Voltooid leven
over leven en willen sterven

Els van Wijngaarden

Geplaatst in: boeken, inspiratie | 0

In Voltooid leven spreekt Els van Wijngaarden met ouderen die hun leven ‘voltooid’ achten. Hoewel ze niet terminaal of psychiatrisch ziek zijn, lijden ze aan het leven en hebben het gevoel dat ze domweg zitten te wachten op de dood. De oorzaken zijn uiteenlopend: soms lukt het hen niet meer om echt verbinding te maken met de personen om hen heen, alsof ze door een omgekeerde verrekijken naar de wereld kijken. Sommigen voelen zich uitgerangeerd: het leven gaat door, maar zij staan aan de zijlijn. Anderen zijn vooral bang hun onafhankelijkheid te verliezen. Er zit voor hen maar één ding op: de controle terugpakken. Het zelfverkozen levenseinde als vlucht vooruit.

Van Wijngaarden sprak uitvoerig met hen over herinneringen, spijt en tevredenheid, twijfels, hoop, tragiek en dilemma’s – en over hun wens om te sterven. In dit boek stelt ze vragen die horen tot de meest elementaire van ons bestaan: Wat is een goed leven, en wanneer is het voltooid? En hoe gaan we, individueel en als samenleving, o met ouderdom en de dood?

Els van Wijngaarden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek. Daar is zij eind 2016 gepromoveerd op ‘de ervaringswereld van het voltooide leven’. Haar onderzoek is uniek: wereldwijd is zij de eerste wetenschapper die ouderen zo indringend over dit onderwerp heeft bevraagd. Haar onderzoek werd in mei 2017 bekroond met een Dissertatieprijs van de Stichting Praemium Erasmianum.

 

Uitgeverij Atlas contact

ISBN 978 90 450 3304 4

Ruim van hart

Geplaatst in: inspiratie | 0

Ze is van goede komaf, vertelt ze me. Ze woonde ooit met haar gezin in een mooi huis in Kabul; haar man bekleedde een hoge positie. Toen hij werd opgepakt, vluchtte ze met hun drie zonen uit Afghanistan naar Pakistan. Ook daar, in een kamp, voelden ze zich niet veilig. Zo kwamen ze uiteindelijk samen in Nederland terecht. Zij opende een naaiatelier en leerde haar zonen hun eigen brood te verdienen.

Een van hen spreekt aardig Nederlands en tolkt voor haar, nu ze in het hospice ligt. Op een dag vraagt ze me: “Zou u met me willen bidden?” Verrast zeg ik: “Ik ben christen, wat jammer dat ik geen islamitisch gebed ken!” “Er is maar één God voor ons allen. Bid zoals u dat gewend bent, het zal me helpen.”  Ontroerd bid ik het Onze Vader voor haar.

Met een gevoel van diepe eerbied verlaat ik de kamer.

 

Heleen de Weger
Vlinder op mijn hand – etappes uit het rouwproces van een moeder

“Wij krijgen de tijd om te leren om niet te sterven met de dood.”

In dit bijzondere boekje worden we deelgenoot van het proces dat Heleen de Weger als moeder doormaakte, na de diagnose van de ontwrichtende ziekte van haar zoon. Als uitlaatklep heeft ze haar ervaringen voor zichzelf opgeschreven om “haar hoofd boven water te kunnen houden”. Die impressies heeft ze na zijn overlijden opgepakt en aangevuld.

Heleen beschrijft het hele proces vanuit haar innerlijk beleven. Heel helder kijkt ze naar zichzelf en naar haar eigen worsteling om te doen wat nodig is. En ze beschrijft het met warmte en liefde.

Het blijft onverdraaglijk voor haar om te zien hoe haar zoon zich, door zijn ziekte, steeds verder terugtrekt uit zijn lichaam. De ziekte blijkt ongeneeslijk en progressief. Na die diagnose sterft de moeder in haar de eerste dood en beseft dat ze deze situatie alleen kan overleven, als ze de mens in zichzelf laat opstaan. Zo kan ze haar zoon helpen te leven.

De bijzondere eigenheid van haar zoon kan ze zien en respecteren. Ze beschrijft hem als een zonnig mens, altijd stralend en positief, met een bijzondere opmerkingsgave. Hij kan genieten van kleine dingen. Samen beleven ze de situaties waarin ze door het achteruitgaan van lichaamsfuncties terecht komen en samen zien ze kans er toch op een positieve manier mee om te gaan.

Zo heeft ze haar ervaringen, in woorden gevangen, als boek de wereld in laten gaan, om ze te delen met mensen die ook zo’n buitengewone weg te gaan hebben.

Een indrukwekkend, warm en liefdevol boek.

Uitg. Free Musketeers, 2012,  ISBN 97890484-2362-0

Onverwachte troost

Geplaatst in: inspiratie | 0

Een paar jaar geleden bezocht ik de conferentie “Das Leben im Tode” in Dornach.  Ik wilde graag meedoen aan een werkgroep over het sterven van kinderen. Maar een soort bijgelovigheid weerhield mij ervan, omdat onze dochter net tweemaal een miskraam had gehad, de tweede keer van de helft van een tweeling. Ik was bang dat, als ik zou gaan, ik als het ware onheil zou afroepen over het kindje dat zij nog droeg. Toch ging ik en daar hoorde ik op een bepaald moment  tot mijn verrassing de groepsleidster zeggen, dat zij vaak meemaakte dat tijdens de zwangerschap één helft van een tweeling stierf, soms in zo’n vroeg stadium, dat de moeder het niet eens merkte. En dat zij gedurende de tijd van haar lange ervaring het beeld had gekregen, dat het kindje dat gestorven was alleen een soort geboortehulp was geweest voor het kindje dat nu geboren kon worden en het zonder die ander niet had gered. Het kindje dat zich had teruggetrokken, kon zich nu voorbereiden op zijn eigen volgende incarnatie.
Ik was getroffen, niet alleen om de troost die van die gedachte uitgaat, maar om het bijzondere perspectief dat kan verschijnen, wanneer je ook achter de uiterlijke feiten kunt kijken. Het voelde alsof ik naar deze groep geleid was.

Niet-reanimeren-penning Patiënten Federatie

Geplaatst in: nieuws | 0

“Ik verbied iedereen, onder alle omstandigheden, elke vorm van reanimatie op mij toe te passen”. Dat is de duidelijke boodschap die dragers van een niet-reanimeren-penning geven aan hulpdiensten en zorgverleners. De penning is een draagbare wils-verklaring. Door de penning geven mensen aan hulpverleners aan, dat zij bij een hartstilstand niet geholpen willen worden. De Patiëntenfederatie geeft de penning uit op verzoek van het ministerie van VWS. Het is een neutrale penning die los staat van een eventueel lidmaatschap van de NVVE, die de penning eerder uitgaf. Met de overdracht naar de Patiëntenfederatie is er niet alleen voor de dragers, maar ook voor hulpverleners een herkenbare neutrale penning. De ‘oude’ penning van de NVVE blijft overigens wel geldig. Iedereen die dat wil kan nu de penning aanvragen en zo een voor hen belangrijke wens kenbaar maken.

De penning is te bestellen voor € 37,50 via www.patientenfederatie.nl/penning, maar ook telefonisch via 030-2916700. In de begeleidende folder worden mensen gestimuleerd om hun wens niet gereanimeerd te worden ook te bespreken met hun naasten en (huis)arts. Zo kan de wens ook geregistreerd worden.

Verbinding

Het was één dag voordat mijn vader stierf. Ik zat bij uitzondering even alleen bij hem, toen hij verzuchtte dat het zo moeilijk was.  ”Wàt is er zo moeilijk pap”, vroeg ik?  Zijn antwoord: de verbinding,.. de verbinding… ik wist niet dat ik die zelf moest makentenminste zo lijkt het heb steeds gedacht dat er hulp zou zijnof is dat ook zo?

Het zijn de laatste zinnen die hij uitgesproken heeft. Ik heb zijn hand genomen en gezegd dat die hulp er zéker was!

Toch contact

De eerste vrouw bij wie ik aan het sterfbed zat, lag in coma in het ziekenhuis. Gewoon praten met haar was niet meer mogelijk. Alle leuke herinneringen aan haar heb ik in mijn gedachten opgeroepen en weer beleefd. Geen idee of ik zo met haar “communiceerde”. Dat bleek pas toen ik weg wilde gaan. Met enorme kracht hield zij mijn arm vast.

Ik ben nog een tijd gebleven. De volgende dag is zij gestorven.

Orgaandonatie
John Hoogervorst

Geplaatst in: nieuws | 0

 Kortgeleden werd ook door de Eerste Kamer een wet aangenomen waarin wordt bepaald dat diegenen die daaromtrent niets vastleggen, daarmee aangeven na hun overlijden geen bezwaar te hebben tegen het gebruik van hun organen als donororgaan.

De vragen rondom orgaandonatie leven al langer en zullen door de nieuwe wet zeker niet verstommen. De meest brisante vraag is de volgende: wanneer is een mens overleden en zijn de criteria die daarvoor in de  geneeskunde gehanteerd worden correct? Met andere woorden: worden donororganen werkelijk na de doodafgestaan, of is het zo dat ze nog bij levenworden uitgenomen? Het ´hersendood-criterium´ dat nu gehanteerd wordt is op zijn zachtst gezegd verdoezelend: wie hersendood is leeft nog. Wie hersendood is én heeft aangegeven orgaandonor te willen zijn of daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, zal  komen te overlijden tijdens de operatie om de organen ´uit te nemen´. De toekomstige nabestaanden, die (meestal)  zonder daarvan het fijne te weten, mogelijk desgevraagd toestemming verlenen de organen van hun familielid te doneren, worden vervolgens verzocht afscheid te nemen van hun partner of familielid, die weliswaar buiten bewustzijn is, maar nog altijd leeft.

Zoals achter vele actuele vraagstukken gaat hierachter een fundamentele vraag schuil. Het is de vraag die ieder mens die in deze tijd leeft moet beantwoorden, in en door de praktijk van zijn leven, zelfs wanneer hij zich niet bewust is van het feit dat deze vraag er is. Die vraag hangt samen met het mensbeeld dat je er op na houdt en zou als volgt verwoord kunnen worden: is de mens niets meer en niets anders dan een lichamelijkheid waarin zich allerlei complexe processen  afspelen; of is de mens een wezen dat zich tijdens het leven op aarde van een lichaam bedient en dat vóór de geboorte en ook ná de dood een bestaan kent?

Op een huis-, tuin- en keukenmanier kan deze vraag ook zó gesteld worden: valt u samen met uw lichaam – of bent u nog iets meer of iets anders dan dat? Wie van de tweede optie overtuigd is, zal begrijpen dat de dood, net als het geboren worden, geen kwestie van een knop is die op ´uit´ of ´aan´ gezet wordt. Het uitblazen van de laatste adem is deel van een proces, het stervensproces, dat met het uitblazen van die laatste adem nog niet voltooid is. En ´hersendood´ is de mens zelfs nog vóórdat hij zijn laatste adem uitblaast. We laten die vraag staan – ieder die dat wil vormt zijn eigen antwoord op die vraag en verbindt daar zijn zelfgekozen  conclusies aan. Daar de nieuwe wet bepaalt dat mijn organen na het moment dat door de medische wetenschap als het sterfmoment  is uitgekozen, mogen worden ´uitgenomen´ – het geldt voor de uwe ook – is de wetgever kennelijk van mening dat mijn lichaam – net als het uwe – onder de beschikking van de staat valt op het moment dat de wetenschap zegt dat het overleden is. Alsof ik mijn lichaam – en u het uwe – in bruikleen van de staat heb.

Je kan toch laten registreren dat je géén donor wilt worden? Ja dat kan.

Ondertussen vraag ik mij wel af hoe dat zit met grote groepen mensen die zich niet kunnen registreren als niet-donor. Ouderen zonder computer, mensen die niet kunnen lezen,  mensen die de taal niet voldoende machtig zijn, mensen die de grootst mogelijke moeite hebben welke officiële brief dan ook te begrijpen, mensen die er domweg geen idee van hebben dat deze wet straks in werking treedt, mensen die geen idee hebben dat deze wet ook over hen gaat. Dat zijn er werkelijk wel een paar miljoen maar het aantal is niet van doorslaggevend belang. Al was het er maar één. En daarnaast zijn er nog de mensen die geen idee hebben van de realiteit achter het ´hersendood-criterium´ en die mogelijk tot een andere beslissing zouden komen wanneer dat wel het geval zou zijn.

Mijn conclusie kan in drie varianten worden verwoord:

  • Een wet die zonder expliciete toestemming van de betrokkene toestaat dat zijn organen worden uitgenomen, is uitdrukking van een volkomen verachting voor de integriteit van het menselijk wezen.
  • Wie dat wil, hij schenke, voor of nadat hij gestorven is, zijn organen aan een ander. Dat kan een daad van grote menselijkheid zijn. Wie meent het recht te hebben een ander, gestorven of niet, de organen te ontnemen zonder dat die ander daarin bewust en in vrijheid heeft toegestemd, begaat een misdaad.
  • Het antwoord op de vraag ´wat is de mens?´ is een antwoord dat ieder van ons zelf formuleert: door dat wat hem hierover tot bewustzijn is gekomen en door dat waarmee hij zijn leven inhoud geeft. Het gaat niet aan dat een instantie van buiten (zoals de staat) op deze vraag een uniform en algemeen geldend antwoord geeft.
auteur: John Hoogervorst

Dit artikel verscheen eerder op de website www.driegonaal.nl

 

Leestip over gezichtspunten rondom orgaandonatie en -transplantatie:

Matthijs Chavannes: “Orgaantransplantatie en –donatie” – een spirituele visie / Pentagon

Orgaandonatie
waarom wel, waarom niet?

Hans Stolp

Geplaatst in: boeken, inspiratie | 0

Aan de discussie over orgaandonatie zitten vele kanten. Naast de medische aspecten uiten er nieuwe gezichtspunten op in de discussie. Zo geven ontvangers aan dat er met hun nieuwe orgaan ook herinneringen, emoties en karaktereigenschappen van de donor blijken mee te komen. Alsof de zal van de donor in hen voortleeft en zij nu twee zielen hebben. Mensen die in diep coma verkeren en ‘hersendood’ worden verklaard, sterven op de operatietafel als hun organen worden uitgenomen.
Orgaandonatie kan dus heel wat ingrijpender gevolgen hebben dan de officieel instanties ons vertellen. He wordt hoog tijd ons af te vragen: wat pleit er eigenlijk vóór orgaandonatie en wat is ertegen? Dit boek belicht aspecten van orgaandonatie die in de officiële discussie zelden of nooit aan bod komen.

Uitgave van AnkhHermes, in 2015

ISBN 9789020212365

1 2 3