Nieuwsbrief Wederzijds voorjaar 2020

Wederzijds in coronatijd

Noodgedwongen hebben we moeten besluiten om alle geplande workshops, lezingen en cursussen voorlopig af te gelasten. Dit geldt helaas ook voor de gesprekscafés over leven en sterven in Driebergen, Emmen, Zeist en Zutphen. Hoewel….op dit punt is over Driebergen iets positiefs te melden, zie verder in deze nieuwsbrief.
Het is nu niet te overzien wat, wanneer en in welke vorm later in het jaar weer iets mogelijk wordt. We houden u op de hoogte van nieuwe initiatieven in het najaar!

Wederzijds opent een telefoongesprekslijn

De corona-uitbraak treft de een harder dan de ander. Voor nogal wat, vooral oudere mensen leidt de uitbraak tot gevoelens van eenzaamheid of isolatie. De normale sociale contacten, ook met de eigen familie, zijn verschrompeld.
Ook kan men iemand verloren hebben of angstig zijn voor besmetting en ziekte. Of zich zorgen maken over de situatie in Nederland en de wereld.

Uit al deze en nog andere gevoelens en gedachten kan de behoefte voortkomen om met iemand te praten, uw hart te luchten, uw gedachten uit te spreken. Of advies te vragen voor de situatie waarin u zit. Wederzijds biedt deze mogelijkheden door middel van een telefoongesprekslijn. Die zijn er meer in Nederland, maar hier heeft u de mogelijkheid iemand te spreken die zowel competent is als een spirituele achtergrond heeft. U kunt kiezen uit verschillende tijden en diverse gesprekspartners.

De gesprekken zijn vanzelfsprekend strikt vertrouwelijk en er wordt niets vastgelegd. Als u wilt kunt anoniem blijven of een gefingeerde naam opgeven. Indien gewenst bestaat de mogelijkheid een of enkele vervolggesprekken af te spreken.

Kijk voor meer informatie, namen en telefoonnummers op onze website:
www.wederzijds-stervenscultuur.nl

Nieuws

Gesprekscafe in Driebergen gaat weer open
Er is verheugend nieuws over het gesprekscafe in Driebergen. We kregen de vraag van het bestuur van de Pauluskerk of we weer wilden starten. Dat gaat gebeuren op 25 juni. We zitten dan ‘op afstand’ en mensen moeten zich van te voren opgeven.
Mail voor inlichtingen naar mij op floraimsw@gmail.com

Flora Ingenhousz


9200000095302837-1-e1588769131571.jpgBoek ‘Brücken zwischen Leben und Tod’ van Iris Paxino vertaald

In september zal bij uitgeverij Christofoor de Nederlandse vertaling verschijnen van het boek ‘Brücken zwischen Leben und Tod’. De auteur is psycholoog, promoveerde op ‘bijna-dood-ervaringen’ en ontwikkelde geleidelijk haar helderziendheid zodanig, dat ze ‘over de grens’ kan waarnemen en ook met gestorvenen kan communiceren. Alles wat zij door deze andere manier van waarnemen leert kennen over het leven na de dood wordt in dit boek indringend beschreven.

Wederzijds heeft een aantal vertalers gestimuleerd om dit belangrijke boek te vertalen. Hun enthousiasme over het boek maakte dat dit binnen korte tijd is gelukt. Een bespreking van dit boek kunt u in onze volgende nieuwsbrief (in september) verwachten. Wellicht lukt het ons om Iris Paxino naar Nederland te halen voor een lezing of workshop.


Nieuwe formulering missie & visie van Wederzijds

Op een plek van onze website waar velen van u niet in eerste instantie zullen terechtkomen, namelijk hier: www.wederzijds-stervenscultuur.nl/over/missie, kunt u missie/visie vinden van waaruit het huidige bestuur haar activiteiten voor Wederzijds wil vormgeven.
Hebt u er vragen of opmerkingen over, laat het ons weten!

Das Corona-Virus und unsere Gesundheitskräfte

Michaela GlöcklerIn april werd Michaela Glöckler (antroposofisch arts) geïnterviewd door een seminarist van het Jugendseminar in Stuttgart over de coronacrisis.
Het interview is in het Duits te volgen op Youtube

Onderstaand een uitwerking door Adriaan Pijl (bestuurslid van Wederzijds) van delen van dit interview, waarin Michaela Glöckler belangrijke aspecten van de corona-crisis toelicht.

Over het aard van het coronavirus (Covid-19)

Dit virus behoort tot een familie van virussen, waarvan de bekendste het Sars-virus is. Als ernstige complicatie kan Covid-19 een longontsteking veroorzaken, gepaard met hoge koorts en ernstige ademhalingsproblemen. Het kan veel angst en paniek bij de patiënt en de mensen om de patiënt heen oproepen.

Over de immuniteit van de patiënt die besmet is geweest met Covid-19, is momenteel nog weinig bekend; een eventuele groepsimmuniteit zal pas intreden als 80% van de mensen immuun zijn.
Het beleid om het virus te bestrijden is sterk gericht op het beschermen van risicogroepen (oudere mensen en mensen met een zwakke afweer).

Naar inzicht van Michaela Glöckler is het isolement waarin deze mensen geplaatst worden problematisch. Het isolement en het verstoken zijn van contact met dierbaren veroorzaakt depressiviteit en verhoogt de kans op sterven. Zij schat in dat deze mensen een vrij klein risico vormen voor de besmetting van mensen, die niet tot de risicogroep behoren.

De longen en de ademhaling

De longen vormen het meest communicatieve en ‘sociale’ orgaan dat wij hebben. Door de longen staan wij in verbinding via de lucht met andere levende wezens en de gehele wereld. De overwegend slechte luchtkwaliteit (vervuiling) versterkt de ziekmakende en zelfs dodelijke werking van het virus. Ook het licht, als fundamentele en gezondmakende substantie, wordt zichtbaar door (schone) lucht.
Het leed van de dieren, hen door mensen aangedaan, ademen wij in.
Daarom springt van het gekwelde dier het virus over naar de mens.

Afweerkrachten versterken

In fysiek opzicht worden de afweerkrachten versterkt of gemobiliseerd door de 1½ meter maatregel; voldoende slaap, gezond en veelzijdig eten, buiten bewegen (lopen, fietsen), euritmie beoefenen. Dit versterkt ook afweerkrachten, indien gemobiliseerd, tegen depressiviteit.
Beslissend is vooral het opbouwen van zielsmatige immuniteit door positieve gevoelens, dankbaarheid, vreugde, humor en liefdevolle aandacht.
Negatieve gevoelens, angst en haat, verzwakken de afweerkrachten.

Michaela Glöckler onderschrijft het belang om staande te blijven in de huidige coronacrisis door je te verbinden met de geestelijke wereld en je engel door meditatie, gebed en het lezen van teksten met een spiritueel gehalte.
Gedachten zijn bruggen naar de wereld van de geest.

Koorts

Michaela Glöckler ziet koorts als fenomeen bij de besmetting door het virus, als een belangrijke afweerkracht, die niet onderdrukt zou moeten worden en zeker niet door chemische middelen zoals bijvoorbeeld nurofen of ibuprofen. Koorts is het enige wapen dat we hebben tegen het virus.

Kansen na de crisis

Het gezamenlijk doormaken van de crisis biedt kansen. De wereld zal veranderen en er dienen zich nieuwe mogelijkheden aan om anders met de economie en de natuur om te gaan.
Ook een bezinning op het feit dat we kinderen via allerlei social media in de online-wereld hebben getrokken, die hun ontwikkeling aantast om een vrij mens te worden met een krachtige moraliteit, een eigen oordeelsvermogen en met het vermogen creatief te denken.
Voor iedereen kan deze crisis de vaardigheden versterken om te staan voor de vrijheidsrechten, vooral in het sociale, en de menselijke waardigheid.

Website vernieuwd

We werken aan onze website. Natuurlijk, dat doen we vaker. Maar deze keer gaat het om een rubriek die op actuele ontwikkelingen ingaat. Deze nieuwe rubriek, met de naam ‘Actueel – visies & vragen’ zal de plek zijn waar wordt geattendeerd op belangwekkende ontwikkelingen, opmerkelijke visies en artikelen.

Deze nieuwe rubriek is ook een plek waar vragen gesteld kunnen worden: door u aan anderen, of door het bestuur aan u als belangstellenden van Wederzijds.
Op dit moment kunt u er een vraag vinden naar persoonlijke ervaringen met ‘natuurlijk sterven’ van Carolien Leusink. Zij wil over dit onderwerp een boek publiceren en hoopt op medewerking van mensen die iets willen delen over het op natuurlijk wijze overlijden van mensen met wie zij verbonden zijn.
Ook kunt u er een artikel vinden van Thom Kloes over ‘Voltooid leven’.

Leven met de corona-crisis – kan dit ons ook iets brengen?

Ingrid Deij

“ […] Het virus heeft ons tenslotte doen herinneren aan wat we zo hartstochtelijk verdrongen hadden: dat we kwetsbare wezens zijn, van de fijnste stof gebouwd. Dat we doodgaan. Dat we sterfelijk zijn. Dat we van de wereld door onze ‘menselijkheid’ en uitzonderlijkheid niet afgescheiden zijn, maar dat de wereld een soort groot web is, waarin we hangen, verbonden met andere wezens via onzichtbare draden van afhankelijkheid en invloed. Dat we – zonder dat het uitmaakt uit welke verre landen we komen, welke taal we spreken of welke kleur onze huid ook heeft – afhankelijk van elkaar zijn en we net zo makkelijk aan een ziekte bezwijken, en net zo bang of net zo sterfelijk zijn.
Het heeft ons doen beseffen dat – hoe zwak en machteloos we ons ook voelen in het aangezicht van deze bedreiging – er om ons heen mensen zijn die nog zwakker zijn en onze hulp hard nodig hebben. Het heeft ons eraan herinnerd hoe kwetsbaar onze bejaarde ouders en grootouders zijn en hoezeer ze onze zorg behoeven. Het virus heeft ons laten zien hoe onze koortsachtige beweeglijkheid de wereld bedreigt. En het heeft die ene vraag opgeworpen die we ons zelden durven te stellen:
waar zijn we eigenlijk naar op zoek? […]”

Citaat uit ‘Niets zal meer hetzelfde zijn’, een artikel van Olga Tokarczuk.
Bron: NRC van 18 april 2020.

Deze vraag van Tokarczuk ‘Waar zijn we eigenlijk naar op zoek’ maakte me wakker voor een dimensie van de coronacrisis die niet zo sterk op de voorgrond staat. We hebben een periode achter ons liggen waarin we ongelooflijk druk waren – maar waarmee eigenlijk? Was het ons werk dat ons volledig in beslag nam? Waren we teveel alleen maar naar buiten gericht? Wat maakte dat we over de hele wereld heen reisden? Wilden we onze eigen wereld even loslaten? Zaten we vast in onze relaties? Zochten we naar bevrijding uit de hectiek van het dagelijks leven? Voelden we ons als een hamster in een ronddraaiend wiel?
Het lijkt wel alsof we op de vlucht waren, een vlucht uit het leven dat we leidden. Op zoek naar ruimte voor ons zelf. Misschien zelfs op zoek naar wie we eigenlijk zijn.

Er zit nog een andere kant aan. We beleven collectief dat de dood weer zichtbaar wordt in de maatschappij. De dood roept angst op, maar maakt me ook duidelijk dat ik kan proberen een verhouding te vinden tot mijn eigen leven en mijn eigen sterven. Ook dat is zoeken naar wie ik eigenlijk ben en hoe ik heb geleefd. Me te bezinnen op de grote keuzes die mijn leven in een bepaalde richting hebben gebracht. Me te bezinnen op alles wat nog niet ‘af’ is, waar nog werk te doen is. Ook daar is nu tijd voor…
Het is op zulke bezinnende momenten alsof er een sluier wordt weggetrokken en ik onder ogen kan zien wie en wat er in mijn leven belangrijk is en was. Wie er allemaal bij me horen, en waardoor we verbonden zijn met elkaar. Wat we hier kwamen doen, samen.
En om daarbij diep van binnen te ervaren dat ik er mag zijn en gedragen word, juist nu.

Olga Tokarczuk is een Poolse schrijver. Zij ontving in 2018 de Nobelprijs voor de Literatuur

Enkele citaten over het omgaan met angst – Hans Stolp

‘Angst regeert en beneemt velen de innerlijke rust om open na te denken. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat angst geen ding is, maar een geestelijke werkelijkheid, een geestelijke kracht. Die geestelijke krachten van de angst vormen een virus waarmee we elkaar besmetten. We versterken dus wederzijds onze angsten. Maar het virus van de angst doet ook nog iets anders: het versterkt ook de werking van het corona-virus.’
‘Het is daarom uiterst belangrijk om ons steeds weer te oefenen in vertrouwen. En om ons innerlijk te richten op de hulp die de geestelijke wereld ons schenkt. De angst zelf hoef je niet te verdringen: laat die er gewoon maar zijn. Maar houd je innerlijk verder niet met die angst bezig, maar richt je met behulp van gebed en meditatie op de kracht van het vertrouwen.’

‘Als wij het coronavirus immers kunnen versterken door onze angst (zoals we hierboven zagen), dan ligt het voor de hand dat wij de werkzaamheid van het virus ook kunnen verzwakken: door gebed, meditatie, het beoefenen van de kracht van het vertrouwen en door inkeer, ofwel inzicht. Door bij het slapengaan de dankbaarheid te beoefenen, ontmoeten we de engelen van het vertrouwen en de dankbaarheid en verzwakken we de werking van het virus.’

Bron: Stichting de Heraut

Boekbespreking

9789060389102-VroegerWordtNuBinnenWordtBuiten-cover.jpg‘Vroeger wordt nu, binnen wordt buiten’
Jan Pieter van der Steen schreef dit boek vanuit zijn ervaring als verpleeghuisarts, maar ook als zoon en mantelzorger van zijn moeder, die gedurende 17 jaar alle fasen van de ziekte dementie doormaakte. Haar biografie vormt in de vier hoofdstukken een van de rode draden van het boek. Als lezer kunnen we meebeleven welke oude trauma’s in die lange jaren geleidelijk naar boven kwamen en hoe ze konden worden verwerkt. Deze persoonlijke ervaring vormt de achtergrond van de intrigerende titel: ‘Vroeger wordt nu, binnen wordt buiten’.

13 interviews

Het boek is geschreven vanuit een onderzoekende houding. Grondstof zijn namelijk ook 13 interviews met representanten van allerlei uiteenlopende maatschappelijke en religieuze stromingen in Nederland. Daaronder zijn ook mensen die bij de Levenseindekliniek en de Coöperatie Laatste Wil betrokken zijn. De interviews, uitgaande van steeds dezelfde 15 vragen, zijn niet in het boek opgenomen. Ze zijn te vinden en te downloaden als PDF op deze website.

Uiteenlopende uitspraken

Al in het eerste hoofdstuk van het boek valt de onderzoekende houding op: het ‘ouder worden’ wordt onderzocht door zelf na te bootsen hoe oude mensen lopen, reageren, vertellen. Van binnenuit, zonder afstand en oordeel, maar ervarend en doorvoelend.

Jan Pieter van der Steen onderzoekt in het boek de zeer uiteenlopende uitspraken uit de interviews vanuit 4 hoofdthema’s: ‘Ouder worden’, ‘Dementie, de onontkoombare reis naar binnen’, ‘Dementie in de laatste fase: ligt hier nog een mens?’ en ‘Dementie en euthanasie, een onmogelijke combinatie?’
Voor mij, als mantelzorger van mijn demente echtgenoot, springen met name de laatste twee hoofdstukken er uit. In het verpleeghuis maak ik mensen mee in alle fasen van dementie, ieder gaat echt op zijn of haar eigen manier door deze ziekte heen. Het is steeds spannend of er nog contact mogelijk blijkt. Er gebeuren kleine wondertjes als dat lukt. Als het niet lukt voelt het vaak katterig. Waar is de persoon die ik ken en liefheb gebleven?

Confronterende vraag

De vraag ‘Ligt hier nog een mens?’ in het 3e hoofdstuk is confronterend, maar ook belangrijk om echt te onderzoeken. Uiteindelijk wordt duidelijk dat het om ‘relatie en verbinding’ draait en wel op drie manieren. Een relatie die bestaat door de herinneringen aan deze mens in ons eigen leven (een horizontale relatie), door de ‘verticale’ relatie – de mens is geschapen naar Gods beeld – en door de verbinding van het leven nu met het volgende leven, zoals Marianne de Nooij aantoont. Daarbij spreekt het verschijnsel dat een dement persoon kort voor het overlijden soms niet meer dement lijkt te zijn (de zogeheten ‘terminale helderheid’) en de familie herkent, soms zelfs nog een heel eigen taal blijkt te kunnen spreken.

Euthanasie?

Het 4e hoofdstuk belicht vanuit allerlei gezichtspunten de actuele vraag: ‘Dementie en euthanasie, een onmogelijke combinatie?’ In dit hoofdstuk worden door de geïnterviewden zeer uiteenlopende vragen opgeworpen, zoals: ‘Wie moet je respecteren – de mens die dit wilsdocument opstelde of de demente mens die nu voor je staat?’. Of ‘Kan ook een dement mens zich nog tijdens de dementie ontwikkelen en tot voortschrijdend inzicht komen?’

Er is het laatste jaar veel te doen geweest toen iemand volgens haar wilsverklaring was geëuthanaseerd, hoewel ze, toen de dokter haar benaderde, afwerende gebaren maakte. Er werd gekozen haar te verdoven opdat ze geëuthanaseerd kon worden. Kortgeleden, op 22 april 2020, heeft de Hoge Raad de artsen ruimte gegeven om mensen met gevorderde dementie te kunnen euthanaseren conform hun eerdere schriftelijke verzoek. Er moet dan wel sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

Dat dit boek er is, zodat we in vrijheid al deze gezichtspunten kunnen doordenken en zo ons eigen standpunt kunnen bepalen, lijkt me van wezenlijk belang. Niet alleen voor mantelzorgers en familieleden, maar ook voor mensen die voor dementerenden zorgen.

Ingrid Deij


In de beknoptheid van 87 pagina’s komt hier een boeiende en doorleefde veelzijdigheid van het fenomeen ‘dementie’ aan de orde.
Zowel de ‘aan den lijve’ ervaren confrontatie met een dementerende moeder, als het natuurlijke verloop binnen ‘ouderdom’ – wat meestal tegelijk ook speelt bij een mens met de ziekte dementie -, als de ethisch-menselijke vraagstukken die deze ziekte oproept, plus de diverse uitvalsbases van waaruit je die vraagstukken kunt belichten, komen aan bod.
Wat mij daarbij ook nu weer raakt is het appèl dat er uit opklinkt: zie niet alleen wat deze ziekte ons kost – en dat is heel veel, voor alle betrokkenen…- maar vooral ook wat het van ons vráágt. Bezinning op wat wèrkelijk belangrijk is in onze hoog-technologische medische wereld, in onze maatschappelijke verhoudingen, in ons mens-zijn en ons mensbeeld.
Samen te vatten wellicht in de vraag ‘voor wie ben jij een mens?’.

Heleen de Weger