randwijck, 2 november, 20.00 tot 21.00 uur

Onderbouw Bernard Lievegoed-school, Leuvenlaan 35, 6229 GX
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Alkmaar, 3 november, 11.30 tot 12.30 uur

Lukaskerk, Oude Kanaaldijk 9, 1825 AT
IK NOEM JE NAAM, met ensemble Melopee

Den Haag, 3 november, 20.15 tot 21.30 uur

Elisabeth Vreedehuis, Riouwstraat 1
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Groningen, 3 november, 12.00 tot 13.30 uur

Kerk van de Christengemeenschap, Lauwersstraat 3, 9725 HD
Herdenkingsmoment voor de gestorvenen

Rotterdam, 4 november, 20.00 tot 21.30 uur

Rudolf Steiner College, Tamboerstraat 9, 3034 PT
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Zeist, 4 november, 20.00 tot 21.30 uur

Toneelzaal van de Bovenbouw, Socrateslaan
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Haarlem, 9 november, 16.00 tot 17.30 uur

Prinsenbolwerk 3b
Gedenkstonde voor de gestorvenen

Hoe is het om als kunstenaar betrokken te zijn bij een Gedenkstonde?

Interview met Chantal Heijdeman, euritmiste, door Ingrid Deij

I. Chantal, jij hebt in het verleden enkele keren als euritmiste meegewerkt aan Gedenkstondes voor de gestorvenen. Er was een heel programma met een spreker, musici, er klonken gedichten van Doorlie Gerdes, er stond een prachtig glaskunstwerk van Peter Vormer op het podium en jullie maakten de bijzondere gebaren en bewegingsvormen van de euritmie. Mij viel de stemming op die tijdens die avond ontstond. Wat ervaar jij zelf als je daar op het podium bezig bent?
Ch.: Eigenlijk is dat elke keer weer anders, het hangt af van de plek waar we dit doen en van de samenloop van mensen die aanwezig zijn. Ik ervaar wel altijd een bijzondere ‘kwaliteit’, er gebeurt iets.

I.: Waarom is het steeds anders, denk je?
Ch.: In een andere plaats zijn andere mensen gestorven, dat maakt echt uit. Maar ook op het fysieke plan is het anders. Soms is een zaal ruim en is er niet veel publiek. Een andere keer staan we op een klein podium en is het heel vol in de zaal. Beide keren is het beleven heel intens. Er is een soort innigheid in het waarnemen en het waargenomen worden. Ik als euritmist ervaar dat als een zacht, warm gebaar.
In de kleinere zaal met het kleine podium konden we toch een ruimte scheppen, een beweging van diepte naar hoogte en weer terug. Euritmie is een middel om de binnenruimte te versterken, om met elkaar ons gevoel op te tillen. En vergeet niet: als wij binnenkomen zijn de gestorvenen er al. Iedereen die aanwezig is, als nabestaande of als gestorvene, heeft een reden om te komen.

I.: Merk je verschil tussen een repetitie, als jullie samen aan het werk zijn, en een voorstelling?
Ch.: Repeteren is repeteren, op elkaar afstemmen, dan ontstaat uiteindelijk een geheel. Maar bij een voorstelling, als je dat zo wilt noemen, bij een Gedenkstonde zelf, gebeurt het, door ons heen. We zijn er helemaal bij ‘aanwezig’, dienend. Het is een moment van aanraken over en weer.

I.: Beleef je dan dat er iets ‘over’ komt?
Ch.: Misschien kan ik het zo zeggen: gedichten bevatten zoveel kleuren – en ik ben daar dan helemaal ‘in’. Er is natuurlijk in het voorwerk al heel veel gebeurd. Alles is al door ons innerlijk heengegaan, ook door ons fysieke instrument heen. Als je het dan samen ‘viert’ bij zo’n Gedenkstonde, wordt het veel intensiever. Dat wat we hebben gekozen, wat we uitvoeren, wordt als een doorgangspoort. Je kunt zelfs met ogen dicht bij zo’n avond zijn, als de indrukken vanuit de euritmie misschien te intens binnenkomen. En dan kun je toch met je hele ziel aanwezig zijn. De afwisseling tussen de stilte, de muziek en de gedichten, dat alles nodigt de ziel uit om innerlijk mee te bewegen. Er borrelt misschien verdriet op, juist bij hen die een dierbare hebben verloren. Dat is goed om te doorleven. Het mag er zijn.

I.: Bij wat je vertelt moet ik denken aan ‘schenken’…
Ch.: Ja, alles wat er klinkt en gebeurt is een soort schenken, zelfs de stiltes die zo intens gevuld raken. Iedereen die erbij is neemt daar iets anders van op. We zijn vaak na afloop verwonderd over de kwaliteiten die we hebben aangevoeld. Dat is bij elke voorstelling weer anders, nieuw. ‘Het’ gebeurt tussen ons allen in.

Peter-vromer-gehele-zuil.jpeg

Een late bloem

Een late bloem
in deze waaiende herfst
zoekt nog de dag.

Wij spinnen stilte
als kinderen
die draden spannen
tussen hun handen,

in het web
grondpatroon van eerbied
liggen onze stemmen
verborgen.

Daarom drink ik
je eenzaamheid,
daarom klim ik
langs touwladders
breekbaar knoopwerk
van het ongewisse,

en als je weggegaan bent
vind ik je.

Gedicht van Doorlie Gerdes staan in ‘Weerwoord’,
Uitgave Christofoor, 2007

Foto: glaskunstwerk Peter Vormer

Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2019

Beste belangstellenden van stichting Wederzijds,

Bij uitgeverij Christofoor is deze week verschenen het boek ‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’. Het bevat artikelen van 15 auteurs, onder wie huisartsen, een psychiater, specialisten ouderen-geneeskunde, een biografisch consulent, een SCEN-arts, een professor in de zorg-ethiek, een geestelijke in de Christengemeenschap, twee predikanten en ook een persoonlijk dagboek dat getuigt van de worsteling van een huisarts met euthanasie.
Het boek is samengesteld en geredigeerd door Thom Kloes, bestuurslid van stichting Wederzijds.

‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’.

IMG_20190415_0001.jpg Euthanasie staat sterk in de belangstelling. Geen wonder, want euthanasie roept veel morele, ethische en juridische kwesties op. Euthanasie plaatst hulpverleners, in het bijzonder artsen, voor dilemma’s en confronteert veel mensen met existentiële levensvragen. Daarbij spelen kwesties op de achtergrond die eigenlijk door iedereen in onze tijd beantwoord moeten worden: wat is leven, wat is sterven, wat betekent de dood? Heeft lijden zin of is het zinloos? Is sterven een vallen in het absolute niets of een doorgang naar een andere vorm van bewustzijn?
De 15 auteurs in dit boek hebben zich door hun werk sterk met euthanasie verbonden, beschouwend, maar vooral ook praktisch. Daaruit putten zij elk hun visie op euthanasie. Visies komen voort uit ervaringen, maar ook uit vragen die de auteurs zichzelf stellen. Vragen als: Wat betekent het moreel en menselijk als je aan een arts vraagt ‘wil je me doodmaken, want mijn leven heeft geen zin meer?’ Wat betekent het als je die vraag stelt en wat betekent het als je die vraag krijgt? En daarnaast: aan welke inspanningsverplichting geeft een arts dan voorrang: ‘het leven behouden’ of ‘het lijden verlichten’? Vaak, maar niet altijd, is euthanasie erop gericht (verwacht) lijden te voorkomen. Blijkbaar is de veronderstelling dat lijden zinloos is. Maar weet je dat zeker? Zijn er aannemelijke ervaringen en gezichtspunten die een heel ander licht werpen op de betekenis van het lijden, of op bijvoorbeeld dementie?
Euthanasie kan een begrijpelijke keuze zijn als je uitgaat van de veronderstelling ‘dood is dood’. Maar ook hier de vraag: weet je dat zeker? Als er ‘iets van ons’ na de dood voortbestaat, welke invloed heeft ‘hoe je sterft’ dan daarop? Is er een manier om op die vragen antwoorden te vinden. Dat de discussies oplaaien komt vooral omdat steeds meer mensen zelf willen beslissen over de eigen dood, over het wanneer en het hoe daarvan. Zij ervaren dat als hun recht. Dit kan botsen met het oordeel van de arts, die moet uitgaan van de zes zorgvuldigheidseisen van de wet. Dat betekent onder meer dat sprake moet zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt. En dat de arts en de patiënt ervan overtuigd moeten zijn dat er geen redelijke andere oplossing is dan euthanasie.
Steeds vaker wordt het standpunt van de arts niet zonder meer gedeeld. Mogelijk vindt de arts het lijden niet uitzichtloos en ondraaglijk. En wellicht zijn er redelijke andere oplossingen. Maar de ‘autonome mens’, de mondige patiënt, wil dat zelf bepalen. Niet het medisch oordeel, maar mijn eigen oordeel moet de doorslag geven bij de beslissing over leven of dood. Wordt dat de maatschappelijke norm?
Na afloop van de conferentie van stichting Wederzijds in de Geertekerk in Utrecht, oktober 2018, kregen de deelnemers een brochure mee over euthanasie. Het nieuwe boek stelt het thema euthanasie opnieuw aan de orde, veelzijdiger en misschien ook dringender. Er zal nog tijdens de huidige kabinetsperiode een maatschappelijke discussie gevoerd gaan worden over levensbeëindiging bij zogeheten ‘voltooid leven’. Er is werk aan de winkel. Stichting Wederzijds wil immers mensen wakker maken voor de menswaardige en spirituele kanten van het sterven.

‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’ (ISBN 9060388690) is een uitgave van Christofoor en verkrijgbaar bij de boekhandel. Prijs: € 18,50

Opmerkelijke uitspraken uit het boek:

‘Euthanasie zal de gemoederen zeker blijvend bezig houden en dat is ook goed. Allerlei zaken komen rond euthanasie samen, zoals autonomie, kwaliteit van leven en menswaardig sterven. Maar ook: wat is genezen, wat houdt hulpverlening in, wat is de zin van het leven en van ziekte? En welke maatschappij willen we?


‘De zelfgekozen dood aan het einde van het leven verwordt tot een heilig moeten. Ons bekruipt de zorg dat het bijna een economische vraag wordt: hoeveel geld hebben wij als samenleving nog over voor goede zorg aan het einde van een mensenleven, wanneer euthanasie ook mogelijk is? Gaan ouderen en zieken zich niet zozeer een last voelen voor hun mantelzorgers en de samenleving dat ze als vanzelf naar de uitgang worden geduwd? Het wordt tijd voor een maatschappelijk debat over wat de waarde van het leven kan zijn, ook als het leven niet meevalt. Hoe warmte, liefde en betrokkenheid een plek moeten krijgen in het debat. Mensen lijken fysieke en mentale pijn veel beter te kunnen dragen wanneer ze door liefde worden omringd.’


‘Heeft men als mens het vertrouwen dat het leven niet eindigt bij de dood, maar dat de mens na het leven nog voortleeft, dan is dat een voortleven zonder een fysiek lichaam, zonder de fysieke geneugten. De ouderdom en de dementie is bij uitstek een periode waarin het onthechten
aan het aardse bestaan centraal staat. Nergens worden zo lang en zo intensief de voeten geveegd als in het verpleeghuis voordat de mens met dementie de overstap naar de geestelijke wereld kan maken.’


‘Maar wat ik mis
is de diepere kant: wat betekent het in ons leven in de breedste zin als je als arts iemand dood maakt, wat betekent het voor de persoon als die eerder sterft? Wat betekent dat voor het leven na de dood?’


‘Of lijden ondraaglijk is, zegt iets
over het lijden, maar meer nog over degene die dat lijden meemaakt. Het is een mens die zijn lijden moet dragen. Hoe groter de draagkracht,
hoe groter het vermogen te lijden. Hoe ontwikkel je een dergelijke draagkracht gedurende je leven?
We weten allemaal dat voor velen van ons de laatste fase van het leven niet alleen maar gemakkelijk zal zijn. De kans op ziekte en lijden is redelijk groot.
Hoe bereid je je voor?
Door te leren om te gaan met pijn, met tegenslag, en dat te zien als kansen die je hebt om draagkracht te ontwikkelen.’


‘Je kunt het gevoel krijgen dat de wettelijke mogelijkheid tot euthanasie een ‘lek’ heeft geslagen in de stervenshulp’


‘Wanneer sterft een mens goed en wanneer niet? Is het goed sterven als dit plotseling optreedt, doelbewust veroorzaakt door krachtige dodelijke medicijnen? Zou euthanasie niet eerder moeten betekenen dat iemand goed sterft met zo weinig mogelijk medisch ingrijpen dat het natuurlijke proces verstoort? En als het kan met zo weinig mogelijk verdoofd bewustzijn?
Kan er ook schade optreden door wat de medische wereld doet en laat? Bij de geboorte kan de baby fysiek beschadigd worden – dit proberen we medisch te voorkomen. Kan bij het sterven ook schade optreden? Geen schade aan het lichaam maar aan de onzichtbare helft van ons wezen, eventueel veroorzaakt door medisch ingrijpen?Door de vragen zo te stellen maak ik duidelijk dat ik uitga van een voortbestaan van onze ‘onzichtbare helft’ na de dood. In het licht hiervan kan het belang hebben hoe je sterft.’


‘Elke periode van het leven heeft een eigen opdracht. Voor de laatste maanden, weken, dagen van het leven is dat waarschijnlijk vooral het steeds verder loskomen van het ego.
In de allerlaatste fase is voor de meeste mensen
dit onthechten meestal enkel mogelijk door
hun leven geheel over te geven aan de naasten:
de verzorging van het lichaam, dat de zieke niet
meer zelf kan verzorgen. Bij dit alles is het van het grootste belang het ego niet te verwisselen met het diepere zelf. Dat zelf wordt niet overgegeven aan de naasten. Echter dat je het lichaam overgeeft aan de naasten is de laatste opdracht juist van dit diepere zelf. En voor veel mensen een enorme opgave. Als je deze laatste opgave niet vervult gaat er een essentieel deel van het leven voorbij.


‘Dat verbinding een cruciale rol speelt in ons leven zie ik steeds duidelijker. Verbinding met de mensen om ons heen, verbinding voelen in de dingen die we doen, verbinding houden ondanks boosheid, verbinding verzorgen in relaties, verbinding missen na verlies of verbinding terugvinden na verlies en verbinding ervaren met het eigen lot.’

Nieuws vanuit het bestuur

Flora IngenHousz versterkt sinds kort het bestuur van Wederzijds – en stelt zich voor:
Sinds de zomer van 2018 woon ik weer in Nederland, na 38 jaar in de V.S., waar ik in mijn psychotherapie-praktijk in toenemende mate werkte met vragen rond leven met ziekte en sterven. In deze tijd van het individu mag/moet elk van ons daarbij moeilijke vragen stellen: wat is nog echt belangrijk als je ziek bent? Wat denk/geloof ik dat er na de dood is? Hoe sta ik tegenover westerse medicijnen? Hoe sta ik tegenover medicatie en maatregelen die het intreden van de dood versnellen? Zijn er omstandigheden waarin euthanasie oplevert wat dit Griekse woord betekent: een goede dood?
Naast mijn psychotherapie-praktijk werkte ik ook een paar jaar als vrijwlillger in een hospice. Het lag voor de hand om me, terug in Nederland, uiteen te blijven zetten met het thema van de dood in ons leven. Daarbij speelt het gedachtegoed van christologie en antroposofie een groeiende rol in mijn leven en denken. Ik ben actief in de Christengemeenschap in Driebergen en maak deel uit van het Driebergse initiatief dat eind april is gestart met een maandelijks gesprekscafe over leven en sterven.
Spannend om nu juist in Nederland, en in het kader van Wederzijds, mee te denken over dit thema, ook omdat Nederland in het buitenland veelal als voorbeeld genoemd wordt wat betreft ons euthanasie beleid. Het is dus echt belangrijk wat we hier doen! Voorlopig heb ik meer vragen dan antwoorden; ik hoop dat mijn vragen een bijdrage zullen zijn voor het werk van Wederzijds.

Plannen voor later dit jaar

Momenteel bereidt het bestuur meerdere workshops voor, waarbij thema’s uit het nieuw verschenen boek ‘Het maakt uit hoe je sterft’ door enkele auteurs verder worden uitgewerkt. Sommige workshops hebben een oefenkarakter, bij andere is er na de inleiding gezamenlijk gesprek rond het thema.
Een eerste workshop is gepland op zaterdagmiddag 21 september (13.30 inloop – 17.00 uur), in Arnhem, met als thema: “Praten over pijn”. Inleiding door Ingrid Deij, waarna onderling wordt geoefend. Maximaal 20 deelnemers.
De tweede workshop wordt verzorgd door Jaap van de Weg op vrijdagavond 18 en zaterdag 19 oktober in Zeist. Jaap van de Weg zal met maximaal 15 deelnemers oefenen aan het ontwikkelen van inzichten en ervaringen rond het voortbestaan na de dood.
Een derde workshop vindt in november plaats in Den Haag. Nader bericht over datum, spreker en thema vindt u vanaf juni op de agenda van de website.
Deelname op volgorde van aanmelding, hebt u interesse, meld u dan alvast aan als geïnteresseerde via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

Nadere informatie rond deze workshops (precieze titel, locatie, tijdsduur en kosten) staat binnenkort op de agenda van onze website, en in de najaars-nieuwsbrief die u begin september toegestuurd krijgt.


Een startende onderneming in de uitvaartbranche wil samen met Stichting Wederzijds en andere ondernemers uit het werkveld d.m.v. intervisie en onderzoek samenwerken om de visie op het vak met een antroposofische achtergrond verder te ontwikkelen. Thema’s die ter sprake kunnen komen zijn het waken bij de overledene, opbaren met graszoden of BioSac200, thanatopraxie en andere ontwikkelingen in de markt. Wij zijn daarom op zoek naar uitvaartbegeleiders die hieraan mee zouden willen werken. Meldt u zich dan aan via info@wederzijds-stervenscultuur.nl

Hoe gaat het intussen
met de GESPREKSCAFES OVER LEVEN EN STERVEN?

In Emmen, Zutphen en Zeist komen maandelijks mensen bij elkaar om met elkaar te praten over allerlei kanten van ‘leven en sterven’. De samenstelling van de groep is wisselend, sommige mensen komen een enkele keer binnenlopen, anderen proberen er zo vaak mogelijk bij te zijn – en alles er tussenin. We merken dat gesprek hierover iets is wat ons diep kan raken en met elkaar kan verbinden, ook al kijkt iedereen op zijn of haar eigen manier naar leven en sterven. We leren van elkaar, krijgen nieuwe inzichten, delen intieme ervaringen, stellen soms confronterende vragen en krijgen verrassende antwoorden.

Op 25 april is een VIERDE GESPREKSCAFE van start gaan, en wel in Driebergen. Nelle Amons, Flora IngenHousz, Marina de Lau en Johan Vaatstra zijn de oprichters. Het café vindt plaats in de gemeentezaal van de Pauluskerk, Rijsenburgselaan 2a, 3972 EJ Driebergen, van 14.45 tot 16.45.
Iedereen is van harte welkom, los van leeftijd en gezindte!

 

VOOR INFO OVER DE GESPREKSCAFES
IN DRIEBERGEN, EMMEN, ZUTPHEN EN ZEIST:
https://www.wederzijds-stervenscultuur.nl/agenda/

 

schilderij_JR_christengemeenschap-e1555665753699.jpg

Intervisie-bijeenkomst in Zutphen op 16 maart 2019

Niet alleen de mensen die al een gesprekscafé verzorgen, maar ook mensen die van plan zijn om zo’n café op te richten in hun woonplaats, waren uitgenodigd om in ontmoetingscentrum Enkidoe in Zutphen met elkaar ervaringen en vragen uit te wisselen. Het Zutphense gesprekscafé vindt daar ook plaats – het is een fijne ruimte daarvoor. Al vragend en vertellend over onze ervaringen kwam al gauw naar voren dat elk café een eigen ‘couleur locale’ heeft. Dat ligt natuurlijk aan degenen die het gesprek leiden, maar ook wel aan wie er naar toe komen en misschien zelfs wel aan zoiets als de Drentse nuchterheid tegenover de meer aftastende Zeistenaren? Hoe dan ook, uiteindelijk werd het nog spannend, toen we onderling in gesprek gingen en er dingen werden gedeeld uit ons eigen leven. Af en toe even ‘dwarskijken’ met elkaar hoe het gesprek verliep en of er misschien iemand uit de boot was gevallen gaf ons allemaal een stimulans om met onze initiatieven verder te gaan.
Als bestuur hopen we van harte dat er in meer plaatsen gesprekscafés zullen gaan ontstaan. Hebt u interesse, meld u dan via info@wederzijds-stervenscultuur.nl aan voor meer informatie!
Goethe zei al: ‘Wat is verkwikkender dan licht? Het gesprek!’

Boekenrubriek

vergezichten.jpgIn herdruk verscheen ‘Opengaande vergezichten’ van Margarete van den Brink (ed. Nearchus, ISBN 9789492326225).
Over het boek: Als mensen met wie we nauw verbonden zijn gaan sterven, kan hun weg naar de dood ons belangrijke inzichten geven. Aan hen ervaren wij dat in ons geestelijke krachten leven die de gebrekkig wordende lichamelijkheid overstijgen en innerlijke wijsheid en liefde creëren. Naast ontroerende levensverhalen worden ook praktische inzichten gegeven die zowel in de professionele als in de persoonlijke levenssfeer gebruikt kunnen worden bij het begeleiden van mensen die gaan sterven.
Dit boek sluit direct aan bij het veelgelezen boek dat Margarete van den Brink eerder samen met Hans Stolp schreef: Omgaan met gestorvenen. Leven voorbij de dood (Uitgeverij Ankh-Hermes).

Nieuwsbrief Wederzijds najaar 2018

Beste belangstellenden van stichting Wederzijds,

Vanuit het bestuur zijn we dankbaar dat er zo’n grote groep mensen naar de conferentie kwam – meer dan 300 mensen hebben aandachtig naar de vier sprekers geluisterd. De muziek op de lier hielp ons om het gebrachte even te laten bezinken en ons met frisse aandacht te openen voor de volgende spreker. En wat een fijne plek was de Geertekerk voor ons allemaal. Binnenkort zal er een verslag van de conferentie op de website staan.

We gaan door! Volgend voorjaar komt er bij uitgeverij Christofoor een boek uit ‘Het maakt uit hoe je sterft – visies op euthanasie’. In dit boek komt een grotere groep auteurs aan het woord over gezichtspunten op en ervaringen met euthanasie.

Hieronder enkele reacties op de conferentie:


Nelle:
Toen we van de conferentie thuiskwamen, waren we heel tevreden en hadden we een rijk gevoel. Wat hadden we veel gehoord, zonder dat we het programma als overvol hadden beleefd! Want er was, niet alleen tussen de voordrachten, maar ook in de inhoud stilte en adem geweest, zodat onze ziel goed had kunnen meekomen.
Mij hebben een paar dingen in het bijzonder getroffen:
– dat het aan de tijd is, autonoom en met vol bewustzijn over het eigen sterven te denken en er besluiten over te nemen, zoals Jaap van de Weg vertelde.
– dat het sterven een proces is, dat in het hele leven aanwezig is, dat de vraag om hulp bij het sterven eigenlijk een vraag om hulp bij dat proces is en niet een vraag om doodgemaakt te worden, maar wel om steun bij het leven van dat moment, omdat het soms toch wel akelig, moeilijk en pijnlijk is.
– dat het lijden bij het leven hoort, maar er tegenwoordig niet meer mag zijn en dat wij dat weer moeten leren, met lijden om te gaan.
– en zelfs, dat het stervensproces een ‘project’ van studie kan worden, het meest interessante van je leven.
Er kwam bij me op: in je stervensproces kun je laten zien, wat je in je leven hebt veroverd aan kwaliteit, aan menselijkheid, aan vergevingsgezindheid… Maar daar moet je wel vroegtijdig mee beginnen, wil je iets kunnen laten zien!



Cecile:
Zoals we in de laatste levensfase naast de mens staan die ons nodig heeft, maar die wij ook nodig hebben, zo voelde de sfeer tijdens de conferentie. Wij, als autonome mensen, staan naast het wezen van euthanasie, zeggen geen ‘ja’, zeggen geen ‘nee’, maar zijn open en vragen – zoals Madeleen Winkler zei.
De beelden van de gesloten poort en de open poort die Jaap van de Weg ons mee liet beleven zal ik zeker gebruiken om het verschil voelbaar te maken, en wat dat mogelijk kan betekenen in het zicht op de dood. Zo eenvoudig en toch zó groots.



Marline:
Als ik terug denk aan 6 oktober, dan heb ik het als heel als bijzonder ervaren dat er door de sprekers met een open houding en respect naar de mensen die euthanasie willen of er voor zijn gesproken werd. Niet oordelend. Op deze manier moet het toch mogelijk zijn om er meer mee naar buiten te komen. Een luisterruimte te creëren met mensen, hoe ze ook over euthanasie denken, om zo met elkaar de dialoog aan te gaan over het thema ‘Maakt het uit hoe je sterft’. Er is een zinvol begin gemaakt.



Henk:
Het was een heel belangrijke en warme conferentie. Ik weet niet of er ook pers bij aanwezig was of dat jullie een perscommuniqué uitgeven, want zoals het de kliniek voor het levenseinde wel lukt de voorpagina van de Volkskrant te halen, zou het ook vanuit het oogpunt vrije en objectieve nieuwsgaring van belang zijn dat de inhoud van deze conferentie ook voor een breder publiek beschikbaar zou kunnen zijn.



Yvonne:
Wat een mooie locatie hebben jullie als bestuur uitgezocht en wat een prachtige middag is het geworden met de vier lezingen vanuit verschillende hoeken over een lastig onderwerp. In de wandelgangen kreeg ik van de bezoekers mee, dat het een zeer inspirerende middag is geweest.



Meta:
Jullie thema, zo goed gekozen, heeft op allerlei lagen bij velen veel los gemaakt. Jullie zijn vast gestimuleerd voor een vervolg. Goed dat Stichting Wederzijds nog meer gezicht heeft gekregen.

Bekijk hier de fotos op onze website.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Maakt het uit hoe je sterft?

Een vraag, een indringende vraag. Interessant om na te gaan wat je eerste antwoord op die vraag zou zijn. Misschien is dat ‘nee’. Want dood is dood. Iets wat ons allemaal eens zal overkomen, vroeg of laat, hoe dan ook.
Misschien is het antwoord ‘ja, dat maakt uit’. Vaak wordt dan gedacht aan de omstandigheden waaronder je sterft: eenzaam en alleen of juist omringd door dierbaren. En aan dat wat er aan het sterven voorafgaat: de lichamelijke en psychische aftakeling, het lijden, de uitzichtloosheid. En de angst daarvoor. Angst is een belangrijk motief achter de vraag naar euthanasie. Dat wil dan niet zeggen, dat angst altijd direct zichtbaar is achter de wens om ‘zelf uit te maken wanneer ik sterf’, ‘waardig te willen sterven, zonder lijden’. Wil iemand echt dood? Of wordt de doodswens ingefluisterd door de vrees voor het (verwachte) lijden?

We zijn eraan gewend geraakt om lijden te zien als iets nutteloos, iets om te vermijden. Maar als je terugkijkt op je leven, dan zijn het vaak de momenten van lijden waarin je het meest hebt geleerd, waarin je jezelf het meest hebt ontwikkeld. We staan voor de opgave ook de betekenis, de zin van het lijden voor het levenseinde te onderzoeken en te wegen. Dat hangt samen met het mensbeeld dat je eigen is. Als je het beeld hebt dat er niets meer is na de dood, waarom zou je er niet gewoon uitstappen als dat kan? Als je vertrouwen hebt dat je leven na de dood in een andere, niet-lichamelijke, vorm doorgaat, kan dat een ander perspectief geven aan de laatste, vaak zware periode van je leven. Zoals iemand zei, een paar uur voor zijn overlijden: ‘Ik ben zò benieuwd hoe het verder zal gaan!’.

 

U kunt hier het boekje via onze website bestellen

 

Gedenkstondes en vieringen rondom Allerzielen


Rotterdam

Gedenkstonde voor de gestorvenen

m.m.v. Euritmiegroep Den Haag
29 oktober, 20 uur
Rudolf Steinercollege
Tamboerstraat 9, Rotterdam


Maastricht

Gedenkstonde voor de gestorvenen

2 november, 20 uur,
Onderbouw Bernard Lievegoed-school,
Leuvenlaan 35, Maastricht-Randwijck


Zutphen

Kunst tilt op in verbinding met gestorvenen

met gedichten, euritmie en muziek
2 november, 20 uur
Vrijeschool De Zonnewende
Valckstraat 3, Zuthpen


Haarlem

Gedenkstonde voor de gestorvenen

met euritmie, muziek en verhaal
3 november, 16 uur
Prinsenbolwerk 3b, Haarlem


Breda

Gedenkstonde voor de gestorvenen ‘Het hart van mijn gevoel’

m.m.v. Euritmiegroep Den Haag
3 november, 19.30 uur
Grote zaal van de Rudolf Steinerschool
Minckelersstraat 27, Breda


Amsterdam

Allerzielenviering ‘Liefde in geboorte en dood’

4 november, 12 uur
Andrieskerk
A.J. Ernststraat 869, Amsterdam


Eindhoven

Kunst tilt op in verbinding met gestorvenen

met gedichten, euritmie en muziek

4 november, 14 uur
Vrijeschool Brabant
Nuenenseweg 6, Eindhoven


Zwolle

‘In liefdevolle herinnering’ – herdenkingsmoment voor de gestorvenen

met muziek, lezing, poëzie en beweging
4 november, 14.30 uur
Vrije School
Bachlaan 8, Zwolle


Zeist

Gedenkstonde voor de gestorvenen

5 november, 20 uur
Stichtse Vrijeschool
Socrateslaan 24, Zeist


Bergen

Herdenking van de gestorvenen ‘Ik noem je naam…’

Uitvoering rond Allerzielen door gezelschap Melopee
9 november, 14.30 en 20 uur
Huize Vonder
Spaansche Pad 10, Bergen


Arnhem

Kunst tilt op in verbinding met gestorvenen

met gedichten, euritmie en muziek
9 november, 20 uur
Parcivalschool
Zwanebloemlaan 4, Arnhem

Bekijk deze en alle andere activiteiten op onze website

Lezingen

Dood, een andere vorm van leven?

Lezing door Marie-Hélène van Tol, geestelijke in de Christengemeenschap
1 november, 20 uur
Novaliscollege
Sterrenlaan 16, Eindhoven

Een ander licht op euthanasie

door Hans van Delden, hoogleraar medische ethiek, en Marianne de Nooij, geestelijke in de Christengemeenschap, georganiseerd door de Antroposofische Vereniging in Nederland en de Christengemeenschap.

Bij leven hoort sterven. Maar hoe kijk jij ernaar? Je ervaringen en verwachtingen rond het sterven hangen sterk samen met je eigen perspectief op de dood. Vanuit een materialistisch perspectief is de dood het uiteenvallen van de lichaamsfuncties en daarmee het verdwijnen van de mens in de ontbinding. Vanuit een spiritueel perspectief betekent de dood iets anders: een overgang naar een geestelijk bestaan. Wil je dat bewust meemaken of juist niet? Misschien is het in onze vergrijzende samenleving juist een opgave om een nieuwe kunst van het sterven te ontwikkelen, als laatste hoofdstuk van de zo veel omarmde levenskunst?
Een interessant vraagstuk voor jou? De AViN en de Christengemeenschap organiseren 3 avonden met lezingen van twee bijzondere sprekers. Zij nemen je mee in de wereld van bewustzijnsontwikkeling, religie, geesteswetenschap en kunst. Over het omgaan met sterven en gestorvenen. Ook verrassen we je met een muzikaal intermezzo.


Den Haag

Vrijdagavond 16 november, 20.00 uur
Vreedehuis
Riouwstraat 1, Den Haag


Arnhem

Woensdagavond 21 november, 20.00 uur
Johanneskapel
Brugstraat 5, Arnhem


Amsterdam

Donderdagavond 22 november, 20.00 uur
Andrieskerk
A.J. Ernststraat 869, Amsterdam

Bekijk deze en alle andere activiteiten op onze website

DREMPEL magazine, over leven met sterven

Door Thom Kloes

Voor me ligt ‘Drempel’ 2018 / 2019. Een speciale uitgave van het Landelijk Expertisecentrum Sterven, zo lees ik op de voorkant van het glossy blad met 106 bladzijden.
In het voorwoord noteert Ineke Koedam, bestuursvoorzitter van het expertisecentrum en hoofdredacteur van het blad: ‘In Drempel nemen wij u mee in de betekenisvolle ervaringen, voor, tijdens en na het sterven.’ En: ‘Wanneer wij het weten uit te houden in het niet-weten, zullen we ons kunnen openen voor het nieuwe. Het nieuwe dat zich in het verborgene van deze overgang schuilhoudt en waar ieders verlangen naar uit gaat, dwars door de angst heen.’

Op grond van deze beeldende beschrijving verwacht ik tweeërlei. Ten eerste, een open benadering van het sterven en de dood, zonder dogmatische standpunten. En ten tweede, nieuwe, geruststellende perspectieven op sterven en dood.
‘Drempel’ stelt in beide verwachtingen niet teleur. De vele persoonlijke beschrijvingen en ervaringen met het sterven en de dood, ademen een open sfeer die recht doet aan het adagium ‘leven met sterven’, iets dat in al zijn vanzelfsprekendheid toch nog bijzonder is en in wezen een kunstzinnige aanpak vraagt.

Naast de persoonlijke ervaringen biedt het blad een achttal artikelen met meer objectieve informatie. Zoals:

  • wat gebeurt er als iemand sterft;
  • wat zijn de signalen waardoor we weten dat ‘het moment’ nadert;
  • vier aspecten van het zelfgekozen levenseinde;
  • hoe rituelen het sterven kunnen verlichten;
  • spirituele tradities binnen verschillende culturen.

Onder deze categorie valt ook het artikel van Pim van Lommel over levenseinde-ervaringen en bijna-doodervaringen, onder de titel ‘Sterven is net zo normaal als geboren worden’.

Veelzijdig en informatief is Drempel zeker. De veelzijdigheid wordt bevestigd door de ruime spreiding die we zien bij de sponsors (er staan geen advertenties in het blad): van de Iona Stichting, via onder meer een kloosterorde, een uitvaartonderneming, tot het UMC in Amsterdam.

Het is zeer aan de tijd om het sterven en de dood te normaliseren en te humaniseren. Drempel draagt daar ondubbelzinnig aan bij.

Drempel is te bestellen via www.drempelmagazine.nl, prijs: €8,95.